De vrolijke vrouwtjes van Windsor

Het wonder van de Dieverse Shakespeare

Jack Nieborg, sinds 2000 de regisseur van het Drentse Shakespearetheater in Diever, lijkt een patent te hebben op de «moeilijke» stukken van de Engelse bard, zoals ‹Pericles› en ‹Cymbeline›. Dit jaar koos hij voor ‹De vrolijke vrouwtjes van Windsor›. Met succes.

An Excellent and Pleasant Conceited Comedy of Sir John Falstaff and The Merry Wives of Windsor van William Shakespeare werd in 1602 ingeschreven in het Stationer’s Register, het copyrightbureau van de Master of Revels, de Londense stadssecretaris van vermaak. Dat was nodig, want er was zojuist een bastaardversie verschenen, een zogenaamde bad Quarto — wij zouden zeggen: een beroerd geredigeerde pocketuitgave. Een acteur die ooit een kleine rol in de komedie speelde maar de troep uit was gegooid, schreef uit zijn geheugen de tekst op en liet die (als zoete wraak) drukken — in de moordende concurrentie tussen de public theatres een gebruikelijke actie. Als we The Merry Wives of Windsor preciezer willen dateren, moeten we dus verder zoeken.

Dat gaat het best aan de hand van de held uit het stuk, Sir John Falstaff, een aan lager wal geraakte militair die, wegens gebrek aan oorlog, een zich dood vervelende kroegtijger is geworden, dag in, dag uit starnakel bezopen, omringd door een gezelschap klein-bier-criminelen. Shakespeare introduceerde Falstaff in de twee delen van zijn koningsdrama Henry IV, waar hij de drinkebroer is van de kroonprins. Falstaff wordt Shakespeares meest populaire clown, waarschijnlijk vooral door de vertolking van de raskomediant in zijn gezelschap, Will Kempe. Volgens een hardnekkige anekdote zou koningin Elisabeth I dermate hebben genoten van de verrichtingen van Falstaff dat «she commanded Shakespeare to show Falstaff in love». The Merry Wives of Windsor is in opdracht geschreven, waarschijnlijk vrij kort nadat Elisabeth I het eerste deel van Henry IV had gezien, in de winter van 1596-1597.

De aanleiding tot die opdracht was een feest op St. George’s Day, 23 april 1597: vijf edelen (plus een Duitse graaf) kregen die dag de Orde van de Kousenband («Garter») omgehangen, een felbegeerde koninklijke onderscheiding. The Merry Wives of Windsor werd ter gelegenheid van die gebeurtenis voor het eerst opgevoerd in de grote hal van Whitehall, direct na het galadiner. De uitspanning die in het stuk voorkomt, The Garter Inn («Kroeg van de Kousenband»), was hét café van het plattelandsdorp Windsor, waar veel adellijk volk na een diplomatiek bezoek aan het buitenverblijf van de koningin een afzakkertje kwam halen en zich mengde onder het omhooggevallen plebs. The Merry Wives of Windsor is de enige Shakespearetekst die zich afspeelt in Engeland, onder het gewone volk.

Shakespeare was 33 toen hij Elisabeth beloonde met Falstaff In Love. Hij had vijftien toneelstukken op zijn naam staan, waaronder tien meesterwerken en hardnekkige publiekssuccessen. Plus twee epische gedichten die de ene herdruk na de andere haalden (om nog maar te zwijgen over de tientallen sonnetten, die nog niet in druk waren verschenen). Financieel was Shakespeare in zeer goede doen: in het voorjaar van 1597 kocht hij het grootste huis in zijn geboortedorp Stratford-upon-Avon. Ook voor Elisabeth’ opdracht zal hij vorstelijk zijn beloond. Mentaal ging het hem minder: in 1596 was zijn enige zoon Hamnet op elfjarige leeftijd overleden. Het hyperintelligente kereltje William Page uit The Merry Wives of Windsor zou aan Hamnet zijn opgedragen.

Meggie Page en Alice Ford zijn de vrouwen van welgestelde burgers in Windsor. Zij worden met (identieke) liefdesbrieven belaagd door Sir John Falstaff, en geven hem gevoelig van leer; Falstaff wordt onder meer in een wasmand in de Theems gegooid. Met name de echtgenoot van Alice, Frank Ford, krijgt lucht van de avances van Falstaff en komt in actie als zijn alter ego, Master Brook (in Diever heet de dubbelganger Meneer van den Broek). In een bijplot van The Merry Wives of Windsor jagen drie jongemannen op de dochter van Meggie Page, de jonge Anne. De suffige Abraham Slender is de kandidaat van vader George Page, de krankjoreme Franse huisarts Dokter Cajus is de kandidaat van moeder Meggie Page, Anne zelf houdt het op de jonge edelman Fenton, die ze middels list en bedrog uiteindelijk krijgt.

