Toneel: ‘Salomonsoordeel’

Het voordeel van de twijfel

Theatermaker Ilay den Boer vraagt het publiek of het asielaanvrager Hassan op basis van zijn verhaal in aanmerking vindt komen voor een verblijfsvergunning.

theater- en documentairemaker Ilay den Boer tijdens de voorstelling Salomonsoordeel; © Prins de Vos

‘Alles wat u hier vertelt, blijft binnen de ind’, zegt de ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst tegen de asielaanvrager. Met die toezegging begint het procedurele gesprek waarin de uit Gaza afkomstige jongeman de redenen voor zijn aanvraag kenbaar moet maken. Het is een scène uit de voorstelling Salomonsoordeel, en die bevat veel waarheid. Aanvrager Hassan is ook in werkelijkheid een gevluchte Palestijn die asiel heeft gezocht in Nederland, en zijn ondervrager voert vanuit de ind al 27 jaar intake-gesprekken.

Maar de nadrukkelijk uitgesproken geheimhoudingsbelofte is een staaltje theatrale ironie. Het ‘gehoor’, zoals het ind-gesprek officiëel heet, vindt deze keer niet plaats in een besloten kantoortje. Het tweetal bevindt zich te midden van een stuk of zestig theaterbezoekers. Die zitten in een arena van kartonnen dossierdozen dicht om hen heen, net als Hassan en ambtenaar Peter op losse bureaustoelen met wieltjes. Met net als Peter een schrijfplank met pen en papier in de hand. Ze hebben de rol gekregen van mede-beoordelaars. Theatermaker Ilay den Boer zal hen na het eerste gehoor vragen of zij Hassan op basis van zijn verhaal in aanmerking vinden komen voor een verblijfsvergunning.

Dit meespelen is meer dan een vaker gebruikte manier om het publiek actief bij een voorstelling te betrekken. De ind bepaalt uit naam van de Nederlandse burgers wie er wel of niet tot ons land wordt toegelaten, stelt Den Boer voorafgaand aan het gehoor. De dienst voert daarbij een beleid uit dat onze democratisch gekozen politici voorstaan. Dus gaat de asielprocedure iederéén aan, en is het niet gek om je daar eens in te verdiepen. Er zijn burgers die een duidelijke mening hebben over hoe streng of gastvrij Nederland hierin moet zijn. Luidruchtig werd onlangs in Ede geprotesteerd tegen de komst van Afghaanse vluchtelingen naar legerbasis Harskamp aldaar. Waarop inwoners van Nijmegen zich geroepen voelden om de bus met Afghanen die bij de noodopvanglocatie daar aankwam, juist hartelijk te verwelkomen. Je zou kunnen zeggen dat deze voor- en tegenstanders hun burgerlijke verantwoordelijkheid nemen – al is het in brand steken van autobanden een wat heftige uiting daarvan. Maar de vraag is of hun stellingname en actiebereidheid op meer is gestoeld dan een algeheel gevoel van (on)rechtvaardigheid.

Voor Ilay den Boer was een ongefundeerde verontwaardiging over de afwijzing van Hassan het startpunt van zijn theaterproject. Hij had de inwoner van een Utrechts asielzoekerscentrum leren kennen toen hij daar een werkstage deed om research te doen voor een andere regieklus. Hij was ervan overtuigd dat de jongeman alleen al vanwege de onmenselijke situatie in Gaza in aanmerking zou komen voor het Nederlanderschap. En zag hoe Hassan na zijn afwijzingsbrief al zijn levenslust had verloren. Het was Den Boers taak om de azc-bewoners bij te staan met praktische problemen, maar de vragen die hij kreeg gingen voornamelijk over hun asielprocedure. Toen hij merkte dat niet alleen hij, maar ook niemand in het azc of in zijn wijde omgeving daar ook maar enige kennis over had, besloot hij om die zelf op te gaan doen. De theatermaker klopte aan bij de ind met het verzoek of hij hun opleiding tot ‘hoor- en beslisambtenaar’ kon volgen. En of hij als medewerker een jaar lang het functioneren van de dienst van binnenuit mocht meemaken, met het voornemen om er een voorstelling over te maken. Tot zijn verrassing én schrik, zo vertelt hij in Salomonsoordeel, was de ind daar wel voor in.

