Frankrijk: het woord is aan rechts

Het woord is aan rechts Frankrijk

President Jacques Chirac van Frankrijk zit niet meer aan de knoppen. Zijn plotselinge verschijning maandag op de televisie kan niet verhelen dat het initiatief nu in handen is van zijn partijgenoot en vijand Sarkozy, premier De Villepin en de extreem-rechtse Le Pen. Want ook de socialisten zijn uitgespeeld, druk doende als ze zijn met hun eigen interne partijstrijd.

PARIJS – President Jacques Chirac van Frankrijk is in korte tijd zichtbaar ouder geworden. Zijn gezicht krijgt steeds meer plooien. Hij komt het Elysée-paleis bijna niet meer uit. De presidentsverkiezingen zijn pas in 2007, maar het lijkt alsof Chirac zich nu al heeft terug getrokken. Tweeënhalve week stond Frankrijk in brand. Maar de president deed er vooral het zwijgen toe. Pas maandagavond sprak hij het Franse volk op radio en televisie toe. Dat was een poging om alsnog het politieke gat te vullen dat hij zelf had laten ontstaan.

Chirac kon niet veel meer zeggen dan wat anderen al voor hem hadden gedaan. De orde moet worden hersteld en er komen sociale maatregelen voor de probleemwijken van het land. «Ik wil de kinderen van die wijken, van welke afkomst ze ook zijn, zeggen dat ze allemaal dochters en zonen van de Republiek zijn.» Het waren mooie woorden van een oude man die zijn vroegere vechtlust kwijt lijkt te zijn geraakt. Chirac oogde niet meer als de machtige president, die zelfs de premier als zijn persoonlijke secretaris kan behandelen.

Het oproer van allochtone jongeren in probleemwijken is voor hem de tweede tegenslag in korte tijd. Eerder bezorgden de Franse kiezers hem dit voorjaar een grote politieke nederlaag door de Europese grondwet af te wijzen. Eigenlijk kreeg Chirac in september nog een derde grote tegenslag te verwerken. De president had een lichte hersenbloeding die tijdelijk zijn gezichtsvermogen aantastte. De artsen deden alsof het om een kleinigheid ging. Maar de Fransen hebben reden om medische bulletins over hun president te wantrouwen. Chiracs voorganger, de socialist François Mitterrand, liet zijn artsen tien jaar lang leugens over zijn gezondheid verspreiden. Zo hield hij zijn prostaatkanker geheim.

De enige die tot nu toe de presidentiële gezondheid ter sprake heeft gebracht, is Jean-Marie Le Pen, de leider van het extreem-rechtse Front National. Hij deed dat afgelopen zondag bij een poging om Chirac als een afgeschreven president voor te stellen. Le Pen had zich weken stilgehouden, hoewel de rellen koren op zijn molen waren. Maar zondag achtte hij het moment gekomen om te vertellen dat hij al meer dan dertig jaar heeft gezegd dat de immigratie in Frankrijk tot «een burgeroorlog» kan leiden. Hij had besloten zijn mond open te doen omdat «het regime aan zijn einde is». Hij zei dat Chirac «misschien psychisch en fysiek niet meer in staat is» om de problemen van het land aan te pakken.

Le Pen ruikt een prooi. Hij weet dat Chirac snel depressief wordt als hij niet vooraan staat bij de politieke strijd. Hij riskeert bovendien bij zijn jacht gepasseerd te worden door Nicolas Sarkozy. Deze minister van Binnenlandse Zaken kent geen groter genoegen dan Chirac dwarszitten. Dat doet hij vooral door Le Pen te imiteren. Hij gaat aan de lopende band tekeer tegen «het gespuis, de schooiers». Iedere keer als premier De Villepin maatregelen aankondigt om de rust in Frankrijk te laten weerkeren, wordt dat gevolgd door de mededelingen van Sarkozy over hardere acties.

