Monarchie Gastcolumn

‘Het was gezèllig, hè?’

De koningin volgen in het buitenland is voor een cor­respondent niet spannend.

Mijn eerste gedachte, toen koningin Beatrix haar aftreden aankondigde: ‘Hoe moet dat nu met prins Charles?’ Een voormalig correspondent in het Verenigd Koninkrijk ontkomt er niet aan zulk nieuws te zien vanuit het perspectief van ’s werelds oudste monarchie. Die ongetwijfeld met afgrijzen reageert op de Nederlandse troonswisseling, want traditie en plichtsbesef en de eedaflegging bij de troonaanvaarding daar dicteren allemaal dat je koning blijft tot je erbij neervalt. De reactie binnenshuis bij de Windsors zal dus, vermoed ik, gelijk zijn geweest aan die van een Britse commentator inzake het aftreden-om-gezondheidsredenen van paus Benedictus: ‘One doesn’t come down from the cross!’

Prins Charles (64) heeft specifieke reden tot treurnis. Ooit vertrouwde hij Nederlandse correspondenten in Londen toe dat Beatrix en hij ‘een vakbond van troonopvolgers’ hadden gesticht, waarin hij bij haar aantreden als koningin als enige was achtergebleven. Wat moet hij nu? Aanschuiven bij Amalia (9)? Arme middelbare troonpretendent, die moet wachten tot zijn moeder het loodje legt.

Maar meer nog pieker ik over het lot van de hofhouding van onze aftredende majesteit. Gaan al die door haar uitgekozen hof-coryfeeën nu ook met pensioen? Wat zál ik ze missen, die sjieker dan sjieke dames en heren, die ik een aantal keren meemaakte wanneer onze majesteit Engeland, Schotland of Ierland bezocht. In het kielzog van de koningin maten ze zich, vooral tegenover de pers, een status aan, hoger dan die van de majesteit zelf.

Daar was die gelegenheid dat wij, op de top van Canary Wharf, helemaal achter in een propvol zaaltje en slechts door een rood koord van het gezelschap rond de koningin gescheiden, ons collectief stonden te vervelen, omdat de uitleg aan de koningin ver weg en voor ons niet hoorbaar plaats had. Aan gene zijde van het koord bevond zich een van de hofdames, die ons – een vrouw of drie aan Londense correspondenten, plus een verzenuwde rvd-vertegenwoordiger – al de hele dag volstrekt negeerde. Het werd aan de koningin overgelaten om elke ochtend van dit meerdaagse bezoek een vaag knikje in onze richting te maken.

‘Mevrouw, mag ik u iets vragen?’

‘Nee.’

Dan was er die adjudant, die ons, keurige correspondenten van keurige kranten, tijdens een bezoek aan Ierland voortdurend dwarsboomde door opzettelijk deuren voor onze neus dicht te doen, die de rvd-man juist letterlijk voor ons geopend had. ‘Als jullie hier gaan staan, kunnen jullie zo de koningin voorbij zien komen.’ Op ons protest tegen de adjudant: ‘Waarom doet u dat?’ was het antwoord: ‘Omdat IK dat zeg!’ En op een receptie voor Nederlanders-in-den-vreemde, waarop wij keurig gekleed in een hoek van de zaal stonden opgesteld, tegen die arme rvd-functionaris en binnen gehoorsafstand van alle andere receptiegangers: ‘Meneer! Ik wil dit hier ogenblikkelijk weg hebben!’ ‘Dit hier’ waren wij.

Over dit contraproductieve gedrag van de hofhouding schreef ik uiteindelijk een venijnig stukje met de strekking: hofhouding hindert pers, zonder pers koningin onzichtbaar. Dat stukje kwam vervolgens ter sprake op het maandagmorgenoverleg ten paleize. Een deelnemer aan dat overleg vertelde later dat prins Claus tegen de adjudant gezegd had dat ‘u misschien maar niet meer mee moet met dit soort bezoeken, als u zich niet weet te gedragen’. Bij de krant kwam een telefoontje binnen van een rvd-functionaris die zei anoniem te willen blijven: ‘Wilt u zeggen dat wij van dat stukje érg hebben genoten?’ Bij een volgende gelegenheid zag ik een gestalte, niet in uniform ditmaal, maar in het grijs, opvallend schichtig wegschieten. Het bleek de adjudant.

Laten we wel zijn: het volgen van de koningin op een min of meer formeel bezoek in het buitenland is voor een correspondent niet de meest journalistiek spannende opdracht. De neerslag ervan in de krant beperkt zich meestal tot een foto met onderschrift, maar je reist mee ‘voor het geval er iets gebeurt’. Met vaste correspondenten onderling krijg je dan na een aantal keren in zo’n rvd-geregelde volgbus al gauw de sfeer van een schoolreisje. Het Britse equivalent van de rvd, Buckingham Palace’s Press Office, gruwde van de – in hun ogen – informaliteit waarmee Nederland het journaille zelfs maar in de buurt van de majesteit liet komen.

Zoals die keer dat koningin Beatrix een informeel bezoek bracht aan Covent Garden en bij het betreden van het gloednieuwe Seven Dials-pleintje uit een kraakpand bijna een zak ijs op haar hoofd kreeg. ‘Bent u geschrokken, majesteit?’ ‘Dat ijs? Niets aan de hand!’ zei de koningin. De Britten waren ontzet en tot in hun kern geschokt. Over dat ijs, maar ook over deze verbale uitwisseling. Koningin Elizabeth zegt nooit iets met enige inhoud. Alleen: ‘Have you lived here long?’ of: ‘Have you come far?’

Hoe dan ook: ook de hofhouding als geheel had zich kennelijk iets aangetrokken van het verwijt dat zij zich door haar arrogante opstelling jegens ons correspondenten schuldig maakte aan potentiële vervreemding tussen koningin en volk. Als wij immers niet meer mee zouden gaan, omdat we voortdurend als oud vuil behandeld werden door mensen die de hoffelijkheid zelve zouden moeten zijn, dan zou de koningin onzichtbaar worden in haar taakvervulling. En zo kon het gebeuren dat na afloop van een koninklijk bezoek niet wij, correspondenten in Londen, maar een groepje koningshuisjournalisten, op weg terug naar Nederland, op station Lille International op het ene perron op de trein stond te wachten en de grootmeesteres van de koningin, die privé naar Zuid-Frankrijk doorreisde, op het andere. En de grootmeesteres zag de journalisten, begon te zwaaien en riep: ‘Dááág, lieve mensen van de pers! Het was gezèllig, hè?’


Hieke Jippes was van 1987 tot 2012 correspondent in het Verenigd Koninkrijk voor NRC Handelsblad