Jongeren en gelovigen vinden elkaar in Syrië

Het volk eist de val van het regime

Een corrupt systeem, economische recessie en nationalisme voeden de woede tegen het Syrische regime, vooral in islamitische voorsteden zoals Irbin. Eer en wraak tegen de ordetroepen nemen toe, de repressie ook.

OP TWINTIG minuten rijden ten noordoosten van Damascus ligt het ultraconservatieve stadje Irbin. In Irbin lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. De centrale winkelstraat bestaat voornamelijk uit houtsnijders en meubelmakers. Restaurants, theehuizen en andere uitgaansgelegenheden zijn hier een onbekend fenomeen. Mannen lopen rond in wollen broeken, ouderwetse overhemden en dragen een nette scheiding in hun haar. Vrouwen vertonen zich alleen op straat in lange zwarte jassen en met een sluier die het aangezicht volledig bedekt. Irbin vertegenwoordigt het conservatieve soennitische gezicht van de Syrische samenleving. Armoede, wijdverbreide corruptie en keiharde repressie hebben ervoor gezorgd dat in Irbin vrijwel iedereen tegen de regering is.

Enkele jaren geleden vond er in Damascus een ongeorganiseerde aanval plaats op het nationale televisiestation. Pubers kwamen, gewapend met oude jachtgeweren, in een truck aanrijden met het onduidelijke doel het televisiestation te bezetten. De veiligheidsdiensten waren al lang op de hoogte van het plan en stonden hen op te wachten. Toen de jongeren uit de truck sprongen, openden de agenten direct het vuur. Het resultaat: vier doden en vier gewonden. De daders, allen tussen de zeventien en negentien jaar, waren afkomstig uit Irbin.

Direct hierop volgde een massale arrestatiegolf in Irbin. In een tijdsbestek van een week pakte de veiligheidsdienst tientallen jongeren op. Ook de zeventienjarige zoon van de lokale imam Abdou werd in een wit busje afgevoerd naar onbekende bestemming. ‘Maandenlang leefden wij in onbeschrijflijke onzekerheid’, vertelt de imam emotioneel. 'Pas na drie maanden kwamen wij erachter waar zij hem naartoe hadden gebracht.’

Maandenlang verbleef zijn zoon in een isoleercel van twee bij twee meter in de gevangenis van een beruchte afdeling van de veiligheidsdienst. Met grote regelmaat werd hij mishandeld en geslagen met elektriciteitskabels. Uiteindelijk werd hij vrijgelaten met de betekenisloze woorden: 'Sorry, we hebben ons vergist.’ Desondanks staat hij bij de overheid nog steeds bekend als religieus extremist, waardoor hij niet meer vrij kan reizen en geen overheidsfuncties meer kan vervullen. 'Dit is terreur’, roept de imam verbitterd uit. 'Hij was onschuldig. Bovendien was het nog maar een kind.’

Irbin is niet de enige stad waar de woede tegen het regime groot is. 'Terreur’ van de overheid, een tot op het bot corrupt systeem dat drijft op connecties en smeergeld, en een economie in recessie zorgen ervoor dat in de gehele ring van verpauperde islamitische voorsteden rond Damascus grote tegenstand tegen de regering is. Het is dan ook niet vreemd dat demonstraties tegen het bewind begonnen in de stad Douma even verderop, die net als Irbin vele politieke gevangenen kent. Na het vrijdaggebed verlieten gelovigen de moskee in Douma en bezetten het plein voor het gemeentehuis. De veiligheidsdienst greep meteen hard in en schoot gericht op de betogers. Zeventien mensen kwamen hierbij om het leven, waaronder twee inwoners uit Irbin, die naar Douma waren gegaan om mee te demonstreren.

Het overlijden van de twee mannen en de emotionele begrafenis die hierop volgde waren de directe aanleiding voor demonstraties in Irbin. Op pamfletten uitgedeeld bij de moskee werden inwoners opgeroepen om na het vrijdaggebed de straat op te gaan. Ondanks waarschuwingen van de plaatselijke imams verzamelden zich na de preek een kleine vijfhonderd man op het centrale plein in Irbin om te betogen voor meer vrijheid en voor de vrijlating van de jongeren die sinds het incident met het televisiestation nog steeds vast zaten. De demonstranten hadden geen vlaggen of nationale symbolen bij zich. Ze hielden slechts een stok met een witte doek omhoog ten teken van vreedzaam protest. Veiligheidsdiensten die nog steeds bezig waren om de onrusten in Douma de kop in te drukken lieten zich in Irbin die dag niet zien.

