Het vinden van de stem

Twee naar na zijn dood is J.D. Salinger nog steeds een mysterie. Liet hij volle lades achter? Wat wel zeker lijkt is dat hij aan het eind van zijn schrijverschap volledig wabi sabi was.

Met het sluiten van Megaupload en het afknijpen van The Pirate Bay komt er een einde aan een vorm van piraterij die even onschuldig als curieus is. Vanaf nu wordt het nog moeilijker om de hand te leggen op de ongepubliceerde teksten van J.D. Salinger. Ik wist niet eens dat die vorm van piraterij bestond, tot Oek de Jong mij vertelde over een Salinger-volgeling die hem (nudge nudge, wink wink) had toegefluisterd dat hij alles bezat en bereid was om dat digitale bezit te delen.
‘Hou jij dan zo van Salinger?’ vroeg ik.
'Nee, nee’, zei hij, 'eigenlijk alleen van Franny and Zooey en…’
'Raise High the Roof Beam, Carpenters’, vulde ik aan. 'Die tomeloze bewondering voor The Catcher in the Rye… Ik heb het nooit begrepen.’
Dit zijn uitspraken die je in bepaalde omstandigheden beter niet kunt doen, als je tenminste een handgemeen wilt vermijden. Want Salinger is meer dan de schrijver J.D. Salinger. Hij is een cultus, een mysterie, zijn volgelingen heten salingerites. Daarom zwerven zijn ongepubliceerde teksten rond op het net, waar ze door Zij Die In Hem Zijn worden gezocht met dezelfde nerveuze urgentie waarmee de junk op pad gaat voor zijn ochtendshot.
Groter dan de schrijver en zijn werk is Het Raadsel, en er gaat niets boven dat of een vroege dood om een cultus te creëren die een hele generatie veertigers en vijftigers gevangen houdt in dezelfde mist van nostalgische zelfbevlekking waarmee ieder jaar dezelfde tien beste platen in de top-2000 worden gekozen. Want dat is de overeenkomst tussen The Catcher in the Rye en Hotel California van The Eagles: een jeugdsentiment dat elke kritiek dempt en de lezer of luisteraar telkens weer terugvoert naar Toen Wij Nog Jong Waren En De Wereld Vol Belofte.
Sommige schrijvers worden in één klap beroemd en zijn meteen de lieveling van het publiek. Ze hebben een vinger aan de pols van de tijd, hun boeken worden 'noodzakelijk’ gevonden en wie ze leest herkent een levensgevoel dat verbonden is met het hier en nu. Maar aan dat plotsklapse, het noodzakelijke en het actuele kleeft een uiterste houdbaarheidsdatum. Alleen een vroege dood biedt in dat geval soelaas. Dan worden schrijver en werk geconserveerd in beeld dat nauwelijks kan worden aangetast en rest niets dan de tantaliserende gedachte dat hij of zij nog zoveel hadden kunnen doen als…
Jerome David Salinger koos voor een vorm van kluizenaarschap die neerkwam op zijn dood als schrijver, en hoewel er nog steeds hoopvol gestemde volgelingen zijn die geloven dat hij in zijn afgelegen huis in Cornish, New Hampshire, immer doorschreef en verhaal na roman in lades stopte, is daar iets meer dan twee jaar na zijn dood geen enkele aanwijzing voor. Zelfs de beruchte ongebundelde teksten mogen nog steeds niet verschijnen en zoals dat gaat met wat verboden is, zijn ze het onderwerp van levendige illegale handel en liggen inmiddels alle exemplaren van de tijdschriften waarin ze ooit verschenen kapotgesneden en geplunderd in bibliotheken en archieven.
Waarom pleegde hij deze merkwaardige vorm van literaire zelfmoord? Uit de biografie die een jaar na zijn dood verscheen (Kenneth Slawenski’s J.D. Salinger: A Life) doemt het beeld op van een man die aan de ene kant lijdt onder een toenemende afkeer van de literaire industrie en aan de andere kant meer en meer gefascineerd raakt door een zeer particuliere mix van christelijke, hindoeïstische en boeddhistische ideeën.
Zijn eerste verhalen verschenen in de massatijdschriften die rond de Tweede Wereldoorlog populair waren in de VS. Pas toen The New Yorker zijn werk begon te publiceren kreeg het de vorm en inhoud die wij nu herkennen als vintage Salinger. Daarvoor was het nodig dat hij zich modelleerde naar de literaire verwachtingen van dat blad. En wat The New Yorker wilde, waren slice of life-verhalen die helder, begrijpelijk en well-made waren. Dat betekende een stevige samenwerking tussen de editor, en later de hoofdredacteur, van het blad en de schrijver. Hoewel Salinger die bemoeienis accepteerde, wees hij die van zijn uitgevers af en werd de relatie met hen steeds problematischer. In zijn biografie is dat een ontwikkeling die steeds minder de trekken krijgt van een eigenzinnig en eigenwijs auteur en steeds meer gaat lijken op een obsessie die onafwendbaar leidt tot het bittere einde van, soms lange, vriendschappen.
