Het vrije woord

Een bezoekje aan het Duistere Web lijkt op een bezoekje aan een Gallisch dorp in een woestijn van humorloos correct denken.

De afgelopen weken daalde ik af naar wat ook wel het Intellectual Dark Web wordt genoemd: een verzameling podcasts en YouTube-kanalen waar de vrijheid van meningsuiting wordt gevierd. Het is het terrein van zelfhulp-bestsellerauteur Jordan Peterson (‘vrouwen zijn chaos’), van voormalig Breitbart-hoofdredacteur Ben Shapiro, van neuropsycholoog Sam Harris (‘religie is voor de dommen’). Ook Ayaan Hirsi Ali wordt ertoe gerekend. Stuk voor stuk trekken ze miljoenen kijkers en luisteraars.

En al is er in Nederland niet echt een equivalent van, ook hier kennen we de GeenStijlers en de Thierry Baudets die misschien wel eens van mening verschillen, maar elkaar vinden in de opvatting dat de politieke correctheid is doorgeslagen (‘je mag tegenwoordig ook niks meer zeggen!’). En dat dit de schuld is van links. De voorbeelden zijn bekend: wie in Nederland nog ‘blank’ durft te zeggen is een racist; laat drie mannen met elkaar discussiëren en vrouwen roepen ‘seksisme’; flirt iets te opzichtig en je hebt een #MeToo aan je broek hangen.

Op het Duistere Web daarentegen mag alles. Hier gaan feiten boven gevoelens, zeggen ze, hoe ongemakkelijk die feiten ook zijn. Hier heerst het recht om te kwetsen. Hier staan ze voor vrijheid. Nu beschouw ik in mijn eigen (linkse) denken vrijheid eveneens als hoogste goed, dus was ik benieuwd geworden. In hoeverre verschilde dit van de giftige mannen die zowel off- als online al zo vrijelijk hun racisme en seksisme spuien? Klonk hier werkelijk een nieuw geluid?

Al snel bleek dat ze op het Duistere Web nogal hechten aan de scheiding der seksen. En zodoende kunnen ze weinig tot niets met al die moderne trans-, poly-, pan- en whatever-genders. Zelf zou ik zeggen: al noem je jezelf een pinguïn, iedereen zou moeten kunnen kiezen wie of wat hij wil zijn, individuele vrijheid boven alles! Maar op het Duistere Web zeggen ze: taal moet duidelijk zijn, alleen dan kun je elkaar begrijpen. Een man is een man, al bouwt hij zijn lichaam om, in zijn DNA zit nog altijd een Y-chromosoom.

Op het Duistere Web is biologie nu eenmaal heilig. Steeds opnieuw hoorde ik hoe de apen van stal werden gehaald, of in Jordan Petersons geval de kreeften, om te bewijzen dat mannen met elkaar strijden om de lichamen van vrouwtjes. En inderdaad, hetzelfde las ik onlangs in de Volkskrant toen vijf wetenschappers zich daar bogen over de vraag waarom het toch altijd weer mannen zijn die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen. Het antwoord van de meeste experts: dat zit in de genen. Mannen willen seks en in ruil voor voedsel en bescherming zijn vrouwen bereid ze dat te geven.

Al snel bleek dat ze op het Duistere Web nogal hechten aan de ­scheiding der seksen

Zelf zou ik zeggen: huh? Je moet het maar durven, om vrouwen zo terloops hun eigen lust en seksualiteit te ontnemen en ze in essentie weg te zetten als golddiggers. Bovendien: ik moet de eerste aap nog tegenkomen die boze Twitter-berichten tikt, toe is aan vakantie of zich afvraagt of hij te oud is geworden voor een minirok. Behalve een biologisch wezen is de mens toch vooral ook een cultureel wezen.

Echt verrassend was het dus niet wat de duistere denkers debiteerden. En toch. Toch was ik al na mijn eerste duistere gesprek verkocht. De rust, de ruimte (gesprekken duren rustig twee uur), de beleefdheid waarmee gesprekspartners elkaar bejegenden: het was een verademing. Hier ging het inderdaad om de kracht van de argumenten (wat kon ik op dat Y-chromosoom afdingen behalve dat het er niet toe doet?). Hier werd het debat voorgesteld als een avontuur, een uitdaging om je eigen denken aan te scherpen, om beter te worden. Ik was zelfs bereid om de sporadische gek die zijn racistische of seksistische complottheorie ventileerde ervoor op de koop toe te nemen. Heel even had ik echt het idee dat ik op een klein Gallisch dorpje was gestuit in een woestijn van humorloos correct denken.

Tot ik me herinnerde dat het in werkelijkheid natuurlijk precies andersom is. Vorige week nog schreef The Atlantic over recent onderzoek waaruit bleek dat tachtig procent van de Amerikanen politieke correctheid als een groot probleem ziet. In Nederland zal dat denk ik niet heel anders zijn. Van alle ondervraagden was er slechts één groep die er geen moeite mee had, het bleek de minst diverse groep van allemaal te zijn: rijke, hoogopgeleide, witte mensen. Zij vormen dat kleine dorpje.

Bij de rest van de populatie daarentegen overheerst de angst dat één verkeerd woord, één verkeerd grapje kan leiden tot serieuze sociale sancties. Voor hen lijken al die nieuwe termen en regels over wat wel en niet mag vooral een excuus om de onwetendheid van anderen belachelijk te maken, aldus The Atlantic.

Anders gezegd: met haar callout culture en #ophef op vooral de sociale media heeft links de indruk gewekt dat ze niet meer is dan een arrogante, autoritaire grensbewaker die iedere misstap bestraft. En zo kan het dus dat het op het Duistere Web lijkt alsof een links-fascistische heilstaat een serieus te nemen toekomstscenario is. Ja, zelfs alsof onze vrijheid onder rechts wel gewaarborgd is. Alleen omdat ze daar niet moeilijk doen over woorden.

Maar ondertussen heeft bijna niemand het nog over hoe die vrijheid er dan uitziet.