De Twitter-president houdt van geld – maar niet ten gunste van zijn land

Het Witte Huis BV

Wie het Trump-tijdperk wil begrijpen moet het beeld van de Amerikaanse democratie bijstellen. Vier jaren Trump stonden boven alles in het teken van het gebruiken van politieke macht als verdienmodel. Is Amerika een maffiastaat aan het worden?

Donald Trump loopt over het South Lawn van het Witte Huis. 25 september © Stefani Reynolds / The New York Times / ANP

Maandag 24 februari 2020 was een dag van onrust en bedrijvigheid in het Witte Huis. Berichten over een gevaarlijk virus verspreidden zich op dat moment net zo rap over de wereld als de besmettingen zelf. In het Oval Office greep president Donald Trump naar zijn favoriete informatiekanaal. Hij wilde Amerika geruststellen. Corona is ‘zeer onder controle’, twitterde hij. Trump verwees naar de beurs, zijn favoriete maatstaf voor succes: ‘De aandelenkoersen zien er volgens mij goed uit.’

De Twitter-president is vier jaar lang de nachtmerrie van progressief Amerika geweest. Hij belichaamt ook het schrikbeeld van Amerika’s Founding Fathers. Drie eeuwen geleden constateerde Benjamin Franklin al dat ‘de liefde voor macht en de liefde voor geld’ de belangrijkste menselijke drijfveren zijn. ‘Los van elkaar kunnen ze mensen tot grote hoogte stuwen’, schreef Franklin, maar gecombineerd in één persoon ‘is het effect verwoestend’. George Mason vatte de bedreiging voor het Amerikaanse experiment helder samen: ‘Als we corruptie niet kunnen voorkomen, dan komt onze politiek gauw tot een eind.’

Maandag 24 februari was de perfecte illustratie van hoe de zucht naar gewin door het Witte Huis wasemt. Terwijl Trump geruststellende tweets de wereld in stuurde, had zijn economische adviesraad een ontmoeting met het bestuur van het Hoover Institute, een invloedrijke denktank aan Stanford University, gewijd aan ‘individuele, economische en politieke vrijheid’. Het was eind februari nog niet duidelijk hoe diep de corona-uitbraak zou inslaan op de Amerikaanse economie, maar Trumps adviseurs uitten diepe zorgen, zo werd duidelijk uit een reconstructie van de bijeenkomst in The New York Times.

Trump-adviseur Tomas J. Philipson, een econoom van de Universiteit van Chicago wiens geloofsartikelen bestaan uit deregulering, belastingverlaging en private gezondheidszorg, waarschuwde het bestuur van het Hoover Institute dat de VS economisch een zeer turbulente tijd tegemoet gingen. Het was volgens hem onduidelijk in hoeverre de regering in staat was de pandemie te beheersen. Larry Kudlow, een tv-commentator die door Trump werd benoemd tot hoofd van de National Economic Council, beaamde die boodschap. Een paar uur daarvoor had Kudlow nog in een televisie-interview gezegd dat de virusaanpak van het Witte Huis ‘waterdicht’ was.

De Hoover-bestuurders, een gezelschap dat voor een belangrijk deel bestaat uit investeerders en donoren aan de Republikeinse Partij, hadden aan een half woord genoeg. Een van hen, hedgefund-adviseur William Callanan, tikte gauw een memo en stuurde die rond aan zijn contacten in de financiële sector. Die speelden het door aan andere investeerders. Deze kettingbrief met cruciale informatie over het naderende economisch onheil was voor ontvangers ‘het eerste belangrijke signaal van twijfel binnen de regering-Trump over haar vermogen om het virus aan te pakken’, concludeerde The New York Times.

Callanan kreeg een veelzeggende reactie van een bevriende beursspeculant. ‘Ga overal short op’ – Wall Street-taal voor wedden op dalende beurskoersen. En dat was precies wat er gebeurde. Aangejaagd door wat er binnen de muren van het Witte Huis rondging, ontstond er eind februari een massale uitverkoop van aandelen.