Als een kleine Napoleon paradeert Sarkozy voortdurend over het televisiescherm. Hij presenteert zich als degene die orde in Frankrijk brengt. Het lijkt wel alsof hij nu al president van Frankrijk is. Hij wil dat in 2007 worden, tot groot ongenoegen van Chirac. Die doet al jaren vergeefse pogingen deze partijgenoot de pas af te snijden. Maar uit opiniepeilingen blijkt telkens weer dat Sarkozy populair is. Hij zegt dat hij de cités wil ontdoen van een minderheid die het leven van anderen verpest. Hij wil breken met tientallen jaren Franse politiek ten aanzien van de probleemwijken, met andere woorden met de politiek van Chirac. Hij heeft aangekondigd dat alle buitenlanders die wegens hun aandeel bij rellen worden veroordeeld het land uitgezet zullen worden. Dat hijzelf nog in 2002 de wet opstelde die zo’n maatregel onmogelijk maakt, omdat hij toen nog vond dat iemand niet twee keer gestraft mocht worden, vertelde hij er niet bij. Hij zei ook niet dat 94 procent van de arrestanten de Franse nationaliteit heeft.

Gevraagd of hij er met zijn woordgebruik op uit is om extreem-rechtse kiezers bij Le Pen weg te slepen, zei hij vorige week: «Ik probeer de taal van de gewone mensen te spreken. Ik probeer de gewone mensen te vertegenwoordigen. Is het iets slechts om te proberen kiezers bij Le Pen weg te halen?» Le Pen op zijn beurt weet niet meer dan enkele aantekeningen in de kantlijn te maken bij Sarkozy’s optreden. Zo raadt hij de minister van Binnenlandse Zaken op vaderlijke toon aan om iets minder voor de camera’s te verschijnen. Over diens populariteit zei Le Pen zondag: «Als de kiezers Sarkozy sympathiek vinden, verhindert dat ze niet om voor mij te kiezen. Het origineel is meer waard dan de kopie.»

Het oproer dat allochtone jongeren op 27 oktober in de Parijse voorsteden begonnen, heeft de Franse politieke strijd intussen nog sterker dan voorheen tot een gevecht tussen rechts en rechts gemaakt. Le Pen is daarbij een factor van gewicht. Bij de presidentsverkiezingen van 2002 kwam hij met bijna achttien procent van de stemmen op de tweede plaats, na Chirac. Bij de eerste ronde van de verkiezingen had hij de kandidaat van de grootste oppositiepartij, de socialist Lionel Jospin, uitgeschakeld.

Chirac heeft na zijn nederlaag bij het referendum over de Europese grondwet in juni Dominique de Villepin het veld in gestuurd om premier Sarkozy de wind uit de zeilen te nemen. Soms is De Villepin daarbij succesvol. Bijvoorbeeld toen hij vorige week de nood toestand afkondigde. Maar daarmee heeft hij de hyperactieve Sarkozy nog lang niet uit geschakeld. Aan wie is het in de ogen van de Franse kiezers te danken dat de rust in de cités vrijwel is teruggekeerd, zoals het ministerie van Binnenlandse Zaken begin deze week bekendmaakte? Aan de noodtoestand van De Villepin of aan de politie van Sarkozy?

Is de rust trouwens wel teruggekeerd? Begin deze week werden nog altijd tegen de driehonderd auto’s per nacht in brand gestoken. Het risico dat er doden vallen is nog steeds levensgroot. Dan kan opnieuw de vlam in de pan slaan. Het afgelopen weekeinde gooide iemand een loodzware bal van het jeu de boules vanaf een balkon naar een politieagent. In het provinciestadje Provins werd ’s nachts een 75-jarige man gearresteerd nadat hij met een schot hagel een politieman in de borst had getroffen. Zijn honden waren aangeslagen toen de politie de vermoedelijke brandstichter van een auto achtervolgde en hij had op het eerste silhouet geschoten dat hij zijn tuin zag naderen.

