Het Libische nationaal sentiment

Het volk wil één zijn

Het Libische Tauorga is veranderd in een spookstad. De bewoners zijn verdreven. Maar verder klinkt overal de wens om eenheid. In Libië is het ‘Libië’ dat de klok slaat.

TRIPOLI - Een poëzieavondje lijkt niet het meest voor de hand liggende uitje in Misrata. De havenstad likt haar wonden na de genadeloze rakettenregen die soldaten van Kadhafi afgelopen voorjaar lieten neerdalen op het centrum. Met hulp van de Navo wisten de rebellen het offensief uiteindelijk af te slaan, maar niet dan nadat de stad tot diep in het hart geraakt was. In de hoofdstraat staat geen gebouw nog overeind.
En nog steeds is de oorlog niet ten einde. Zestienduizend strijders uit Misrata vechten momenteel rond Sirte en Bani Walid of bewaken strategische punten in Tripoli. Veel publiek is er dan ook niet komen opdagen in de aula van de civieltechnische universiteit. De vijf jonge dichters malen er niet om. Onder het keurend oog van dr. Abdel-Moula al-Baghdadi, een van de grootste levende Libische dichters, leveren zij vol vuur hun bijdrage aan de voortdurende strijd. ‘Hier zijn we!’ declameert Faksal Sherif in het klassiek Arabisch. Zijn gedicht werd in maart op muziek gezet en groeide sindsdien in Libië uit tot hét revolutionaire strijdlied. De in Tripoli woonachtige Al-Baghdadi weet hoe hij zijn gastheren moet behagen. 'Jullie hebben de draak in zijn hol verslagen’, besluit hij de avond. 'O, strijders van Misrata, jullie zijn als de zonsopgang, maar stralen helderder dan de zon. Jullie zijn als de lente, maar geuren frisser dan de bloesem.’
Een uurtje later spoedt een deel van het gezelschap zich naar een soireetje dat enkele notabelen van de stad ter ere van de komst van Al-Baghdadi hebben georganiseerd in het huis van Abdulgasim Abulati, een gepensioneerde brigadegeneraal. Beleefdheden worden uitgewisseld en Al-Baghdadi neemt een exemplaar in ontvangst van Holocaust in Misrata, het boek dat de heer des huizes al in juni publiceerde over de opstand in de stad. Dan schaart het gezelschap zich rond twee enorme schalen met traditionele gerechten op het tapijt in de salon. Een gemetseld muurtje camoufleert een raketinslag met een doorsnede van anderhalve meter. Waarom wilde Kadhafi Misrata eigenlijk tegen iedere prijs op de rebellen terugveroveren? 'Misrata is de derde stad van het land, een rijke koopmansstad gelegen aan de kustweg tussen Tripoli en Benghazi’, legt Mohammed Zoubia, een joviale universiteitsdocent van begin zestig uit. 'Het vormt de “b” in het woord “Libië”, zoals we hier wel zeggen. Kadhafi dacht: wanneer ik erin slaag het verzet van Misrata te breken, kan ik het land desnoods in tweeën splitsen. Het oosten voor de rebellen; het westen voor mijzelf. Maar hij had buiten de bevolking van Misrata gerekend. Libië zal één zijn.’

WANNEER het gesprek op de recente gebeurtenissen in Tauorga komt, maakt Zoubia’s bonhomie plaats voor waakzaamheid. De stad, zo'n vijftig kilometer ten zuidoosten van Misrata, dankt haar naam aan de zwarte huidskleur van haar bewoners - nazaten van slaven die ooit wegens ziekte werden achtergelaten op de Libische kust. Inmiddels is Tauorga veranderd in een spookstad. Een paar weken geleden hebben strijders uit Misrata de laatste inwoners eruit verdreven. Aanvankelijk ontkent Zoubia dat ten stelligste, maar geconfronteerd met diverse getuigenissen geeft hij toe. 'We konden simpelweg niet anders. Na alles wat er gebeurd is hadden we recht op wraak.’
De weg naar Tauorga getuigt van de hevige strijd die hier tot ver in augustus werd gevoerd: doorzeefde lantarenpalen, kapotgeschoten bomen, uitgebrande pantservoertuigen. Het stadje, dat tot voor kort onderdak bood aan twintigduizend zielen, biedt een surrealistische aanblik. Huizen zijn overhoop gehaald en bijna overal is brand gesticht. In de kamers ligt kapotgeslagen huisraad op de grond, maar ook slingeren er foto’s en handgeschreven brieven. De enig overgebleven bewoners blijken schapen, kippen en een enkel rund. Verzwakt door dorst en honger struinen ze rond. Waar hun eigenaren zijn gebleven weet eigenlijk niemand in Libië precies. Een aantal families houdt zich schuil in vluchtelingenkampen rond Tripoli, zoveel is zeker. Mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch denken dat de rest naar pro-Kadhafi-bastions als Sirte, Bani Walid en Sabha is gevlucht. Of verder nog: de woestijn in richting Tsjaad en Niger.