Nu verkiezingsdag in Amerika nadert is het tijd om de balans op te maken van vier jaar Trump. Terugblikkend zijn er vele momenten die het roerigste presidentschap in decennia vatten. Trumps toespraak op zijn druiligere inauguratiedag over een ‘verwoest Amerika’. Zijn opmerking dat zich ‘very fine people’ bevonden onder de neonazi’s die gewelddadige demonstraties organiseerden in Charlottesville. Trump die in Helsinki naast Vladimir Poetin stond en zei dat Rusland onmogelijk de verkiezingen van 2016 verstoord kon hebben omdat de Russische president het ‘krachtig ontkende’. Stuk voor stuk horen bij deze momenten de grote theorieën die op dit tijdsgewricht zijn geplakt. Trump als noodkreet van de vergeten arbeidersklasse. Trump als signaal dat extreem-rechts in de VS aan een opmars bezig is. Trump als uitvloeisel van een Russisch project om de Amerikaanse democratie te ontregelen.

Er zijn nog meer iconische momenten aan te wijzen. Trump die op het bordes van het Witte Huis trots nieuwe conservatieve opperrechters presenteert. Trump die zegt ‘ik neem geen enkele verantwoordelijkheid’ wanneer de corona-aanpak van het Witte Huis ter sprake komt. Trump die, zoals journalist en historicus Anne Applebaum onlangs opmerkte, als een hedendaagse Mussolini salueert op het balkon van het Witte Huis na zijn ziekenhuisopname vanwege covid. Ook dat waren de Trump-jaren: de stevige greep van conservatief Amerika op de rechterlijke macht. Het onvermogen van Amerika om een crisis het hoofd te bieden. Trumps hang naar autoritair machtsvertoon.

Toch is die ontmoeting in het Witte Huis op 24 februari misschien het meest veelzeggend over welk doel vier jaar Trump nu precies diende. Op die dag kreeg een kleine elite met nauwe banden met de financiële sector voorkennis aangereikt terwijl de regering naar buiten toe deed alsof er weinig aan de hand was. Net als in 2008 had een uitsnede van rijk Amerika de gelegenheid te profiteren van een crisis die de rest van het land in malaise stortte. Trump heeft aanleiding gegeven tot grote ideologische beschouwingen over de liberale democratie, de toekomst van Amerika en de verhoudingen tussen mondiale grootmachten. Maar in de kern is trumpisme geen ideologie maar een onderneming, erop gericht om te profiteren van politieke macht. Zoals politiek commentator Ezra Klein het onlangs samenvatte: ‘Trumpisme heeft nooit bestaan. Er was enkel Trump.’

Dat het Amerikaanse presidentschap werd gezien als een verdienmodel was duidelijk vanaf het moment dat Trump de verkiezingen won. In de verkiezingsnacht vier jaar geleden wachtte een klein groepje Trump-gezinde miljardairs de uitslag af in het Midtown Hotel, een paar blokken verwijderd van Trump Tower in New York. Terwijl tot ongeloof van de wereld de ene staat na de andere naar Trump ging, zagen de aanwezigen dat dit nieuws de beurskoersen deed dalen. Investeerder Carl Icahn – die naar verluidt model stond voor Gordon Gekko in de film Wall Street – besloot gauw naar huis te gaan om gecrashte aandelen te kopen. ‘Hij was slimmer dan ik. Ik bleef op het feestje. Hij ging weg en verdiende een miljard dollar’, zei private-equity-magnaat Wilbur Ross achteraf tegen nieuwszender cnbc.

Carl Icahn diende vervolgens een half jaar als speciale adviseur van Trump, een periode waarin de aandelen in zijn eigen bedrijf 33 procent meer waard werden en Icahn nog eens twee miljard rijker werd. Hij adviseerde Trump om Steve Mnuchin aan te wijzen als minister van Financiën. Mnuchin kwam van zakenbank Goldman Sachs en heeft een geschat vermogen van vierhonderd miljoen. Wilbur Ross is nog altijd de Amerikaanse minister van Handel, en wordt achtervolgd door aantijgingen van zelfverrijking vanwege aandeelhouderschap in bedrijfssectoren waar zijn beleid over gaat. De klachten zijn opgesteld door het Office of Government Ethics, een waakhond die moet toezien op belangenconflicten.

