Hervormingen volgens De Geus

‘Het wordt nooit meer als hiervoor’

Oud-minister van Sociale Zaken Aart-Jan de Geus, nu werkzaam voor de OESO, meent dat de huidige crisis moet uitmonden in een nieuwe, ‘groene’ economie. Hij spreekt zich uit over denken op wereldschaal, politiek in Nederland en zijn opvolger Donner.

‘MISTER REFORM’ wordt hij nog net niet genoemd in Parijs. Maar het is duidelijk dat de wapenfeiten van de kabinetten-Balkenende I, II en III hier belangrijk worden gevonden. ‘As Minister, Mr. de Geus introduced major reforms in the Dutch social security system’, begint zijn profiel op de website van de OESO. Aart-Jan de Geus is er sinds twee jaar plaatsvervangend secretaris-generaal. ‘Vanuit de OESO worden de Nederlandse hervormingen in de sociale zekerheid, de gezondheidszorg en de pensioenen met respect bezien’, zegt hij.
Maar, benadrukt hij, die tekst op de website is functioneel: ‘Voor politici van andere landen waarmee ik over hervormingen praat is het van belang om te weten dat hier iemand zit die dat zelf ook heeft meegemaakt. Die het zelf heeft moeten doen. Dat maakt zo’n gesprek makkelijker.’
Met zijn verhuizing naar Parijs is voor de oud-minister zijn taak verschoven van het vormgeven en uitvoeren van beleid naar het adviseren en overtuigen van anderen. De OESO wordt ook wel de denktank van de geïndustrialiseerde landen genoemd en coördineert het sociaal-economisch beleid van haar dertig lidstaten. In de loopbaan van De Geus – bestuurder voor de vakcentrale CNV, consultant voor Boer & Croon en minister – is zijn portefeuille de enige constante. Als hij zijn werkterrein bij de organisatie beschrijft, moet hij er een beetje om lachen: ‘Ik heb ook hier de portefeuille Sociale Zaken.’ Bij de OESO gaat het om een uitgebreide versie: De Geus draagt er verantwoordelijkheid voor sociale zaken en werkgelegenheid, gezondheidszorg, migratie, onderwijs en ‘public governance’.
Zijn eerste termijn zit er alweer een paar weken op, maar de CDA’er lijkt Den Haag niet erg te missen. Het werk voor de OESO is de afgelopen anderhalf jaar snel veranderd. De website van de organisatie staat vol met analyses, waarschuwingen en statistieken met betrekking tot de crisis.
In een van de recente OESO-rapporten staat dat ‘business as usual’ nu geen optie meer is.
Aart-Jan de Geus: ‘Nee, het zal nooit meer worden zoals hiervoor. Ik denk dat de crisis van 2009 een blijvende verandering in de verhouding tussen grootmachten met zich mee zal brengen. Dat proces, waarbij bijvoorbeeld China enorm aan relevantie wint, was natuurlijk al aan de gang, maar zal nu heel erg versnellen. Tot nu toe betroffen bijna alle crises ook maar een deel van de wereld. Deze crisis laat zien dat de economieën zo met elkaar verweven zijn dat we het echt allemaal samen zullen moeten doen. Er zal door zowel de politieke als de economische leiders in de wereld veel meer op wereldschaal gedacht moeten worden. Dat is onvermijdelijk.’
Hoe vertaalt dat denken op wereldschaal zich in de adviezen van de OESO?
‘Vanaf het moment dat de crisis zich aandiende, voor ons was dat zo’n beetje augustus 2007, hebben we onze agenda min of meer omgegooid. We waren al bezig met de overschakeling naar een duurzame economie. Nu hebben we heel nadrukkelijk gezegd: deze crisis moet een keerpunt zijn om nieuwe economische ontwikkelingen echt te richten op verbinding met de zorg voor het milieu. De “groene economie” is een wezenlijk bestanddeel van de nieuwe economie. Daarnaast koersen we ook op een eerlijkere economische verdeling en op een veel verder gaande samenwerking met niet-lidstaten, met de nieuwe economieën. Er is nu meer reden dan ooit om toenadering te zoeken.’
