H.J.A. Hofland

Het verzet zoekt naar een vorm

Als dit een gewoon groot commercieel concern was overkomen, zou er een oplossing zijn: de raad van bestuur ontslaan. En dan met nieuwe mensen en een ander reclamebureau proberen bijtijds een beter product op de markt te brengen; of anders meteen de hele zaak opheffen.

Het PEW Research Center, een in Washington gevestigde niet-commerciële instelling, heeft onder zestienduizend mensen in twintig landen een onderzoek naar de opinie over de Verenigde Staten gehouden. Uit oogpunt van reclame en public relations — in de politiek: propaganda en diplomatie — hebben het voorspel tot de oorlog en de oorlog zelf rampzalige gevolgen gehad. De International Herald Tribune van 4 juni geeft bijna anderhalve pagina feiten. In islamitische landen, die worden beschouwd als mogelijke broeinesten van terrorisme, is de populariteit van Amerika getuimeld. Hier en daar wordt Bin Laden als de grootste staatsman beschouwd. In Europese landen willen grote delen van bevolkingen, tot percentages die een meerderheid naderen, onafhankelijk van Amerika zijn. Het vertrouwen in Navo en VN is afgenomen. Kortom, als we de overwinning op Irak buiten beschouwing laten, is het resultaat van de oorlog een internationale ruïne.

Wat is publieke opinie waard? In de laatste weken voor de oorlog zijn honderdduizenden in protest de straat opgegaan. Op 15 februari waren het er een paar miljoen. Er is niet één supermacht; er zijn er twee, werd vastgesteld. De tweede is de wereldopinie.

Maar toen de oorlog eenmaal aan de gang was, het Iraakse leger snel in het niet verdween en op de televisie de troepen van de willing als bevrijders werden ingehaald, hield de wereldopinie zich koest. De «Arabische straat» bleef thuis, de regeringen van islamitische landen bewogen zich zo voorzichtig mogelijk tussen hun eigen wantrouwende volk en de gevreesde hypermacht.

Bagdad werd veroverd zonder de verwachte straatgevechten. Er volgden naschokken van de plunderingen, even leek het alsof nu Iran of Syrië «aan de beurt» was. Maar de storm van de oorlog ging liggen. En wat niemand had voorzien: Bush ging zelf naar het oude Europa, gaf Chirac een hand, en reisde door naar het Midden-Oosten om Israëliërs en Palestijnen met elkaar te verzoenen.

Is de oorlog een intermezzo van noodzakelijk geweld, een paardenmiddel dat de wereld voor eigen bestwil door de strot moest worden geduwd? Rekenen Bush en de zijnen erop dat de wereld dit binnenkort zelf zal inzien? De grand designers hebben waarschijnlijk verwacht dat er zoiets zal gebeuren. Maar na de toediening van het paardenmiddel laat de wonderbaarlijke genezing op zich wachten.

Intussen lijkt zich nu op een andere manier te voltrekken wat de tegenstanders van de oorlog hebben gevreesd. De verwijdering van Saddam Hoessein, het ontdekken van de massagraven die nog eens een extra bewijs van zijn misdadigheid leveren, mogen in moreel opzicht een nagekomen rechtvaardiging zijn («mooi bijproduct»), maar in de werkelijkheid van de internationale verhoudingen is dat niet van doorslaggevend belang. Dankbaarheid is geen politieke factor.

In de islamitische landen telt het schouwspel van de bombardementen op de historische miljoenenstad door een verpletterend militair apparaat dat al doende buiten schot blijft. En in het vervolg daarop de dagelijkse aanblik van een overwonnen land in chaos. De groeiende deconfiture, het zoeken naar de massavernietigingswapens die binnen drie kwartier operationeel konden zijn, en die maar niet gevonden kunnen worden.

De overwinning op zichzelf wordt ervaren als een poging niet alleen het bewind van Saddam maar de hele wereld in een toestand van shock and awe te brengen, opdat de hypermacht verder ongestoord door welke oppositie dan ook, zijn zaken zal kunnen regelen. Het pew-onderzoek toont aan dat de oorlog een averechts resultaat heeft.

Wat is de «wereldopinie» waard, niet in moreel maar in politiek opzicht, als machtsfactor? De wereldopinie is niet georganiseerd, niet bewapend en vaak ook niet consistent. Op grond daarvan zouden we kunnen zeggen dat een groot doel het waard kan zijn de wereldopinie te tarten in het vooruitzicht op andere tijden, andere verhoudingen, waardoor de storm vanzelf zal bedaren.

Kunnen we ook nu zoiets verwachten? Ik geloof dat dit niet waarschijnlijk is. Al voor de elfde september, en zelfs nog voor de regering van Bush was aangetreden, was het duidelijk dat er een unilaterale koers was uitgezet. Het verschil is dat voor de elfde de hypermacht zich van de rest wilde afkeren en daarna probeerde de rest zijn wil op te leggen.

Hoe ongelijk in gewapende macht ook, de rest heeft het ontdekt en verzet zich. En nu komt de volgende fase. Het verzet zoekt naar een vorm. Daar raakt de rest verdeeld. Wat zich voor het grootste deel ondergronds in het niet-Europese deel afspeelt, onttrekt zich aan onze waarneming. We kunnen alleen vermoeden dat daar niet veel goeds in voorbereiding is. Wij weten alleen hoe Europa probeert zich te reorganiseren.

In Duitsland en Frankrijk wordt een serieus debat gevoerd over de manier waarop het oude Europa zich zelfstandig als macht zal kunnen handhaven. Ik verwijs naar een essay van Jürgen Habermas en Jacques Derrida in de Frankfurter Allgemeine van 31 mei. Ze beschouwen de demonstraties van 15 februari als het begin. «De visie die tot een nieuw Europa zal leiden, komt niet uit de lucht gevallen.» De demonstraties zijn tegelijkertijd een symptoom van radeloosheid en het bewijs van een groeiend Europees besef dat dit deel van de wereld op zichzelf is aangewezen.

De hypermacht van Bush is bezig een andere wereldorde te veroorzaken dan de bedoeling is. De veel gebruikte metafoor van Gulliver is niet van toepassing. Hier zijn geen Lilliputters bezig de reus aan de aarde te kluisteren. Gulliver was niet naar Lilliput gekomen om de kleine mensjes in het gelid te zetten. En de rest van de wereld bestaat niet uit kleine mensjes die bereid zijn de erf genaam van Gulliver (Hyperbush) te gehoorzamen. Andere beeldspraak. De resultaten van het pew-onderzoek doen denken aan een veenbrand. Grote Brandweerman moet nog leren hoe zo’n brand geblust moet worden.