Commentaar

Het zelfreinigend vermogen van Amerika

TIJDENS HET SCHANDAAL rond de marteling van gevangenen in de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis reisde president Bush naar Jordanië. Bij terugkeer zei hij: ‘Ik vertelde koning Abdullah dat het me speet welke vernedering de Iraakse gevangenen hadden ondergaan, en welke vernedering hun families hadden ondergaan. Ik zei ook dat het me evenveel speet dat mensen die de foto’s ervan hadden gezien de ware aard en het hart van Amerika niet begrepen.’
Het is een willekeurig citaat uit een berg anekdotes over de lichtheid waarmee rechts Amerika de mensenrechtenschendingen accepteerde die bij Bush’ ‘Oorlog tegen Terreur’ hoorden. De controverse hierover schaarde zich direct bij de lange lijst onderwerpen die in de VS horen bij de culture wars tussen links en rechts. Die vindt vooral plaats in de ether, en de strijd over het vernoemen van rioolzuiveringsinstallaties of verplicht patriottisch vlagvertoon hoort daar ook thuis. Marteling niet: in een democratie hoort die bij de rechter en in de VS is het oordeel daarover daar ook beland. Het is maar een kleine stap in de rekenschap die de VS zich moeten geven van hun recente verleden. De lijst is veel langer dan de CIA-verhoren die nu naar de rechter gaan: het vervalsen van bewijsmateriaal om de invasie in Irak te rechtvaardigen, het ontvoeringsprogramma van de CIA, de misdrijven van defensiecontractfirma’s in Irak, om er een paar te noemen. Maar hoe beperkt ook: de aanklacht illustreert een zelfreinigend vermogen in de Amerikaanse politiek dat tot dusver in Nederland niet te zien is.
Er zijn hier allemaal redenen voor te bedenken: de Nederlandse consensusmentaliteit, het coalitiebestel, Balkenende’s uithoudingsvermogen, de indirectheid van de Nederlandse schuld. Maar het lijkt erop dat de morele verontwaardiging zich hier alleen voor de camera’s hoog opdringt – zo waren het uitgerekend de PVV en Verdonk die de commissie-Davids het heftigst aanvielen. Toen NRC Handelsblad begin dit jaar het advies van de Directie Juridische Zaken van BZ publiceerde, dat het kabinet al in 2003 waarschuwde dat de inval in Irak onwettig was, volgde het gebruikelijke geblaf, zonder gebijt.
Natuurlijk spelen bij de vervolging van de CIA allerlei politieke belangen. Aanklager Eric Holder moet onafhankelijk oordelen, maar hij is tegelijk de minister van Justitie van de VS en hij was een belangrijk man in Obama’s verkiezingsteam. De kritiek van de Republikeinen daarop is vrij belachelijk als je Bush’ ministers van Justitie op een rijtje zet: John Ashcroft (die over martelen van terreurverdachten zei: ‘Waarom praten we hierover in het Witte Huis? De geschiedenis zal niet vriendelijk [over deze geluidsopnamen] oordelen’), Alberto ‘de Jaknikker’ Gonzales en Michael Mukasey, die over omstreden verhoormethoden opmerkte: ‘Niet elke overtreding van de wet is een misdrijf.’ En de kritiek mist het belangrijkste punt: dat niet Holder maar de rechter een oordeel velt.
De afrekening met de ‘Oorlog tegen Terreur’ is evenzeer een kans als een gevaar voor Obama, want hij reikt de Republikeinen hun verkiezingsleus voor 2010 al aan: Republicans – Tough on Terrorism; Democrats – Tough on Republicans. Maar dit onderwerp rechtvaardigt dat. Hoe pover steekt daarbij de commissiementaliteit van Nederland af. Laten we eerlijk zijn: we zijn de enigen niet. De Britse regering heeft een nog veel doorzichtiger opzetje gemaakt met een commissie die in 2011 – ruim na de volgende verkiezingen – rapporteert. Maar in Groot-Brittannië is misschien wel eens een écht onderzoek te verwachten, als er een regeringswisseling plaatsvindt, en échte consequenties. Wie in Nederland nog rekent op meer dan ‘de schuld lag bij een scala aan instanties’ is wel een onverbeterlijke optimist.