Het zap-bewustzijn

Als ze in de ogen van psychologen niet al bestond, zou ze acuut uitgevonden worden. Want de Multipele Persoonlijkheids Stoornis past perfect in deze tijd van fragmentatie en vluchtigheid. De MPS'er als de nieuwe mens.
MET DE EERSTE COMMERCIELE Amerikaanse raket die een satelliet voor wetenschappelijk onderzoek in een baan om de aarde moest brengen, liep het niet best af. Op 23 oktober dit jaar werd het ding in de staat Virginia gelanceerd. Al na 45 seconden explodeerde hij. Een prachtig gezicht. Veel kranten brachten er een foto van op hun voorpagina. Het is niet eenvoudig om de vorm te beschrijven die er na de explosie ontstond. Iets wilde alle kanten tegelijk uit. De woest achtergelaten condensstrepen schilderden de vorm die een object kennelijk aanneemt als het bezig is uiteen te spatten. Spiralend om wat een moment daarvoor nog een samenballing van krachten was. In delen uiteenvallend. Vermenigvuldigend. De foto van de mislukte lancering had een illustratie kunnen zijn in een boek over de chaostheorie.

Als je een autobiografie of biografie van een MPS- patient leest, is het net zo'n vormenchaos. Bijvoorbeeld in het in 1973 verschenen Sybil. Steeds meer personen lijken er uit hoofdpersoon Sybil te komen. Het buitelt over elkaar heen. Vrouwen bloeien op, kinderen, mannen zelfs. Het boek Sybil had een grote invloed op de toen nog in pioniersstadium verkerende MPS- beweging. Nadat er in het boek Sybil mannen verschenen uit een vrouw, verschenen er in de kamers van trendy therapeuten ook mannelijke ‘alters’ uit vrouwen onder hypnose die leerden dat ze een incestverleden hadden. Overigens stond de co-auteur van Sybil, Flora Rheta Schreiber, erop dat Sybil genezen verklaard zou worden voor het boek verscheen. Een positief einde was commercieel gezien namelijk interessant. Schreiber kreeg gelijk.
Vandaag de dag kan de MPS-beweging in Amerika moeilijk onderschat worden. Door het hele land zijn zelfhulpgroepen ontstaan. Men organiseert zich op het Internet. Er is een prestigieus tijdschrift: Dissociation, The Official Journal of the International Society for the Study of Multiple Personality and Dissocation. Word je lid van die organisatie, dan krijg je een soort diploma met de bijgaande tekst: 'Display your professionalism. Be proud of your commitment to the fields of multiple personality and dissociative disorders. Display your certificate in a handsome membership plaque ($18 including shipping/handling).’
Een echte beweging dus.
MPS'ers zijn al jarenlang graag geziene gasten in de talkshows op de Amerikaanse tv. Uiteraard zijn er relaties gelegd met spiritisme en reincarnatie. MPS- organisaties hebben de strijd aangebonden met ziekteverzekeraars die meer zien in goedkopere behandelingen met medicijnen. Feministische organisaties hebben zich over MPS-patienten ontfermd. Daarentegen staat de MPS-beweging op gespannen voet met The False Memory Syndrome Foundation, de beweging van ouders die menen dat hun kinderen door therapeuten een incestverleden aangepraat is.
MPS STAAT VOOR Meervoudige Persoonlijkheids Stoornis. Het is nog steeds de meest gangbare naam, hoewel wetenschappers nu liever spreken over DIS: Dissociatieve Identiteits Stoornis. Dat klinkt gelijk al een stuk minder sensationeel.
MPS wordt in toenemende mate gediagnostiseerd in de Verenigde Staten, Canada en Nederland. Het komt in negen van de tien gevallen voor onder vrouwen en past dus in een rij nieuwe westerse ziekten waaraan vooral vrouwen lijden. Anorexia, boulimie, de chronische vermoeidheidsziekte ME, bekkeninstabiliteit en nog zo wat. (Daarnaast zijn er moderne westerse kwalen waar ook mannen het slachtoffer van zijn, zoals burn-out, whiplash - alleen in Nederland! - dyslexie of het alweer uit de aandacht verdwijnende hyperventileren.) Het heet, in de school der MPS-deskundigen, dat de ziekte ontstaat door herhaaldelijk seksueel misbruik op zeer jonge leeftijd. Later ontwikkelt zich dan een trauma.
