Het volgende bedrijf van de minimumloonklucht

Het politieke debat over het minimumloon begint zo langzamerhand lachwekkende vormen aan te nemen. Klassiek staan VVD en PvdA in dit debat tegenover elkaar: de VVD is voor afschaffing, de PvdA voor handhaving.

In het paarse regeerakkoord leidde dat tot de D66-achtige afspraak dat er een tijdelijke ontheffing van het minimumloon mogelijk zou worden. Een werkgever mag een werknemer twee jaar lang minder dan het minimum betalen, op voorwaarde dat die werknemer dan scholing krijgt. Omdat behalve de VVD inmiddels ook het CDA voor afschaffing was, kwam de PvdA steeds geïsoleerder te staan. Tot een paar weken geleden. Toen liet de nieuwbakken CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer ineens weten er inmiddels anders over te denken. D66-woordvoerder Bakker, tot voor kort ook een verklaard voorstander van afschaffing van het minimumloon, volgde en zo verdampte een solide lijkende meerderheid voor afschaffing van het minimumloon en stond de VVD in het debat van vorige week ineens in de kou.
De redenen voor deze plotselinge koerswijziging liggen voor de hand. In een tijd waarin de banengroei geweldig is, de werkloosheid daalt en iedere Nederlander er van het kabinet wat bij krijgt, maak je je niet populair met een pleidooi voor verlaging van het minimumloon.
Maar hoe goed het ook gaat met Nederland, er zijn nog altijd meer dan een miljoen werklozen. De kern daarvan wordt alleen maar harder - in Rotterdam bijvoorbeeld zitten zo'n 30.000 mensen langer dan vijf jaar in de bijstand, van wie de helft al langer dan tien jaar - en daarmee onbereikbaarder voor het ‘werk, werk, werk’-scenario van het kabinet. Ruwweg zijn er twee manieren om dat probleem te lijf te gaan. De eerste is die van de 'sluitende aanpak’: iedereen die langer dan een half jaar werkloos is, krijgt een baan, hetzij bij de overheid, hetzij in de marktsector via een door de overheid opgelegde quoteringsregel. Deze aanpak is duur en vergt een sterke overheidsinmenging in bedrijven en in privé-levens van burgers. De andere methode laat de markt zijn werk doen. Regelingen die de positie van werknemers beschermen, zijn daarin even zovele belemmeringen voor een baan. Het minimumloon, de ontslagbescherming, het dient allemaal afgeschaft. Als klap op de vuurpijl moeten uiteindelijk ook de uitkeringen een flink eind omlaag. Dat dwingt mensen elke baan te accepteren. Wie werkend niet meer aan een fatsoenlijk minimum kan komen, kan dan via toeslagen aan z'n trekken komen.
In Nederland doen we van alle twee een beetje: we hebben wel Melkert-banen, maar geen quoteringsmaatregelen. We verlagen het minimumloon en de uitkeringen niet, maar we bevriezen ze desnoods een tijdje. Zo tekent het volgende bedrijf zich al af: na de verkiezingen komen VVD en PvdA als de grootste partijen opnieuw tot een procedureafspraak over een discussie over het minimumloon in ruil voor het 'witten’ van de Melkert-banen. Afhankelijk van het moment waarop de volgende economische dip zich voordoet, komt het minimumloon dan weer op de agenda. Want het is niet de aard van de maatregel die het verloop van de discussie bepaalt, maar het moment waarop hij zou moeten worden genomen.