De monomanie van de kroonprins

Het waterhoofd van Willem-Alexander

De kroonprins heeft zich zoals beloofd vastgebeten in het water. Monomanie — de oude Oranje-ziekte — dreigt. Willem-Alexander en de politieke valkuilen van het watermanagement.

TOEN WILLEM-ALEXANDER drie jaar geleden voor het eerst het woord ‘watermanagement’ liet vallen — in een televisie-interview met Paul Witteman — was dat aanleiding tot enige lacherige reacties, hoeveel moeite de kroonprins zich ook getroostte om zijn vers opgelopen passie voor de wereldwatersituatie te verwoorden. ‘Water is toch iets fantastisch moois’, sprak de prins. ‘Het is een primaire levensbehoefte. Het is gezondheid, het is milieu, het is transport. Er is een gevecht tegen water en een gevecht voor te weinig water. Je kunt er echt alles mee doen en bovendien is het zeer oer-Hollands.’ En al klonk in die woorden nog een beetje te veel de echo van een


pr-bureau, aan de dromerige blik in de ogen van Willem-Alexander was duidelijk dat het hem menens was. Hij zou zich de komende jaren dan ook in het waterbeheer ‘vastbijten’, gaf hij het volk te kennen.


De scepsis was groot. Trouw wist te melden dat de prinselijke waterobsessie was gebaseerd op een idee van prins Claus, ‘als tegenwicht voor zijn belangstelling voor bier, blondines, vliegtuigen en snelle auto’s’. Het mocht niet verhinderen dat de prins der Nederlanden de afgelopen drie jaren bijna niets anders aan zijn hoofd heeft gehad dan water, water en nog eens water. Overal ter wereld bezocht hij kanalen, gemalen en waterputten. Wie zijn activiteiten van de afgelopen jaren overziet, wordt bijna zeeziek van zo veel water. Geen hoogheemraadschap of rioolwaterzuiveringsinstallatie ontkwam aan de prinselijke aandacht.


Ook in het buitenland was het van Rio de Janeiro tot Los Angeles, van Sint-Petersburg tot Peking, van Zimbabwe tot Zuid-Afrika water dat de klok sloeg. Terwijl Willem-Alexanders aanstaande bruid, de pronte Argentijnse Deutsche Bank-medewerkster Máxima Zorreguieta, zich door Bilderberg-secretaris Victor Halberstadt nog liet voorlichten over de grote lijnen van de wereldpolitiek en de specifieke rol daarin van het Huis van Oranje, ging het bij Willem-Alexander altijd en uitsluitend over water.



HOEWEL WATERBOUWKUNDE in principe Willem-Alexanders specialiteit helemaal niet is (hij studeerde zoals bekend af in geschiedenis, met een nog altijd geheime scriptie over de Nederlandse reacties op het uittreden van De Gaulles Frankrijk uit de Navo), stortte hij zich met een soort monomane razernij die in het verleden bij wel meer Oranjes werd gesignaleerd, op wat hijzelf noemde: ‘de fascinerende wereld van het water’. Daartoe werd de prins klaargestoomd door een driemanschap bestaande uit directeur-generaal G. Blom van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, professor K. d’Angremond van de Technische Universiteit Delft en diens collega prof. W. Segeren. Daarnaast kwam hij onder speciale hoede te staan van de Egyptenaar Ismail Serageldin, vice-president van de Wereldbank, tevens voorzitter van de World Commission on Water for the 21st Century.


Serageldin, de favoriet van Evelien Herfkens tijdens de verkiezingen vorig jaar van een nieuwe directeur-generaal van Unesco (die hij overigens kansloos verloor), is een van de belangrijkste protagonisten van de apocalyptische notie dat de huidige wereldwatersituatie bij ongewijzigd beleid zal leiden tot een nieuwe wereldoorlog. Wijzend op de opdrogende rivieren, de stervende vissen, de vervuilde zeeën en de doorbrekende dijken schildert de Egyptenaar al sinds jaar en dag een dreigend beeld van de toekomst, waarin een steeds groter gedeelte van de wereldbevolking zonder drinkwater zal komen te zitten.