Een zakenbankier op Financiën en een private-equity-magnaat op Handel was slechts het begin van wat de draaideur tussen Washington en het bedrijfsleven uitspuwde nadat Trump president was geworden. Zijn eerste minister van Buitenlandse Zaken, Rex Tillerson, was de ex-directeur van oliebedrijf ExxonMobil. Mark Esper, Trumps huidige minister van Defensie, was een lobbyist voor de defensie-industrie. De minister van Binnenlandse Zaken, David Bernhardt, lobbyde voor de fossiele sector. Bij elkaar is Trumps kabinet het rijkste ooit in de geschiedenis van Amerika. Tijdens zijn campagne zei Trump ‘het moeras’ te zullen droogleggen. Daarna werd het gevuld met vertegenwoordigers van Amerika’s zakelijke elite.

Hoe vermogend Amerika het Witte Huis inlijfde is opgetekend door Dan Alexander in zijn boek White House Inc.: How Donald Trump Turned the Presidency into a Business. Deze financieel journalist van Forbes stelt wat uiteindelijk de kernvragen van het Trump-tijdperk zijn: ‘Wat gebeurt er met een miljardenbedrijf als de directeur president van de Verenigde Staten wordt, en wat gebeurt er met de Amerikaanse democratie wanneer de leider van de natie een in conflicten verwikkelde zakenman is?’

'The New York Times' schat dat Trump tientallen miljoenen heeft verdiend aan vier jaar presidentschap

Het antwoord op de eerste vraag is snel gegeven: dat bedrijf gaat erop vooruit. Trump heeft nooit afstand gedaan van de ongeveer honderd verschillende ondernemingen die onderdeel zijn van de Trump Organization, een octopus waarvan de tentakels zich uitstrekken over vrijwel de gehele Amerikaanse economie. In White House Inc. heeft Alexander een lijst van bedrijven opgenomen die huur aan de president betalen omdat ze kantoor houden in een Trump-gebouw. Tot Trumps klantenkring behoren onder andere de financiële sector (Bank of America, Morgan Stanley), de mode-industrie (Gucci, Nike) en grote bedrijven uit de vastgoedsector, de adviesbranche en de tech-industrie (Cushman & Wakefield, McKinsey, Microsoft). Stuk voor stuk dragen ze bij aan de ongeveer 1,2 miljard omzet en ruim driehonderd miljoen winst die Trumps conglomeraat binnenhaalde in de eerste twee jaar van zijn presidentstermijn.

Het presidentschap was voor Trump bovenal een kans om zijn klantenkring te verbreden. Nog voor hij zijn eed zwoer, liet Trump zich registreren als kandidaat voor de verkiezingen van 2020. Hierdoor werd de campagnekas van de Republikeinen een van de grootste inkomstenbronnen voor Trump. De afgelopen jaren was de Republikeinse Partij de best betalende huurder van Trump Tower in New York. Door rekeningen voor zijn herverkiezingscampagne door te schuiven naar de partij waarvoor hij uitkomt, heeft Trump sinds zijn inauguratie minstens 4,7 miljoen verdiend, concludeerde Alexander.

Vanaf links: Abdullah bin Zayed bin Sultan Al Nahyan van de Verenigde Arabische Emiraten, Benjamin Netanyahu van Israël, Donald Trump en Abdullatif bin Rashid Al Zayani van Bahrein, op weg naar het balkon van het Witte Huis. Washington, 15 september © Doug Mills / The New York Times /ANP

Dat het presidentschap een verlengstuk is geworden van een onderneming is nergens zichtbaarder dan op 1100 Pennsylvania Avenue, Washington D.C., het adres van het Trump International Hotel. Dit gebouw, een uit grijze steen opgetrokken neo-Romaans voormalig postkantoor, is een monument voor politieke zelfverrijking gebleken. Direct na Trumps inauguratie ging de gemiddelde kamerhuur omhoog van vierhonderd naar zeshonderd dollar. Het hotel bood de afgelopen jaren onderdak aan buitenlandse politiek genodigden, delegaties van de Republikeinse Partij en talloze lobbyisten. William Barr, Trumps minister van Justitie, vierde er zijn verjaardag met honderden gasten. Barr rekende dertigduizend dollar af.

