Louise Erdrich The Round House

Het vinden en straffen van de dader

Louise Erdrich, The Round House, € 24,95

In zijn laatste interview als actieve schrijver sprak Philip Roth niet alleen over zijn redenen om te stoppen, maar ook over collega’s. Eén van hen was Louise Erdrich. Van haar had hij net de roman The Round House gelezen, een indringende en wonderbaarlijke vertelling over juridische rechteloosheid die verkrachte indiaanse vrouwen in Amerikaanse reservaten ervaren. Noem die houding maar etnische discriminatie of racisme. President Obama noemde het juridisch onrecht ‘een aanslag op het nationale bewustzijn’. Erdrich kreeg de Pulitzer Prize en de National Book Award voor The Round House. Roth noemde Erdrich vol bewondering ‘een literair kanon’.

Vanaf haar debuut Love Medicine schrijft Erdrich – zelf van Duits-Frans-indiaanse (Chippewa) afkomst – over gemengd bloed, over gespletenheid en over de onmogelijkheid om mensen systematisch te categoriseren. De hardnekkige neiging de mensheid onder te verdelen, met alle gevolgen van dien, weerspreekt Erdrich in haar romans met een verfijnd netwerk van ingenieus verstrengelde vertellingen die de aanhangers van etnische zuiverheid buitenspel zetten. The Round House lijkt, in vergelijking bijvoorbeeld met The Plague of Doves (2009) een eenvoudig verhaal.

Erdrich begint beeldend: de dertienjarige Joe Coutts uit North Dakota, die zichzelf ‘als anders’ beschouwt, is fanatiek bezig de boomwortels die het fundament van hun huis in het reservaat ondermijnen weg te hakken. Zijn vader, rechter in het reservaat, helpt mee. Moeder Geraldine is afwezig. Maar waar is ze? Als de politie belt, staat de roman meteen op scherp. Want welke politie, die van het reservaat of de staatspolitie? En is het een indiaan of een blanke? Vragen die er helaas toe doen omdat de rechtspraak binnen en buiten het reservaat verschilt, en wel zodanig dat blanken sneller wegkomen met een ­misdaad dan… De rest van het verhaal is bekend. Maar The Round House is een afwijkende, ­onvoorspelbare vertelling. Niet alleen omdat Erdrich consequent vanuit de dertien­jarige zoon schrijft die alles achteraf vertelt, maar ook omdat de jongen al snel het heft in eigen ­handen neemt omdat hij de onderzoeksdrang en de daadkracht van de politie niet vertrouwt.

Erdrich verbindt ogenschijnlijk moeiteloos vier verhalen rond Joe Coutts: over het zoeken, vinden en straffen van de dader; over de raadselachtige wereld van rechtvaardige en onrechtvaardige volwassenen; over de indiaanse mythen en de Amerikaanse werkelijkheid; over jongensvriendschap en trouw; over snel volwassen worden in de hectische natijd van de verkrachting van zijn moeder.

Het zoekverhaal of de detective op zich is al spannend genoeg en levert een paar boeiende zijpadvertellingen op (Joe meent dat een pater de schuldige moet zijn). Het vinden van een pop volgestopt met honderd-dollar­biljetten in de buurt van de plaats delict levert weer nieuwe intriges op waarbij hoge politieke kringen zijn betrokken. De ontmoeting met de ­vondelinge Linda Lark, tweelingzus van Linden, de dader, onthult een wereld van onthutsende ­liefdeloosheid onder volwassenen. En toch is de meest fascinerende verhaallaag die welke begint met een geestverschijning, als introductie op de

indiaanse mythische geestenwereld achter ‘het ronde huis’ aan het reservaatsmeer.

Erdrich verweeft die zo natuurlijk in haar detective en psychologische ontwikkelings­roman dat de lezer begrijpt dat de werkelijkheid nooit eenduidig kan zijn: Joe’s grootvader Mooshum praat in zijn slaap. De kernmythe die hij in bed vertelt en waarnaar Joe luistert, is die van de vrouw Akiikwe, die een zoon heeft met een opdracht: hij moet zijn moeder doden omdat die zou worden bezeten door wiindigoo, een kwade geest. Maar zij hult zich in een bizonhuid en blijkt welhaast onsterfelijk. Dat deze mythe alles te maken krijgt met zoon Joe en moeder Geraldine Coutts spreekt in een uitstekende roman vanzelf. De plaats delict, het bizonlied en de marginale rol van de indiaan komen samen in wat de oude bizonvrouw steeds zegt: ‘Jullie volk is door ons bizons in het verleden verenigd. Jullie clans hebben ons wetten gegeven. Jullie hadden veel regels waarnaar jullie leefden. Regels die ons respecteerden en jullie dwongen samen te werken. Nu zijn we er niet meer, maar aangezien jullie vroeger schuilden in mijn lichaam, begrijpen jullie het nu. Het ronde huis zal mijn lichaam zijn, de palen mijn ribben, het vuur mijn hart. Het zal het lichaam van je moeder zijn en dat moet op dezelfde manier worden gerespecteerd.’

De vriendschap tussen Joe en zijn vrienden Zack, een arme donder, en Cappy, die hopeloos verliefd wordt op een meisje uit een andere staat, weerspiegelt een wereld waarin Joe zich kan uitleven in zijn rechtvaardigheids­gevoel. De wereld van volwassenen is veel minder betrouwbaar en enigszins bedreigend, ook seksueel. Hoogtepunt in het vriendschapsverhaal is de uiteindelijke voltrekking van de doodstraf voor de dader, die vrij rondloopt omdat de verkrachting plaatsvond op een onbekende plek en het recht ‘dus’ zijn loop niet kan hebben. Op het moment suprême helpt Cappy hem, waarna de vrienden de staat uit vluchten met een auto, die zijn bestemming niet haalt. Was het doden van de dader onrechtmatig? Dat hangt af van welke wet je toepast. Als Linden Lark samenviel met een wiindigoo kwam het uitvoeren van zijn straf voort uit een oude wet.

Louise Erdrich heeft een schrijnend onrecht in Amerika – één op de drie indiaanse vrouwen wordt verkracht, 86 procent van de verkrachters is blank en wordt vaak niet eens aangeklaagd – op een effectief narratieve wijze (een multatuliaans offensief) aan de orde gesteld. Ze heeft er prijzen voor gekregen, maar de wetten zijn nog steeds niet aangepast.


Louise Erdrich

The Round House

Harper, 321 blz.,

€ 29,99