Film - International Film Festival Rotterdam

Het vreemdelingenschap

Normaliteit en waanzin botsen frontaal op elkaar in films over familie. Hierin ligt de kracht van het genre, geïllustreerd in klassieke voorbeelden als La cérémonie (1995) van Claude Chabrol, Funny Games (1997) van Michael Haneke en Festen (1998) van Thomas Vinterberg.

Medium pre cc 81judice 20 c2 a9wrongmen

Het uitgangspunt is altijd het schetsen van de dagelijkse gang van zaken tussen familieleden waarna de camera de bovenlaag systematisch wegkrast, zodat een duistere zijde wordt blootgelegd: verdrongen trauma’s, verborgen begeertes, weggemoffelde misdaden en verdoezelde feiten. De psychologische familiefilm onthult en ontregelt. En met de personages bevindt de kijker zich dan onomkeerbaar in een staat van schaamte en shock.

De camera is cruciaal, zoals ook blijkt uit Préjudice van de Belgische regisseur Antoine Cuypers die op het International Film Festival Rotterdam terecht getipt wordt als een niet te missen film. Dodelijk effectief is de wijze waarop Cuypers in zijn eerste speelfilm het wisselende perspectief hanteert: dat ligt eerst bij de familieleden, vooral bij de moeder, gespeeld door Nathalie Baye. Samen met haar dochter en schoondochter bereidt ze in de keuken het avondmaal voor. Op het gazon is de vader bezig de barbecue klaar te maken terwijl de zon zakt. Dan verschuift het camerastandpunt: de 32-jarige zoon, Cedric (Thomas Blanchard), verschijnt, en het is meteen duidelijk dat er iets met hem aan de hand is. Zijn gezicht heeft iets breekbaars; hij is ongeschoren en draagt een T-shirt. De camera volgt hem terwijl hij tussen de vrolijke familieleden heen loopt. Wij kijken én voelen met hem mee. Afstand en isolatie overheersen; Cedric is als een vreemdeling, het is alsof hij de werkelijkheid om hem heen als een droom ervaart. Of als een nachtmerrie.

Het thema van uitsluiting of van het vreemdelingenschap krijgt vorm wanneer het neefje van Cedric in het nabijgelegen bos gaat spelen en zijn vader aan hem vraagt even te gaan kijken of het wel goed gaat met het jochie. Dat vindt zijn moeder, schoonzus van Cedric, niet zo’n goed idee en ze gaat ook naar het bos. Een sterke scène: moeder en kind, allebei van Aziatische afkomst, als enige in de familie, alleen met Cedric, en zij is bang dat Cedric haar kind ‘iets’ zal aandoen. Alledrie zijn ze buitenstaanders, hoewel de moeder dat op dit moment nog niet wil toegeven.

Tijdens het diner wordt duidelijk dat er iets ernstigs mis is met Cedric. Hij heeft zijn zinnen gezet op een reis naar Oostenrijk, maar moeder weigert. Je bent er nog niet klaar voor, zegt ze. Cedric woest. In de chaos wordt bijna terloops duidelijk dat hij sinds zijn jeugd met psychische problemen kampt, en dat hij daardoor niet of nauwelijks naar buiten mag. Maar wat is er precies met hem aan de hand? Waanzin? Eigenzinnigheid? Wat voor ‘schade’ wordt er hier aangericht en wie zijn de slachtoffers?

Zoals in de films van Chabrol, Haneke en Vinterberg krijgen de vragen langzaam vorm in Préjudice. Geheimen worden onthuld maar alleen voor de kijker, niet voor de familieleden, die immers alles weten.

Te zien op het IFFR, vanaf 27 januari


Beeld: Préjudice (WrongMen)