De Amerikaanse wet kent talrijke clausules die zelfverrijking door overheidsfunctionarissen verbieden die door Trump zijn genegeerd of omzeild. De General Services Administration, bijvoorbeeld, ziet toe op conflicten rond vastgoed. Trumps allereerste besluit als president, een paar uur nadat hij de eed had afgelegd, was het benoemen van een nieuwe directeur van deze toezichthouder. Trump maakte daarmee de weg vrij om niet alleen vragen te ontlopen over zijn hotel, maar over al zijn vastgoed. Het resort in Miami, de golfbanen in New Jersey: stuk voor stuk haalden ze klandizie uit de overheid, in de gedaante van regeringsfunctionarissen, hun entourage en hun beveiliging. De precieze optelsom zal ongetwijfeld gemaakt worden op een moment dat Trump niet langer de relatieve onaantastbaarheid van een Amerikaanse president geniet. Schattingen van The New York Times over hoeveel Trump heeft verdiend aan vier jaar presidentschap lopen in de tientallen miljoenen.

In White House Inc. laat Dan Alexander dan ook zien dat Trump, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, allesbehalve failliet is. Hij zette de bezittingen op een rij die openbaar zijn gemaakt vanwege wettelijke verplichtingen. Als schulden en bezit tegen elkaar worden weggezet heeft Trump een vermogen van ongeveer 2,5 miljard dollar. Trumps imperium heeft ook grote schulden die het voortbestaan ervan bedreigen. Ook had Trump waarschijnlijk meer verdiend als hij al zijn bezit had verkocht en in een fonds had gestoken dat de gemiddelde beurskoersen had gevolgd. Maar dat doet niets af aan het feit dat hij het Witte Huis als miljardair kan verlaten na vier jaar lang de geldstromen rond een presidentschap deels naar zijn eigen zakken te hebben gedirigeerd.

Het antwoord op de tweede grote vraag van het Trump-tijdperk – wat gebeurt er met de democratie onder een zakenman als president – vergt een langer antwoord en beslaat de vier jaar waarin Trump invulling gaf aan het presidentschap in z’n geheel. Die tijd was een chaotische opeenvolging van schandalen, ontslagen en omstreden benoemingen en ontmoetingen. Maar er zat een duidelijk patroon in alles wat Trump deed en naliet. Elke beslissing is op de een of andere manier terug te voeren op winstmotieven van de president zelf, zijn familie en de kring daaromheen.

Dit is de grote paradox van de Trump-jaren: ze voelen aan als een bewogen episode, maar kijk naar waar een democratie voor bedoeld is – gekozen vertegenwoordigers die de volkswil tot uitvoer brengen – en Amerika blijkt niet structureel veranderd. Beleid maken in de VS betekent dat het Congres samen met de president plannen uitonderhandelt en betekenisvolle wetten overeenkomt. Dat proces is welgeteld één keer doorlopen, aan het begin van Trumps presidentschap toen de president en Republikeinen een nieuwe belastingwet doorvoerden.

Deze Tax Cuts and Jobs Act werd door de regering-Trump gepresenteerd als financiële steun voor de middenklasse. Uit doorrekeningen van het Tax Policy Center, een denktank, is inmiddels gebleken dat de rijkste twintig procent van Amerika zestig procent van de belastingkorting heeft opgestreken. De laagste inkomens zijn er niets op vooruit gegaan. Steven Mnuchin, Trumps minister van Financiën, zei dat de nieuwe belastingwet ‘zichzelf zou terugverdienen door economische groei’. Ook dat is niet gebeurd. Het Congressional Budget Office, de onafhankelijke rekenkamer van het Congres, berekende onlangs dat de lagere belasting tot en met 2025 1500 miljard aan de Amerikaanse staatsschuld toevoegt. Trumps belastingwet is ‘de grootste greep in de kas in Amerika’s recente geschiedenis’, concludeerde het Institute for Policy Studies, een denktank die zich bezighoudt met ongelijkheidsvraagstukken.

Trumps grote belofte om te investeren in infrastructuur heeft zich beperkt tot één project: de omstreden muur op de grens met Mexico. De muur bestaat grotendeels uit vervanging van de reeds bestaande grensafscheiding, maar is bijzonder effectief als het erom gaat publiek geld richting begunstigden van Trump te schuiven. Het bedrijf dat het bouwcontract ‘won’, Fisher Sand & Gravel, is een donateur van de Republikeinse Partij en ontvangt nu 1,3 miljard dollar om 42 kilometer hek aan te leggen.