Premier De Villepin probeerde maandag in opdracht van Chirac te scoren met een wetsontwerp dat de noodtoestand met drie maanden verlengt. Dat ontwerp moet snel door de Assemblée Nationale gejaagd worden. Zou dat niet gebeuren, dan zou de noodtoestand deze week automatisch aflopen. De wet maakt het mogelijk om in wijken uitgaansverboden in te stellen en geeft de politie de vrijheid om overal dag en nacht huiszoekingen te doen.

De Villepin is volgens opiniepeilingen bijna even populair als Sarkozy. Hij heeft ook de ambitie om in 2007 president van Frankrijk te worden. Omdat de president zijn rol als vertegenwoordiger van alle Fransen op het ogenblik niet zichtbaar vervult, probeert De Villepin dat te doen. Hij ontvangt delegaties van iedere groep in de Franse samenleving die ook maar iets over de toestand in de cités kan zeggen. Hij heeft pakketten sociale maatregelen aangekondigd die op lange termijn het leven in de door werkloosheid en criminaliteit geteisterde cités moeten verbeteren. Het zijn in hoofdzaak maatregelen die eerder zijn aan gekondigd en weer in bureauladen zijn verdwenen. Maar dat herinneren de meeste Fransen zich niet.

Een groter probleem is dat niemand weet waar de honderden miljoenen voor deze projecten vandaan moeten komen. De Europese Commissie heeft vijftig miljoen euro voor Frankrijk uitgetrokken. Want volgens Commissievoorzitter José Manuel Barroso gaan de problemen in de cités niet alleen Frankrijk, maar heel Europa aan. Daarmee zijn de financiële problemen nog lang niet opgelost. De mogelijkheid dat de regering veel beloften voor de probleemwijken snel weer vergeet, is niet denkbeeldig. De afgelopen dertig jaar hebben linkse en rechtse regeringen dat voortdurend gedaan.

In Frankrijk kan rechts zo met rechts in de weer zijn omdat de linkse oppositie vrijwel geen rol speelt. De socialistische partij heeft nog altijd de vernedering niet verwerkt die in 2002 de toenmalige premier Lionel Jospin onderging toen Le Pen hem bij de presidentsverkiezingen uitschakelde. De partij is alleen maar bezig met de vraag wie in 2007 de socialistische presidentskandidaat moet zijn. Potentiële kandidaten als partijleider François Hollande, zijn vrouw Ségolène Royal, oud-premier Laurent Fabius en ex-minister Dominique Strauss-Kahn van Financiën gaan volledig in hun interne partijstrijd op. Ze schrikken zo nu en dan op als Jospin, die bij de socialistische achterban nog altijd populair is, een teken van leven geeft en twijfel zaait of hij zich houdt aan zijn mededeling dat hij de politiek heeft verlaten. Het lijkt alsof ze geen oog hebben voor het politieke gat dat Sarkozy, De Villepin en Le Pen proberen te vullen.

Volgens een opiniepeiling van het dagblad Le Monde van afgelopen maandag vindt 59 procent van de Fransen dat de socialisten hun oppositierol niet goed vervullen. Van de ondervraagden vond 52 procent dat de socialisten de crisis in de probleemwijken niet beter zouden behandelen dan de huidige regering.

De socialistische oppositie op haar beurt heeft de aankondiging van de noodtoestand als een onvermijdelijke zaak aanvaard. «Ik wens u succes», zei de socialistische af ge vaar digde Julien Dray bij een debat met minister Sarkozy. Hij merkte alleen op dat het goed zou zijn om voor preventie van criminaliteit met de wijkpolitie te werken en de werkloosheid te bestrijden. «En ik wijs u erop dat een delinquent een delinquent is en dat het niet nodig is om het vocabulaire uit te breiden», zei hij met verwijzing naar Sarkozy’s gebruik van de woorden «gespuis» en «schooiers».

Zelfs de communistische afgevaardigde André Gerin, die zelf in een cité woont, vindt dat er met voorrang voor gezorgd moet worden dat jongeren de wet respecteren. Dat hij niet tot de rechtse regeringspartij UMP hoort was vooral te merken aan zijn oproep om ook «het witteboordengespuis» aan te pakken.