Met zijn oproepen tot onverwijlde actie valt hij vooral goed bij Nederland, waar het ministerie van Verkeer en Waterstaat in samenwerking met Ontwikkelings-samenwerking grote dromen koestert over een centrale rol als mondiaal watermanager. Serageldin is voorzitter van het Global Water Partnership, dat in 1996 werd opgericht door de Wereldbank, de Verenigde Naties en het Zweedse ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking. Op zijn voorspraak werd Willem-Alexander daar erelid van. Daarnaast is Willem-Alexander de nieuwe voorzitter van de Commissie Integraal Waterbeheer en erelid van de World Commission on Water for the 21st Century. Zijn voorlopige hoogtepunt was zijn voorzitterschap van het Tweede Wereld Water Forum dat van 17 tot en met 22 maart 2000 werd gehouden in het Nederlands Congrescentrum te Den Haag.



WIE DE PRINS DAAR op 22 maart (uitgeroepen tot ‘Wereldwaterdag’) bezig zag, moest onherroepelijk denken aan zijn grootmoeder Juliana tijdens haar bevlogen periode in de jaren vijftig. Waar Juliana indertijd grote barokke reden placht te houden over de Universele Liefdesgeest en de Wereldvrede, daar ontpopte Willem-Alexander zich al evenzeer tot een kosmisch geïnspireerd redenaar. ‘Water is deel van ons leven’, meende hij. ‘Water is een bron van samenwerking, het brengt mensen tot elkaar, water is deel van onze rituelen, het draagt onze dromen in zich, onze hoop, onze blik op de toekomst - als een rivier.’ Het is precies hetzelfde soort opstuwend proza dat in de hoogtijdagen van de Greet Hofmans-crisis tot grote paniek in kringen van regering, parlement en pers leidde.


Toen Willem-Alexander tijdens het uitspreken van zijn grote rede werd gestoord door enkele demonstranten, die zich uit protest tegen de bouw van een stuwdam in Spaans Baskenland voor het oog van de Nederlandse monarch in spe uitkleedden en leuzen riepen, reageerde hij met de oprechte getergdheid van een man die van zijn heilige missie wordt afgehouden. In naam van de ‘normal people’ wees hij de naaktlopers streng terecht. Toen deze eenmaal door de politie waren afgevoerd, hervatte hij zijn speech met evenveel oprechte passie als daarvoor, waarbij hij de in het produceren van giga-kapitaal gespecialiseerde internetgeneratie opriep tot een mondiaal reveil om een dreigende mondiale watercrisis af te wenden.


Bij het publiek oogstte het bewondering. Hier stond een nieuwe Willem-Alexander, niet meer de lichtzinnige ‘prins Pils’ van weleer, maar een serieus jong mens, klaar voor het opperste leiderschap, begaan met de verschoppelingen van de wereld. ‘We moeten nu handelen’, aldus de prins. ‘Er komt een mondiale watercrisis aan.’ En alhoewel hij het antwoord schuldig moest blijven op de vraag wat die watercrisis dan precies inhoudt (toen hem dat werd gevraagd keek de prins ‘met een schuin oog’ naar zijn watergoeroe Serageldin) — duidelijk was dat hier een jonge bekeerling zat, geen eendagsvlieg.


De normaal zo sceptische Nederlandse pers liet alle eerdere weerstanden varen en stortte zich eensgezind in het kolkende kielzog van de waterprins. Bijna alle dagbladen kwamen met tientallen pagina’s apocalyptisch proza over de wereldwatersituatie en de glorieuze rol die de natie der Vliegende Hollanders zou kunnen spelen in het afwentelen van de aanstaande ondergang van de planeet aarde als gevolg van overstromingen of uitdroging. Premier Kok zag het allemaal tevreden aan. De stroom van verhalen over het intellectuele en/of maatschappelijke lichtgewichtkarakter van de kroonprins zou nu voor eeuwig tot het verleden horen. In een grijs verleden was het als traag omschreven leerproces van de kroonprins nog regelmatig aanleiding tot politieke zorg. Docenten die het werk van de prins bedeelden met extreem lage cijfers werden naar verluidt weggepromoveerd naar verre oorden als Kaapstad om te voorkomen dat het republikeinse kamp daar munt uit zou slaan.


Om de nare geruchtenstroom te doen stoppen werd indertijd besloten de middelbare-schoolopleiding van de kroonprins te verplaatsen naar het Atlantic College te Llantwit Major in Wales, ver weg van alle pottenkijkers. Ook tijdens zijn universiteitsjaren in Leiden werden de leerprestaties van de kroonprins afgeschermd als een staatsgeheim. Zijn promotor Wesseling zweeg als het graf over de inhoud van Willem-Alexanders boeiende afstudeerproject.


