Het ware, het goede & het vieze ‘het treurige van mijn doorgesneden koeien is dat ze meer persoonlijkheid hebben dan de koeien die in de wei’

Ontbindende honden onder glas, doorgezaagde koeien op sterk water. Als het maar kunst is laten we ons prettig choqueren. Maar de ene schok is de andere niet
De tentoonstelling History of Andres Serrano/ History of Sex is van 23 februari tot en met 19 mei te zien in het Groninger Museum.
DE OUDE GRIEKEN wisten het. Kerkvader Augustinus wist het. Humanisten geloofden het. De romantici gingen er prat op. William Morris, Berlage, Kandinsky en Mondriaan waren ervan overtuigd. Zelfs good old Joop den Uyl wist: van kunst word je een beter mens.

Dat het Ware, vervat in het Schone, tot het Goede leidt en dat de door de muze gekuste mens een gelukkiger mens is, daaraan twijfelde de kunstliefhebber van de oude stempel geen moment.
Nog altijd is de aanname dat kunst een moreel verheffende werking heeft de grondslag van het pakket overheidsmaatregelen dat we ‘cultuurbeleid’ noemen. Over de juistheid van het idee valt te twisten, maar de inzet is nobel - de gesubsidieerde beleving van de kunsten doet de barbaarse driften in ons verstommen en voert ons naar de hogere regionen van de menselijke beschaving. Tussen de kunstwerken van Botticelli en Joseph Beuys, luisterend naar de klanken van Vivaldi en Cage, met in de ene hand Ulysses van James Joyce geklemd en in de andere De buitenvrouw van Joost Zwagerman, verliezen we ons in de door filosofen vaak bejubelde 'transcendente esthetische ervaring’.
Is het stuk beëindigd, het schilderij bekeken en het boek uitgelezen dan volgt langdurig applaus, een zucht van ontroering of een bevrijdende lach. Die ervaring noemen we 'kunstgenot’ en het is niet meer dan juist dat de overheid dit verheffende gevoel met een flinke zak geld ondersteunt en bevordert.
Met kunst meer mens, zogezegd.
MAAR WAT TE denken van het ontbindende hondenlijk van kunstenaar Martin van den Boogaard, het overhemd met kogelgat van Stephen Shanabrook, de onthoofde man van Joel-Peter Witkin en de in urine gedompelde crucifix van Andres Serrano. Of de homo-erotische fistfucking en afzuigplaatjes van Robert Mapplethorpe, de in 1989 aan aids overleden fotograaf.
Kunst die niet aangenaam is om naar te kijken maar de toeschouwer confronteert met de meer donkere kanten van het bestaan. Worden wij zedelijk verheven door deze kunst?
Neen, oordeelde een geschokte Amerikaanse senator die de foto’s van Mapplethorpe en Serrano als 'aanstootgevend en obsceen’ bestempelde. De laatste kwam zwaar onder vuur te liggen toen zijn Piss Christ werd bekroond met een geldprijs, bekostigd door de National Endowments of the Arts (NEA). De republikein Jesse Helms ontstak daarop in woede; ongehoord was het dat een overheidsinstelling als de NEA die 'blasfemische smeerlapperij’ met geld van de hardwerkende belastingbetaler wilde ondersteunen.
Ongewild bezorgden de puriteinse fatsoensrakkers de kunstenaars wereldwijde bekendheid. De aantrekkingskracht van het verbodene bleek groter naarmate de roep om censuur harder klonk. Het door de media-rel geprikkelde publiek stroomde dan ook in groten getale toe. Uiteindelijk werd het door Jesse Helms ingediende amendement verworpen door het Amerikaanse congres. De NEA was toen al bezweken onder de politieke druk en besloot, in een opwelling van godvruchtige zelfcensuur, geen subsidies meer te verstrekken aan 'onfatsoenlijke’ kunstenaars.
Waakzaamheid blijft dus geboden, maar een flinke botsing met de burgerlijke fatsoensnormen schaadt de artistieke carrière geenszins. De kunstenaar die oorzaak is van alle commotie heet in het vervolg 'controversieel’ en trekt als zegevierend enfant terrible door de (inter)nationale kunstwereld. Het overkwam Robert Mapplethorpe, Damien Hirst, Jeff Koons, Andres Serrano, Bruce Nauman, Mike Kelley en zelfs kunstenaars en schrijvers van Nederlandse bodem als Jan Cremer, Aat Veldhoen, Gerard Reve en Wim T. Schippers.
