Interview met Elisa Miller

Het wilde ongeduld

Regisseur Elisa Miller geldt als een van de jonge sterren van de nieuwe Mexicaanse cinema. Haar korte film Ver llover kreeg eerder dit jaar de Gouden Palm op het festival van Cannes. Toch blijft ze in haar werk focussen op het alledaagse. ‘Ik wil graag alles filmen…’

In Ver llover, een korte film waarmee de Mexicaanse cineaste Elisa Miller (25) eerder dit jaar naam maakte op het filmfestival in Cannes, vormen handen het belangrijkste symbool, meer specifiek, de handen van de verliefde tieners Jonas en Sofia. Sofia droomt van een beter leven ergens anders, Jonas is tevreden waar hij is, met zijn moeder die een hotel beheert, moeder, die iedere keer als zij hem ziet, zegt: ‘Lieverd.’

De film duurt nauwelijks vijftien minuten, maar hij voelt veel langer door de lome sfeer van verlangen en hartstocht. Net als een gedicht is deze korte film een vat van betekenissen. En het proces van het kijken is, in navolging van het lezen van poëzie, onlosmakelijk verbonden met het speuren naar verborgen motieven. Zonder beeldsymbolen en metaforiek kan de korte film niet bestaan. De korte film is misschien het best te beschouwen als de kristallisatie van een verhaal. De compressie van tijd en plaats die eigen is aan het filmische korte verhaal maakt betekenis compact en persoonlijk eerder dan mythisch en algemeen.

Spanning is er in Ver llover vanaf de eerste minuut wanneer Jonas en Sofia een drukke weg willen oversteken, en Jonas huivert. De betekenis hiervan wordt al gauw duidelijk: Sofia is klaar om de volgende stap in haar leven te maken. Ze wil niet alleen weg uit het kleine dorpje, de wijde wereld in, ook is ze in seksueel opzicht klaar om nieuwe wegen in te slaan. Samen met Jonas speurt ze de gangen van het hotel af, op zoek naar openstaande ramen waar je doorheen kunt kijken, zodat je een glimp kunt opvangen van stellen die de liefde bedrijven. Een blik op het echte leven. Spannend. Maar wat wil Jonas? En Sofia?

Er zijn prachtige close-ups van de twee tieners die handen vasthouden. Jonas vraagt schuchter: ‘Wil je mijn vriendinnetje zijn?’ Een antwoord is niet nodig. En toch: een soort wild ongeduld schuilt in het meisje. De regisseur verbeeldt dit gevoel op ironische wijze met stille beelden: Jonas en Sofia zitten peinzend naast een beekje. Ze maken papieren bootjes die op en neer deinen op de oppervlakte van het water. Leven we eigenlijk op een eiland? vraagt Sofia.

Wederom close-ups van handen. Liefkozende handen. Dan, het geluid van brekend glas. En close-ups van handen die de glasscherven opruimen. Onontkoombaar: pijn veroorzaakt door een glasscherf die diep in de handpalm van Sofia snijdt. Een snijwond ter grootte van een vagina, rood en vochtig. (Ik denk onwillekeurig aan de wond in de buik van James Woods in David Cronenbergs Videodrome.) Het is een prachtige beeldsequentie waarbij de symbolische betekenis van de hand telkens verschuift en daarmee een keerpunt in de vertelling representeert. Is liefde onschuldig? Gewelddadig? Is liefde zonder pijn? Na het incident met het glas zien we handen die argeloos langs een ijzeren hek flitsen, zoekend.

‘Ik ga weg’, kondigt Sofia aan.

Het ongeduld breekt haar op; de kijker voelt het wilde in haar. Wanneer het regent, is er niets te doen, klaagt ze. Jonas, daarentegen, is tevreden. ‘Ik hou ervan naar de regen te kijken’, zegt hij. Zijn moeder maakt avondeten. Jonas dineert met haar, Sofia maakt zich klaar om te vertrekken.

Onontkoombaar is er seks, maar eerst moet Jonas kiezen tussen de twee handen die Sofia speels achter haar rug heeft gestoken. In een van de handen zit een diepe wond: het lichaam als bron van verandering, van verloren maagdelijkheid. De nieuwe ervaring houdt de belofte van een spannend leven in, wellicht ergens anders.

Al deze symbolische betekenissen komen samen in de laatste, verrassende twee minuten, die de film compleet maken als een allegorie van verlangen, verandering en de pijn van hartstocht en liefde.

Zo soepel en zeker zijn het camerawerk en de montage, en zo gevoelvol is het acteerwerk, dat aan niets valt af te lezen dat Ver llover een debuutfilm is, of het moet de eerlijkheid van de regiestijl van Elisa Miller zijn. Hoe dan ook, juist de filmische kwaliteit en de thematische gelaagdheid van haar film waren de reden waarom de jury in Cannes de Gouden Palm voor beste korte film aan haar toekende, waarna de film aan een triomftocht langs internationale festivals begon. Nu is ook Nederland aan de beurt, waar Ver llover tijdens het Cinemaztlán Mexican Film Festival in de aanwezigheid van Miller zal worden vertoond. Vanuit São Paulo, waar ze te gast is op een festival, vertelt Miller, die bezig is met twee universitaire studies (film en Engelse literatuur), dat ze volledig overvallen werd door het succes van Ver llover.