Het is belangrijk om de demonstraties in Syrië niet alleen te bezien door een westerse bril als een strijd voor vrijheid en democratie. De traditionele Arabische cyclus van eer en wraak is minstens zo belangrijk. De directe voedingsbodem voor de protesten is het genadeloze optreden van de ordetroepen. Dit geldt voor Irbin, maar zeker voor de zuidelijke provincie Deraa, waar de opstand begon als gevolg van een conflict tussen de autoriteiten en plaatselijke stamleiders over de arrestatie en mishandeling van kinderen die antiregeringsleuzen op muren hadden gekladderd.

DE DEMONSTRANTEN trokken deze middag ook door de christelijke wijk van het stadje. Irbin kent een kleine christelijke minderheid, die net als de meeste andere christenen in Syrië niet deelneemt aan de betogingen tegen de regering. Afwachtend en bezorgd keken ze vanaf het balkon naar de demonstranten beneden op straat. Christenen in Syrië menen onder het huidige regime van president Asad, die zelf tot een religieuze minderheid behoort, een zekere bescherming te genieten. Hoewel politieke vrijheid niet bestaat in Syrië is in de huidige seculiere staat vrijheid van religie min of meer gegarandeerd. De christenen zijn doodsbang dat bij een eventuele revolutie soennitische moslims de macht zullen grijpen en de christelijke minderheid zullen onderdrukken. Pluralistische democratie staat voor de meeste christenen in Syrië gelijk aan soennitische dictatuur.

'Nu kunnen we nog ongesluierd de straat op’, legt een christelijk meisje uit Irbin uit. 'Als de moslims aan de macht komen kunnen we dat wel vergeten. Dan kun je een grote streep zetten door ons en alle andere religieuze minderheden in Syrië.’ De christenen verkiezen de zekerheid van een repressieve dictatuur boven een vrije, maar onzekere toekomst.

Het valt niet te ontkennen dat christenen en moslims in Syrië een moeizame verhouding hebben. Ze wonen in hun eigen wijken en leven grotendeels langs elkaar heen. In Irbin is het in het verleden voorgekomen dat opgeschoten jongeren stenen gooiden naar ongesluierde christelijke meisjes. Maar dit betekent niet automatisch dat een revolutie zal leiden tot islamitisch geweld tegen minderheden. Syrië kent geen recente geschiedenis van gewelddadigheden of aanslagen tegen christenen, zoals bijvoorbeeld in Egypte of Irak, en ook tijdens de recente protesten zijn er geen meldingen geweest van aanvallen op christenen. De demonstranten beneden maakten hun christelijke buren duidelijk dat zij niets hebben te vrezen. 'Moslims en christenen. Samen voor vrijheid’, werd er geroepen.

De betogingen hebben geen expliciet islamitisch karakter. De demonstranten zijn voornamelijk gewone jongeren zonder lange baarden of islamitische gewaden. De tijd van de Moslimbroederschap en extremistische moslims die strijden voor een streng islamitische staat is in Syrië lang voorbij. Ook in Irbin bleven de geestelijken thuis uit angst voor repressie of om hun baan te verliezen. 'Waar zijn onze sjeiks toch?’ vroeg iemand zich tijdens de protesten in Irbin verbaasd af.

DE WEKEN hierop namen de demonstraties in Irbin steeds in omvang toe. Inwoners die aanvankelijk thuis waren gebleven, sloten zich bij de betogers aan. Ook in de omliggende steden Harasta, Zamalka, Saqba en opnieuw Douma braken protesten uit. De demonstranten uit deze voorsteden besloten vervolgens gezamenlijk op te trekken naar Damascus. De veiligheidstroepen, verrast door dit initiatief van de betogers, slaagden er ternauwernood in om de menigte met traangas en waterkanonnen uiteen te drijven, voordat ze de hoofdstad kon bereiken.

Op 'Goede Vrijdag’ voor Pasen waren de overheidsapparaten beter voorbereid. Op alle belangrijke toegangswegen had het leger wegversperringen opgericht waar zwaar bewapende militairen iedere auto zorgvuldig controleerden. De president had de dag ervoor in een toespraak op de televisie nog aangekondigd dat vreedzame betogers niet voor hun leven hoefden te vrezen. Opnieuw verzamelden zich deze dag enkele duizenden inwoners uit Irbin en het nabijgelegen Zamalka op het centrale plein van de stad. De leuzen waren deze week echter anders dan voorheen. Politieke concessies waren niet langer goed genoeg. 'Het volk eist de val van het regime’, klonk het vanuit de menigte.

In antwoord op de beschuldigingen van de regering dat de demonstranten slechts zouden bestaan uit gewelddadige bendes en moslimterroristen die de verscheidene religieuze minderheden tegen elkaar willen opzetten, hielden de demonstranten borden omhoog: 'Vreedzaam protest’, 'Wij zijn geen salafisten, wij zijn geen extremisten, wij willen alleen maar vrijheid’, en 'Ik ben geen christen, geen alewiet, geen moslim en geen druus. Ik ben Syriër.’