In álle list en bedrog wordt een sleutelrol gespeeld door Mistress Quickly, die haar naam eer aandoet door razendsnel tussen alle partijen door te manoeuvreren. Het in zeer korte tijd (en waarschijnlijk onder tijdsdruk) ontstane stuk is in proza geschreven; midden in het vierde bedrijf schakelt Shakespeare opeens over naar blanke verzen, en dat zijn niet zijn beste, to put it mildly. Giuseppe Verdi componeerde in 1893 op basis van The Merry Wives of Windsor de opera Falstaff. Het is dit jaar de vijfde keer dat het stuk wordt getoond in het 57-jarige Shakespearetheater in Diever.

Ik vroeg en kreeg het manuscript van de nieuwe vertaling die regisseur Jack Nieborg voor deze voorstelling maakte, en trof achterin het repetitieschema: vanaf 4 maart is tijdens vijftig (!) lange avonden door regisseur en acteurs hard gewerkt, de meeste tijd in het openluchttheater zelf. Daarnaast hielden diverse ploegen zich intensief bezig met decor en kostuums, licht en geluid. Vanuit het zenuwcentrum van de toneelvereniging, midden in Diever, een gebouw dat zo oud is als Shakespeares Othello (1604), werden de diverse onderdelen van het werk op elkaar afgestemd. Diever is Shakespeare.

De voorstelling De vrolijke vrouwtjes van Windsor is een proeve van uitgekiend, leep en flitsend komediespelen, met hartstocht beoefend door een ensemble van bijna 25 oprechte dilettanten: zij die de kunst uit liefhebberij beoefenen, geen stuntelige hobbyisten dus, maar echte liefhebbers. Van Shakespeare natuurlijk, maar in dit geval ook van timing, van het plaatsen van oneliners, van komische typering. Ik noem een paar voorbeelden (en doe daarmee dit strak geregisseerde ensemble ernstig te kort): het personage Abraham Slender is een stoethaspel die zijn rol van minnaar-tegen-wil-en-dank door anderen krijgt opgelegd, zelf heeft hij het op afstand Spaans benauwd bij de aanblik van zijn gedoodverfde lief; Floris Albrecht maakt van dit joch een komisch nummer, goed voor minstens vijf schaterlachen per scène waarin hij optreedt; Vrouw Quickly, de huishoudster, koppelaarster, bedriegster, wat al niet, krijgt van Anneke van Wijk het hele assortiment mee van een Jordanese kroeg bazin, waarmee ze de vette Amsterdamse tegenhanger wordt van de Drentse waard (Gosse Eefting), die overigens naadloos beantwoordt aan de kortste omschrijving van een onvervalste Drent: opgetrokken uit een mengsel van turfmolm, jenever en achterdocht. En dan heb ik het nog niet over dominee Hugo Evans (Geert Pepping), die dus danig is geconcentreerd op het weglaten van seksuele connotaties in zijn taalgebruik dat hij zich er juist constant aan te buiten gaat: «Ik zal deze kwestie behandelen met de hoogst mogelijke erectie.»

Met dit citaat — de enige grap uit de voorstelling die ik verklap — ben ik aangeland bij het andere wonder van deze Dieverse Shakespeare: de vertaling. Bij het vernederlandsen van Shakespeare hou je op z’n hoogst twintig procent van de kracht uit het origineel over, bij de komedies waarschijnlijk maar tien (niks is vergankelijker dan verbale humor). Shakespeare vertalen is twee talen met elkaar laten vrijen en zien waar het zaad valt. Regisseur/vertaler Nieborg moet met het hertalen van dit stuk een aangename vrijpartij achter de rug hebben: hij maakte een briljante herschepping van deze klapdeurenkomedie voor de gulle lach. Zijn regie van De vrolijke vrouwtjes van Windsor stemt vrolijk én gelukkig.

De vrolijke vrouwtjes van Windsor speelt nog op 22, 23, 27, 29 en 30 augustus, en op 3, 5 en 6 september. Aanvang 21.30 uur, einde tegen middernacht. Reserveren is een must: 0521-591167. Alle plaatsen kosten € 7,50. Inlichtingen:

www.shakespearetheaterdiever.nl