H.J.A. Hofland

Het wondervan de Liberty soap

Nu hebben ook de Kirgiezen in een vrijwel geweldloze omwenteling hun dictator op de vlucht gejaagd. Ze hebben het voorbeeld van de Georgiërs en de Oekraïners gevolgd. En van de Libanezen die veelbelovend op weg zijn om van hun land een democratie te maken. Het is een trend, of het virus van de vrijheid dat zich nu eindelijk onweerstaanbaar over de planeet begint te verspreiden. De bron, de oorzaak, de inspirator van deze ontluikende fluwelen wereldrevolutie is president George W. Bush, de man die, tegen het wanhopige verzet van de kwaadwilligen en de kortzichtigheid van de dommen, de machtigste

natie ter wereld weer op de koers van het Goede heeft gebracht. Met ijzeren vuist vernietigt hij het Kwaad en opent voor de onderdrukte volken de toekomst van een waardig bestaan.

Wat Kirgizië aangaat heeft het even geduurd voordat

Bush zag wat er op het spel stond. Het land is door een smalle strook grondgebied van Afghanistan gescheiden. In 1991, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, werd Askar Akajev president. Hij begon als een veelbelovende democraat, maar al gauw zag hij in dat er betere methoden waren om zijn macht te handhaven. In het Westen heeft de afgelopen veertien jaar geen staatsman zich zichtbaar bezorgd getoond over de toenemende mate waarin Kirgizië een dictatuur werd.

Na 11 september 2001 had Amerika behoefte aan vliegvelden in de buurt van Afghanistan. Met de welwillende instemming van Akajev werd de luchthaven vlakbij de hoofdstad Bisjkek tot basis bevorderd. Uit Amerikaans oogpunt een besluit van gezond strategisch inzicht en voor Akajev een investering in zijn eigen politieke toekomst. Toen hij de laatste verkiezingen opnieuw volgens de vertrouwde manier met een klinkende overwinning deed aflopen, kwam uit Washington een plichtmatig protest dat in de rest van de wereld niet werd gehoord en dat geen consequenties had.

Toen bleek dat een groot aantal Kirgiezen er zelf genoeg van had. De revolutie volgde in grote trekken het gebruikelijke patroon, met als voorlopig slot de vlucht van Akajev, plunderingen, een nieuwe regering en de aankondiging van eerlijke verkiezingen. Het voorlopige bewind wil vriendschappelijke betrekkingen met alle landen, en Rusland en Amerika mogen hun militaire bases houden. Aan wie is deze voorbeeldige omwenteling uiteindelijk te danken? Aan George W. Bush, melden Fox News, The Weekly Standard en The Wallstreet Journal. Uiteindelijk is het allemaal terug te voeren op het feit dat hij Saddam Hoessein heeft durven aanpakken.

Laten we er niet meteen schamper op reageren. Er zijn tijden waarin de revolutie in de lucht zit. Jaren lang bleef in landen waar de verhoudingen om een revolutie schreeuwden de toestand stabiel. Maar plotseling, terwijl er niets noemenswaardigs veranderd leek, had het volk er genoeg van, bestormde het met doodsverachting de regeringsgebouwen, hing het de machthebbers aan de lantarenpalen en stelde het zich in een paar dagen van plunderingen schadeloos voor jaren van uitbuiting. Waarom juist op dat moment? Wat was het causale verband? Welke kleinigheid was voldoende geweest om het vat vol woede te laten ontploffen?

Het kan nog ingewikkelder zijn. Het élan van de revolutie werkt aanstekelijk. Het is dus niet helemaal uitgesloten dat wat in Georgië en Oekraïne is gebeurd en wat zich nu in Kirgizië voltrekt, nog gevolgen zal hebben voor de andere Centraal-Aziatische republieken die evenmin voorbeelden van democratie zijn. Ook voor Wit-Rusland en zijn volleerde dictator Loekasjenko? En voor Poetin wiens toewijding aan de democratie dagelijks afneemt? Zouden we een nieuwe Russische revolutie uiteindelijk op rekening van George W. Bush moeten schrijven?

De Amerikaanse president en zijn aanhang zijn op het ogenblik bezig de strijd voor de vrijheid, waar die zich ook ontwikkelt, te annexeren. Het lijkt alsof Washington bezig is de wereld met een nieuwe Liberty Soap te wassen. We misgunnen niemand zijn vrijheid en democratie, maar op zo’n manier worden de zaken wat te simpel voorgesteld, om het bescheiden te zeggen. Een maand of vijftien na de arrestatie van Saddam is de schoonmaak in Irak nog in volle gang. Het aantal moorden vermindert, maar de gijzelingsindustrie bloeit als geen andere op de vrije markt. De helft van de 250.000 inwoners van Fallujah is vijf maanden na de drastische reiniging weer terug in wat hun stad was.

Gevaarlijke, van terrorisme verdachte gevangenen die in Amerika niet mogen worden gemarteld, worden geëxporteerd naar een buitenland waar dat wel is toegestaan: Oezbekistan, dat nog niet zo ver is als Kirgizië, of Egypte dat wel op weg is naar een beetje democratie maar nog een paar jaar geduld moet hebben. Of na de gemeenteraadsverkiezingen in Saoedi-Arabië de wind van de vrijheid het vorstenhuis daar zal bereiken en wat dan de gevolgen zullen zijn voor de olie, en hoe een en ander met de wereldrevolutie in overeenstemming zal worden gebracht, dat weten we allemaal nog niet. Maar wel dat alles in overeenstemming zal zijn met de heilzame interventies van Washington, en ook dat de aanhang van de president het weer allemaal zal geloven.

Het probleem, internationaal, is niet deze president en de wereldroeping die hij probeert te belichamen, maar zijn claque die hem onvoorwaardelijk vertrouwt, en het gebrek aan stem van de oppositie.