De demonstranten besloten vervolgens, net als een week eerder, om op te trekken naar Damascus. Bij de brug van Zamalka werden zij bij de controlepost tegengehouden door militairen die waarschuwingsschoten in de lucht losten. Veel kans om om te keren kregen de demonstranten niet. Het leger schoot vrijwel onmiddellijk enkele rookgranaten af en direct hierop klonk automatisch-geweervuur. Demonstranten vielen tegen het asfalt. De menigte stoof uiteen en zocht een veilig heenkomen in de aangrenzende steegjes. Gewonden werden aan de schouders weggesleept om te voorkomen dat zij door de veiligheidsdiensten zouden worden opgepakt. Bij de schermutselingen in Irbin en Zamalka vielen die dag vier doden en tientallen gewonden.

'Toen ik het vuur hoorde, dook ik onmiddellijk op de grond’, vertelde een van de demonstranten na afloop bevend. 'Om mij heen vielen mensen getroffen tegen het asfalt. Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had, want ik kon nergens dekking vinden. Gelukkig wist ik ongedeerd een steeg te bereiken. Met een grote omweg ben ik uiteindelijk teruggelopen naar Irbin.’

'De man naast mij had mij gevraagd om toch vooral bij hem in de buurt te blijven’, verklaart hij verder. 'Hoewel wij achteraan stonden, was hij een van de eersten die neerviel. De schoten moeten gekomen zijn van scherpschutters uit de gebouwen achter ons. Hoe kan het anders dat mensen in een bovenwaartse hoek in hun zij en rug zijn geschoten?’

DE WEEK hierop vonden er in Irbin en in nabijgelegen steden massa-arrestaties plaats. Om twaalf uur ’s nachts omsingelden de veiligheidsdiensten Irbin en sloten het volledig van de buitenwereld af door landlijnen en mobiele netwerken plat te leggen. Hierop trokken 'agenten’ van de veiligheidsdienst met een lijst met namen van inwoners die bij de demonstraties aanwezig waren van deur tot deur. Met geweld drongen zij de huizen binnen en voerden de gezochte bewoners af naar onbekende bestemming. Bijna tweehonderd mensen werden afgevoerd.

Alles van waarde - geld, goud en juwelen - dat in de woningen aanwezig was, werd meegenomen. Eén gezin raakte enkele duizenden euro’s aan goud kwijt. 'Je moet dat zien als hun salaris’, merkte een inwoner van de stad cynisch op. 'De mannen die de arrestaties verrichten, zijn huurlingen die in ruil voor hun diensten alles wat zij vinden aan buit mee mogen nemen.’

Twee weken later liet de veiligheidsdienst de meesten van hen weer vrij. Zij vertelden gruwelverhalen over hun tijd in de gevangenis. De arrestanten waren geslagen, geëelektrocuteerd en gedwongen bekentenissen af te leggen. 'Dit is de nieuwe tactiek van het regime’, vertelde de man verder. 'Ze pakken mensen op en martelen ze. Vervolgens laten ze hen weer vrij zodat ze aan iedereen kunnen vertellen wat hen is overkomen. Zo proberen ze de bevolking schrik aan te jagen en de mensen te ontmoedigen om nog verder deel te nemen aan demonstraties.’

De president probeerde ondertussen de schijnbaar onherstelbare breuk tussen de regering en het volk te lijmen door middel van een nationale dialoog, waarin hij persoonlijke gesprekken voerde met vertegenwoordigers van het volk. In navolging van een eeuwenoude Arabische traditie waarin de leden van de stam op audiëntie komen bij de stamoudste ontving de president afvaardigingen uit alle steden waar demonstraties tegen het regime hadden plaatsgevonden, waaronder Irbin.

De zoon van imam Abdou was een van de tien uitverkorenen die hun opwachting mochten maken op het paleis. De president beloofde hem dat het leger en de veiligheidsdiensten zouden worden teruggetrokken uit de stad en dat de burgers zelf verantwoordelijk zouden worden voor de orde. Daarnaast herhaalde de president zijn eerdere beloften van politieke hervormingen, meer democratie en een vrije pers. Ten slotte liet hij op persoonlijk decreet de jongeren uit Irbin vrij die betrokken waren geweest bij de aanval op het televisiestation en tot levenslang waren veroordeeld voor terrorisme, in de hoop hiermee de lokale onvrede weg te nemen.

'Ik kan nog steeds niet geloven dat ik daadwerkelijk de hand van de president heb geschud’, vertelde de zoon van de imam, vervuld van opwinding over de ontmoeting met de president. 'Alles zal nu goed komen.’

