Commentaar: Molukken

Het woord «executie»

Wie zich verdiept in de Molukse gijzelingsacties van de jaren zeventig ontdekt al gauw dat de Molukse versies van de gebeurtenissen grotendeels berusten op mondelinge overlevering. In een cultuur die van oudsher mondeling wordt doorgegeven, is dat niet verwonderlijk. Evenmin is het verwonderlijk dat alle bekende mechanismen van verdoezeling en verdringing in Molukse kringen hun werk doen. Sommige Molukse zegslieden duiden de gijzelingen nog steeds aan als een episode van «gewapend verzet», alsof de Molukkers in Nederland militair onderdrukt werden. Anderen spreken van «bevrij dingsacties», ongeacht het feit dat er niemand werd bevrijd.

Wie nog wat dieper graaft, komt tot de ontdekking dat de officiële Nederlandse versie van de gebeurtenissen weliswaar is vastgelegd in talloze documenten, maar dat de ware toedracht aan regeringszijde ook grotendeels moet worden opgebouwd middels mondelinge bronnen. Ondanks al het beeldmateriaal dat inmiddels is verzameld en gecatalogiseerd, ondanks alle kranten artikelen en rapporten die aan de acties zijn gewijd, blijken de doorslaggevende besluiten (die in kleine kring werden genomen) alleen te kunnen worden gereconstrueerd op basis van getuigenissen.

Onder zulke omstandigheden gaan woorden een eigen leven leiden. Het meest opzienbarende nieuwtje uit de vierdelige tv-documentaire Dutch Approach van René Roelofs, die afgelopen maandag van start is gegaan, is dan ook het gebruik van het woord «executie» door ex-premier Joop den Uyl. Hij deed dat in een andere film, De trein, in 1987 gemaakt door media studente Simone Wijnschenk en tot nog toe niet uitgezonden. Tijdens een reconstructie van de gebeurtenissen rond de treinkaping bij De Punt in 1977 in die film zegt Den Uyl inderdaad dat de beëindiging van de kaping door mariniers een «executie» was. Molukse zegslieden voelen zich nu gesterkt in hun gedachte dat de dood van zes van de negen treinkapers onnodig was. De «jonge Molukker» Leo Reawaruw sprak er vorige week in de Nova-studio schande van.

Het is een voorbarige reactie, zoals blijkt uit het materiaal dat Peter Bootsma verzamelde voor het boek bij de documentaire, De Molukse acties (uitgeverij Boom). Daaruit komt Den Uyl naar voren als een oprechte weifelaar, die tot het allerlaatst heeft getracht een gewelddadige afloop te voorkomen. Niet alleen omdat hij vreesde voor een herhaling van het bloedbad van München in 1972, maar ook omdat hij besefte dat hij zich de rol van rechter toe-eigende als hij bevel gaf tot het doodschieten van de kapers. In de studioreconstructie nam hij (wederom) de verantwoordelijkheid voor deze «verschrikking» op zich. Anders dan de publiciteitsgeile Dries van Agt was hij zich ook achteraf bewust van het morele dilemma. Zijn opzettelijk gebruik van het woord «executie» tien jaar na dato, toen menige andere betrokkene zich allang had verscholen achter eufemistisch taalgebruik, getuigde van morele moed en luciditeit. Het siert de democratie dat zij bij tijd en wijle zulke politici voortbrengt.