De bestuurlijke energie van de regering-Trump is verder vooral gaan zitten in het schrappen van regels, in het bijzonder milieu- en gezondheidsstandaarden. Het Witte Huis heeft het aantal gebieden in Amerika waar fossiele brandstoffen kunnen worden gewonnen uitgebreid, emissiestandaarden voor auto’s verlaagd en beperking voor lozing van schadelijke stoffen versoepeld. De regering-Trump is volop bezig de twee pilaren van hervorming na de financiële crisis te ontmantelen. Het gaat om de Dodd-Frank Act, die banken verbiedt te gokken met geld van spaarders, en het Consumer Financial Protection Bureau, dat consumenten moet beschermen tegen malafide financiële producten. De twee sectoren waarmee de regering-Trump het meest verbonden is – de fossiele industrie en de financiële sector – zijn de grootste begunstigden van vier jaar Trump gebleken.

Onder een ondernemer als president blijkt ook dat politiek verandert in een familiebedrijf. Trump is niet de eerste president die zijn bloedverwanten een post heeft toebedeeld. Hij is wel de eerste bij wie het vervullen van de posten wordt gebruikt om privé-ondernemingen te smeren. Ivanka Trump kreeg verschillende licenties voor haar modelijn toegewezen door de Chinese overheid na een staatsdiner met Xi Jinping. Zowel de president als zijn adviseurs hebben in televisie-interviews kijkers gemaand om Ivanka’s kleding en sieraden aan te schaffen.

Om Ivanka benoemd te krijgen moest Trump een anti-nepotismewet omzeilen. Het ministerie van Justitie vaardigde na Trumps aantreden daarom een omstreden oordeel uit waarin stond dat het presidentschap was uitgezonderd van de regels. Daarmee ging ook de deur open voor Jared Kushner, Trumps schoonzoon, die net zomin als Ivanka afstand deed van zijn bedrijven en investeringen. Uit hun financiële openbaarmakingen blijkt dat Jared en Ivanka meer dan honderd miljoen verdienden terwijl ze (schoon)vader Trump adviseerden. >

De wijze waarop Trump en zijn naasten zakelijke en politieke belangen met elkaar verweven, plaatst ze in een aparte klasse binnen de Amerikaanse politiek. In tegenstelling tot andere leden van Amerika’s zakelijke en politieke elite die periodes in de politiek en het bedrijfsleven met elkaar afwisselen, gaan geld en macht bij deze dynastie een direct huwelijk aan, zo beschrijft Andrea Bernstein in haar boek American Oligarchs: The Kushners, the Trumps and the Marriage of Money and Power. De Trumps en de Kushners zijn twee ‘emblematische families’, schrijft Bernstein, emblematisch voor een systeem van ‘groeiende ongelijkheid en steeds grotere invloed van geld op de politiek’.

Bernstein laat zien dat zowel Trump als Jared Kushner stamt uit een geslacht dat er over meerdere generaties dezelfde strategie op nahoudt: gebruikmaken van politieke gunsten, overheidssubsidies en belastingkortingen om er zelf rijker van te worden. Trump erfde zijn startkapitaal van zijn vader dat gebaseerd was op het bouwen van publiek gesubsidieerde woonblokken in Brooklyn en Queens. Kushners vader was een vastgoedontwikkelaar aan de overkant van de rivier de Hudson in New Jersey. Beiden maakten in de afgelopen decennia de oversteek naar Manhattan en de trek naar het zuiden, naar Florida, Amerika’s duurste vastgoedmarkt. En met die stap raakte hun onderneming verknoopt met internationale geldstromen, voor een belangrijk deel afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie.

De onderzoeken van speciaal aanklager Robert Mueller, de grondigste doorlichting van Trumps Russische connecties, legden bloot hoe Trump vastgoeddeals nastreefde in Rusland, Georgië en Azerbeidzjan terwijl hij tegelijkertijd campagne voerde voor het presidentschap. Mueller ontdekte ook dat Russische zakenlieden uit Poetins directe kring Kushner zagen als de perfecte ingang naar de regering-Trump om de relatie tussen Rusland en de VS te beïnvloeden. Een maand nadat Trump was aangetreden zat Kushner aan tafel met de Russische staatsbank veb om te spreken over investeringen in zijn vastgoedbedrijf, dat volop heeft gedraaid in de afgelopen vier jaar.