TOEN DE OPSTAND in Misrata begin maart uitdraaide op een gewapend conflict met het regime werden omliggende stadjes als Tauorga en Zliten door het leger van Kadhafi tot garnizoensteden omgesmeed. Volgens de Misrati trokken gewapende bendes afkomstig uit Tauorga herhaaldelijk stelend, moordend en verkrachtend door hun stad, gedekt door het reguliere leger. Verhalen over filmpjes waarop dit allemaal is vastgelegd circuleren volop in Misrata, maar journalisten noch medewerkers van Human Rights Watch hebben die tot dusver kunnen bekijken. Arabieren vormen in Libië de overgrote meerderheid, maar het land herbergt, afgezien van een aanzienlijke groep Berbers, ook honderdduizenden Libiërs van Afrikaanse origine. Tauorga is een van de weinige plaatsen waar zij sinds eeuwen samenleven in een afzonderlijke gemeenschap met eigen gewoontes en gebruiken. In Misrata werd daar met het nodige wantrouwen naar gekeken, maar Kadhafi was altijd goed voor hen, want de doorgaans arme en onopgeleide mannen uit Tauorga vormden een bruikbaar instrument voor de verdeel-en-heerspolitiek waarmee hij ruim veertig jaar aan de macht wist te blijven. Hij bouwde stenen huizen voor hen en nam ze op in zijn milities.
Toen Misrata zich in februari tegen het regime keerde, zou Kadhafi hun plundering van de rijke buurstad in het vooruitzicht hebben gesteld. In Misrata zagen ze de bui al hangen en waarschuwden ze de bevolking van Tauorga zich niet in het conflict te mengen. Dat dit toch gebeurde, wil er bij de 34-jarige Farouk Ben Hameida eigenlijk nog steeds niet in. 'We waren altijd goed voor hen’, zegt hij in een koffiehuis in Misrata. Waren ze inderdaad 'gehersenspoeld’, zoals deze voormalige strijder van de prominente Shahid-eenheid meent? Of gaf de oorlog de opgekropte frustratie in het arme Tauorga en de latente xenofobie in het welgestelde Misrata simpelweg vrij spel? 'Ik ben geen racist’, zegt Ben Hameida. 'Maar ik heb gehoord dat sommige mannen in Tauorga wel negen vrouwen hebben. En ze hebben niet eens geld! Het zijn geen mensen, maar beesten, geloof mij maar.’
Toen de rebellen de stad half augustus veroverden, gaven de commandanten de nog resterende bewoners een paar dagen de tijd om zich uit de voeten te maken. Een groep van zo'n 120 ouderen die per se wilden blijven, werd op een truck gezet en de woestijnweg op gestuurd. Ben Hameida wekt niet de indruk daar wakker van te liggen. 'Nooit zal Tauorga nog bewoond worden’, zegt hij vastberaden en veel van zijn stadsgenoten zeggen hem dat na. Dat neemt niet weg dat 'Tauorga’ een onderwerp is dat in postrevolutionair Libië liever wordt gemeden. 'Geen denken aan’, antwoordt Ahmed Shlak kortweg op de vraag of zijn station binnen afzienbare tijd een item aan de zaak zal wijden. 'Over vijf jaar misschien’, zegt de operationeel directeur van Misrata Television in zijn kantoor. 'Nu zetten wij ons in voor de eenheid van Libië.’

