Het volk leest

‘Iedereen doet aan poëzie.’ Gelukkig maar. U bent niet alleen. Sterker nog: ‘Ongelukkig is de mens zonder idee van de magie van het slaapliedje, de troost van het rouwdicht, de tover van het liefdesvers.’

Zo maakt NRC Handelsblad ons warm voor de verkiezing van het Favoriete Gedicht van de Nederlander. En van een Poet Laureate, ‘die hier de eretitel “Dichter des Vaderlands” zal mogen dragen’.
Poetry International gaat het uitzoeken middels een landelijk onderzoek.
De uitslag van beide verkiezingen wordt bekendgemaakt aan de vooravond van de Eerste Landelijke Gedichten dag, op 26 januari 2000.
In tegenstelling tot alle literaire prijzen en onderscheidingen wordt de dichter des vaderlands dus door het Nederlandse volk gekozen, net als het beste, mooiste, pakkendste, ontroerendste gedicht aller tijden. Ook de literatuur democratiseert blijkbaar. Maar sinds wanneer wordt het volk geacht wijs genoeg te zijn (en voldoende smaak te hebben) om een poet laureate uit te verkiezen?
Iedereen doet aan poë zie, dat zal het wel zijn.
De nieuwe verhalenbundel (die wel een roman lijkt) van Vonne van der Meer, Eilandgasten, wordt breed toegejuicht. De kritiek is onder de indruk, door 'het schrijverschap van Vonne van der Meer, die met haar wondermooie pen, haar compositorische vernuft en haar sublieme observaties zelfs de onbeduidendste personages of voorvalletjes glans en diepte weet te verlenen’ (Elsbeth Etty), door haar 'schitterende eenvoud’, de 'gecontroleerde intuïtie’ (Dirk-Jan Arensman). Arjan Peters vindt een keerzijde: 'Vonne van der Meer beheerst het vak in die mate dat zij tot een voldragen glad boek als Eilandgasten in staat is. Er kan geen barst of uitbarsting van af. (…) Door een dergelijke ietwat zalvende mentaliteit, die in elk deelverhaal uit deze roman ten slotte zegeviert, krijgt Vonne van der Meer hoe langer hoe meer de trekken van een fee.’
Verhalen als mini-drama’s. Vrome sprookjes. Eilandgasten is een ode aan het kleine, het ingetogene, het stil en fijn geborduurde. Een boek als een priegelig handwerk, nauwgezet op de schoot gefabriekt. Daar houden we van, blijkbaar. Is dat Nederlands? Doe maar gewoon, dat is al eng genoeg.
Het tegenovergestelde hiervan is Margherita Pasquini. Zij debuteert deze week met de roman Verschroeide ossobuco. Lezen! Pasquini zoekt het grote gebaar, het uitbundige, het concrete, het brutaal en grof geschilderde. Verschroeide ossobuco is een monumentaal doek vol vegen en spatten en vlekken en rafelranden. Vol leven, dus. Vol beweging. Daar zullen we dan wel niet van houden. Zo geëxalteerd…
Gelukkig noemt de uitgever het op het achterplat voor de zekerheid alvast 'on-Nederlands’. Tssss.