Het Westen wurgt zichzelf

‘Goddank is er nog één Nederlandse politicus die begrijpt dat het sturen van troepen naar Afghanistan niet in het belang van beide landen is.’ Dat zei afgelopen weekend Zabiullah Mujahed, een officiële woordvoerder van de Taliban, door de telefoon tegen de Volkskrant. Hij bedoelde Geert Wilders.

Dat zijn twee onthullingen. Ten eerste blijkt dat de Taliban een telefoonnummer hebben dat je gewoon kunt bellen. Verder zijn er omstandigheden waaronder onze islambestrijder en een fundamentalistische aanvoerder bondgenoten kunnen zijn. Toen Nederland op 1 augustus besloot de militaire aanwezigheid niet te verlengen, werd Den Haag al door de Taliban gefeliciteerd. In dit interview liet Mujahed weten dat ‘Nederland weer als een vijandig land zal worden beschouwd als het zou besluiten de militaire missie te hervatten’. Voor de VVD en het CDA had hij nog een extra boodschap: 'Uw soldaten zijn niet welkom, ook niet voor een humanitaire missie. Ze zullen worden behandeld als bezetters en de hele wereld weet inmiddels wat de Afghanen daarmee doen.’
Moeten we deze laatste waarschuwing dan weer beschouwen als een inmenging in onze binnenlandse aangelegenheden? Waren we niet in Afghanistan met een mandaat van de Verenigde Naties om met instemming van president Karzai waterputten te slaan, scholen te bouwen en met de impliciete vergunning om degenen die ons daarbij hinderden dood te schieten? Ja, zo was het in grote trekken. Maar laten we ons door deze dialectiek niet meer op een dwaalspoor brengen. Het gaat om de feitelijke, telkens wisselende krachtsverhoudingen. Vier jaar geleden heeft ons kabinet zich in het conflict laten lokken. Toen ging het om een opbouwmissie. Die heeft zich tot verrassing van Den Haag tot een vechtmissie ontwikkeld. En eindelijk, aan het begin van dit jaar, zijn onze bewindslieden tot de conclusie gekomen dat Nederland bij de telkens veranderende strategie van Washington niets had in te brengen. Het was mooi genoeg geweest en de enige conclusie was: vertrekken.
Als de nieuwe bewindslieden nu zouden proberen via een achterdeur weer soldaten te sturen, kan dat door de PVV niet worden gedoogd. Maar niet te vroeg gejuicht. Mujahed heeft ook laten weten dat als het nieuwe kabinet het anti-islambeleid van Wilders volgt, dat kan resulteren in een aanslag op eigen bodem. De Taliban beschouwen hem als een anti-islampoliticus en een fascist. Als hij zijn mond niet houdt, volgt er geweld. Dat zullen wij dan weer, vruchteloos protesterend, beschouwen als een volstrekt verwerpelijke inmenging in binnenlandse aangelegenheden.
Hou op met die formalistische onzin. Hoe is na het vertrek van de Nederlanders de toestand? 'Na negen jaar oorlog is nu de fase van het eindspel aangebroken, maar wanneer dat spel zal eindigen, weet niemand’, meldt de International Herald Tribune (18 oktober). De afgelopen weken hebben de Amerikanen hun best gedaan om contacten tussen de regering in Kaboel en de bevelhebbers van de Taliban te bevorderen. Ze hebben zelfs de leiders van het verzet bij hun reis naar Kaboel geholpen. Tegelijkertijd zijn de aanvallen op de Taliban weer verhevigd. Generaal Petraeus hoopt zo te bevorderen dat regering en verzet tot een overeenkomst zullen komen.
Maar er is nog een ander, minder optimistisch scenario. Op het moment vertonen de Taliban nog geen tekenen van verzwakking, laat staan dat het verzet zich zou willen laten ontwapenen. Zoals eerder is gebleken heeft dit verzet de eigenschap tegen de verdrukking in te groeien. Bovendien kan het rekenen op de voor het Westen ongrijpbare steun van de Pakistaanse geheime dienst in het ontoegankelijke grensgebied tussen beide landen. Washington zit al jaren klem. Aan de ene kant steunt het bondgenoot Pakistan met miljoenen dollars. Aan de andere kant financiert het daarmee ook de vijand in Afghanistan. In die uitzichtloze situatie moet er in toenemende mate rekening mee worden gehouden dat de Amerikanen hun geduld verliezen. Dan zullen ze in elk geval met de terugtrekking beginnen, wat de gevolgen ook zijn.
En weer blijkt dat in een achterlijk land strijdkrachten uit het Westen, uitgerust met de modernste middelen, zoals de drones, de vanuit Amerika bestuurde onbemande vliegtuigjes, niet zijn opgewassen tegen een asymmetrische oorlog in de onherbergzaamheid. Via de langdurige vruchteloosheid van de strijd mengt Afghanistan zich in onze binnenlandse aangelegenheden. Over minder dan een maand zijn in Amerika de tussentijdse verkiezingen. Obama’s populariteit staat op een dieptepunt, wat ook aan de toestand in Afghanistan te danken is. De kiezers, ook gedompeld in de gevolgen van de economische crisis, zijn alle oorlogen beu. En juist nu komt het nieuws dat ook in Irak de toestand weer chaotischer wordt. Het verzet van de soenni’s, door Petraeus getemd, laait weer op.
De enige conclusie is dat het Westen asymmetrische oorlogvoering nog moet leren. Wat we aan het doen zijn in Irak en Afghanistan lijkt meer en meer op een hypermoderne zelfwurging.