Het visitekaartje van een nieuwe gastheer beeldende kunst

Veilige uitvalbasis, versterkte veste, Wunderkammer of schuilplaats. Een huis biedt een onuitputtelijke bron voor reflectie over wonen, identiteit, esthetiek en veiligheid. In een huis vindt de onontbeerlijke structuur in het leven concreet - binnen muren en kamers - maar ook psychologisch en symbolisch onderdak. Als vrijplaats voor de verbeelding is de rudimentaire modelwoning in W139 dan ook een perfecte vondst. De ongenaakbare achterzaal van het kunstenaarsinitiatief, een metershoge voormalige bedrijfsruimte, geeft zich voor één keer gewonnen. Door de 1:1 schaalverhouding van het ‘bleke’ huis wordt de ruimte een natuurlijk decor voor de expositie. Niet langer concurrent, maar medestander.

Midden in de hal staat de witte, ruime bungalow zonder deuren en ramen als een prototype van een open huis. ‘Mijn huis is jouw huis’, lijkt Koeman zijn gasten geruststellend toe te spreken. Maar de genode gasten betonen zich opvallend beleefd in hun schroom om de bungalow, een kunstwerk op zich, te annexeren. Want een goed gastheer schoffeer je niet!? De kunstenaars hebben het huis voor kennisgeving aangenomen en zijn als creatieve interieurspecialisten vooral decoratief en ludiek in de weer geweest. Brave gasten zijn het, met beide benen stevig op de grond. De meesten lijken nauwelijks affiniteit te hebben met het huis als vertrekpunt om vastgeroeste ideeën over woon- en leefruimte te onderzoeken. Ook de verbeelding, altijd lastig en onpraktisch, is vakkundig de mond gesnoerd. Nergens klinkt een klaterende, zelfverzekerde lach van inspiratie. De kunst is voorspelbaar en weinig confronterend verspreid over de verschillende kamers en blijft keurig binnen de omtrek van het huis. Evenals de gestileerde graffiti tussen de hulplijntjes op de muren van de wc. Niets prikkelends over de complexe verhouding binnen-buiten, niets verrassends over de invloed van een (afgebakende) ruimte op menselijk gedrag. In de living nodigt een luie stoel uit tot het bekijken van een video, die ergens tussen Discovery Channel en Kunstkanaal is blijven steken. In de werkkamer staan twee verdwaalde marsmannetjes in galerie-opstelling en aan de muur hangt een spiegeltje met resten van wit poeder (coke natuurlijk). Uit de slaapkamers klinkt stemmige muziek en in de keuken danst elektrische keukenapparatuur lusteloos op Je t'aime moi non plus…, een provocerend plaatje uit de jaren zeventig, dat nu ongevaarlijk en steriel klinkt. Even ongevaarlijk en steriel zijn de bijdragen van de kunstenaars in het 'bleke’ huis. Michael Raedeckers reliëfschilderij van een geblindeerd huis is een onnadrukkelijke, maar welsprekende uitzondering. Het huis van Koeman is als voorstel voor een tentoonstelling een te royale handreiking aan verkeerd gekozen, want gemakzuchtige kunstenaars, die de uitdaging met een slap handje begroeten. Wat overblijft is een levensgrote maquette met een prachtige, geënsceneerde lekkage in het toilet; een heldere, monumentale sculptuur met de storende ruis van een reguliere groepstentoonstelling die zich voegt naar de regels en wetten van een doorsnee galerie. + Zorgvuldige en perfect gefotografeerde observaties, die onwereldse beelden opleveren. In de foto’s van Frank van der Salm vervagen de grenzen tussen realisme en abstractie. Frank van der Salm - recent werk, 16 januari t/m 21 februari 1999 in het Nederlands Foto Instituut, Witte de Withstraat 63, Rotterdam. Di t/m zo 11.00 - 17.00 uur, tel. 010-2132011.