De schok, het schandaal en het eventuele proces zijn nodig om te beseffen dat kunst kwetsbaarder wordt naarmate de roep om deugdzaamheid en burgerzin harder klinkt. Zo is het althans in Amerika en Engeland, waar politiek en kunst vaak op gespannen voet verkeren.
In Nederland, dat perfide landje in de greep van seks, drugs en enthousiaste euthanasie-doe-het-zelvers, liggen de zaken anders. Hangt in Nederland het taboe in het museum dan is er niemand die er aanstoot aan neemt. Het moet wel heel raar lopen wil het parlement vragen gaan stellen over een foto van opgewonden mannelijke geslachtsdelen, voorzien van cockring, eikelpiercing of andere lustverhogende accesoires. Zelfs Serrano’s Christus in de pis, in een aantal dagbladen afgedrukt, heeft het christelijke volksdeel niet in beroering weten te brengen. Wij zijn een nuchter volk.
Anders wordt het wanneer je, zoals Stichting Cargo enkele jaren geleden, twintigduizend broden in een lichtmast wil plaatsen om die als 'Nationaal Geschenk’ aan de zee te offeren. Dan krijg je te maken met strenge milieuwetten van rijkswaterstaat, die het storten van brood niet opvat als kunst maar als verontreiniging. En dan stromen de de door Stichting Natuur en Milieu verzamelde handtekeningen binnen om een einde te maken aan die 'krankzinnige voedselverspilling’.
Kunst? Om den brode niet!
MET AUTHENTIEKE morele verontwaardiging werd ook Nederlands bekendste fotografe Inez van Lamsweerde geconfronteerd. De feministische actiegroep De Schone Waakster bekladde, een nacht voor de officiële onthulling, Van Lamsweerdes pin-upfoto onder de de Amsterdamse Hortusbrug. De voorstelling van twee wijdbeens in een snackbarvitrine zittende modellen, die de voor de ophaalbrug wachtende automobilist met uitdagende blik aankijken, vonden de actievoersters 'vrouw-onderdrukkend’. Mannelijke weggebruikers zouden zich, al masturberend, aan de foto verlustigen. Hoog tijd dus voor een feministische beeldenstorm.
Het kunstwerk is inmiddels hersteld, maar de in 1993 uitgevoerde actie heeft Van Lamsweerde wel schrik aangejaagd. 'Natuurlijk ben ik bang dat er straks weer iets gebeurt. Nederland is niet zo tolerant als iedereen denkt. Als Jeff Koons in het Stedelijk exposeert gebeurt er niets, maar kunst langs de openbare weg is vogelvrij.’
Gelukkig is de vernielzucht van De Schone Waakster niet maatgevend voor de Nederlandse moraal. Die blijkt gelukkig schokbestendiger dan de normen en waarden van de verzuurde feminist voor wie de tuinbroek nog steeds het beeldmerk van vrouwelijke erotiek is. Zelfs zó schokbestendig is de Nederlander dat de vraag rijst of de kunst het publiek nog wel op de kast kàn jagen.
Wie het succes van het schandaal zoekt, dient God te lasteren, expliciete seksuele handelingen uit te beelden, het geweld te verheerlijken, rare dingen te doen met kinderen, de allochtone medemens te kwetsen of zich op necrofiele wijze te verlustigen. Het tonen van bloot, zoals het illustere Hoepla-kwartet Schippers, Jaspars, Verlinden en Verhagen ooit deed door Phil Bloom tijdens een televisie-uitzending naakt een krant voor te laten lezen, dat is niet meer taboedoorbrekend. En ook het op zijn Sjef van Oekels lozen van overtollige maaginhoud in een degelijke Hollandse fietstas tijdens de kerstviering, indertijd goed voor vele bedankjes van vrijzinnig protestantse omroepleden, is kinderspel vergeleken bij wat zich de laatste tijd in de kunst afspeelt.
