Egypte, op de rand van verkiezingen

‘Het wordt een bijeengeraapt zooitje’

Op 28 november moeten de eerste vrije verkiezingen in de geschiedenis van Egypte plaatsvinden, maar niets wijst erop dat het leger van plan is de macht uit handen te geven. Zowel de democraten als de islamisten zijn gefrustreerd.

CAÏRO - ‘Heel Egypte is op dit moment in verwarring,’ zegt Solafa Ghanem. 'Niemand weet precies wat er gaande is’. De 35-jarige actrice uit Caïro verwoordt wat vele landgenoten denken. Met haar grote bos donkere krullen en hippe bril is ze het type dat tijdens de Arabische lente veelvuldig op tv verscheen en voor veel westerlingen het stereotiepe beeld van vrouwen uit het Midden-Oosten onderuit haalde. Het kantoor in een vervallen art-decogebouw, waar ze kettingrokend haar verhaal doet, is van een vriendin voor wie ze sinds een paar maanden als manusje-van-alles werkt. De Egyptische filmindustrie, toonaangevend in dit deel van de wereld, is sinds de revolutie volledig ingestort. 'Normaal gesproken worden er zo'n tachtig films per jaar gemaakt. Dit jaar maar vijf.’ Ghanem was vanaf het begin aanwezig bij alle demonstraties, maar tien maanden na de revolutie is haar hoop op snelle veranderingen zo goed als verdwenen.
Ammar Ali Hassan, een van de meest prominente politiek commentatoren van het land, herkent het gevoel. We ontmoeten hem in een stoffig pandje op een paar minuten lopen van het Tahrirplein. Ook hij stond op de barricades. 'Veel mensen dachten dat de revolutie een einde zou maken aan de armoede en onderdrukking, maar ze beseffen langzaam maar zeker dat er met het verdwijnen van Moebarak weinig is veranderd.’
Op 28 november moeten de eerste vrije verkiezingen in de geschiedenis van Egypte plaatsvinden, maar niets wijst erop dat het leger ook daadwerkelijk van plan is de macht uit handen te geven. Het geweld van de afgelopen dagen doet denken aan de revolutie die tot de val van Moebarak leidde. De protesten zijn door het hele land opgelaaid. Er vallen doden en gewonden, het kookpunt lijkt al bereikt.
Sinds 11 februari wordt het land geleid door de Supreme Council of the Armed Forces (SCAF), een raad van negentien generaals voorgezeten door Mohamed Hussein Tantawi, die onder Moebarak tientallen jaren minister van Defensie was. Ze beloofden na hooguit een half jaar de macht over te dragen aan het volk, maar kondigden onlangs aan in ieder geval nog tot de presidentsverkiezingen in 2013 te blijven zitten.

ALI HASSAN ZIET er voor zijn 44 jaar oud uit, maar strijdbaar. Sinds begin dit jaar is hij bijna wekelijks op de televisie te zien, waar hij de huidige machthebbers regelmatig veroordeelt. 'Het leger heeft er geen enkel belang bij om het volk de macht te geven’, zegt hij. 'Sinds Gamal Abdel Nasser, de eerste dictator na afzetting van koning Farouk, eind jaren vijftig de economie nationaliseerde, is het land van het leger en bezitten ze honderden lucratieve bedrijven. Hun kapitaal loopt in de miljarden.’
De opheffing van de noodtoestand, een van de belangrijkste eisen van de demonstranten, is dan ook nog steeds niet uitgevoerd. Iedereen die kritiek levert op het leger kan zonder pardon de cel in worden gegooid, zoals onlangs gebeurde met de gelauwerde blogger Alaa Abdel Fattah. Sinds februari zijn duizenden jonge demonstranten in de cel verdwenen. Hun familie heeft vaak geen idee waar ze gevangen zitten en of ze überhaupt nog leven. Marteling is nog steeds een standaardbehandeling voor gevangenen, die niet zelden dodelijk afloopt.