Het Mueller-onderzoek ging niet hoofdzakelijk over de financiële verwikkelingen van Trump en de zijnen en heeft daarom niet tot verdere gevolgen geleid op dit punt. Wel gaf het het meest plausibele antwoord op de vraag waarom Trump zich deemoedig opstelt richting Poetin: het is simpelweg in zijn zakelijk belang dat economisch verkeer kan plaatsvinden tussen Rusland en de VS, ongehinderd door sancties.

Het is opvallend hoe eenvoudig zelfverrijking van de Trump-clan uiteindelijk is, alles gebeurt min of meer in het openbaar

En dus is de term ‘Amerikaanse oligarchen’ toepasselijk. De afgelopen jaren is Amerika zich gaan spiegelen aan het post-sovjetmodel van een klasse ondernemers die rijk worden dankzij politieke connecties. In een oligarchie is de staat de voornaamste bron van inkomsten, in de vorm van contracten, licenties en publieke bestedingen. Tegelijk dient de staat als vehikel om de eigen positie te beschermen en anderen te dwarsbomen. Het is de vermenging van politiek en geld die Trump naar het Witte Huis, het hart van de macht in Amerika, heeft gebracht. Trump zou een uniek verschijnsel zijn. In de geschiedenis van opeenvolgende Amerikaanse presidenten is dat misschien waar, maar in het kader van de recente geschiedenis is het verontrustend bekend.

Jared Kushner voorafgaand aan een ceremonie in het Witte Huis waar Trumps regeringsplannen voor het Midden-Oosten worden onthuld. 28 januari © Alyssa Schukar / The New York Times / ANP

Wie de Trump-jaren wil begrijpen moet daarom het beeld van de Amerikaanse democratie bijstellen. Het is een vereiste om de politiek in Amerika niet te beschouwen als een functioneel stelsel met partijen die strijden om macht in de hoop hun ideologische voorkeuren te verwezenlijken, met instituties die de macht begrenzen en een publiek dat via de stembus als een jury oordeelt. Die blik gaat voorbij aan Trump omdat hij buiten dat systeem staat. ‘In de afgelopen vier jaar is de taal van politieke onenigheid, gerechtelijke procedures of partijgebonden discussies gebruikt om iets te beschrijven wat bezig was om het systeem te verpulveren waarvoor dat soort terminologie was uitgevonden’, zo vat de Russisch-Amerikaanse journalist Masha Gessen Trumps presidentschap samen in Hoe overleef je een autocratie: Donald Trump en de vernietiging van de Amerikaanse democratie. Trump begrijpen betekent hem vooral niet als politicus zien.

Om duidelijk te maken wat de invloed is van Trump op Amerika leent Gessen een model van de Hongaarse socioloog Bálint Magyar. Die omschrijft de transformatie die zijn thuisland heeft ondergaan sinds de val van de Sovjet-Unie als het ontstaan van een ‘postcommunistische maffiastaat’. In een maffiastaat is de politiek een instrument om geldstromen te reguleren, af te tappen en te verleggen binnen een netwerk waarin iedereen elkaar begunstigt, een ‘clan-achtig systeem waarbinnen een man geld en macht verdeelt onder alle andere leden’, zo vat Gessen het samen.

Zoals Orbán in Hongarije en Poetin in Rusland de spil zijn die middelen van de overheid – geld, contracten en licenties – uitdeelt aan vertrouwelingen heeft Trump die rol aangenomen in Amerika. Het is een ongekende omkering van hoe werd gedacht dat de geschiedenis zou verlopen: jonge democratieën zouden langzaam steeds meer op verankerde westerse democratieën gaan lijken. In plaats daarvan beweegt de grootste democratie op aarde zich in de richting van het Oost-Europese model, met alle corruptie en het nepotisme die daarbij horen.

Het is opvallend hoe eenvoudig zelfverrijking van de Trump-clan uiteindelijk is. Er is geen sprake van het stiekem wegsluizen van geld. Alles gebeurt min of meer in het openbaar en wordt begrensd door het soort onderneming dat de Trumps altijd al voerden: het uitbaten van vastgoed en de familienaam Trump als merk. Het presidentschap wordt gebruikt om die vijf letters wat meer glans te geven en ondertussen een deel van de staatskas met het eigen banksaldo te verbinden. ‘Trumps zwendel is die van de kleine sjacheraar gebleken’, schampert David Frum in zijn boek Trumpocalypse. ‘Hij heeft de veroordeling op zijn nek gehaald als de meest corrupte president in de geschiedenis voor een bedrag dat kleiner is dan wat Michelle Obama verdient met haar boeken en lezingen.’