De persoon in kwestie lijdt aan diverse verschijnselen. Geheugenverlies over de vroege jeugd valt daaronder, maar ook hele stukken van het hier en nu kunnen zomaar verdwijnen. Tijdverlies wordt dat laatste genoemd. Bovendien weet men vaak niet wie men is en waarom men handelt zoals men doet. Bij patienten waar nu de diagnose MPS wordt gesteld, sprak men vroeger over depressie, schizofrenie, borderline-persoonlijkheidsstoornis, somatisatiestoornis en conversiestoornis. Een depressie kan met Prozac verholpen worden. Er wordt dan ook niet gesproken van persoonsveranderingen, maar van abrupte stemmingswisselingen. Waar het een ophoudt en het andere begint, is niet zo duidelijk.
Over MPS wordt gezegd dat medicijnen niet helpen. Het enige wat helpt is lange, intensieve therapie. En dan nog. In de meeste gevallen gaat het erom dat de patient kan instemmen met de gestelde diagnose. Dat is op zich al een langdurig proces. Als de patient akkoord is, dan wil hij er ook niet meer vanaf. Therapeuten spreken in zo'n geval van ziektewinst.
Ik ben geen psycholoog en geen medicus, dus ik zal er wel voor oppassen wijsneuzerig te gaan betogen waarom MPS wel of niet een echte ziekte zou zijn. Daar zijn de specialisten het trouwens zelf al genoeg over oneens. Maar er is wel iets raars met MPS aan de hand. Het past zo verdomd goed in de periode waarin wij denken te leven. Het is zo'n verschrikkelijk populair onderwerp in de media. Het klopt zo nadrukkelijk met het tijdsbeeld dat we over onszelf lijken af te roepen. De fragmentatie. Het zap-bewustzijn. Het verdwijnen van de grote ideologieen. De ironisering. Het afscheid van de verzorgingsstaat. De ontkerkelijking. Het einde van de geschiedenis. Het uiteenvallen van het gezin als hoeksteen van de samenleving. Als MPS niet bestond, zou het uitgevonden moeten worden.
NIET ALLEEN IS MPS wel heel erg een ziekte van nu, ook de manier waarop daarover wordt bericht, is geheel conform de tijdgeest. Aan de sociologische componenten van MPS wordt nauwelijks aandacht besteed. Misschien komt dit ook wel omdat de prototypische MPS-patient niet de gedachte aan een maatschappelijke problematiek oproept. De typische MPS-patient is een blanke vrouw tussen de dertig en de veertig, afkomstig uit de middenklasse. Kwam MPS uitsluitend voor onder jonge zwarten uit de getto’s, dan kregen we gelijk een ander verhaal. Dan werd het misschien wel racistisch om het uberhaupt over MPS te hebben.
De niet-maatschappelijk gebonden benadering van een ziektebeeld is heel erg van nu. Nee, dan de jaren zeventig. Het boekje Symptomen van de tijd van Peter van Lieshout en Denise de Ridder beschrijft de dossiers van het Amsterdamse Instituut voor Medische Pyschotherapie, het IMP, van 1968 tot 1977. Toen sprak men nog niet over MPS. De psychische problemen die toen benoemd werden, zag men tegen de achtergrond van maatschappelijke ontwikkelingen als de seksuele revolutie, het feminisme en de veranderende rolpatronen, toename van het drugsgebruik enzovoort. Sprak men in die tijd over 'identiteitsverschuivingen van vrouwen’, dan doelde men niet op de persoonlijke ontwikkeling van een vrouw maar dan ging het over 'veranderingen in maatschappelijke verhoudingen’.