Dat is de focus voor de toekomst. Maar wat moet er op dit moment gebeuren om erger te voorkomen?
‘De eerste prioriteit is nu het herinrichten van de financiële markten. Daar zal een ander toezicht moeten komen. Er zou meer richting moeten worden gegeven, meer ethiek. En het gaat niet alleen om ethische waarden als zodanig, maar ook om mechanismen om elkaar daar op aan te spreken. Angela Merkel heeft voorgesteld een “global charter” te maken van de bestaande codes van de OESO en andere organisaties. Het Italiaanse voorzitterschap van de G8 sprak over een “legal standard”. Hoe je het noemt maakt niet uit, maar dat er codes zijn waar je elkaar op aan kunt spreken is heel belangrijk.’
Vindt u dat deze crisis ook kan worden gezien als het falen van de coördinatie van het economisch beleid?
‘Het is niet zozeer een falen, want het is nooit eerder op deze manier aan de orde geweest. Het is nog maar betrekkelijk kort dat de economieën zo met elkaar verweven zijn. Pas in 2007 en 2008 was er over de hele wereld in alle continenten tegelijkertijd sprake van groei. Er worden nu zwaktes zichtbaar in het systeem; het is pas recent duidelijk geworden wat het mondiale effect kan zijn van een falend toezicht op hypotheken in de Verenigde Staten.’

DE CRISISROL voor De Geus is om binnen de huidige situatie het sociale veld te overzien. Geen geringe opdracht. Volgens de meest recente ramingen van de OESO zal eind 2010 één op de tien mensen in de ontwikkelde economieën werkloos zijn. De organisatie waarschuwt dat de sociale zekerheid in veel landen niet gebouwd is op een crisis als deze.
Hoe crisisbestendig is het Nederlandse vangnet?
‘Wat betreft de Nederlandse bijstand maak ik me zorgen over de capaciteit – ook de capaciteit van gemeenten (die de Wet Werk en Bijstand uitvoeren – rz). Kijk, de uitkeringen zullen verleend worden. Maar de uitdaging wordt: wat kun je mensen bieden aan scholing, omscholing en begeleiding? Op dit moment zullen onze systemen versterkt moeten worden. En die tijdelijke aanpassing moet gezocht worden in de activering, niet in de uitkeringsduur. In dat kader vind ik de initiatieven rondom mobiliteitscentra en deeltijd-WW met scholingsplicht interessant.’

DE AFGELOPEN twee jaar liet De Geus zich nooit zo openlijk uit over de Nederlandse actualiteit. Tijdens de hoog oplopende ruzie in het kabinet over het ontslagrecht hield hij zich stil. Nu, met meer distantie en een OESO-perspectief dat gestoeld is op de vergelijking met andere landen, wil hij best zeggen hoe hij denkt dat Nederland ervoor staat.
‘Achteraf kun je zien dat er goede dingen bereikt zijn en dat geeft ook wel een soort voldoening die ik niet had toen ik er middenin zat. Maar je kunt niet zeggen: Nederland is hervormd. Nederland heeft een fase gehad waarin veel sociale wetgeving veranderd is. Er zijn belangrijke structurele hervormingen geweest. Maar de veranderingen in de wereldeconomie gaan zo snel, daar hebben we in Nederland nog steeds te weinig idee van. Wist u dat 25 procent van alle nieuwe werknemers in de wereld burger van India is? En in China staan tussen de twintig en dertig miljoen mensen met een tijdelijk contract nu op straat. Je weet dus niet waar we volgend jaar staan. Een land als Nederland, zo open en zo afhankelijk, is nooit klaar met hervormen.’