Maar corruptie hoeft niet plaats te vinden op de grootst denkbare schaal om de door de Founding Fathers gevreesde ‘verwoestende uitwerking’ op de Amerikaanse democratie te hebben. Normen, wetten en regels staan in de weg van zelfverrijking groot en klein, en moeten het veld ruimen voor een president die het Witte Huis als een bv behandelt. En dus blikt Amerika terug op een spoor van ontslagen. Wat de functionarissen die door Trump de laan werden uitgestuurd deelden was dat ze zich uitspraken, regels probeerden te handhaven of onderzoek deden dat op een of andere manier de werking van Trumps oligarchie dwarsboomde.

De meest dramatische episode kwam dit voorjaar, toen Trump bij vijf verschillende ministeries de inspecteur-generaal ontsloeg. Steve Linick, de inspecteur-generaal die toezicht houdt op het ministerie van Buitenlandse Zaken, stond op het punt een onderzoek naar buiten te brengen over wapenverkoop aan Saoedi-Arabië die was goedgekeurd door Mike Pompeo, Trumps minister van Buitenlandse Zaken. Ook Pompeo zelf werd onderzocht omdat hij medewerkers persoonlijke klusjes voor hem liet opknappen. De inspecteur-generaal bij Defensie werd ontslagen vlak voor het voltooien van een onderzoek naar hoe de Amerikaanse overheid IT-contracten ter waarde van tien miljoen dollar had aanbesteed. De ontslagen inspecteur-generaal bij het ministerie van Transport was bezig met een onderzoek naar transportminister Elaine Chao, de vrouw van Mitch McConnell, de Republikeinse voorzitter van de Senaat.

Op dezelfde wijze probeerde Trump obstakels binnen de rechterlijke macht uit de weg te ruimen. Kort na zijn aantreden vroeg Trump aan Preet Bharara, hoofdaanklager van de jurisdictie in Zuid-New York om een aantal aanklagers die door Obama benoemd waren weg te sturen. Toen Bharara weigerde werd hij zelf ontslagen. Vervolgens bemoeide Trump zich persoonlijk met het aanstellen van nieuwe aanklagers in New York en Florida, precies die districten waar zijn bedrijven en die van de Kushners gevestigd zijn.

Afgelopen juni ontsloeg Trump een openbaar aanklager in Manhattan, Geoffrey Berman, die strafrechtelijk onderzoek deed naar Trumps (voormalige) medewerkers. Berman was betrokken bij de strafzaak tegen Michael Cohen, Trumps fixer die veroordeeld werd wegens belasting-fraude en liegen onder ede. Uit datzelfde onderzoek kwam onlangs een aanklacht voort tegen Steve Bannon. Trumps voormalige campagne-adviseur zou fraude hebben gepleegd door geld in te zamelen voor de bouw van de grensmuur en dat vervolgens in eigen zak hebben gestoken. Het onderzoek dat Berman begon tegen Trumps advocaat Rudy Giuliani loopt nog. ‘Trump voert oorlog tegen het hele idee van een onafhankelijke rechterlijke macht’, concludeerde The Atlantic.

De politisering van het recht bereikt een hoogte-punt nu de eindsprint naar de verkiezingsdag is ingezet. Trump heeft William Barr, minister van Justitie, opgeroepen om Joe Biden te arresteren omdat hij als vicepresident een ‘coup’ tegen hem zou hebben gepleegd. Het lijkt erop dat Barr hier voor het eerst een grens trekt, na anderhalf jaar waarin hij diende als afweerschild voor de president. Barr stond niet in de weg op het moment dat Trump waakhonden en aanklagers verving. Hij zorgde ervoor dat Trump de Rusland-onder-zoeken van Mueller overleefde door de president immuniteit voor vervolging toe te schrijven. ‘De zwakke plek, het minst tiran-bestendige onderdeel van de overheid, is het ministerie van Justitie gebleken’, schrijven de juristen Susan Hennessy en Benjamin White in Unmaking the Presidency: Donald Trump’s War on the Most Powerful Office. Inderdaad liet Barr de president wegkomen met elke normschending: de weigering documenten aan het Congres te overhandigen, het blokkeren van getuigen in onderzoeken naar de president, maar vooral het blijven dienen van zakelijke belangen vanuit het Witte Huis.

