Het vrije woord wordt met bloed betaald

Tien jaar geleden. Koost Koster even over uit Chili. Zwart haar voor zijn ogen, gestikulerend, ijsberend, vol verhalen over het Chili van Allende. Uit de groep mensen daar in die kamer in Groningen verzameld kwam mede het Chili Komitee voort. Een half jaar later, begin 1973, klopten we bij hem aan, de woongemeenschap in Santiago de Chile waar hij woonde. Veel tijd had hij niet. Hij was konstant in de weer met een Nederlandse filmploeg. Hij regelde gesprekken met Allende en minister Vuscovic, ging met de ploeg naar het platteland, de fabrieken, de krottenwijken. Tussendoor zette hij zich in voor de Braziliaanse vluchtelingen in Santiago, en schreef. Alleen ‘s avonds bij de jenever raakte hij met zijn karakteristieke Friese stem aan het vertellen.

Na de Chileense staatsgreep hingen we aan de radio. Koos Koster bleef over de militairen en het geweld uitzenden, tot hij gearresteerd werd en in het stadion opgesloten. Daar schreef hij zijn dichtbundel Volk zonder geweren, vodjes papier uit een voetbalstadion. In 1978 keerde hij voor een bezoek naar Chili terug. ‘Na vijf jaar geduldig wachten en plotseling opkomend heimwee ben ik teruggegaan naar Chili’, zegt hij, met pijn, in zijn boekje Orde en rust in Chili. ‘Het Chili van Allende bestaat niet meer. Het zal nooit meer terugkomen.’

Na Chili ging hij in Peru wonen, en later in Mexico. Hij bleef door het hele kontinent reizen. “Koos ook weer gezien”: een gevleugeld woord onder journalisten die hem, altijd in een haastig moment, in Managua, Kingston, Santiago, Montevideo of San Salvador tegen het lijf liepen, aan het filmen, kamera’ s inladen of telefoneren. Af en toe kregen we pakken krantenknipsels toegestuurd, met strepen, uitroeptekens en wat ongeduldige woorden in zijn krabbelhandschrift.

Met grote moed, een fascinerende intuïtie en een diepgaande aanpak maakte hij zijn interviews. Zijn portretten van de elegante vrouwelijke minister van justitie in Chili, van de ex-CIA-topman Vernon Walters op de missie in Latijns-Amerika, van een verstarde Amerikaanse opleidingsofficier in de Panamakanaalzone, van de Salvadoriaanse moodernaarskolonel d'Aubuisson zijn onvergetelijk. Maar vooral ook zijn warmte en emotionaliteit in de interviews in de vluchtelingenkampen, onder de boeren, met aartsbisschop Romero van El Salvador tussen zijn mensen blijven je bij.

Romero was een inspiratiebron voor hem, hij was kapot na zijn dood. Wou ophouden met het haastige filmen van de ene ellende na de andere, maar bleef toch doorgaan, omdat die informatie over het leven van de mensen daar naar nederland toe zo belangrijk was. Hoe vluchtig het medium televisie ook is, toch wist hij behalve de politieke gebeurtenissen ook steeds de grondpatronen van politiek gedrag bloot te leggen: het verstarde, hiërarchische, zichzelf onderdrukkende denken van de militairen aan de ene kant, tegenover de warmte van een monseigneur Romero, boerenmensen, kinderen.

Ook met Jan Kuiper gingen de eerste gesprekken over Chili, maar dan over akties tegen het Chili van Pinochet. Later maakte hij in de Groene een wrange vergelijking tussen Chili en El Salvador waar hij net geweest was. ‘In het Chili van Pinochet zag ik niet zo'n openlijk machtsvertoon van militairen en politie. In El Salvador opereren paramilitaire en fascistische organisaties als Orden en Union Guerrera Blanca zo openlijk dat je je nooit veilig voelt. Voor het eerst wordt en voel ik me ook bedreigd.’

***

Nadat Koos Koster, Jan Kuiper, Hans ter Laag en Joop Willemsen op de vroege ochtend van 11 maart gearresteerd waren door de Policia de Hacienda, die financiële politie en na verhoor weer vrijgelaten, besloten ze toch hun werk voort te zetten. Tegen IKON-verslaggever Hans van Gerven zei Koos Koster: ‘De meeste journalisten, ongeveer tweehonderd zijn het er nu, komen hier voor de oorlog en houden zich niet bezig met langdradige, vervelende achtergrondartikelen om dit ingewikkelde probleem van El Salvador uit te leggen. De mensen die hier komen zijn oorlogsjournalisten die niet zozeer een gevaar voor de militairen betekenen. Zodra ze achtergronden gaan blootleggen en gaan onderzoeken wat de achtergronden zijn van dit konflikt, dan wordt het ze aanzienlijk moeilijker gemaakt. Pakweg tien tot twintig buitenlandse journalisten zijn uitgewezen, zeven tot tien uit het land vermoord, een aantal mensen bedreigd met de dood, zodat ze het land hebben moeten verlaten. Dit is de zoveelste manier van de militairen om ons te intimideren, om niet door te gaan met de berichtgeving over El Salvador’.