Daarnaast probeert de SCAF met een onbegrijpelijk electoraal systeem een rookgordijn op te trekken waarachter makkelijk gefraudeerd en gemanipuleerd kan worden. 'Zelfs activisten en analisten snappen er niets van’, zegt Ali Hassan, 'laat staan de gemiddelde kiezer.’ Simpel gezegd komt het hierop neer: slechts zeventig procent van de parlementszetels mag gevuld worden door politieke partijen, de overige dertig procent is voor individuele kandidaten. Zelfs wie weet op welke partij hij gaat stemmen, moet zich daarnaast dus nog verdiepen in een enorm aantal losse personen om een verantwoorde keuze te maken. 'De SCAF heeft dit geïntroduceerd om elementen van het oude regime opnieuw toegang te geven tot de regering’, legt Ali Hassan uit. 'Moebaraks partij, de NDP, is na zijn afzetting verboden, maar door dit systeem kunnen ze alsnog een plek in het parlement bemachtigen.’
De verkiezingen moeten in drie etappes worden gehouden, omdat er volgens de machthebbers niet genoeg juristen zijn om een eerlijk verloop te garanderen. Als klap op de vuurpijl heeft elke verkiezing ook nog eens een herkansingsronde, voor het geval sommige kandidaten even hoog eindigen. Alleen al voor het Lagerhuis worden er zo zes verkiezingen gehouden. Die voor het Hogerhuis vinden komend voorjaar plaats. Ali Hassan voorziet een enorme chaos: 'Volgens de voorspellingen gaan tientallen miljoenen Egyptenaren stemmen, maar er zijn over het hele land maar een paar duizend stemlokalen. Zelfs als iedereen er maar een minuut over zou doen om te stemmen, dan nog zou het dagen duren voordat iedereen aan de beurt is gekomen. Men is totaal niet voorbereid.’
Verder weten maar weinigen waarvoor ze nu eigenlijk gaan stemmen. Omdat er nog geen nieuwe grondwet is, zijn de bevoegdheden van het parlement nog niet bekend. Velen hebben besloten niet naar de stembus te gaan omdat ze het idee hebben dat er een loopje met ze genomen wordt. Het leger weigert internationaal toezicht en vergelijkbare initiatieven uit eigen land zijn eveneens afgewezen. Het overgrote deel van de rechters, die wel een oogje in het zeil mogen houden, heeft banden met het leger.
Onder deze omstandigheden moeten de kandidaten hun weg naar de kiezers zien te vinden. Dit najaar hebben zich tientallen nieuwe partijen gevormd die nog geen maand de tijd hebben gehad om campagne te voeren. Ze kunnen grofweg worden onderverdeeld in islamitisch, links en liberaal. De eerste groep wil een op religieuze grondslagen gevestigde staat, de linkse partijen komen op voor het lot van de boeren en arbeiders, en de ideeën van de liberale partijen zitten ergens tussen die van de VVD en New Labour.

EEN VAN DE nieuwe partijen is de Egyptische Sociaal-Democratische Partij, die een seculiere, op westerse leest geschoeide democratie nastreeft. Ze willen gelijke rechten voor mannen en vrouwen, moslims en christenen. Discriminatie en marteling moeten strafbaar worden, de geheime politie ontbonden en vrouwenbesnijdenis afgeschaft. Tolerantie en een vrije pers staan hoog op de agenda. Een strakke, staatsgeleide economie, buitenlandse investeringen en de verbetering van het onderwijs moeten voor meer banen en welvaart zorgen. Zestig jaar corruptie heeft het land aan de rand van de afgrond gebracht. De partij beseft dat het huidige systeem daarom radicaal op de schop moet. Essentieel daarbij is volgens hen openbaarheid van bestuur, wettelijk vastgelegde gedragscodes voor ambtenaren en een goed salaris om omkoping te ontmoedigen. Onafhankelijke rechters moeten toezicht houden op naleving van de wet, die boven alles staat.
Een ingewikkelde boodschap voor een land waar veertig procent van de bevolking niet kan lezen of schrijven. Bassem Kamel (42), rijzende ster binnen de partij, beaamt dat. Gekleed in een wit pak doet hij met zijn lichte huid en kortgeschoren kapsel meer denken aan een Europese kolonist uit de jaren twintig dan aan een Arabische politicus. 'Het is lastig om het over vrijheid en gelijkheid te hebben met iemand die gewoon brood op de plank wil. Maar ons programma klopt, ook voor hen. Tijd is een groter probleem. In de wijk waarin ik me verkiesbaar stel wonen twee miljoen mensen, en ik heb maar drie weken om mijn boodschap over te brengen. We gaan er dan ook niet vanuit dat we zullen winnen, maar we hopen tussen de vijf en tien jaar wel een partij van betekenis te zijn.’