Elisa Miller: ‘Ik was in Cannes, en voor mij was het al iets groots om in de voorselectie te worden opgenomen. Toen werden we plots uitgenodigd om de uitreiking bij te wonen. Ik ging met Jimena Montemajor, mijn cameraman, en Sofia Espinosa, de actrice die de hoofdrol in de film vertolkt. En we hadden echt geen idee dat we zouden winnen!’

Opeens is Elisa Miller geen onbekende cineast uit Mexico Stad meer die aan studentenprojecten werkt. Haar carrière is in een stroomversnelling terechtgekomen, niet in de zin dat ze opeens aan grote speelfilms werkt, maar doordat haar projecten meer aandacht krijgen en, zegt ze, doordat zij meer zekerheid heeft gekregen wat betreft de legitimiteit van haar ideeën. Miller: ‘Ik ben nog altijd geïnteresseerd in kleine dingen in het alledaagse leven. Met mijn digitale videocameraatje maak ik graag “beelddagboeken”. En ik schrijf veel. Ik wil graag alles filmen – en ik hoop alleen dat ik daar geld voor krijg.’

Financiering is ook in Mexico een eeuwig probleem voor jonge cineasten, ondanks de algemene opleving in het filmklimaat, waardoor sprake is van een heuse Nuevo Cine Mexicano. Daar komt bij dat drie Mexicaanse regisseurs furore in Hollywood maken: Guillermo Del Toro (Pan’s Labyrinth), Alfonso Cuarón (Children of Men) en Alejandro Iñnaritu (Babel). Volgens Miller dienen deze grote namen op dit moment slechts een doel voorzover ze ervoor zouden kunnen zorgen dat de nieuwe Mexicaanse cinema meer bekendheid krijgt. En misschien in de zin dat ze bereid zouden zijn mee te helpen in de ontwikkeling van de carrière van jonge filmmakers. Maar, stelt Miller, de jonge generatie zal zich niet inhoudelijk door Del Toro en de anderen laten beïnvloeden. Miller: ‘Ikzelf voel me bijvoorbeeld ver verwijderd van het Gouden Tijdperk van de Mexicaanse cinema (vlak na de jaren veertig, toen Mexico een volwaardige industrie had, met populaire plaatselijke films en nationale sterren – gk). Ik ben meer thuis in het gezelschap van een zich ontwikkelende generatie cineasten, regisseurs die bereid zijn films te maken zonder iemand om toestemming te vragen. We zijn bereid te draaien zonder grote budgetten of grote productieteams. En we willen dingen maken die geen enkele relatie hebben met datgene wat de Mexicaanse cinema was, of zou moeten zijn.’

Misschien is de verholen boodschap van Elisa Miller dat cineasten als Del Toro, hoe goed ze ook zijn, te veel van hun identiteit kwijt zijn geraakt. Immers, de voelsprieten van Hollywood reiken ver. Miller zegt: ‘Er is bij ons een probleem op het gebied van distributie. Wat dit betreft hebben wij filmmakers niets aan de politiek in Mexico. Het is een grote teleurstelling dat politici niets doen voor de cultuur in mijn land. Veel bioscooptheaters zijn in Amerikaanse handen. Dat heeft ertoe geleid dat mensen gewend zijn geraakt films uit Hollywood te zien. Sterker nog, in de Mexicaanse filmindustrie probeert men in de “Amerikaanse stijl” te draaien. Ik vind dat wij deze ontwikkeling moeten tegengaan.’

Op de vraag welke rol cinema in het alledaagse leven in Mexico speelt, geeft Miller een interessant antwoord. Ziet men film als entertainment, als een revolutionaire kunstvorm of beide? Miller: ‘Of geen van beide! Cinema in een bioscoop is in mijn land iets voor de rijken geworden – bioscoopkaartjes zijn peperduur. Daarom vindt er zo veel piraterij plaats, waardoor mensen via andere circuits met film in aanraking komen.’

Deze economische exclusiviteit heeft ook gevolgen voor de wijze waarop cineasten als Miller films maken. Miller blijft gefascineerd door de vorm van de traditionele korte film – ze is momenteel bezig met een korte film als afstudeerproject – maar media en platformen als digitale fotografie en de website YouTube trekken toenemend haar aandacht. Miller: ‘YouTube is een geweldig fenomeen omdat de website inzicht biedt in datgene waar gewone mensen naar kijken. En in de wijze waarop ze kijken. Digitaal film maken is boeiend. De korte film, als cinematografische vorm, is meer direct, maar niet per se meer poëtisch, dan de lange speelfilm. De korte film is wel een manier om dingen als taal, en ook het film maken als proces, te onderzoeken.’

Voor Miller zelf is het nog te vroeg om vast te stellen in welke richting haar carrière zal bewegen. Net als in veel moderne Mexicaanse films blijkt ‘identiteit’ bij haar een vloeibaar idee te zijn. ‘Amerikaanse films als die van Jim Jarmusch vind ik mooi’, zegt ze, ‘maar ik neig toch meer naar een Europese stijl…’

Waardoor de vraag rijst: heeft de Mexicaanse cinema een identiteit?

Miller: ‘Ik denk dat we daarnaar op zoek zijn.’