Na Leiden bleef het tobben. Een poging om het maatschappelijk gewicht van de kroonprins te doen toenemen via het lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité liep uit op een jammerlijke mislukking toen precies op dat moment een lawine aan verhalen loskwam over het dubieuze karakter van het jetset-gezelschap van José Samaranch. Dat gezelschap bleek gespecialiseerd in afpersing, handjeklap en ongebreideld bordeelbezoek.



DE WATERSTRATEGIE BLEEK aanzienlijk effectvoller. Het gaat hier dan ook om een staaltje van perfecte typecasting. Een Hollandse prins op een kruistocht voor het water, het is een idee van zo’n geniale eenvoud dat het bijna wel bedacht moet zijn door Saatchi & Saatchi of een andere grote imago-consulent. Het voordeel van water is namelijk dat men er helemaal geen verstand van hoeft te hebben om er toch over mee te praten. Hoewel Willem-Alexander ondanks al zijn werkbezoeken toch waarschijnlijk niet in staat moet worden geacht om leiding te geven aan de rioolzuivering van Flevoland, is het geen enkel probleem om hem aan het hoofd te zetten van een grote niet-gouvernementele organisatie die zich ontfermt over wat inderdaad wel eens het grootste probleem van de eenentwintigste eeuw zou kunnen blijken. Het doet de internationale pers denken aan oer-Hollandse mythen als Hansje Brinker, het jongetje met de vinger in de dijk — Willem-Alexander hoeft eigenlijk niets te zeggen om in zijn rol als waterprins onmiddellijk serieus te worden genomen. Een gigantisch imagoprobleem is met deze geniale manoeuvre in een klap opgelost. ‘Vorsten worden niet geboren; ze zijn het product van de collectieve verbeelding’, meende G.B. Shaw al.


Toch zijn er politieke valkuilen aan te wijzen in Willem-Alexanders nieuwe speeltje. Het grootste gevaar is natuurlijk dat hij volkomen doorslaat. Men denke in deze alleen al aan de merkwaardige capriolen van zijn grootvader Bernhard als beschermheer van al wat groeit en bloeit bij het Wereld Natuurfonds. Bernhards solidariteit met de uitstervende koala’s en de bedreigde Oost-Afrikaanse leeuwenstand culmineerde volgens vele waarnemers uiteindelijk in een situatie waarbij de menselijke maat nogal eens over het hoofd werd gezien. Illustratief daarvoor waren Bernhards inspanningen op het gebied van de stropersbestrijding in Afrika, waar in het kader van de door hem geïnspireerde en gefinancierde ‘Operation Lock’ allerlei obscure huurlingen werden ingezet om stropers — vaak verarmde Afrikaanse keuterboertjes — aan te sporen naar de westerse standaard van diervriendelijkheid te leven.


Het probleem van de hedendaagse royalty is dat men in het schemergebied van de voor milieu en dieren opkomende niet-gouvernementele organisaties meer dan eens het gevoel voor moderne verhoudingen uit het oog wil verliezen en zich alsnog gedraagt als het soort aristocratie van voor de democratische revoluties van de negentiende eeuw, dat wil zeggen: met feodale allure en niet van zins zich door welk parlement dan ook de les te laten lezen.



IN HET GEVAL VAN Willem-Alexander — die naar het zich laat aanzien genetisch meer op de lijn zit van Juliana dan van Bernhard — komt daarbij nog eens de mogelijkheid dat hij zich zodanig door de watercrisis op sleeptouw laat nemen dat hij aan de andere aspecten van het moderne koningschap straks nauwelijks meer toekomt.


Monomanie is zoals hier reeds eerder is vastgesteld nu eenmaal een familietrekje van de Oranjes; zo was Willem III indertijd nauwelijks meer te interesseren voor iets anders dan zijn passie voor het klonen en genetisch manipuleren van de gewassen in zijn moestuinen op ’t Loo. Het echte denkwerk ten paleize werd in die dagen gedaan door Willems echtgenote Sophie van Würtemberg, die wel in contact stond met de groten der aarde en daarom dan ook met overgave werd gehaat door haar geobsedeerde echtgenoot. Hopelijk zal dat scenario zich straks niet herhalen als Willem-Alexander eenmaal in de echt verbonden is met zijn Máxima.