Het is vreemd dat een oosters-spiritueel angehauchte man als hij niet in staat was tot een vorm van boeddhistische onthechting die de karakters in zijn sterkste en meest spirituele werk zo overtuigend bepleiten.
Maar misschien is het gevecht tussen de onthechting en het hechten juist de kern van Salingers oeuvre. In Franny and Zooey wordt het thema uitgewerkt. In de eerste novelle, Franny, is Franny verslingerd geraakt aan het Jezus-gebed, dat zij heeft opgedaan uit De weg van de pelgrim. Dat boekje, auteur onbekend, vertelt het verhaal van een eenvoudige Russische pelgrim die op pad gaat om het onophoudelijk bidden te leren kennen, een vorm van mystieke meditatie die het eindeloos reciteren behelst van 'Heer Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar’. Franny, die een lunchafspraak heeft met haar vriend Lane, is vermoeid en afwezig als haar trein aankomt. Al bij de begroeting blijken hun werelden sinds de laatste ontmoeting twee verschillende te zijn. Hij behoort tot die van de dagelijkse werkelijkheid van examens en maatschappelijke perspectieven, zij tot die van de spirituele queeste. En waar hij met de vroegwijsheid van de veelbelovende jongeman pocht over zijn paper over Flaubert en de mogelijkheid van publicatie, denkt Franny dwangmatig aan het boekje in haar tas en vecht ze tegen schuldgevoelens omdat ze Lane en zijn gewichtigdoenerij onecht en onoprecht vindt. Ze ziet weliswaar haar eigen zelfgenoegzaamheid en zijn vertederende poging om indruk te maken met wat zij juist is gaan afwijzen - bezit, of het nu geestelijk, geldelijk of van aanzien is -, maar wat ze nog niet ziet, en dat leidt tot haar crisis, is dat ook spirituele rijkdom een vorm van bezit is en dat ze een religieuze snob is geworden die geen contact meer kan maken met de werkelijke wereld en gewone mensen.
Dat conflict is Salingers levenslange conflict, het leidt tot het heftige Sprechgesang van The Catcher in the Rye, tot de inherente triestheid van Nine Stories en de meanderende novelles in de laatste twee bundels. Het zijn die twee bundels novelles die het einde van zijn schrijverschap bevatten, omdát ze zo goed zijn en waaróm ze zo goed zijn.
De kritiek bij verschijning was dat die teksten veel minder beheerst, gestructureerd en well-made waren dan zijn vorige werk was. Ze bevatten lange uitweidingen, er was veel telling en vaak weinig showing, ze waren op het aanmatigende af didactisch en ze leken geschreven zonder al te veel oog voor structuur en compositie. Salinger had de rigide richtlijnen van The New Yorker losgelaten (en dus van de heersende literaire kritiek) en leek te schrijven vanuit het verhaal zelf, en als dat verhaal verteld wilde worden op een haast organische, onliteraire manier dan was dat maar zo. In de novelles legde Salinger de pose van de literatuur af om alleen nog te luisteren naar zijn eigen stem.
Ik verdeel schrijvers onder in twee groepen: zij die in eerste instantie uitgaan van het verhaal (actie, gebeurtenissen) en zij die bij de taal beginnen. Dan zijn er nog die in hun oeuvre een ontwikkeling van het een naar het ander doormaken. Philip Roth schreef in het begin van zijn loopbaan een aantal uitgesproken anekdotische boeken (Goodbye Columbus, Letting Go) om vervolgens de orale verteltechniek met volle kracht te introduceren in de stapelmonoloog die Portnoy’s Complaint is. Roth is zich blijkbaar bewust geweest van de omslag die zich in zijn werk voltrok. In het eerste deel van de Zuckerman-cyclus introduceert hij E.L. Lonoff, een door Nathan Zuckerman zeer bewonderde schrijver.
Zuckerman heeft in een vlaag van verstandsverbijstering werk naar deze literaire god gestuurd en wordt tot zijn verbazing uitgenodigd voor een bezoek. Hyperventilerend van ontzag staat hij zo op een dag voor de deur van Lonoffs afgelegen huis. Daar blijkt de kluizenaar die zijn verhalen soms 27 keer herschrijft veel vriendelijker en toegankelijker dan Zuckerman ooit had kunnen vermoeden. En niet alleen heeft Lonoff de verhalen van zijn jonge collega gelezen, hij zegt er zelfs iets over:
’“Look, I told Hope this morning: Zuckerman has the most compelling voice I’ve encountered in years, certainly for somebody starting out.”