Overigens werden in Symptonen van de tijd de jaren zeventig juist weer wel omschreven als een tijdvak van 'expressief individualisme’. Mensen bevonden zich vaker in wisselende sociale groepen, heette het, en kregen de behoefte zichzelf als uniek te presenteren. De Haagse Post introduceerde het 'ik-tijdperk’ en dat bleek een verbluffend populair label te worden. Ja, wij leven in het ik-tijdperk, zei elke weldenkende burger in die tijd toen graag. Kijken wij naar ons 'bewustzijn’ van toen, in het voortwoekerende psychologiserende taalgebruik van nu, dan heet het: zo bouwden wij aan onze 'groepsidentiteit’, wat ons 'een zekerheid’ gaf die 'als prettig werd ervaren’. Het leuke van de psychologie is wel dat je er alles mee op losse schroeven zet. Inclusief de psychologie zelf.
Ondertussen wil het er bij mij niet echt in dat de jaren zeventig dan kennelijk het ik-tijdperk waren en de jaren negentig dus kennelijk niet. Zonder mee te deinen in die even gretige als vage tijdsomschrijvingen, vermoed ik dat de 'ik-gerichtheid’ van onze maatschappij toch niet is afgenomen. Een Nederlandse roman die geen (al dan niet verkapte) autobiografie is, krijgt het vandaag de dag bijvoorbeeld al snel moeilijk met publiciteit en verkoop. En het verschijnsel Bekende Nederlander wordt in de media niet minder uitgelepeld. Dat zegt toch iets?
Misschien zegt het allemaal wel niets. Misschien zitten we met z'n allen middenin een nieuwe beweging, bungelen we boven de breuklijn met een nieuw tijdvlak. Of juist wel helemaal niet. Zitten we juist net in een suffig interbellumpje. Niks geen informatietijdperk. Weten wij veel. Ik vind het altijd erg verfrissend om bij historici als Jan Romein en Simon Schama te lezen hoe anders men destijds tegen de betekenis van de eigen tijd aankeek. Dan ga je vanzelf denken dat over honderd jaar het begrip 'Gouden Eeuw’ alleen nog maar historische waarde zal hebben, net zo onbelangrijk als de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw was voor de ontwikkeling van de westerse maatschappij.
Hoe dan ook. Onze interesse voor MPS valt in elk geval geheel binnen het door menig cultuurcriticus gesignaleerde voyeuristische 'gedragspatroon’. Dan wordt gedoeld op onze aandacht voor moordenaars, mensen met aids, slachtoffers van overvallen - de rij is eindeloos. Iemand met MPS is interessant voor pakweg een televisiedocumentaire - niet vanwege de maatschappelijke relevantie, maar omdat er een persoonlijk verhaal over de gevolgen van een jeugd vol seksueel misbruik valt te vertellen.
Er verschijnt een niet-aflatende stroom populair- wetenschappelijke boeken over MPS. Allemaal voyeuristisch van aard. Bijvoorbeeld Als konijn gilt. De 92 persoonlijkheden die het lichaam van Truddi Chase delen, vertellen hun memoires. Het boek werd in Amerika een hit - vreemd, want door de ontploffende- raketvorm waarin het verhaal je in het gezicht geslingerd wordt, kunnen we toch moeilijk spreken van een overzichtelijke leeservaring. In Nederland leek iedereen maandenlang gebiologeerd door Yolanda. Het werd een boek en het werd kassa. Yolanda werd weliswaar niet gepresenteerd als MPS'er, maar volgens diverse deskundigen moesten we dat er toch zeker in zien. Hoe dan ook, Yolanda: Mijn verhaal vent een persoonlijke geschiedenis uit waar een normaal mens heel wat levens over zou moeten doen.
