H.J.A. Hofland

Het wonder Obama

‘We want to get this country moving again’, zei John F. Kennedy in zijn campagne, 48 jaar geleden. ‘Its morning again in America’, riep Ronald Reagan in 1980. De natie was in mineur, had behoefte aan een nieuw leiderschap en als door een wonder verscheen daar de redder. De eerste keer waren de Amerikanen nog niet bekomen van de schrik, veroorzaakt doordat de Sovjet-Unie een aardsatelliet had gelanceerd, de spoetnik. De Russen waren op weg de ruimterace te winnen. Hun wetenschap was superieur, dankzij hun onderwijs en de fanatieke gemotiveerdheid van hun leerlingen. Dat dachten de deskundigen toen. De tweede keer was de ambassade in Teheran gegijzeld. De helikopters die, door Jimmy Carter gestuurd, op weg waren om het personeel te ontzetten, waren boven de woestijn tegen elkaar gevlogen en verongelukt.Beide keren heb ik de wedergeboorte voor mijn ogen zien gebeuren. De eerste keer woonde ik in Johnstown, Pennsylvania, de tweede keer in New York. Twee maal politieke euforie. Ook in Amerika is een wedergeboorte geen alledaags verschijnsel, maar als de nood der tijden erom vraagt, kan het zich plotseling voltrekken.

Aan het begin van dit lange proces van voorverkiezingen heeft Barack Obama zich uit de schemer van de anonimiteit losgemaakt. Een jonge, zwarte politicus die bekend heeft wel eens marihuana te hebben gerookt en die zich niet heeft verscholen achter het excuus ‘I didn’t inhale’, heeft in Iowa zijn grote concurrente Hillary Clinton verslagen. Hillary’s bedrijfskapitaal bestaat uit haar ervaring als senator en het feit dat ze met Bill, the comeback kid, is getrouwd. Bij de Republikeinen is ook een kandidaat met ervaring, de 71-jarige John McCain, die in Vietnam gevangen heeft gezeten. Vorige week was het nog een waardevol verleden. Maar nu lijkt Obama het toverwoord van deze campagne te hebben gevonden: Change! Van de media, ook hier, heeft zich het begin van een euforie meester gemaakt. De vraag is: hoe lang zal het duren?

De toon van de campagne, van beide partijen, wijst erop dat de kiezers genoeg hebben van George W. Bush en zijn entourage. Dat overkomt iedere president die acht jaar aan het bewind is geweest. Bij Bush is het anders. In 2006 werden de tussentijdse verkiezingen al beschouwd als een referendum over Irak. Dat hij die toen heeft verloren, verhinderde hem niet de zogenoemde surge te organiseren, het sturen van dertigduizend man extra naar Irak, die de definitieve kentering in de oorlog zouden brengen. Het is daar rustiger geworden, wat volgens de Republikeinen niet betekent dat de troepen nu snel naar huis kunnen. Eerder wordt op een langdurigere aanwezigheid gerekend.

Het saldo van zeven jaar buitenlandse politiek onder het bewind van Bush komt in de buurt van een catastrofe. Het grootste deel van het Amerikaanse leger is gegijzeld in Irak, er daagt geen oplossing voor andere conflicten in het Midden-Oosten, de Taliban in Afghanistan zijn weer in opkomst, het Atlantische bondgenootschap is tot een stuurloze vereniging gereduceerd. Daarbij komen de stijgende olieprijzen, de hypotheekcrisis, de afnemende werkgelegenheid. De president is een verbruikte man.

In het laatste jaar van dit presidentschap voltrekt zich het faillissement van het neoconservatisme. Het had zich al eerder voltrokken, maar op de bekende manier probeerden de bushisten het te verbergen. Het goede nieuws, beweren ze, wordt opzettelijk uit de media geweerd. In vijf jaar democratiseringsoorlog zijn niet 600.000 Irakezen gedood, zoals The Lancet beweerde, maar hoogstens 85.000. Dergelijke humanitaire rekensommen worden verspreid door Fox News, The New York Post en andere organen van de neoconservatieve propagandamachine. En in de loop van de campagne zal zeker de deun van het patriottisme weer steeds harder klinken. Over ‘the brave young men and women’ die hun leven niet vergeefs hebben geofferd.

Maar te oordelen naar het verloop van deze eerste voorverkiezingen zou er een kentering kunnen zijn. In de volle openbaarheid hebben we nu de opmars van Obama. En al langer is er een tersluikse wending zichtbaar. Neoconservatieve dwaallichten als Paul Wolfowitz, Donald Rumsfeld en Karl Rove zijn uit de omgeving van de president verdwenen. Deze week is hij in Israël om persoonlijk het vredesproces te bevorderen. Dat had hij zeven jaar geleden moeten doen, maar het presidentschap moet je nu eenmaal leren, tegen welke kosten ook. En laten we ons niet vergissen. We staan pas aan het begin van een campagne die in de loop van het jaar steeds harder zal worden en een ongekende giftigheid zal bereiken. Misschien wordt een week voor de verkiezingsdag Osama bin Laden gevangen. Dan verandert opnieuw alles.