HET VERLANGEN naar territoriale eenheid is misschien wel de belangrijkste karakteristiek van het huidige Libië. Het uit zich met name in een snel ontluikend nationaal sentiment. Waren het voorheen de functionarissen van het regime die de straten van Tripoli met groene vlaggetjes van de Jamahiriya optuigden, nu wedijveren winkeliers onderling wie de mooiste rebellenvlag op zijn rolluik verven kan. Ondertussen schalt het volkslied van de in 1969 omvergeworpen monarchie uit iedere passerende auto.
Geconfronteerd met de vraag waarom de opstand geen charismatische leider heeft voortgebracht, leggen koffiehuisbezoekers in de hoofdstad geduldig uit dat de revolutie een collectieve inspanning is geweest. 'De groen-zwart-rode vlag, of beter: Libië, dát is de nieuwe leider’, zo klinkt het.
De Britse premier David Cameron voelde de stemming haarfijn aan toen hij tijdens een recent bezoek aan Libië de doorslaggevende rol van de Navo terugbracht tot 'een helpende hand’. Overal is het 'Libië’ dat de klok slaat. Dit verlangen naar nationale eenheid is ongetwijfeld oprecht, maar onmiskenbaar gaat er ook een bezwerende kracht vanuit. Met de nieuwe vlag dekt men de onuitgesproken vrees toe dat sluimerende conflicten het nieuwe Libië zullen verscheuren.
Hoe reëel die angst is, blijkt wel uit de conceptgrondwet die de Libische Nationale Overgangsraad begin augustus presenteerde. Artikel 9 draagt iedere Libische burger op de nationale integriteit te bewaken en regionale en tribale twisten te bestrijden. Maar als het volk eenheid wil, zal de Raad toch om te beginnen haar gezag over het nationale territoir moeten laten gelden.
De afwikkeling van de gebeurtenissen rond Tauorga blijkt in dat opzicht een verontrustende testcase. Voorzitter Mustafa Abdul Jalil stelde zijn langverwachte eerste toespraak in Tripoli in het teken van nationale verzoening. Maar op bezoek in Misrata zei interim-premier Mahmoud Jibril vervolgens dat het in het geval van Tauorga toch anders lag. Niemand anders dan de bewoners van Misrata had volgens hem het recht om zich met deze aangelegenheid te bemoeien. Ook stelde hij dat de kwestie niet kon worden behandeld volgens de klassieke voorbeelden van nationale verzoening in Zuid-Afrika of Ierland. Oftewel: wat voor de rest van Libië geldt, gaat niet op voor Misrata.
Daarmee schiep Jibril niet alleen een zorgelijk precedent (in het Nafussagebergte waren het juist triomferende Berbers die de Arabieren uit hun huizen joegen), ook verraadt zijn knieval iets van de werkelijke machtsverhoudingen in het huidige Libië. Brigades uit Misrata en het Nafussagebergte laten zich nog altijd weinig gelegen liggen aan het nieuwe gezag in Tripoli. Ze verrichten arrestaties naar eigen goeddunken en slepen ongehinderd grote voorraden buitgemaakte wapens mee naar hun stad. En ook is het bepaald geen toeval dat de onderhandelingen over een nieuwe interim-regering al wekenlang stagneren. Revolutionaire bolwerken als Misrata, Zintan en Benghazi maken allemaal aanspraak op dezelfde sleutelposten. Het machtsvacuüm dat daar weer het gevolg van is, maakt het alleen nog maar moeilijker om greep te krijgen op de stroom van vrij circulerende wapens.
Daarbij komt nog eens dat de collectieve straf die Misrata de bewoners van Tauorga oplegde in zekere zin symbool staat voor de wijze waarop Afrikaanse immigranten en zwarte Libiërs de afgelopen zeven maanden door de rebellen zijn behandeld. Willekeurige arrestaties waren daarbij de norm, maar ook talloze gevallen van mishandeling en zelfs lynchpartijen zijn gerapporteerd. Omdat Jibril een stad waarvan de strijders een heldenstatus genieten niet tegen de haren durfde instrijken, heeft hij de ontruiming van Tauorga gesanctioneerd - als ware het een wanhoopsoffer op het altaar van de Libische eenheid. Dat zou dan wel eens een gevaarlijke misrekening kunnen blijken. Niet alleen ondergroef de Overgangsraad daarmee haar eigen autoriteit, ook maakte zij in een moeite door haar project van nationale verzoening tot een dode letter.
Inderdaad leggen de gekrenkte en berooide zwarte Libiërs en immigranten die nu door het land zwerven in politiek opzicht geen enkel gewicht in de schaal. Maar wat nu als iemand zich over hen ontfermt, hen toerust met geld en wapens en hen vervolgens voor zijn eigen duistere doelen inzet? Dat gaat tevens op voor de stammen in Sirte en Bani Walid, steden die ongetwijfeld ook een hoge prijs voor hun halsstarrige verzet zullen gaan betalen. De Kolonel heerst niet meer, maar hij zal nog lang verdelen.


Van Marijn Kruk en Stefan de Vries verscheen onlangs Onder mijn zolen! Verhalen van de Arabische opstand. Uitgever: Blue Beard Publica