Kamel staat op de kandidatenlijst in een aantal arme volksbuurten in Noord-Caïro. 'De mensen daar zijn niet dom maar hebben een gebrek aan goede informatie. Zestig jaar belabberd onderwijs en staatspropaganda hebben diepe sporen achtergelaten. Mensen hebben geen idee wat liberaal, seculier of socialistisch betekent. Het kon ze ook nooit iets schelen omdat er bij verkiezingen toch altijd gefraudeerd werd. Ik ben ervan overtuigd dat als ze de juiste informatie krijgen, ze de juiste beslissingen kunnen nemen. We proberen ze over te halen om in ieder geval te gaan stemmen, omdat hun mening nu wel telt.’
Het is volgens Kamel belangrijk om te luisteren naar hun klachten: 'De mensen vragen ons altijd: wat gaan jullie voor ons doen als je aan de macht bent? Ik draai het om en zeg: wat zou jij doen? Hun problemen kennen we wel: slecht onderwijs, slechte gezondheidszorg, slechte huisvesting en smerige, ongeplaveide straten. Maar door het ons te vertellen krijgen ze het gevoel dat ze zelf meewerken aan de oplossing ervan.’
De wortels van zijn partij liggen in de National Association for Change (NAC), een initiatief van Mohamed El Baradei. Een paar jaar geleden probeerde het voormalige hoofd van het Internationaal Atoomenergie Agentschap samen met een groep politici, intellectuelen en activisten bij het bewind hervormingen af te dwingen. De revolutie was voor Bassem Kamel een bijzonder emotionele tijd. 'Twee weken lang heb ik mijn rug recht gehouden, terwijl er om me heen vrienden werden opgepakt of doodgeschoten. Toen ik hoorde dat Moebarak was afgetreden heb ik drie dagen lang gehuild.’
Kort daarna kwamen veel voormalige NAC-leden weer bijeen om een partij te vormen die de sociaal-democratie in Egypte wil introduceren. 'Baradei was daarbij een inspirator’, vertelt Kamel. 'Hij had gekeken naar verschillende West-Europese democratieën om te zien hoe zij het deden. Dat wilden wij ook. Op 18 maart, ruim een maand na de val van Moebarak, hadden we onze eerste vergadering. In juli was de oprichting een feit.’ Om de partij aan naamsbekendheid te helpen verbond zich een aantal Egyptische intellectuelen aan de partij, waaronder filmregisseur Dawood Abdel Said en Mervat El Talawy, voormalig VN-secretaris en de eerste vrouwelijke ambassadeur van Egypte. Het gezicht van de partij is Mohamed Abul Ghar, een vooraanstaande gynaecoloog uit Caïro.
De oprichting ging echter niet van een leien dakje. De SCAF had aan elke partij de eis gesteld dat ze vijfduizend leden moest hebben, evenredig verspreid over tien kiesdistricten door het hele land. Dat waren er vijf keer zo veel als in de tijd van Moebarak. Volgens Ammar Ali Hassan werd deze regel bewust ingesteld om partijvorming te ontmoedigen. 'Zonder geld of sociaal netwerk is het vrijwel onmogelijk om een politieke beweging op te richten. Zelfs als je aan de criteria voldoet dan moet je partij officieel nog worden goedgekeurd door het leger. Zo blijven ze de controle houden.’
Bassem Kamel zegt: 'Gelukkig konden we gebruik maken van het netwerk van de verschillende groeperingen binnen de partij. Daarnaast hadden we nog veel contacten uit de tijd van het nac. We richtten een speciaal team op dat handtekeningen verzamelde. Elk nieuw lid moest weer andere leden werven. Na vier maanden waren we klaar, slechts een week later dan de Moslimbroeders.’