_______________________

Weeskinderen

PARIJS – «Een beweging van weeskinderen» noemt de Franse magistraat Michel Marcus de jongeren die de afgelopen weken in heel Frankrijk auto’s, scholen en winkels in brand hebben gestoken. Marcus is door het ministerie van Justitie uitgeleend om het «Forum voor stedelijke veiligheid» te leiden, waarbij burgemees ters uit het hele land zijn aangesloten.

Weeskinderen?

Michel Marcus: «Om drie redenen. In de probleemwijken speelt de vader bij de opvoeding van kinderen van Noord-Afrikaanse of zwart Afrikaanse herkomst bijna geen rol. Dat heeft met traditie te maken. De moeders hebben onvoldoende gezag over de jongens. Daarbij komt dat de jongeren cultureel verweesd zijn. Ze behoren niet meer tot de cultuur van hun ouders, maar ze voelen zich ook niet in de Franse samenleving opgenomen. Bovendien hebben ze geen enkele politieke identi ficatie. Ze hebben zelf geen politieke ideeën. Ze hebben weinig te maken met politieke discussies.»

Waarom hebben ze zo’n voorkeur voor brand? Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken worden het hele jaar door in de probleemwijken voortdurend auto’s in brand gestoken.

«Voor veel jongeren is het in brand steken van een auto een banaliteit. Er zijn speciale programma’s opgezet om op scholen over vuur te praten. De brandstichting was al lang als een bijzonder probleem gesignaleerd. Onlangs hoorde ik een burgemeester die zich gelukkig prees omdat het aantal verbrande auto’s in zijn gemeente van 84 tot zestien per week was gedaald. Maar we moeten daarbij niet alles op de jongeren schuiven. De volwassenen steken ook auto’s in brand. Iedereen in de cités weet dat. Veel mensen in die wijken hebben oude auto’s. Op een dag rijdt zo’n auto niet meer. Hij is niets meer waard. Dan moet de eigenaar de auto laten wegslepen. Dat kost geld. Als de auto in brand gestoken is, wordt hij gratis weggesleept. Volwassenen geven met zulke brandstichtingen het voorbeeld.»

Is het verstandig dat minister Sarkozy van Binnenlandse Zaken de jongeren die branden stichten, zelfs een gehandicapte vrouw met benzine overgoten en in brand staken, uitmaakt voor «gespuis» en «schooiers»?

«De rol van Sarkozy is rampzalig. Hij levert jongeren een argument om van de staat excuses te eisen. Er is een dialoog met de jongeren nodig. Daar moeten vooral de burgemeesters voor zorgen. Niet iedereen die een auto heeft aangestoken, heeft een criminele achtergrond. In de cités heerst grote solidariteit. Zelfs mensen die de rellen afkeuren, voelen zich toch solidair met de jongeren. Dat komt vooral door de slechte relatie die de bevolking met de politie heeft.»

De mobiele eenheden van de politie willen ook als de rust is teruggekeerd in de probleemwijken blijven. Helpt dit om nieuwe moeilijk heden te voorkomen?

«De Franse politie vindt dat preventie niet tot haar werk behoort. Daarmee vormt ze in Europa een uitzondering. De politie heeft geen contact met jongeren. Een politieagent vindt dat werk voor een sociaal werker. De Franse politie wil alleen delinquenten opsporen. Een paar jaar geleden is er een wijkpolitie ingesteld die in die situatie verandering moest brengen. Dat is niet goed gedaan. Binnen zes maanden moesten in heel Frankrijk politiemensen tot wijkagent opgeleid worden. Dat kan niet in zo’n korte tijd als de cultuur van de politie nooit anders is geweest dan boeven vangen. Het experiment is na anderhalf jaar door Sarkozy gestopt omdat het voor hem geen enkele prioriteit had.»

BEN VAN DER VELDEN