TONEEL

Het zijn de kunsten, stommeling!

Gegijzeld door rancune

In enkele hoofdredactionele commentaren borrelde vorige week de vraag op waarom VVD en CDA stilzwijgende gedoogsteun hebben verstrekt aan de rancuneuze PVV-eis de slijptol te zetten in de subsidiëring van de kunsten. De Volkskrant (5 oktober): ‘Het blijft een raadsel dat VVD en CDA zich daardoor laten overreden en gijzelen. Waar is de stem van de beoogde regeringspartijen met hun grote achterban die meer dan gemiddeld concerten, opera’s, theatervoorstellingen en exposities bezoekt?’ Curieus gestelde vraag trouwens, die een vorm van cliëntelisme suggereert dat nooit heeft bestaan.
Het antwoord is overigens simpel: de beschermers van de kunsten in die partijen zijn verdwenen. De VVD had ooit zijn kunstdinosaurussen - politici als Hans Dijkstal en Frits Bolkestein bestuurden met liefde en flair toneelgezelschappen (respectievelijk De Appel en De Theatercompagnie). In het CDA werd de 'liefde’ voor de kunst altijd koel beteugeld door een doodsangst voor blasfemie, een rabiate voorkeur voor erfgoed (vooral veel kloosters en kerken) en de beperkte zichtlijnen van christenpopulisten als Atsma. Wat mij vooral verbaast is dat de bedrijfseconomen in die fracties hun kaken stijf op elkaar houden. Iedere eerstejaarsstudent economie kan uitleggen dat een frontale kettingzaagaanval op een bedrijfstak die 0,524 procent van onze nationale uitgaven oppeuzelt, omdat eenvijfde van de middelen daar wordt weggehaald, de facto betekent dat een begin wordt gemaakt met het definitief opruimen van die sector. Zég dat dan! Het Muziekcentrum van de Omroep wordt opgeheven, omdat daarmee de Publieke Omroep midscheeps wordt geramd én en passant een 'stokpaardje’ van de in kringen van Rutte I alom gehate sociaal-democraten, de Matinee op de Vrije Zaterdag in het Concertgebouw, wordt opgeruimd. Wees daar dan duidelijk over! En verschuil u niet achter het verhaal dat geen sector mag worden ontzien als het om bezuinigen gaat. Iedereen weet dat zulks een kwestie van keuzes maken is. De hypotheekrente en het ontslagrecht worden toch ook ontzien.
De casuïstiek rond de exorbitante kortingen op de kunsten begint onder intelligentsia en opinieleiders in het publieke debat merkwaardige vormen aan te nemen. Zo riep, in een gesprek met een kunstenaar over het afschaffen van de cultuurkortingskaart voor jongeren, politiek commentator Frits Wester aan de tafel van Pauw en Witteman opeens: 'Maar kunst hoeft toch niet altijd gratis!’ Daar ligt het niveau van het debat ongeveer. Niemand merkt meer op dat de weilanden van de kunst in de voorbije twintig jaar al ruimschoots zijn bruingegraasd (dit is géén verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog!). Er zit geen vlees meer aan de botten van de kunst. Tenzij je wilt dat een parterreplaats voor de opera driehonderd euro gaat kosten (Scala Milaan). Maar dan creëer je via de achteruitgang de elitekunst die je zegt te willen bestrijden. Een totaal uitverkochte, met goede marketing gemaakte voorstelling Richard III, geproduceerd door Orkater en de Amsterdamse Schouwburg, komt niet uit de kosten. En heus niet omdat titelacteur Gijs Scholten van Aschat een topsalaris verdient, dat verdient-ie namelijk niet. Om met een PVV-jijbak te eindigen: Geert Wilders, als u wilt dat de wortels van onze joods-christelijke cultuur herkend blijven worden, dan moet u met uw handen van de kunsten afblijven. Als we onder uw gedoogtraject geen mooie dingen meer mogen meemaken, dan creëert u daardoor voor uw onderdanen een monster dat op den duur zijn hok niet meer in wil (dit is géén demonisering!) en dat u op een dag zal toebijten: 'It’s the Arts, stupid!’