Tegenwoordig arrangeert de kunstenaar stillevens met lijken in het mortuarium (Joel-Peter Witkin), of snijdt koeien doormidden; hij plaatst een mooi wit dood schaap in een bak zachtblauwe formaldehyde (Damien Hirst), of maakt chocolade-afdrukken van slordig gehechte verwondingen en presenteert in het lijkenhuis verzamelde afgietsels van oren, ogen en stukjes hersenen als feestelijke bonbons in luxueuze verpakking (Stephen Shanabrook).
De kunstenaar gaat de straat op, raapt kledingstukken van neergeschoten of verongelukte stadsbewoners bij elkaar, stanst van een overhemd met gerafeld kogelgat in de borstzak een 'bloedafdruk’ op papier en hangt dit achter glas in een galerie (Shanabrook). Het publiek schrikt wel even van deze ontwikkelingen, maar tot een rel wil het maar niet komen.
DANKZIJ JAREN van geduldige museumeducatie en Laat op de avond-kunstprogramma’s weten we dat van alles kunst kan zijn. Bij het zien van de afgietsels van verwonde gezichten door Shanabrook en de zichzelf elektrocuterende vliegen in Damien Hirsts kunstwerk A Thousand Years (1990) voelen we ons misschien ongemakkelijk, maar niet werkelijk geschokt. We weten immers dat hedendaagse kunstenaars eerder levensbeschouwelijke vragen willen stellen dan sadisme en necrofilie promoten. 'Ik toon meer liefde voor de doden dan de doktoren en lijkenafleggers’, zegt Stephen Shanabrook.
Winnaar van de Engelse Turner Prize 1995, Damien Hirst: 'Het treurige van mijn doorgesneden koeien op sterk water is dat ze meer persoonlijkheid hebben dan de koeien die vrij in de wei lopen. Daardoor raken mensen geïrriteerd.’
'Als ik echt taboedoorbrekend zou willen zijn, zou ik waarschijnlijk veel heftiger werk maken’, verklaarde Serrano in een vraaggesprek met de Volkskrant. 'Ik probeer mooie kunst te maken, die onderhoudend is, maar ook educatief en informerend, met het risico dat kijkers zich er onbehaaglijk door voelen. Mijn werk moet mensen laten denken. Ze mogen het best vreselijk vinden, als ze maar reageren.’
Kunstenaars die 'op het randje’ opereren hebben altijd een moreel alibi: de schok is niet doel maar middel. Ze maken gebruik van choquerend materiaal als lijken, bloed en kledingstukken van overledenen, maar ze geven tegelijkertijd waarachtig inzicht in de met taboes beladen onderwerpen. Het is 'gruwelkunst’ die in het verlengde ligt van de negentiende-eeuwse freakshow, de horrorfilm en de 'ondeugende’ plaatjesboeken. Het is kunst die inspeelt op onbewuste angsten en verlangens. Verontrustende kunst die de àndere kant van het leven toont.
De schrijver en filosoof Georges Bataille (overdag keurig werkzaam als bibliothecaris, ’s avonds liefhebber van vreemdsoortige erotische genoegens), onderzocht in een rijk geïllustreerd boek de bevrijdende werking van taboedoorbrekende kunst. In de Tranen van Eros beschreef hij hoe we de kunstzinnige ervaring van het gruwelijke en weerzinwekkende ons leert die kanten van het leven te aanvaarden die we liever verborgen houden.
Wat wij niet allemaal wegdrukken in ons saaie nine to five-bestaan. De dood. Lichamelijke afwijkingen. Perverse erotiek. Geweld. Erge ziekten. Trauma’s. Seksuele angsten. Onfatsoenlijke dromen en fantasieën. Kortom, alles waar de psychiater zijn dik belegde boterham aan verdient of de alimentatie van betaalt. Was † zich daarvan bewust?
Het verlangen om het verbodene te tonen is waarschijnlijk al zo oud als de mensheid. Vroeger wachtte de pornograaf, de blasfemist en de majesteitsschenner eenzame opsluiting in de vochtige kelders van de Bastille, sinds de jaren zestig van deze eeuw zijn we stilzwijgend overeengekomen dat er één gebied is waar alle 'smerigheid’ mag worden getoond en dat is het gebied van de kunst - een ongevaarlijke speelplaats waar de verbeelding zich vrij kan ontplooien.