Den Boers mentor bij de immigratiedienst werd Peter (zijn achternaam krijgt het publiek niet mee). Een rijzige, vriendelijke man met een donkerbruine stem die er nu een bijbaan in het theater bij heeft gekregen. Naast de openbare voorstellingen van Salomonsoordeel zijn er ook besloten opvoeringen. Er is zoveel vraag naar dat Den Boer de voorbereidende solo waarmee hij op bezoek ging bij pvv-stemmers, linkse activisten en asielzoekers, ook als ‘woonkamervoorstelling‘ aanbiedt. Den Boer: ‘We hebben momenteel zo’n zestig aanvragen liggen, van theaters maar ook van particulieren en overheidsdiensten. We hebben gespeeld voor een zaal vol rechters, en voor medewerkers van de Belastingdienst, van een commissie die in het leven is geroepen na de toeslagenaffaire. En, waar ik heel trots op ben: vanaf november is Salomonsoordeel opgenomen in de opleiding van de ind die ik zelf heb gevolgd. Elke nieuwe hoor- en beslisambtenaar krijgt de voorstelling te zien. Het past in het beleidsvoornemen van de ind om transparanter te worden en om meer het maatschappelijke debat op te zoeken.’

De immigratiedienst noemt Den Boers project hun ‘antenne in de samenleving’ en zegt te leren van de vragen en kritische commentaren die de toeschouwers opwerpen. Die mogen in Salomonsoordeel op elk moment inbreken: er staat een microfoon in de speelruimte met een rode alarmknop die je mag indrukken als je nodig iets wilt weten of toevoegen. Daar wordt flink gebruik van gemaakt, zo was te merken in Utrecht en in Den Bosch, waar Salomonsoordeel momenteel twee weken staat. In de drie uur durende voorstelling nemen Hassan, Peter en Ilay de tijd om op elke publieksbijdrage in te gaan. Waarbij de theatermaker streng wijst op wat wel en niet terzake doet. ‘Maar dat gaat over het algoritme’, zegt hij als een toeschouwer begint over de wantoestanden bij de Belastingdienst. ‘Daar werkt de ind helemaal niet mee.’

eter de IND-mentor van Ilay den Boer tijdens dezelfde voorstelling © Prins de Vos
De complexiteit van deze openbare casestudy legt de kwetsbaarheden bloot van ons asielbeleid

Overdracht van de kennis die Den Boer intussen heeft over de richtlijnen en de werkwijze van de immigratiedienst, is een van de pijlers van zijn voorstelling. Wie een kaartje koopt, krijgt een filmpje opgestuurd: in een klein half uur vertelt Den Boer welke humanitaire overwegingen ten grondslag liggen aan het Europese asielbeleid, aan welke internationale verdragen Nederland zich dient te houden, en welke toezeggingen er in onze grondwet zijn vastgelegd. ‘Hebben jullie dat filmpje gezien?’ vraagt hij het publiek. Als de meeste vingers omhoog gaan: ‘En nu de schoolmeestersvraag: wie heeft het ook echt bekeken?’

In Salomonsoordeel is begrip van grondwetsartikel 3evrm essentieel. Deze twintig jaar oude toevoeging op onze asielprocedure bepaalt dat niet alleen een oorlogssituatie en het behoren tot een bedreigde, onderdrukte groepering of politieke overtuiging een legitieme reden kan zijn voor het verlenen van asiel. Een individu kan ook zodanig in problemen zijn geraakt met de machthebbers in zijn/haar land dat die overheid niet de bescherming kan bieden waar elk mens recht op heeft. Dat artikel was van toepassing op de asielaanvraag van Hassan.

