Distributiecentrum Albert Heijn Online in Eindhoven © Adrie Mouthaan / de Beeldunie

‘Deze mail is een wanhoopskreet. Misschien te laat voor Wojciech maar ik kan me oprecht niet voorstellen dat misstanden door de top van Olympia en Albert Heijn bewust genegeerd en in stand gehouden worden.’

Dit schrijft Joey in een mail aan het uitzendbureau en de supermarkt en hij zet De Groene Amsterdammer in de cc. Joey komt op voor zijn Poolse vriend Wojciech, die maanden in het distributiecentrum van Albert Heijn Online werkte. De maat is vol. Dat geldt ook voor Wojciechs collega Giannis, die contact zoekt met een advocaat. ‘Ik ben een mens en ik heb het recht om te spreken’, schrijft hij. ‘Ik heb het afgelopen jaar in de distributie gewerkt bij AH, en ik kan eerlijk zeggen dat dit het verschrikkelijkste jaar van mijn leven was.’

Drie jaar geleden schreven we al over de slechte omstandigheden in de distributiecentra van de grote supermarkten. Arbeidsmigranten hadden te maken met intimidatie, hoge werkdruk, onzekere diensten en korte contracten. Sindsdien blijven onze mailboxen volstromen met klachten, zoals die van Joey en Giannis.

Er is echter één groot verschil: de migranten van nu treden steeds vaker naar buiten over hun omstandigheden en weten beter de weg in Nederland dan jaren geleden. Sommigen nemen ontslag als het op het werk te erg wordt, leren de arbeidswet en Nederlands, worden lid van een vakbond of komen zelfs in opstand. ‘Ik ben nog steeds een call girl’, schreef een Poolse distributiemedewerker van Albert Heijn in Rotterdam ons. Maar we horen ook: ‘Morgen lever ik mijn kleren in en dan ben ik helemaal klaar met die plek.’

Het is een woensdag in december als Wojciech in het online distributiecentrum met zijn kar de bocht om rijdt, het volgende gangpad in. Dan stopt hij om boodschappen in te laden. Op dat moment komt er nog een orderpicker de hoek om. Die remt te laat af en botst: Wojciechs kar begint te rollen. Hij wil ingrijpen en pakt de kar vast. Net te laat. In een kettingbotsing van boodschappenwagens wordt zijn hand platgedrukt tussen het metaal. ‘Kurwa!’ roept hij van de pijn. ‘Dat is zo’n beetje het vaakst gehoorde woord op de werkvloer’, verklaart hij later.

De boodschappentrein stokt even. Wojciech voelt zijn hart kloppen in zijn hand en krijgt een zak ijs om te koelen, vertelt hij. ‘Na twintig minuten kwam de teamleider: “En, wil je naar huis, of blijf je?” Ik zei: “Ik wil naar het ziekenhuis.”’

Een röntgenfoto wees uit dat zijn pink gebroken was. De arts zette een spalkje en adviseerde hem even niet te werken. Maar als flexkracht bij uitzendbureau Olympia is hij dan meteen zijn baan kwijt: ‘Je wordt op de eerste ziektedag direct ziek en uit dienst gemeld bij het uwv. Het uwv verzorgt vanaf dat moment de beoordeling en de uitbetaling van een eventuele ziektewetuitkering’, schrijft het contract voor. In 2020 klopten om die reden zo’n twaalfduizend uitzendkrachten bij het uwv aan, drieduizend meer dan het jaar ervoor. De stijging komt volgens het uwv deels doordat meer bedrijven bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid kiezen voor een publieke verzekering, in plaats van een private. Maar ook doordat meer uitzendbureaus contracten ‘met uitzendbeding’ gebruiken – wat betekent: eindigt de opdracht om welke reden dan ook, dan eindigt ook je contract.

Dat is zo afgesproken in de cao voor uitzendkrachten. Daar heeft de fnv ook voor getekend, zegt Bart Plaatje. De Drentse vakbondsman kijkt een beetje gepijnigd. ‘Soms vraag ik me af of we daarin mee moeten gaan. Maar de onderhandelaar zegt dan: als wij niet tekenen, dan tekent de cnv wel, of het Alternatief voor Vakbond. En dan zit je nooit meer aan tafel.’