Het kon eigenlijk niet gek genoeg, vonden de bewaarders van die speelplaats, die aangesproken werden met de titel museumdirecteur, tentoonstellingsmaker of galeriehouder. Stront, bloed, darmen, experimentele kunstfilms met veel niet-functioneel naakt, verse koeiekoppen, aanstootgevende voorstellingen: taboe na taboe leek te sneuvelen. En zie: wat vroeger doorging voor zedenbedervend, obsceen of pervers werd alras bijgeschreven in de annalen van de avantgardekunst.
Kunst was 'bevrijding’ en het tonen van een taboe had een helende werking op de van zichzelf 'vervreemd’ geraakte moderne mens - die kon zich door middel van kunst weer verzoenen met zijn gefrusteerde oerdriften. Het is een procédé dat door de eigentijdse, eigentijdse kunstenaar nog steeds wordt gehanteerd: door middel van de schok naar een beter begrip voor het Andere.
OOK SERRANO gelooft nog in die heilzame werking van de morele schok. Met zijn komende erotiek-tentoonstelling in het Groninger Museum wil de kunstenaar de schoonheid van 'afwijkende seksuele praktijken’ laten zien. Dus fotografeert hij een vrouw wier onderarm diep in de anus van een man verdwijnt, of zien we een achteroverliggende, vrouwelijke lilliputter die op het punt staat gepenetreerd te worden door een hevig opgewonden man (definitely geen lilliputter). Of een vrouw die een stijve paardelul met haar handen omklemt. Of een man en vrouw die aan plasseks doen. Schok na schok trekt voorbij.
Zijn deze kunstwerken erotisch? Nee. Daarvoor zijn ze te leeg, te geposeerd en te belachelijk. Zijn ze schokkend? Niet echt. De opnamen laten niets te raden over, maar zijn tegelijkertijd te esthetisch om ons werkelijk te laten schrikken. Wat Serrano toont, is de opwinding van de puber die met rode oortjes zijn eerste Chick of Candy doorbladert. Het màg eigenlijk niet. En juist daarom is het spannend.
Onderhand wijst alles erop dat het werk van de veelbesproken fotograaf door de werkelijkheid is ingehaald. Nu ieder maatschappelijk en seksueel taboe door de therapeutische gehaktmolen van de talkshow is gedraaid, blijkt het praktisch onmogelijk het publiek werkelijk te choqueren. Ga maar na: ex-prostituées vertellen voor de televisiecamera honderduit over hun ervaringen. Oók over plasseks en aanverwante zaken. Wekelijks zien we tientallen verschillende soorten dildo’s en vibrators gedemonstreerd door gekwalificeerde standwerkers van Ero Life-beurzen. AT5 brengt het SM-, leather en kinky gebeuren gezellig bij u thuis, en de gehandicapte komt een keer per maand door het ziekenfonds vergoed aan zijn gerief. Bejaarden- en lilliputterseks schokkend? De Nederlandse museumbezoeker lacht erom!
Kunst moet amoreel zijn om morele vragen te kunnen stellen. De veelvuldig in het mortuarium vertoevende fotograaf Joel-Peter Witkin heeft dit als geen ander door. Hij zegt: 'Wie begrijpt wat ik doe, waardeert de vastbeslotenheid, de liefde en de moed die nodig zijn om het wonderbaarlijke en het schone te herkennen in mensen die door de maatschappij worden beschouwd als mismaakt, onzuiver, nutteloos en armzalig.’ Het is een honderd procent politiek correcte uitspraak, waarvan het waarheidsgehalte niet betwijfeld hoeft te worden.
Witkin maakt zeer overtuigende foto’s. Hij laat dingen zien die je liever niet wilt zien, maar waardoor je toch gefascineerd wordt. In tegenstelling tot de splattermovie, waarin de met de kettingzaag gescheiden armen en benen je om de oren vliegen en het bloed met liters tegelijk tegen de camera spat, toont Witkin èchte horror. Menselijke horror. 'Ik wilde de eenzaamste foto uit de geschiedenis maken’, schrijft Witkin over zijn Man Without a Head. De Man zonder hoofd: even zie je jezelf in het mortuarium zitten, ontzield, bloot en met je sokken aan. Dat beklijft. Daar kan geen lilliputter van Serrano tegenop.