Ondanks de vreugde in de stad over de vrijlating van de gevangenen waren de meeste inwoners van Irbin niet onder de indruk van de beloften van de president. De arrestaties, de razzia’s, de schietpartijen - er was te veel gebeurd. Op dezelfde dag van de vrijlating trok een groep inwoners dan ook door de stad, terwijl ze de gebruikelijke leuzen riepen: 'Het volk eist de val van het regime.’

DE DEMONSTRATIES in Irbin ontstaan, net als die in andere voorsteden van Damascus, min of meer spontaan na het vrijdagmiddaggebed, zonder uitgebreide coördinatie. Er is geen nationaal overkoepelend orgaan dat de demonstraties organiseert. De Facebook-pagina’s al-thawra al-suriyya en shabakat Sham, die beweren een platform te zijn voor de Syrische oppositie, roepen weliswaar elke vrijdag op tot demonstraties, maar hun werkelijke invloed is beperkt. Webpagina’s als deze worden in conservatie steden als Irbin nauwelijks gelezen, laat staan dat de inwoners aan dergelijke oproepen gehoor zouden geven.

Opvallend is ook dat de demonstranten bestaan uit voornamelijk ontevreden jongeren zonder toekomst. De beter gestelde en hoogopgeleide inwoners van Irbin (dokters, advocaten) blijven vooralsnog thuis. Hierin verschillen de Syrische protesten duidelijk van die in Egypte, waar hoogopgeleide tegenstanders van de regering een belangrijke rol speelden in de organisatie van de betogingen.

Dit alles is te wijten aan het feit dat een serieus platform voor nationale oppositie in Syrië ontbreekt. Wie zich in het verleden openlijk durfde uit te spreken tegen het regime is 'vermist’, in de gevangenis of gevlucht naar het buitenland. Wie vrij rondloopt en zich opstelt tegen het regime wordt met recht gewantrouwd en afgeserveerd als dubbelagent voor de inlichtingendiensten. Non-gouvernementele organisaties bestaan niet of hangen in werkelijkheid direct onder de regering. De Moslimbroederschap is sinds de repressie van de jaren tachtig effectief geëlimineerd en heeft in het huidige politieke klimaat van Syrië geen voet aan de grond. De activisten van de Damasceense Lente, de periode van relatieve politieke vrijheid direct na de dood van voormalig president Hafiz al-Asad in juni 2000 waarin werd opgeroepen tot democratische hervormingen en meer vrijheid, werden niet veel later voor tientallen jaren achter de tralies gezet. Individuele mensenrechtenactivisten, zoals Haythem al-Maleh, Suhayr Atassi en Riad Seif, vormen weliswaar het intellectuele gezicht van de opstand, maar staan in belevingswereld ver verwijderd van de soennitische demonstranten die daadwerkelijk de straat op gaan.

Ook hierin verschilt Syrië van Egypte. Daar werden oppositiepartijen als Kifaya, de partij van Ayman Nour, door de regering in zekere mate wel getolereerd. Deze marge van politieke vrijheid is in Syrië echter ondenkbaar. De afwezigheid van een nationale oppositie betekent ook dat er geen werkbaar politiek alternatief is voor het huidige regime. Velen beweren dan ook dat president Asad zelf het voortouw moet nemen bij het doorvoeren van hervormingen. Het is niet zo gek dat voornamelijk aanhangers van de president deze mening zijn toegedaan.

Op door de regering geplaatste billboards in Damascus staat te lezen: 'Hervormingen kennen één richting en staan onder leiding van Bashar’. Hiervoor lijkt het nu echter te laat. De brute wijze waarop het regime, ondanks presidentiële toezeggingen, de demonstraties heeft onderdrukt, toont aan dat de president niet van zins is, of niet in staat is, enige verandering teweeg te brengen.

Om te voorkomen dat de Syrische revolutie uitloopt op een complete chaos en sektarisch geweld, zoals in Irak, is het daarom zaak dat vertegenwoordigers van alle minderheden samenkomen en een nationale consensus sluiten. Zij moeten een verklaring opstellen op basis van wat alle Syriërs gemeenschappelijk hebben, waarin de rechten van alle minderheden worden gegarandeerd. Hierbij is een rol weggelegd voor Europese diplomatie. De Europese Unie moet zich inzetten om alle vertegenwoordigers in het buitenland samen te brengen, aangezien een dergelijke vergadering in Syrië vanwege de repressie niet mogelijk is.

Ondertussen nemen de betogingen in Syrië een steeds grotere omvang aan en is de regering ondanks een combinatie van repressie en valse beloftes, voorlopig niet in staat om het verzet de kop in te drukken. Imam Abdou uit Irbin weet het zeker. Ondanks de onderdrukking zullen in zijn stad Irbin volgende week vrijdag opnieuw mensen de straat op gaan.


Om veiligheidsredenen is de naam van de auteur niet vermeld