Koos Koster en zijn ploeg besloten dus toch met hun werk door te gaan. Een week later werden ze door het leger, in samenwerking met de financiële politie, omgebracht. Op 21 maart zei president Duarte dat nòg een lastige Nederlandse journalist, Jan Schmeitz, weg moest. Onderzoeksambassadeur Speyart van Woerden in het NOS-journaal over zijn bezoek aan Duarte: ‘Het klinkt misschien gek, maar ik moet nog vermelden dat hij mij een kleine tip gegeven heeft voor een Nederlander wiens aanwezigheid hier in Salvador wellicht gevaar liep, en dat ik handelend op die tip die man ook het land uit heb geholpen’. Vanuit Mexico is Jan Schmeitz nu bezig om de toedracht van de moord nog verder uit te zoeken.

Feit is, dat nu geen enkele Nederlandse Midden-Amerika-korrespondent het land nog in kan. De paar deskundigen die we nog over hebben, worden allen met de dood bedreigd. Hoe worden we in Nederland in de toekomst over El Salvador geïnformeerd? Het gevaar dreigt dat over een tijd, als de verkiezingen voorbij zijn en de talrijke buitenlandse journalisten het land verlaten hebben, er stilte over het land valt. Het land aan zijn beulen overgelaten, zonder pottenkijkers.

***

D emoord op de IKON-ploeg is het einde van een keten gebeurtenissen die in gang werden gezet door een briefje met de tekst: ‘Contacto con Koos Koster, en hotel Alameda, habitación 418, tel. 239999. Holandés.’ Het briefje zou op het lichaam van een gedode verzetsman zijn gevonden. Na het briefje volgden de arrestatie, de foto die daarbij gemaakt is, de publikatie van de foto en het politieverhoor in de reaktionaire krant Diario de Hoy, en de moord. D evraag is of er wel sprake is geweest van zo'n briefje. Leo Maduro van het Salvador Komitee: ‘Dat briefje bevat zulke elementaire gegevens, die normaliter nooit opgeschreven worden. Buitenlandse journalisten zitten altijd in hotel Alameda of Camino Real, dat hoeft een Salvadoriaan niet op een briefje te schrijven. Ik sluit niet uit dat het een verzinsel van de financiële politie was om hen te kunnen arresteren.’

Als Koos Koster en zijn vrienden door een weloverwogen aktie van het leger en de financiële positie zijn vermoord, omdat Koster als een ‘gevaarlijke tegenstander’ van het regime werd gezien, dan is de vraag: waarom nu? Je zou denken: het moment, vlak voor de verkiezingen die wat Duarte betreft demokratisch moeten lijken, terwijl er een paar honderd buitenlandse journalisten in het land zijn, kan niet ongunstiger.

Duarte komt sinds de moord dagelijks met een andere versie van de toedracht aan. Eerst sprak hij van een vuurgevecht tussen leger en guerrilla, vervolgens van een moord door extreem rechts, vervolgens werd hij weer bang voor extreem rechts in zijn regering en sprak op een perskonferentie voor buitenlandse journalisten van een toevallig incident. Het is duidelijk dat Duarte een marionet van zowel de Verenigde Staten als van het leger is, die naar alle kanten draait om zich staande te houden.

De moord is waarschijnlijk het werk van uiterst rechts dat zich niets gelegen laat liggen aan het spel met verkiezingen, dat Duarte nog poogt te spelen. Maar waarom heeft men het speciaal op de Nederlanders gemunt? Omdat rechts in El Salvador ervan uitgaat, dat moord op journalisten uit een klein, lastig land als Nederland genoeg opschudding veroorzaakt om Duarte politiek uit te schakelen en de pers te intimideren, maar te weinig om de militaire en ekonomische steun uit de Verenigde Staten in gevaar te brengen.

De officiële reaktie van de Verenigde Staten op de moord was verbijsterend. De Amerikaanse ambassade in San Salvador had de zaak onderzocht, zo verklaarde Larry M. Speakes, woordvoerder van het Witte Huis in Washington, en er was ‘geen informatie die de lezing van de regering van El Salvador dat de journalisten in een gevecht tussen regeringstroepen en guerrilla’s waren gedood, weersprak’.

Alsof een dergelijke rugdekking voor het regime in El Salvador al niet erg genoeg was, voegde een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, Dean E. Fischer, daar nog aan toe dat het onderzoek van de Amerikaanse ambassade in San Salvador niet opgevat moest worden ‘als een gebrek aan vertrouwen in het onderzoek van de regering van El Salvador’.

Het Amerikaanse verhaal werd later doorgeprikt door een funktionais van de Amerikaanse ambassade in San Salvador, die aan het toedekken van de moord kennelijk niet langer mee wilde doen. Wat is de rol van de Amerikaanse ambassade in El Salvador? Waarom waarschuwde de Amerikaanse ambassade, die veel eerder van de moord op de hoogte was, niet sneller de Nederlandse autoriteiten? Wat rechtvaardigt dat Amerikanen een onderzoek instellen naar de dood van Nederlandse journalisten?