Dat Den Boer bij zijn werk bij de ind als ‘geheime’ missie had om inzicht te krijgen in het dossier van de Palestijn met wie hij inmiddels bevriend was geraakt, ontging zijn mentor niet. ‘Je vroeg daar wel héél vaak naar, Ilay’, zegt hij plagerig in een van hun eerste dialogen. De geheimhoudingsplicht van de dienstambtenaren stond hierbij in de weg, maar omdat Hassan wél zijn dossier mocht inzien, kwam de theatermaker toch aan zijn informatie. De voorstelling is een reconstructie van Hassans aanvraagbehandeling, waarbij omwille van diens veiligheid namen en details zijn veranderd. Vanwege de behapbare lengte van de voorstelling – zo beslaan de twee ind-gehoren in werkelijkheid allebei een hele dag – is er een selectie gemaakt uit het vluchtverhaal van Hassan. En het publiek krijgt te horen dat er normaal bij de beoordeling meerdere ind-ambtenaren betrokken zijn en dat er altijd een advocaat namens de aanvrager bij de gehoren aanwezig is.

Middels geënsceneerde gesprekken, officiële en niet-officiële, krijgt het publiek inzicht in de gedachten, meningen, twijfels en emoties van de drie betrokkenen. Den Boer stelt zich daarbij op als de nieuwkomer met voortschrijdend inzicht in de complexiteit van Hassans zaak. Tot zijn verbijstering hebben Palestijnen op grond van de ‘onmenselijke’ situatie waarin zij leven geen recht op asiel, omdat zij via een internationaal verdrag al bescherming krijgen. Hassans aanvraag kan alleen getoetst worden op dat toegevoegde artikel: hij stelt dat hij vanwege een in zijn eigen cultuur verboden liefde met de dood werd bedreigd door leden van Hamas, waaronder de broer van zijn meisje. Hij moet dit relaas aannemelijk maken, en de onderzoekers van de ind speuren na de gehoren naar aanwijzingen die zijn beweringen geloofwaardig maken.

Daar wordt het interessant en raakt de nagespeelde procedure aan het wezen van het theater. Luisterend naar Hassans verhaal probeert het publiek te beoordelen of hij wel de waarheid speelt. Want, zoals Den Boer eerder heeft aangegeven, er wordt ook misbruik gemaakt van de ruimte die onbewijsbare levensverhalen bieden. Hoe weet je of iemand geen gebeurtenissen verzonnen heeft? Draagt de ingehouden woede waarmee Hassan ineens wegloopt na een herhaalde vraag van Peter bij aan de waarachtigheid van zijn verder zo kalme relaas? Toeschouwers ontpoppen zich bij Salomonsoordeel als amateurdetectives. ‘Elke cultuur gaat toch anders om met emoties?’ verzucht een rode-knopbediener in Den Bosch tegen Peter. ‘Jullie moeten een studie antropologie hebben gedaan om dat allemaal te kunnen plaatsen.’

Zelfs Ilay den Boer, die door zijn vriendschap met Hassan zeker weet dat diens verhaal wáár is, moet concluderen dat hij als ind-ambtenaar deze aanvraag vanwege ongerijmdheden had afgewezen. Maar zelfs in de dagboeken van zijn eigen joodse, uit Litouwen gevluchte grootmoeder vond Den Boer beweringen die feitelijk of chronologisch niet kloppen. Hoe feilbaar mag het geheugen zijn van een asielzoeker? En is het ‘voordeel van de twijfel’ dat de ind kan toepassen bij onbewijsbare zaken, niet een element in de procedure waar elke ambtenaar anders mee omgaat, wat dus tot willekeur leidt?

Peter houdt vast aan zijn stellingname dat hij niet de mens beoordeelt, maar de objectiveerbaarheid van een verhaal. De complexiteit van deze openbare casestudy legt de kwetsbaarheden bloot van ons asielbeleid. En van onze menselijke verhoudingen, waarin de bereidheid om een ander te vertrouwen cruciaal is. ‘Is het belangrijk dat je mijn verhaal gelooft?’ vraag Hassan tegen het eind van de voorstelling aan Ilay. ‘Nee’, antwoordt die na enig nadenken. ‘Want jij bent mijn vriend.’


Salomonsoordeel staat t/m 18 september in Den Bosch en gaat in het voorjaar optournee. Zie tgilay-salomonsoordeel.nl. Daar kan ook de woonkamervoorstelling worden aangevraagd