Een ander probleem is het gebrek aan geld: 'In het begin hebben alle leden zelf een bijdrage geleverd. Daarnaast kregen we wat sponsorgeld van een aantal zakenlieden binnen de partij.’ Door de financiële nood werkt vrijwel iedereen als vrijwilliger. Alleen de handvol juristen en accountants op het hoofdkantoor krijgt betaald. In het krappe flatje in downtown Caïro gaan de meeste vergaderingen over de vraag hoe de schaarse middelen het best kunnen worden besteed.
Tussen rinkelende telefoons en stapels papieren probeert Hala Mustafa, een hooggeblondeerde vrouw van begin veertig, het hoofd koel te houden. In haar eentje doet ze alle publiciteit. 'Ik begin om twaalf uur ’s middags en werk dan aan één ruk door tot ongeveer twee uur ’s nachts. Daarna slaap ik, ontbijt ik en rij ik weer naar het werk, al zes maanden lang. Ahmed, een van onze accountants, heeft twee weken lang op kantoor geslapen. We krijgen maar net genoeg om in ons levensonderhoud te voorzien.’
Maar dat weerhoudt de inmiddels meer dan zestigduizend leden er niet van om zich met hart en ziel in te zetten voor de partij. Kamels campagneleider Maha heeft haar goedbetaalde baan als marketingmanager ervoor opgezegd. Dankzij connecties hebben ze samen een eigen war room kunnen regelen. De kleine werkruimte, die nog geen 25 vierkante meter telt, dient ook als locatie voor ons interview. 'We zijn een echte revolutionaire partij’, vertelt Kamel. 'Veel van onze leden zijn gearresteerd en hebben in de cel gezeten. Ze zijn bijzonder gedreven om het regime te ontmantelen. Andere partijen zitten vol draaikonten. Ze waren eerst pro-, en pas na de revolutie anti-Moebarak.’
Hij ontkent dat alleen rijkeluiskinderen zich een plekje in de partij kunnen veroorloven: 'Iedereen doet wat hij kan. De mensen met geld kunnen zich inderdaad makkelijker fulltime inzetten. Maar veel mensen werken overdag en gaan ’s avonds voor ons aan de slag.’ Zelf leidde Kamel voor zijn politieke carrière een goed lopend architectenbureau. De dagelijkse gang van zaken heeft hij moeten overdragen aan zijn broer.
Tussen de bedrijven door moest er ook nog een partijprogramma geschreven worden. Bij die taak konden ze hun democratische idealen meteen in praktijk brengen. 'Op onze eerste bijeenkomst hebben alle twaalfhonderd leden ideeën ingediend. Vervolgens hebben we werkgroepen gevormd om die allemaal te ordenen. Daarna heeft een kleine groep ervaren politici alle informatie tot een compleet programma verwerkt, dat vervolgens weer ter goedkeuring aan de partijleden werd voorgelegd. Hoewel het nog maar een voorlopige versie is ben ik er zeer tevreden over.’ Dat programma werd vervolgens samengevat in een korte slogan die op al het promotiemateriaal verscheen: 'De stem van elke Egyptenaar.’

NOG MAAR weinig mensen weten op wie ze gaan stemmen. Vanwege de korte tijd voor campagne kampen partijen met een gebrek aan naamsbekendheid. 'De meeste van hen’, zegt Ali Hassan, 'zijn nog niet erg goed in het presenteren van een simpele boodschap die de man op straat aanspreekt. De enige die dat wel hebben zijn de islamitische partijen. Daar gaan dan waarschijnlijk ook de meeste stemmen naartoe.’
Van die partijen is de Moslimbroederschap verreweg de sterkste. 'Ze zijn goed georganiseerd, hebben veel geld en hebben een hecht netwerk door het hele land. Ze gebruiken religie in hun campagnes en dat spreekt de gewone burger aan. Dat is hun voornaamste voordeel op de seculiere partijen.’ Daarnaast runnen ze een twintigtal ziekenhuizen door het hele land, hebben ze hun eigen scholen en supermarkten en delen ze voedsel uit in achterstandswijken. Tijdens het Offerfeest begin november kregen maar liefst een miljoen mensen gratis vlees van ze. Een goede pr-stunt, zo vlak voor de verkiezingen.