Barr vertegenwoordigt een denkschool die bij rechts Amerika in opmars is, waarin de president gevrijwaard is van controle en in feite kan doen wat hij wil. De Republikeinen hebben zich achter deze filosofie geschaard omdat Trump een kans bood voor de partij om twee prioriteiten te verwezenlijken: het verlagen van belastingen en het benoemen van conservatieve rechters. Dat was de politieke deal die Trump sloot: ruimte voor zelfverrijking in ruil voor Republikeinse paradepaardjes. Het laatste succes op dit punt wordt binnengehaald vlak voor de verkiezingen. Met de benoeming van Amy Coney Barrett, net als William Barr een streng conservatieve katholiek, staat de teller van het aantal benoemde opperrechters onder Trump op drie.

Met een Supreme Court dat voor een derde bestaat uit benoemingen door een president die zegt geen vreedzame machtsoverdracht te willen garanderen en een minister van Justitie die werd aangesteld vanwege zijn claim dat de president boven de wet staat, gaat Amerika nu wellicht de grootste test uit zijn politieke geschiedenis tegemoet: legt de zittende president zich neer bij de verkiezingsuitslag als hij verliest?

Mocht Trump aanblijven, via de stembus of een machtsgreep, dan is de slotakte van zijn eerste termijn een voorbode van zijn tweede. Kleptocratie zal onbegrensd blijken omdat een president zelfs de democratie ervoor opzij kan schuiven. Religieus-conservatief Amerika kan doorgaan met zijn strijd tegen progressieve verworvenheden zoals het recht op abortus en gelijkheid tussen geslachten en rassen. Dát is het moment waarop trumpisme echt ideologisch wordt. Amerika kan op die manier een postliberale maffiastaat worden. Postliberaal, omdat de wezenskenmerken van een liberale democratie – politieke macht ingesnoerd door regels en instituties en vrijheid en gelijkheid als leidende idealen – samen op het hakblok gaan.

Als de Amerikaanse kiezer besluit dat vier jaar genoeg was en dit krijgt ook gevolg, dan is de laatste fase van Trumps presidentschap een laatste ronde geweest waarin de Trump-oligarchie in de kas kon grijpen. De finale van dit presidentschap werd getekend door een uit de hand gelopen pandemie die aan bijna een kwart miljoen Amerikanen het leven kostte. De ontzetting hierover in combinatie met een geruïneerde economie kost Trump wellicht zijn baan, maar de clan profiteert.

Ivanka Trump en Jared Kushner waren blij met hun miljoenenaandeel in Cadre, een investeerder in hotels die kantoor houdt in een pand in New York, dat eigendom is van Kushner, ontdekte het tijdschrift Mother Jones. Cadre bleek dubbel te profiteren van de coronacrisis: in de vorm van noodsteun aan de hotelbranche én vanwege een crisis in de hotelsector waardoor failliete ondernemingen straks kunnen worden opgekocht. Saillant detail: Kushner beloofde bij zijn aantreden zijn aandeel in Cadre te verkopen, en kreeg op basis daarvan groen licht van de ethische commissie die adviseert bij Witte Huis-benoemingen, maar hij voegde nooit de daad bij het woord.

Meer dan veertig lobbyisten die banden hebben met Trump sleepten tien miljard binnen uit de noodhulp die de Amerikaanse regering uittrok, zo bleek uit onderzoek van Public Citizen, een anti-corruptiewaakhond. Verschillenden van hen hadden eerder een functie in de regering-Trump.

Er bestaat een kans dat dit het was: een kleine club die Amerika’s hoogste ambt versjacherde voor uiteindelijk klein gewin. Misschien was vier jaar Trump in wezen doodsimpel. ‘Ik hou van geld. Ik ben mijn hele leven inhalig, inhalig, inhalig geweest’, sprak Trump in 2016, op campagnetournee in Iowa. Het bleek het motto van zijn ambtsperiode. De vervolgbelofte, om inhalig te zijn ten gunste van Amerika, bleef onvervuld.