VERPLAATS JE DE AANDACHT voor MPS naar een iets hoger abstractieniveau, dan gaat MPS ook over een thema dat ons allemaal mateloos lijkt bezig te houden: het thema van de identiteit. Maatschappelijk gezien lijkt het met identiteit nogal duidelijk te liggen. Je bent Bosnier, of neger, of vrouw, je ontleent je identiteit aan je minderheidsstatus, je raakt in een identiteitscrisis als je weg bent uit je vaderland; iedereen weet wat er bedoelt wordt. Maar ga je het begrip psychologisch benaderen, dan wordt het erg vaag allemaal. Ik heb me in elk geval nooit iets kunnen voorstellen bij een 'zwak ik’. Of een ego-complex. Of zelfverwerkelijking.
Blader je wat in een psychologisch woordenboek, dan vind je onder 'identiteit’: 'Een term die in vele en verwarrende betekenissen wordt gebruikt.’ En onder 'persoonlijkheid’: 'Een in de psychologie uitermate populaire term, met als gevolg dat een precieze definitie van het begrip ronduit onmogelijk is.’ Dat men het dan toch met grote vanzelfsprekendheid over een Meervoudige Persoonlijkheids Stoornis kan hebben, is wel een beetje vreemd.
Abstraheer je nog iets verder, zeg maar naar filosofisch niveau, dan lijkt het soms moeilijk te worden om nog een onderscheid te kunnen maken tussen een persoonlijkheid en meerdere persoonlijkheden. De Franse filosoof Jean- Francois Lyotard formuleerde het in Het postmoderne weten zo: 'Het zelf heeft niet veel om het lijf, maar het is niet geisoleerd, het is opgenomen in een weefsel van relaties dat complexer en mobieler is dan ooit. Het bevindt zich altijd, oud of jong, man of vrouw, rijk of arm, op “knopen” van communicatiecircuits, hoe klein die ook zijn.’
In dergelijke beelden denkt ook de beroemde Daniel Dennett in zijn Consciousness Explained. Hij zoekt het alleen nog iets nadrukkelijker in de sfeer van de metaforen. 'Het zelf’ is zoiets als de Verenigde Staten, zegt Dennett. We kunnen het over typische Amerikanen hebben, over hun brutaliteit, hun Vietnam- herinneringen, hun fantasieen over een eeuwige jeugd. Maar er bestaat geen controlerende eenheid die al deze zaken omvat.
De Nederlandse psycholoog Piet Vroon, gelukkig een helder schrijver, heeft ook al een moderne netwerk- achtige formulering gevonden als het over die rare ongrijpbare dingen als persoonlijkheid, identiteit of 'het zelf’ gaat. Maar hij ziet een overzichtelijke samenhang: 'De persoonlijkheid is een woord voor een organisatie die het mogelijk maakt betrekkelijk invariant gedrag te vertonen in een veelheid van omstandigheden.’ Een organisatie. Dat klinkt tenminste gezond. De wereld van de psyche die Vroon ons voorspiegelt, lijkt er een die, mits goed functionerend, althans niet door 'innerlijke factoren’ uit haar balans getrokken kan worden. De persoonlijkheid van Vroon is een betrouwbare machine die reageert op een onbetrouwbare buitenwereld. Bij Dennett en Lyotard is de persoonlijkheid meer een stuurloos, onsamenhangend zooitje. Het valt in fragmenten uiteen. En die fragmenten lijken zich volgens Dennett dan ook nog eens als appels tot peren te verhouden.
Hoe moeten we ons een netwerk van meerdere personen dan wel voorstellen? Is MPS een fragmentatie van de fragmentatie? Of is MPS 'gewoon’ een netwerk, als bij een persoon, maar dan verknoopt geraakt? Of wijkt MPS helemaal niet af van de toch al ontploffende vorm van de 'gezonde’ persoonlijkheid? En dan: is MPS de vorm die wij sowieso al aan de wereld toedichten? Stel dat dit laatste nu eens waar zou zijn. Stel dat het nu eens zo gegaan is: MPS is een populaire vorm. Daarom zijn we het er allemaal mee eens. En met een populaire vorm krijg je snel media-aandacht, en zo nog meer gelijk. Is dat alleen maar erg cynisch gedacht van mij? Misschien wel. Daar ben ik dan mooi klaar mee. Cynisch denken is zeker geen populaire vorm in deze tijd.