Weken na ons gesprek zet de fnv alsnog precies die stap: fnv, cnv én De Unie staken eind mei de onderhandelingen over de nieuwe uitzend-cao. Ze eisen doorbetaling van loon, zelfs als er geen werk is, en willen dat uitzendkrachten dezelfde arbeidsrechten krijgen als vast personeel. ‘Dat is precies waar de onderhandelingen op stuk zijn gelopen’, zegt Karin Heynsdijk, bestuurder bij fnv Flex. Inmiddels sloten de uitzenders hun cao wél met schijnvakbond lbv. ‘Het moet eens afgelopen zijn met die draaideur waar uitzendkrachten in zitten’, zegt vakbondsvrouw Heynsdijk. ‘We zijn op dit moment aan het kijken welke juridische stappen we kunnen zetten. Daarnaast roepen we onze achterban onder uitzendkrachten op om in actie te komen.’ En daarmee bedoelt Heynsdijk geen staken: ‘Dat is voor uitzendkrachten een brug te ver. Arbeidsmigranten verliezen makkelijk hun werk en dan ben je zwaar de pineut. Dat maakt het best dapper als mensen zich wél willen organiseren en in actie komen. Daar zijn we dingen op aan het ontwikkelen.’

Waar de fnv in 2018 nog enkele tientallen leden bij de arbeidsmigranten had, hebben zich inmiddels duizenden mensen aangesloten. De recentste acties leverden bijna tweeduizend nieuwe leden op. Daarnaast weten evenveel arbeidsmigranten de vakbond tegenwoordig zelf te vinden. ‘We gaan nu bouwen aan collectieve acties. Nu zijn we nog niet sterk genoeg, maar over een jaar moet toch wel overal de pleuris uitbreken, omdat mensen echt gaan opkomen voor zichzelf’, zegt Bart Plaatje, de vakbondsman die zich al acht jaar inzet voor uitzendkrachten en arbeidsmigranten.

Wojciech is niet de enige die geblesseerd raakte op de werkvloer van Albert Heijn Online. We spreken meerdere medewerkers die bij de fysiotherapeut lopen met arm- of rugklachten. Ook Patrycja (28), die in eerste instantie blij was met haar baan bij het distributiecentrum van Albert Heijn Online in De Meern, liep een blessure op. Na het werken op korte contracten bij een kippenfabriek, een plantverwerkingsbedrijf, een wasserij en een kattenvoerfabriek was het werk in de logistiek voor haar in eerste instantie een verademing: ‘Ik kon allerlei verschillende taken uitvoeren.’ Maar de productie werd opgeschroefd: ‘Mijn hand raakte overbelast van het zware tillen en uiteindelijk scheurde mijn pees.’

‘Ik ben een sportieve man, hard werken is voor mij geen probleem. Maar ik heb nog nooit een baan gehad die me zoveel stress geeft’, zegt Wojciech. Hij mocht terugkomen bij Olympia en Albert Heijn toen zijn hand eenmaal geheeld was. ‘Iedereen is gestrest daar’, zegt de Poolse twintiger Gosia. Meerdere medewerkers van Albert Heijn Online wijten de stress aan de ‘normen’ – het aantal producten dat de werknemers elk uur móeten scannen en inpakken. Maar het precieze aantal is ze niet duidelijk. Het ligt rond de 320 per uur. Maar er staat 360 op de ‘scorelijst’ die we inzien. Begin vorig jaar was dat nog zo’n 260, zegt Giannis, een Griekse magazijnmedewerker.

De norm voelt extra arbitrair omdat geen enkele bestelling hetzelfde is, vertellen medewerkers. ‘Eén keer had ik geluk, toen mocht ik vierhonderd chocoladerepen verzamelen. Toen haalde ik ineens 520 producten in één uur. Met het ene karretje lukt het me om de “norm” te halen, en met het volgende karretje niet. Maar ik kan niet beïnvloeden welke producten ik moet pakken!’ zegt Wojciech. De norm drukt zo zwaar op de medewerkers dat ze niet naar het toilet durven te gaan. De computer stopt niet met tellen. Desgevraagd zegt Albert Heijn dat het productiestreven zo is berekend dat toiletbezoek mogelijk is, zelfs als de teller doorloopt.