Wat zou de eerstvolgende grote hervorming van het Nederlandse stelsel moeten zijn?
Opeens blijft het voor het eerst lang stil. ‘Dat is wel een moeilijke vraag, omdat ik een onderscheid zou moeten maken tussen wat er op de agenda zou moeten staan, inhoudelijk gesproken, en datgene wat binnen een bepaalde politieke context mogelijk is.’
Laten we beginnen met wat er op de agenda zou moeten staan.
‘Dan denk ik in eerste instantie aan drie dingen. De enorme groei van de WAJONG, de uitkering voor jonggehandicapten, vormt een niet te veronachtzamen probleem. Het activeringsmechanisme van de WAO, namelijk dat de werkgever primair verantwoordelijk is, werkt hier niet. Deze jongeren starten immers zonder werkgever. Het tweede is de ontslagbescherming. De Nederlandse wetgeving draagt aantoonbaar bij aan een vorm van tweedeling op de arbeidsmarkt, die zowel vanuit sociaal als economisch oogpunt ongewenst is. Flexibilisering zou de kansen van mensen die buiten de arbeidsmarkt staan ten goede komen. En verder de verhoging van de pensioenleeftijd, of de AOW-leeftijd, waar het de afgelopen weken natuurlijk steeds al over ging.’
Wat heeft de meeste prioriteit?
‘De verhoging van de AOW-leeftijd is het meest dwingend. De noodzaak voor die hervorming, de vergrijzing, komt ieder jaar dichterbij en is ook van een evidentie die door niemand betwist kan worden.’
Het is de enige echt grote hervorming die wordt genoemd in het aanvullende regeerakkoord, maar een echt besluit is nog niet genomen. Er wordt ook op dat punt nog doorgepolderd, toch?
‘We hebben nu wél gezien dat er binnen de coalitie ruimte is gekomen die er aanvankelijk niet was. En ik denk dat het heel wijs en verstandig is om te kijken of dit een beweging is die we samen met de sociale partners zouden kunnen maken. Daarom is het goed dat de SER de kans krijgt om met een alternatief te komen. Dat kost op zichzelf tijd, maar het is de moeite van de investering waard. Het heeft bij de hervorming van de WAO ook gewerkt.’
Maar was het dan niet beter geweest om die nieuwe ruimte te gebruiken en de knoop echt door te hakken?
‘Nee dat geloof ik niet, omdat ik denk dat zo’n majeure beweging als het verhogen van de pensioenleeftijd zo direct het belang van werkgevers en werknemers raakt dat de kans op een duurzame hervorming aanzienlijk groter is als je dat samen kunt doen.’
U heeft als minister wel eens gezegd dat structurele hervormingen ook heel goed mogelijk zijn zonder de sociale partners.
‘Ja dat is zo, maar behalve dat het dan veel meer inspanning vraagt met betrekking tot de communicatie, blijkt uit onze analyses ook dat een hervorming duurzamer is als die gebaseerd is op consensus met de sociale partners. Er is een reële kans dat de SER inderdaad met een consensus komt die het deelbelang overstijgt. En dan kan het een heel ander plan zijn, maar het kan ook zijn dat het alternatief de hoofdlijn van het verhogen van de AOW-leeftijd wel volgt, maar dan met condities.’
Die andere volgens u belangrijke hervorming, de versoepeling van het ontslagrecht, wordt helemaal niet genoemd in het akkoord.
‘Het ontslagrecht is een thema dat inmiddels behoorlijk beladen is en we hebben gezien dat de ruimte om daar iets aan te doen binnen de huidige coalitie klein is.’
Klein of niet aanwezig?
‘Er is een wetsvoorstel ingediend (beperking van de ontslagvergoeding voor werknemers die meer dan 75.000 euro per jaar verdienen – rz) en dat is het. En daarin moet je heel realistisch zijn, dat een bepaalde coalitie ruimte heeft voor bepaalde hervormingen en voor andere niet. De overall score van Nederland om dingen op de agenda te krijgen is ook weer niet dramatisch slecht. En dit punt zal zeker weer op de agenda komen. Politiek bedrijven is soms niet alleen het agenderen en het beargumenteren van “the case for change”, het is ook het ambacht om dat op het juiste moment naar voren te brengen en het in de juiste politieke context te realiseren.’

HET PAKKET maatregelen waar het kabinet eind maart mee kwam om de crisis te bestrijden noemt De Geus ‘goed, maar zuinig’. De meeste andere OESO-landen hebben grotere investeringspakketten: ‘Nederland steekt echt af met een pakket van ongeveer één procent van het bruto nationaal product en het is de vraag of het genoeg is. Misschien zal er op termijn meer moeten gebeuren.’
Tegelijkertijd prijst De Geus het kabinet, omdat het zich rekenschap geeft van het feit dat geld dat nu wordt uitgegeven straks weer moet worden terugverdiend: ‘De overheidsfinanciën worden binnen afzienbare termijn weer in balans gebracht. Daarin valt Nederland in positieve zin op binnen de OESO-landen. Het is ook reëel om daar in 2011 mee te beginnen, omdat te verwachten valt dat er dan weer meer geld binnenkomt.’
In Nederland werd niet alleen veel gesproken over de inhoud van het akkoord, maar ook over de moeizame onderhandelingen.
‘Wat mij opviel is dat ik niet één keer heb gehoord dat de besprekingen werden afgebroken. En zo lang duurde het helemaal niet. Voor de ChristenUnie is dit iets totaal nieuws en voor CDA en PVDA is het lang geleden dat ze samen in een kabinet zaten – en nog langer geleden dat ze samen een hervormingsagenda moesten opstellen. Dan is het toch niet zo raar dat ze even nodig hebben?’
Maar er waren constant strubbelingen en er kwam veel kritiek op de opstelling van uw opvolger op Sociale Zaken, Piet Hein Donner. Vindt u dat hij handig heeft geopereerd?
‘Daar laat ik me niet over uit. Iedereen heeft zijn eigen stijl. Kritiek op de stijl van een minister heeft alles te maken met de wijzigingen die hij voorstaat. Hetzelfde gebeurde met Wim Kok en Bert de Vries in 1992 bij de onderhandelingen over de hervormingen van de WAO. En iedereen herinnert zich de kritiek op de stijl van mijzelf en Hans Hoogervorst, toen wij verantwoordelijk waren voor de grootste hervormingen tijdens Balkenende II.’
Maar is de opstelling van Donner uiteindelijk effectief?
‘Of het succesvol is moet blijken. En dan nog kun je zeggen dat in het politieke leven sommige dingen lukken omdat je het goed hebt gedaan en sommige dingen mislukken omdat je fouten maakt, terwijl andere dingen lukken of mislukken ongeacht hoe je het zelf hebt gedaan. Soms slagen hervormingen pas bij de derde of de vierde poging. Maar laat ik dit nog zeggen: wat mensen vergeten lijken te zijn, is dat minister Donner zowel het regeerakkoord voor Balkenende I geschreven heeft, als ook het rapport dat de basis vormde voor de WAO-hervorming. In verschillende rollen heeft hij blijk gegeven van een vooruitziende blik. De sterren staan dus niet verkeerd.’
Had u het zelf willen doen?
‘Nee hoor, mijn handen gaan niet jeuken. Ik heb ook niet het gevoel aan de zijlijn te staan. Ik kan hier een bijdrage leveren in een andere rol. Misschien in een minder opvallende rol, en ook niet in een besluitvormende rol, maar ik zie het als een voorrecht om vanuit deze positie andere regeringen te kunnen adviseren.’
Gaat u ooit nog verder met hervormen in Nederland?
‘Er is op dit moment niets wat mij in die richting drijft. Voorlopig voel ik me hier als een vis in het water.’