DIT JAAR VERSCHEEN VAN DE Canadese filosoof Ian Hacking een fascinerende studie over MPS: Rewriting the Soul: Multiple Personality and the Sciences of Memory. Zoals de subtitel al aangeeft, richt Hacking zich vooral op MPS binnen de discussie over het geheugen. Die discussie, hoe interessant ook, valt buiten het kader van dit stuk. Wel past het hier dat Hacking - in discussie tredend met de bovengenoemde Dennett - waarschuwt dat we voorzichtig moeten zijn met het leggen van verbanden tussen MPS en de tijd waarin we leven. Want de taal waarin MPS'ers zich tegenwoordig tot ons richten is niet de taal van henzelf, maar de taal die ze ook maar hebben overgenomen van hun modebewuste therapeuten. Zo gezien zegt de stoornis die wij, leken, via de media hebben leren kennen, misschien wel meer over die therapeuten dan over die mensen die MPS schijnen te hebben: 'The question is: Is the subsequent prototypical multiple beheavior one of nature’s experiments? Or is it rather the way in which a certain class of adults in North America will behave when treated by therapists using certain practices, and having certain convictions?’
Hacking is niet de enige die opmerkt dat we het waargenome nooit los mogen zien van de waarnemer. In haar inleiding bij de onlangs verschenen interviewbundel In mijn verbeelding bestaan wij schrijft de Nederlandse psychologe Nel Draijer: 'De interviews roepen bij mij ook vragen op. In de eerste plaats over de authenticiteit van de verwoordingen van bepaalde belevingen. Als lezer kun je je in een aantal gevallen afvragen waar het betreffende individu en diens volstrekt persoonlijke belevingen zijn gebleven na het contact met hulpverleners of hun geschriften. Ik doel op uitdrukkingen als: “Ik heb amnesie voor de amnesie”, “Ja, die alter kan goed depersonaliseren” of “Sinds ik weet dat ik MPS heb, spreek ik liever in de wij-vorm.” ’
EN TOCH. MPS LIJKT EEN beetje heel erg van nu. Je kunt daar aardig op doorfantaseren en dan wordt het meteen science fiction. Want als de vorm van een MPS'er zo overeenkomt met de vorm van onze maatschappij, dan is de MPS'er misschien wel een nieuw soort mens. Of vertegenwoordigt hij een overgangsfase. De zap-mens, ik noem maar wat. Misschien zijn wij 'onbewust’ wel druk doende met de 'psychische aanpassing’ binnen die mogelijk nieuwe, niet-pyramidale wereld. Een wereld zonder kern, maar met vele in elkaar verstrengelde netwerken. Een vloeibare wereld die wendbaarheid eist. Het hebben van een 'al te stabiele identiteit’ of een 'al te geintegreerd ego’ is dan misschien juist wel een last. Wie zoveel met zich mee moet zeulen, komt misschien maar moeilijk tot surfen op het Internet.
Over welke wereld van nu hebben we het trouwens? We hebben het misschien wel over de wereld die Jean-Marie Guehenno uittekent in zijn speculatieve, maar daarom nog niet onaannemelijke pamflet Het einde van de democratie. Guehenno schrijft: 'Een netwerk houdt per definitie verveelvoudiging en dus ook decentralisatie in.’ Het lijkt wel alsof hij het over de zo chaotische wereld van iemand met MPS heeft als hij stelt: 'Dit tijdperk is volledig opgebouwd uit weerkaatsingen. Het is een kleurloze wereld, die wordt belaagd door onbestemdheid en verveling en koers moet houden tussen storm en komkommertijd; het is een wereld die instabiliteit nodig heeft, omdat dan de wind opsteekt, maar er tegelijkertijd bang voor is omdat instabiliteit altijd onvoorspelbaar is. De kern van de hedendaagse angst komt voort uit de vluchtigheid van deze wereld waarin alle elementen elkaar nodig hebben en die zo gemakkelijk uit balans raakt.’
Is het dat?