Medewerkers vragen vaker om uitleg, maar hoe die norm precies wordt berekend, is de orderpickers onduidelijk. ‘Ik probeerde erachter te komen hoe de normen werken, maar niemand kon het me uitleggen’, zegt Gosia. En dat terwijl het getal allesbepalend is voor de boodschappenverzamelaars. In Amsterdam worden lijsten aan de muur gehangen waarop medewerkers kunnen zien hoe ze scoren. Op de lijsten die we zagen, kleurt één derde van de medewerkers rood – ze presteren ondermaats. Nog een derde is geel: ‘danger zone’.

Gosia: ‘Ze schreeuwen en noemen je een idioot recht in je gezicht’ Giannis: ‘Dan is het: waarom doe je het zo langzaam’

Wie tekortschiet krijgt het te horen, en dat gaat niet vriendelijk. ‘Ze schreeuwen en noemen je een idioot recht in je gezicht’, zegt Gosia. ‘Dan is het: waarom doe je het zo langzaam’, zegt Giannis. ‘Nooit een menselijke vraag zoals “hoe gaat het, waarom lukt het minder goed dan gisteren?” Leidinggevenden gedragen zich als een soort dictators en verbieden ons soms water te drinken of te plassen.’

Wojciech zag regelmatig collega’s huilen, vaak heimelijk maar ook openlijk wanneer iemand naar huis werd gestuurd, wat wekelijks gebeurt. ‘Eén keer hoorde ik een Poolse man huilen in een toilethokje. Ik vroeg wat er was: hij was voor zijn pauze erop aangesproken dat hij niet snel genoeg was en zijn baan kon verliezen.’ Gosia ontmoette haar beste vriendin in Nederland, huilend tussen de schappen. ‘Ze had iemand gevraagd zijn karretje te verplaatsen zodat ze erlangs kon, die was toen tegen haar gaan schreeuwen. Ik heb haar toen geknuffeld, ondanks corona.’

Albert Heijn ontkent dat het er zo ruw aan toe gaat op de werkvloer. Wat de normen betreft: ‘Als de medewerker hier moeite mee heeft gaan wij met diegene in gesprek om te kijken hoe we dit samen kunnen verbeteren.’ De supermarktketen zegt dat een prettige en veilige werkomgeving voorop staat: ‘Wij vinden het vervelend om te horen dat sommige medewerkers dit niet zo ervaren.’

Ook uitzendbureau Olympia gaat met medewerkers in gesprek als de norm halen niet lukt, zeggen ze: ‘Indien iemand structureel enkele weken geen verbetering laat zien en zich niet kan verenigen met de norm, kijken we naar werk dat wél bij zijn of haar kwaliteiten past.’

Volgens de orderpickers betekent dit: ontslag. De doorloop op de werkvloer is groot. Elke week komen er in Amsterdam vijf tot tien nieuwe orderpickers bij in de pool van ongeveer vijfhonderd, en vertrekken er een gelijk aantal, zien we op lijsten waar de inpakscores van alle uitzendkrachten te zien zijn.

Dat de teamleiders druk zetten, intimideren en onaardig zijn ontkent Albert Heijn met klem: ‘Er wordt gecommuniceerd vanuit respect voor collega’s. De veiligheid en het welzijn van onze flexkrachten staat altijd voorop.’

De flexkrachten werken meestal zes dagen per week. Vrij vragen is moeilijk. ‘Er zijn te veel bestellingen’, hoort Giannis dan. ‘De “flex” in flexkracht werkt maar één kant op, zegt Wojciech. Voor Lukasz, orderpicker bij Albert Heijn Online, was 2020 wat dat betreft een zwaar jaar: ‘De werkdruk is zacht gezegd overweldigend. Deze hoeveelheid werk heb ik nog nooit eerder gezien bij Albert Heijn. De norm in coronatijd is onacceptabel. Eerst moest je 150 orders per dag verzamelen, nu 180.’

Lukasz was vorig jaar nog te bang om hierover met ons te praten. Nu wil hij dat de wantoestanden naar buiten komen. Hij heeft aan die stressvolle periode allerlei lichamelijke problemen, waaronder rugklachten, en mentale problemen overgehouden. Waar hij het hele jaar bang voor was, gebeurt in maart 2021: zijn partner en collega heeft Covid-19 opgelopen op de werkvloer en is weken hondsberoerd geweest. ‘Ze hoest nog steeds en is erg zwak. Gisteren viel ze van de trap. Daarnaast slaapt ze slecht en heeft ze problemen met haar geheugen en hart.’

