OPHEFFER

Het vrije woord

In nrc next van 16 december stond een recensie van Ewoud Kieft van het Verzameld werk 1 en 2 van Karel van het Reve. Het is een goede recensie. Kieft schrijft: ‘De weldadige afgewogenheid (in zijn polemieken – oph) kwam voort uit zijn afkeer van elke vorm van ideologisch denken.’
Dat is helemaal juist.
Maar de laatste regels van de recensie troffen me: ‘Dat maakt zijn Verzameld werk uiterst actueel: het laat zien dat Van het Reve’s schrijverschap niets te maken heeft met het huidige ideologische gekoketteer met “het vrije woord”. Het staat daar lijnrecht tegenover.’
Het is jammer dat Kieft niet uitlegt wie met dat vrije woord koketteert. Het vrije woord is de laatste tijd in de mode gekomen, omdat het woord minder vrij werd. Wie bepaalde uitspraken deed of films maakte of cartoons tekende, zoals Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali, Geert Wilders of Gregorius Nekschot, werd vermoord of liep de kans vermoord te worden. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een aanpassing van de wetsartikelen die over het vrije woord gaan, waarin die vrijheid van dat woord eerder beperkt wordt dan verruimd. Je zou kunnen stellen dat er misschien te weinig is gekoketteerd.
De aandacht voor dat vrije woord – waarom heeft Kieft dat trouwens tussen aanhalingstekens gezet? – is bij uitstek gevoerd door mensen die juist níet ideologisch bevlogen zijn, maar het ideologische denken bestrijden. Ik noem wat namen: Max Pam, Paul Cliteur, Herman Philipse, Rob Wijnberg, Afshin Ellian, Eddy Terstall, Hans Teeuwen. Ideologisch koketteerden misschien Femke Halsema, Mark Rutte en Geert Wilders met die vrijheid van het woord – maar ik zou dat zelf nooit koketteren noemen. (Koketteren zou ik dus nu eigenlijk tussen aanhalingstekens moeten zetten.)
Ik weet trouwens niet zeker of Karel in zijn gedachten over het vrije woord lijnrecht zou staan tegenover die mensen die ideologisch het vrije woord verdedigen. De Karel van het Reve zoals ik hem ken, zou gekeken hebben naar de argumenten van de Ideologisch Bevlogenen, en of iemand al dan niet ideologisch bevlogen was, kon hem denk ik niets schelen.
Ik heb onlangs met een paar kenners van het werk van Van het Reve gespeculeerd over hoe Karel zou hebben gereageerd op Fitna, de film van Wilders. Vermoedelijk zou hij hebben geschreven dat hij het begin van die film had bekeken en toen na drie minuten was weggezapt om naar een thriller op het andere net te kijken. Vermoedelijk had hij ook geschreven dat Wilders er beter aan had gedaan zijn medepolitici te overtuigen van zijn denkbeelden dan een film te maken. Of dat Wilders het maken van die film had moeten overlaten aan mensen als Theo van Gogh of Eddy Terstall. Of die film wel of niet gemaakt zou mogen worden, was denk ik niet eens een onderwerp voor Karel geweest.
Karel van het Reve heeft zich meer dan enige andere schrijver in Nederland druk gemaakt voor het vrije woord via de door hem opgerichte Alexander Herzenstichting, die tot doel had om ‘dissidente sovjet-literatuur uit te geven’. De stichting had het huis van Karel van het Reve als adres.
Die stichting is ontstaan uit kwaadheid en verontwaardiging over de censuur die in de Sovjet-Unie bestond. Karel heeft er zelf voor gezorgd dat de artikelen van de ‘vader van de Russische H-bom’, Sacharov, die gericht waren tegen de sovjetautoriteiten in het Westen werden gepubliceerd. Door de Herzenstichting begon heel de wereld te zien dat er zoiets bestond als ‘Russische dissidenten’.
Je zou kunnen beweren – zou Karel hebben kunnen schrijven – dat Van het Reve die stichting uit idealistische motieven had opgericht, namelijk een groot geloof in het Vrije Woord.