“Do I?”
“I don’t mean style” - raising a finger to make the distinction. “I mean voice: something that begins at around the back of the knees and reaches well above the head (…)”’
Lonoff zegt, indirect, dat het mogelijk is dat een schrijver nog niet zo'n geweldige stijl of techniek heeft, maar al wel 'een stem’ kan hebben. Dat betekent dat de keuze voor 'oraliteit’ niet een bewuste keuze hoeft te zijn. Men kan er ook mee geboren worden en daardoor min of meer gedwongen zijn op een bepaalde manier te werken.
Voor schrijvers die uitgaan van het orale ligt het begin van het verhaal in de transformatie van woord tot emotie: waar uit een zin ineens een stem oprijst, klank, melodie, toon vooral, een stem die de belofte in zich draagt van een nieuw verhaal. Voor Salinger kwam de stem terug in de twee novellenbundels. Waar hij in Nine Stories nog toegegeven had aan het verlangen van The New Yorker naar compacte, heldere slice of life-verhalen, stond hij zichzelf nu toe om naar de stem te luisteren. Het was de vervolmaking van zijn persoonlijke literaire en spirituele queeste. Hij had inderdaad, zoals de boeddha dringend aanbeveelt, losgelaten.
Maar wat kwam daarna?
Salinger trok zich terug in zijn huis op een heuvel in Cornish, bouwde een schrijfbunker, kocht er een huis bij waarin hij vervolgens niet alleen ging schrijven maar ook leefde, waarna de onvermijdelijke scheiding volgde, een tweede vrouw, de ouderdom en ten slotte de dood. De echte dood, want als schrijver was hij al overleden. Na Raise High the Roof Beam, Carpenters and Seymour: An Introduction verscheen er niets meer, want Salinger had de wereld verzaakt.
Of was er iets anders aan de hand?
Het is prikkelend om te denken dat er nog zoveel had kunnen komen, dat er nog een kist, kast, lade vol met manuscripten moet zijn. Datzelfde werd gedacht over Beckett, net als Salinger afkerig van de roem die gepaard ging met het succes. Ook over hem ging het verhaal dat hij, ondanks zijn lage productie, een kist vol onbekend werk zou bezitten. Maar het enige wat verscheen waren een oudere toneeltekst Eleutheria en zijn eerste, ongepubliceerde roman, Dream of Fair to Middling Women. Eenzelfde verhaal kan worden verteld over James Joyce, die na het kolossale Finnegans Wake niets van zich liet horen en van wie het ondenkbaar werd gevonden dat hij niet meer werkte. Maar ook van Joyce werden alleen oudere teksten postuum uitgegeven.
Salinger heeft waarschijnlijk niets meer gepubliceerd omdat hij klaar was. De novelles vormen de afronding van zijn schrijverschap. Daarin heeft hij de verwachtingen van kritiek en publiek losgelaten en de vloeiende, tastende vorm gevonden waarin hechting en onthechting een tegelijkertijd spirituele en praktische betekenis krijgen. Dat gebeurt in de slotscène, als Zooey zijn depressieve zuster via de telefoon van hun overleden broer Seymour vertelt dat ze vooral dat Jezus-gebed moet zeggen als ze dat wil, maar dat het belangrijk is de heiligheid te zien van de eenvoudige kom kippensoep die haar moeder haar de hele tijd probeert op te dringen. Salinger heeft de formele perfectie, de vlekkeloze techniek en de virtuositeit achter zich gelaten in die laatste twee bundels, en hoewel hem dat kwam te staan op stevige kritiek (John Updike vond Zooey te lang en schreef dat de twee delen uit balans waren en samen geen boek leken te vormen) had hij het boeddhistische esthetische ideaal bereikt dat wabi sabi wordt genoemd: iets wat juist door het niet-perfecte, tijdelijke en incomplete een gevoel van serene melancholie en spiritueel verlangen oproept.

J.D. Salinger, The Catcher in the Rye, EUR 8,95
J.D. Salinger, De vanger in het koren, EUR 18,90
J.D. Salinger, Nine Stories, EUR 10,50
J.D. Salinger, Negen verhalen, EUR 19,90
J.D. Salinger, Franny and Zooey, EUR 10,50
J.D. Salinger, Franny en Zooey, EUR 19,90
J.D. Salinger, Raise High the Room Beam, Carpenters, EUR 12,95
J.D. Salinger, Heft hoog de nokbalk, EUR 19,90
J.D. Salinger, For Esme: With Love and Squalor, EUR 10,50