Volgens Albert Heijn groeit het aantal klanten dat online boodschappen bestelt inderdaad, maar bouwde het bedrijf in één jaar tijd ook drie nieuwe distributiecentra voor online bestellingen zodat ze ‘de capaciteit, het werk en medewerkers goed kunnen verdelen’. Daarnaast laat de supermarktketen weten al een jaar extra maatregelen te nemen voor de veiligheid van de medewerkers tijdens het werk.

Die gelden in de praktijk niet, oordeelt Wojciech. Hij vertelt dat er altijd één medewerker met een oranje hesje aanwezig is om op het naleven van de coronaregels te attenderen. ‘Niemand luistert ernaar’, zegt hij als hij foto’s deelt waarop groepjes medewerkers dicht op elkaar staan. Lukasz zei tijdens de eerste golf van de coronacrisis tegen een manager dat meer veiligheidsmaatregelen getroffen moesten worden, zoals bijvoorbeeld het verlagen van de norm. ‘Elke keer kreeg ik te horen dat “mijn gedrag niet welkom was bij Albert Heijn”. En dat er “genoeg andere plekken” waren waar ik kon werken als ik niet tevreden was.’

Wie heel even niet presteert vliegt eruit. Wie vaak teleurgesteld wordt, stopt als de kans zich aandient. ‘Ik kwam hier om geld te verdienen en mijn leven te verbeteren, maar het voelt als leven in gevangenschap. De enige manier om iets te veranderen is ontslag nemen’, zegt Lukasz. Wojciech werd ontslagen. Naar eigen zeggen omdat hij ‘uit zijn slof schoot en scheldwoorden gebruikte, nadat hij genegeerd werd’, terwijl het uitzendbureau op scheldpartijen een ‘zero-tolerance-beleid’ voert. Voor Patrycja werd de situatie onhoudbaar: ze moest wisselen van uitzendbureau en de gegarandeerde uren werden bijna gehalveerd. ‘Er werden veel jongeren aangenomen en mensen die er al langer werkten kregen minder uren.’ Voor meer uren moest ze bij de Poolse coördinatoren zijn. ‘Daar moet je vriendjes mee zijn, en smeken om meer uren.’

Ze nam ontslag: ‘Ik had financieel gezien meer uren nodig, tegelijkertijd was de werkdruk niet vol te houden.’

De meeste arbeidsmigranten spreken slechts een paar woorden ‘Albert Heijn-Nederlands’. Woorden als ‘corvee’, ‘houdbaar’, ‘opleider’, ‘rooster’, ‘fase A-contract’. Toch besluit een groeiende groep om Nederlands te leren. Omdat ze zich hier willen vestigen, of beter willen opkomen voor hun rechten. Samen met een collega van Albert Heijn meldt ook Patrycja zich aan voor een taalcursus bij Tulipan, een taalschool voor Polen in Nederland. En zij is niet de enige. Annemarie Cappellen-de Zeeuw, mede-initiatiefnemer van de taalschool, ziet haar studenten met elke les sterker en zelfverzekerder worden. ‘Ze zijn vaak zo afgestompt, voelen zich niet meer dan een nummer en zijn geïsoleerd, overgeleverd aan het systeem. Ik wil ze meegeven dat we niet zonder ze kunnen, dat de economie grotendeels op ze draait. En dan zie ik ze groeien.’

Voor Patrycja zorgt de taalcursus voor nieuwe kansen op de arbeidsmarkt: ‘Inmiddels heb ik zelfs een sollicitatiegesprek gehad in het Nederlands. Ik hoop op deze manier een betere baan te kunnen bemachtigen met meer vastigheid en betere werkomstandigheden. Ik droom ervan om uiteindelijk een Nederlandse mbo-opleiding te kunnen doen.’ De saamhorigheid onder arbeidsmigranten groeit. Wojciech heeft inmiddels een nieuwe baan gevonden, maar vindt het nog even belangrijk dat het verhaal naar buiten komt. Na het interview, terwijl we onze fietsen al van het slot halen, loopt Wojciech nog één keer op ons af: ‘Ik hoop echt dat dit iets kan veranderen voor de mensen die daar nu nog werken.’


De namen van Gosia, Giannis en Lukasz zijn gefingeerd omdat zij vrezen hun baan bij Albert Heijn te verliezen en voor hun inkomsten afhankelijk zijn van hun werk. Hun volledige namen, en de achternaam van Patrycja, zijn bekend bij de redactie