Bassem Kamel: 'Hun boodschap is simpel: als je op ons stemt, ga je naar het paradijs. Bij hen hoeven mensen niet na te denken over socialisme en liberalisme. Door eten en drinken weg te geven kopen ze stemmen, maar structurele problemen lossen ze niet op.’ Toch laten volgens hem niet alle arme mensen zich omkopen. 'In mijn wijk kom ik verschillende mensen tegen die hun eten dankbaar in ontvangst nemen, maar niet op ze stemmen.’
Volgens Ammar Ali Hassan moet de macht van de Moslimbroeders dan ook niet overschat worden. 'De islamitische partijen zullen samen ongeveer dertig procent van de stemmen krijgen. Maar ze vormen geen eenheid. Sterker nog, ze liggen constant met elkaar in de clinch. Nog eens dertig procent gaat naar de overige partijen. De rest gaat naar de individuele kandidaten, die gekozen zullen worden op basis van stam- en familiebanden. Er komt dus niet één machtsblok. Het wordt een bijeengeraapt zooitje.’
Dat neemt niet weg dat de Broederschap een dubieuze rol speelt, het afgelopen jaar. Solafa Ghanem: 'Tijdens de demonstraties in januari lieten ze zich nauwelijks zien. Na de val van Moebarak kwamen ze helemaal niet meer opdagen. Ze roken macht.’ Aanvankelijk leek het erop dat ze met het leger onder één hoedje gingen spelen, maar de liefde bekoelde snel. Onlangs bepaalde het leger bij de voorbereiding van de nieuwe grondwet dat Egypte een seculier land moet blijven.
Dit was een klap in het gezicht van de islamisten, die afgelopen vrijdag met tienduizenden tegelijk naar het Tahrirplein trokken om hun ongenoegen te tonen. In hun kielzog demonstreerden ook wat linkse en liberale facties mee tegen het leger. Maar toen de laatste groep slaags raakte met de politie, verklaarden de Moslimbroeders dat zij er niets mee te maken hadden en dat het belangrijk was dat de verkiezingen op tijd doorgaan - in hun belang, in elk geval. 'Het zijn onderkruipers van het ergste soort,’ aldus Ghanem.
Bassem Kamel: 'Wij en andere partijen hebben er alleen maar baat bij als de verkiezingen worden uitgesteld. We worden met de dag sterker.’ Inmiddels heeft hij zijn verkiezingsactiviteiten gereduceerd om zo veel mogelijk op het Tahrirplein aanwezig te kunnen zijn, net als begin dit jaar.
Intussen wordt er druk gespeculeerd over het al dan niet doorgaan van de verkiezingen. Ingewijden vreesden aanvankelijk dat het leger de boel op het laatste moment zou afblazen, maar nu lijkt het erop dat ze het koste wat het kost willen laten doorgaan.
Als het doorgaat verwacht Ali Hassan veel geweld: 'Sinds 1995 zijn de Egyptische verkiezingen altijd gepaard gegaan met onlusten en het politieke klimaat is licht ontvlambaar. Voor de vrienden van Moebarak is het de laatste kans om de macht terug te pakken. Ze zullen alles proberen om terug te komen in het parlement. Ook de islamitische partijen zijn gefrustreerd, de SCAF wil hun eigen mannetjes aan de macht hebben en de revolutionairen vrezen terecht dat er op grote schaal gesjoemeld gaat worden.’
Over de toekomst van de Egyptische Sociaal-Democratische Partij is Ali Hassan desondanks positief: 'De partij wordt gerund door geloofwaardige politieke zwaargewichten. Hun programma staat het dichtst bij de idealen van de revolutie, vooral voor wat betreft vrijheid, gelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Ze hebben aangetoond snel te kunnen groeien. Maar ze hebben geld nodig en moeten nog meer jonge mensen mobiliseren. Het is niet erg als ze nu weinig zetels krijgen. Als ze zo doorgaan kunnen ze een zeer belangrijke partij worden.’
Als de verkiezingen doorgaan gaat Solafa Ghanem in ieder geval op ze stemmen: 'Het zijn integere mensen met goede ideëen.’ Al vraagt ze zich wel af wat je daarvoor koopt in Egypte: 'In dit land lijk je alleen aan de macht te kunnen komen door bloed te vergieten.’