De Amerikanen zijn erg bezorgd over de berichtgeving over El Salvador. Jan Schmeitz vertelde ons: ‘Toen ik afgelpen vrijdag op de Amerikaanse ambassade in San Salvador kwam, zag ik tot mijn verbazing een overzihct van de Europese pers van diezelfde dag, waarin mijn artikel bovenaan stond, met daarbij zoiets als “total translation follows”. Het ging om het eerste artikel waarin ik uitsprak dat er veel aanwijzingen voor moord waren.’

‘De Amerikaanse ambassades in Europa hebben sinds de NIcaraguaanse revolutie als taak om alle nieuws in Europa in de belangrijkste media te monitoren. Dat betekent dat alles wat er in Europa geschreven wordt van enig belang, in het Engels wordt vertaald en wordt doorgeseind naar het State Department en naar de ambassades in Midden-Amerika’.

De Nederlandse regering sprak onmiddelijk na de moord haar twijfel uit over de juistheid van de Salvadoriaanse lezing. Hoe is het mogelijk dat de Amerikanen zich zo onbeschaamd achter het Salvadoriaanse regime opstellen? Maarten van Traa, buitenlandsekretaris van de PvdA: ‘El Salvador speelt voor de Amerikanen een belangrijker rol dan Nederland. Nederland staat niet in de frontlinie van de ideologische strijd met de Sovjetunie. Nederland wordt niet meer als een trouwe bondgenoot beschouwd.’

***

Niet alleen de Amerikaanse regering maar ook de christendemokratische wereld houdt Duarte de hand boven het hoofd. Duarte heeft zich daarin verankerd dor zijn voorzitterschap . van de ODCA, de Latijnsamerikaanse klub van christendemokratische partijen. In El Salvador zelf is de PDC een leeggelopen partij. De belangrijkste leiders, zoals Hector Dada en Ruben Zamora, zijn in maart 1980 uit de gekorrumpeerde partij gestapt, vanwege de ‘groeiende repressie tegen de volksorganisaties en tegen de bevolking in het algemeen’. Ze richtten een nieuwe christendemokratische partij op, de Movimiento Popular Social Cristiano (MPSC), die zich onlangs bij het verzet FDR aansloot.

Ondanks dit alternatief steunen de Europese christendemokraten nog steeds Duarte, die eind 1980 door de Amerikanen naar voren werd geschoven om als demokratisch symbool te dienen. Zo zegt een resolutie van het politiek bureau van de Europese Volkspartij over de verkiezingen in El Salvador onder meer: ‘We spreken de hoop uit dat de PDC na een duidelijke verkiezingszege met hernieuwde kracht de revolutionaire hervorming ten gunste van de armste bevolkingsgroepen zal kunnen voortzetten. We besluiten waarnemers te zenden naar de Salvadoriaanse verkiezingen en verzoeken de aangesloten partijen eveneens waarnemers te zenden.’ Vanuit de Salvadoriaanse ambassade in Bonn werden vervolgens vliegtickets aan de Christendemokraten aangeboden.

Terwijl onlangs een ruime meerderheid in het Europees parlement zich tegen het houden van verkiezingen in El Salvador uitsprak, waren de Christendemokraten ervoor. De Nederlandse vertegenwoordiger, Vergeer, die zich eerder kritisch had uitgelaten over de verkiezingen, besloot zelfs als waarnemer deze verkiezingen bij te wonen, maar zag er na de moord op de vier journalisten vanaf. De CDA-fractie in de Tweede Kamer denkt er volgens het Kamerlid Jan Nico Scholten anders over dan de Europese Christendemokraten: ‘Die verkiezingen zie ik helemaal niet zitten, die zullen de zaak niet dichterbij kunnen brengen’. Van Duarte moet Scholten niet veel hebben. ‘Mijn sympathie ligt duidelijk bij die dissidenten’, zegt hij, doelend op de MPSC. ‘Ik ben ervoor om de banden met die groepering te versterken. Naast morele steun zou ook financiële steun aan deze vleugel gegeven kunnen worden.’

Welke houding moet Nederland volgens Scholten tegenover de Amerikaanse regering innemen? ‘Bij Amerika moet er met alle kracht op aangedrongen worden om af te zien van een militaire oplossing en een politieke oplossing te accepteren. De Verenigde Staten moeten ophouden de zaak in een Oost-West tegenstelling te trekken want daar hoort hij niet in thuis. In El Salvador is gewoon sprake van elementair volksverzet tegen uitbuiting’.

Woensdag heeft de vaste kamerkommissie voor Buitenlandse Zaken, waarvan Scholten de voorzitter is, een vergadering met minister Van der Stoel over de moord op de vier journalisten. Wat wil men ondernemen? ‘Ik sluit geen enkele aktie uit’, zegt Scholten. ‘Als blijkt dat de toedracht is zoals wij nu vrezen, dan sluit ik het verbreken van de diplomatieke betrekkingen niet uit’.


Uit: De Groene Amsterdammer, nr. 12, 1982

Lees ook: