Het wrakhout van de wereld

Politiek en terrorisme liepen elkaar lange tijd voor de voeten in Ierland. Daar kwam nog de roomse hypocrisie bij. De enige uitweg voor andersdenkenden en artistiekelingen bleek ballingschap: veel schrijvers vertrokken uit Mother Ireland om hun ‘radicale onschuld’ te heroveren. Maar over Ierland bleven ze schrijven.

In Edna O’Briens roman Huis van volmaakte eenzaamheid (1995) gaat het om de voortvluchtige politieke terrorist McCreevy, een strijder voor een verenigd Ierland die O’Brien zo overtuigend beschreef dat sommige lezers haar van terroristische sympathieën beschuldigden. Maar de echte hoofdpersoon is een ongeboren kind dat aan het begin en aan het einde van de roman een stem krijgt. Dat kind is van Jodie, een oude vrouw gegijzeld door McCreevy. Die kinderstem valt samen met de ‘radicale onschuld’ omdat die buiten de tijd staat en niet de last van de geschiedenis draagt.

Medium o brien 20edna 20 c  20guardian 20news 20and 20media 20ltd. 202015

Er is geen vertelling van O’Brien (1930) waarin geen kinderstem opklinkt. Daar is haar laatste, verbluffende roman The Little Red Chairs geen uitzondering op. Mistletoe, een klein meisje met een grote verbeelding dat door haar ‘illegale’ vader wordt gegijzeld, speelt een belangrijke rol in het leven van de Ierse balling in Londen Fidelma McBride. Maar nog belangrijker blijkt haar derde kind te zijn, dat evenals de vorige twee (miskramen) niet ter wereld komt omdat het politieke terrorisme overal huishoudt, ook in haar. Zij weet dat alles politiek is: het water dat je drinkt en het brood dat je eet.

The Little Red Chairs begint klassiek: een vreemdeling met een baard, wit haar en een lange zwarte jas duikt opeens op in een West-Iers dorpje en begint daar een praktijk als holist en sekstherapeut. Hij noemt zich Dr. Vladimir Dragan. Dragan betekent ‘herder van wolven’, zijn bijnaam ‘Vuk’ betekent wolf. Deze ‘masseur’ vergelijkt zich met Siddhartha, een man die het lijden van de mensheid onder ogen zag en goed wilde doen. Fidelma, de dorpsschone, voelt zich tot hem aangetrokken, met alle gevolgen van dien. Maar Vlad blijkt een wolf in schaapskleren te zijn: de meest gezochte man in Europa. Nergens in de roman valt zijn echte naam – en ik ook noem die niet – maar wel stond er zeer onlangs een bericht in de krant waarop velen in Sarajevo en elders met ongeduld hadden gewacht: na een proces van bijna vijfhonderd dagen heeft het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag een Bosnische Serviër – psychiater, dichter en politicus – verantwoordelijk verklaard voor het beleg van Sarajevo en de genocide van Srebrenica in juli 1995. Het vonnis: veertig jaar cel. De titel van de roman heeft alles met kinderen te maken, want die verwijst naar de 643 rode stoeltjes (van de 11.541 stoelen) die de dode kinderen van Sarajevo verbeelden, gedood door Bosnisch-Servische sluipschutters.

De halve heiligen en de zondaars die haar verhalen bevolken confronteert O’Brien met één woord: vergeving

De ‘fatal attraction’ tussen Fidelma en Dr. Vlad heeft desastreuze gevolgen voor de eerste vlak nadat de vermomde oorlogsmisdadiger is opgepakt. Daarna staat er nog maar één weg open voor Fidelma: weg uit Ierland en onderduiken in Londen. Ze komt terecht in een stad vol ballingen, vluchtelingen, asielzoekers en illegalen die werk zoeken. O’Brien laat die kant van de wereldstad zien door korte schokkende verhalen uit alle windstreken in de roman te vervlechten, belevenissen van mensen die van huis en haard zijn weggejaagd maar nog altijd het woord ‘thuis’ koesteren. De ontwortelde Fidelma wordt tijdelijk een nachtelijke kantoorschoonmaakster, tot ze zwart wordt gemaakt en elders werk moet zoeken. Ze komt in een hondenasiel terecht. En honden en mensen hebben veel met elkaar gemeen in een asielcentrum. Opvallend is dat er altijd weer mensen opduiken die Fidelma opvangen, uit naastenliefde en herkenbaarheid: ook zij waren eens ontredderd.

Onontkoombaar is de slotconfrontatie tussen Fidelma en Dr. Vlad. Die grijpt plaats in Den Haag, de zetel van het Joegoslavië Tribunaal. Fidelma woont het proces bij, met enkele moeders van Srebrenica, en bezoekt hem in zijn Scheveningse cel. Ze vraagt of hij geen nachtmerries heeft waarin zijn geweten opspeelt. Nee, zegt hij, en hij luistert verder niet naar haar. Maar de lezer weet wel beter en beseft niet voor het eerst dat Dr. Vlad een pathologische leugenaar is die als psychiater beweerde dat wat er in onze geest omgaat niets te maken heeft met echte gebeurtenissen. De kern van de psychiatrie zou om irrealiteiten, illusies en misleiding draaien. In het eerste deel van The Little Red Chairs heeft Dr. Vlad wel degelijk een droom waarin een jeugdvriend van hem opduikt. Die heeft in een dronken bui zelfmoord gepleegd, een daad die alles te maken had met het verraad dat zijn bloedbroeder had gepleegd.

De literaire zoektocht die Edna O’Brien in haar laatste roman onderneemt gaat ook langs de hopeloos verliefde Dido en haar minnaar Aeneas, op zoek naar een nieuw vaderland. Maar de overspeligen, de halve heiligen en de zondaars die haar verhalen bevolken confronteert O’Brien uiteindelijk met één woord: vergeving. Als we uit de eindeloze keten van vergelding en wraak willen komen is er iets nodig wat die keten doorbreekt, na boetedoening. En vergeving en bevrijding liggen heel dicht bij elkaar als Jack, Fidelma’s bedrogen echtgenoot, haar weer thuis verwelkomt. Hoe? Lees hoe dicht Edna O’Brien in haar allerlaatste roman de kleine en de grote terroristen, de massamoordenaars, nadert en veel verder durft te gaan dan de geijkte zwart-witverhaaltjes over goed en kwaad.


Beeld: Edna ‘O Brien gaat veel verder dan de geijkte zwart-witverhaaltjes over goed en kwaad (Guardian News and Media LTD. 2015)