Het wordt lastig voor Amerika

Nog maar een paar jaar geleden sprak anti-Amerikaans terrorisme tot de verbeelding van miljoenen jonge mannen, van Kashmir tot Den Haag. Er school een soort jongensromantiek in de strijd tegen supermacht Verenigde Staten, in het onderduiken als geheim agent van Allah en angst zaaien over de hele wereld.

De VS bestreden die aantrekkingskracht de laatste jaren steeds directer. De arrestatiefoto’s van terroristenleider Khalid Sheik Mohammed toonden hem met een ongewassen slaapkop en een vadsig, harig lijf. Saddam Hoessein werd gevlooid als een vieze aap. Nu is Osama bin Laden zijn eigen bedevaartsoord ontzegd. De foto’s van zijn lijk worden ongetwijfeld bewaard voor een goed mediamoment, of om Amerika’s wapenfeit zo lang mogelijk in het nieuws te houden. Public diplomacy, heet dat in Washington.

De diplomatie áchter de schermen focuste, wat terrorisme betreft, vooral op Pakistan en Saoedi-Arabië. En daar zal de dood van Osama bin Laden wel eens grote gevolgen kunnen hebben. De VS raakten de laatste jaren steeds openlijker gefrustreerd over Pakistans dubbelhartige houding tegenover islamitisch terrorisme. Een keur aan Pakistaanse gezagsdragers ontkende jarenlang dat Bin Laden in Pakistan zat, of dat hij überhaupt nog leefde, maar ze incasseerden graag de miljard dollar waarmee de VS het Pakistaanse leger jaarlijks hielp om terrorisme te bestrijden. Tegelijk steunden verschillende stromingen en afdelingen binnen de Pakistaanse strijdkrachten en geheime diensten de Taliban en kleine en grote terreurgroepen. In een diplomatiek bericht dat via WikiLeaks uitlekte, noemden Amerikaanse functionarissen de Pakistaanse inlichtingendienst ISI een ‘terroristische organisatie’ en een even grote dreiging als de Taliban of al-Qaeda zelf.

De VS steunden de incompetente en corrupte regering van Pakistan vooral omdat het land zónder die regering alleen maar af leek te kunnen drijven naar chaos en geweld. Maar de VS kiezen de laatste jaren steeds voor Pakistans aartsvijand India en vele Amerikaanse politici roepen inmiddels om een breuk met Islamabad. Het spreekt boekdelen dat de Pakistaanse president zich na Bin Ladens dood genoodzaakt zag om een opiniestuk te laten plaatsen in de Washington Post getiteld Pakistan did its part’. Als de VS Pakistan dumpen als partner - en dat lijkt nu dichterbij dan ooit - wordt de oorlog in Afghanistan en de strijd tegen terreurgroepen een stuk minder schizofreen, maar ook onvoorspelbaarder. Facties in Pakistan gebruikten de steun aan de Taliban en aan terreurgroepen als machtsmiddel tegen de VS en India. Bij een breuk zou die steun best wel eens omhoog kunnen gaan.

Dat geldt ook voor de steun van al-Qaeda’s vele stille steunpilaren in Saoedi-Arabië. Bin Laden werd door veel leden van de Saoedische elite nog steeds als een van hen beschouwd en het anti-Amerikaanse deel van zijn strijd lag op het Arabische schiereiland helemaal niet slecht. Het ligt eerder voor de hand dat die stille geldschieters al-Qaeda nu meer hun kant op willen trekken dan dat zij de zaak laten vallen. De VS hebben, kortom, wat publieke diplomatie betreft een grote slag geslagen in hun strijd tegen al-Qaeda. Achter de schermen wordt het er wellicht alleen maar lastiger op.