Turks-nationalistische intimidatie

‘Het zijn geen willoze schapen van Erdogan’

De bedreigingen waar auteur Lale Gül mee te maken heeft zijn geen incidenten. Ze passen in een decennialang patroon van intimidatie uit Turks-nationalistische hoek.

‘Ik probeer een dierbare in Turkije die ernstig ziek is te bezoeken en wil even geen doelwit zijn’, zegt een prominente Turkse Nederlander. Zo zijn er meer mensen die afhaken of helemaal niet willen meewerken aan dit onderzoek. ‘Het frustrerende is: ik weet dat zij winnen doordat ik niet meedoe. Het doel is uiteindelijk ook niet om ons de mond te snoeren, ze willen een voorbeeld stellen: luister, Turken in Nederland. Als jullie uit de pas lopen, als jullie het wagen, dan gebeurt er dit met je.’

Hoe ver dat kan gaan werd in de afgelopen maanden zichtbaar rond schrijver Lale Gül. Na het verschijnen van haar debuutroman Ik ga leven, waarin ze nietsverhullend schrijft over het Turks-conservatieve milieu waarin ze opgroeide in de Amsterdamse Kolenkitbuurt, kreeg ze talloze bedreigingen via sociale media, van foto’s van kalasjnikovs tot meldingen bij Turkse overheidsinstanties. Want hoe haalde ze het in haar hoofd om niet alleen haar ouders en de islam te bespotten, maar ook Turkije? Er werden verscheidene mensen aangehouden, onder wie een jongen van vijftien en een van negentien jaar. Na de arrestaties zei de schrijver tegen Het Parool: ‘Dit zijn pas twee doodsbedreigingen, maar ik heb er veel meer gehad. De politie is er hard mee bezig, gelukkig.’

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Stephan Sanders Groene-redacteuren Rasit Elibol, Karlijn Saris en Coen van de Ven over de Turks-nationalistische bedreigingen en intimidatie. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Wat Lale Gül overkomt is geen incident maar een patroon. Intimidatie, bedreigingen en haat uit Turks-nationalistische hoek bestaan al decennia maar namen in de afgelopen jaren toe als gevolg van de invloed van sociale media en een web van Turks-Nederlandse nieuwswebsites, die een fanatieke Turks-Nederlandse minderheid kunnen mobiliseren. Ook is het nog altijd heel eenvoudig om mensen met een kritische houding te verklikken bij de Turkse overheid. Dat blijkt uit een (data-)onderzoek samen met Pointer, en gesprekken met vijftien Turks-Nederlandse publicisten, schrijvers, politici en opiniemakers, die zelf te maken hebben met intimidatie.

Als columnist Ebru Umar in 2019 voor het eerst in lange tijd weer in Amsterdam is om in Carré een cabaretvoorstelling te bekijken, gebeurt het. Ze heeft in de buurt gegeten met een vriendin, en eenmaal in de foyer gaat Umar twee kopjes thee halen. Wanneer de medewerker vraagt of ze ‘misschien muntthee’ wil, breekt Umar. ‘Ik kon nog net op mijn benen blijven staan. “Geef mij gewoon thee, gewoon iets normaals”, bracht ik uit. Ik ben in een hoek gaan zitten en heb zitten huilen, huilen, huilen.’

Het woordje ‘muntthee’ associeert ze met Amsterdam, de plek waar ze zich nooit meer veilig heeft gevoeld. ‘Terwijl ik dit vertel krijg ik weer hoofdpijn.’ Haar psychotherapeut zegt haar een dag later dat ze zich geen zorgen hoeft te maken: een terugval hoort bij het proces dat begon in april 2016. Umar lag toen rustig in bed in haar tweede huis in de Turkse badplaats Kusadasi toen er werd aangebeld. Dat vond ze al vreemd, want haar woning lag in een haven en was moeilijk te vinden voor mensen die er nog nooit waren geweest. Toen ze opendeed stonden er agenten voor haar neus. ‘Achteraf bleek dat ze zo veel informatie hadden gekregen vanuit de Turkse ambassade in Nederland dat ze mijn huis makkelijk hadden gevonden.’

Pas op het politiebureau bleek waarom ze was aangehouden. Umar had naar eigen zeggen ‘iedereen en zijn moeder’ beledigd op Twitter: de Turkse president Erdogan, de stichter van de Turkse republiek Atatürk, de profeet Mohammed en het Turkse volk. Dat zijn in Turkije serieuze aanklachten, waar je een jarenlange celstraf voor kunt krijgen. Toen Umar na een paar dagen op vrije voeten kwam, mocht ze Turkije niet uit tot ze zich voor een rechter had verantwoord. Ze trok voorlopig in bij haar ouders waar ze haar ‘landarrest’ uitzat.

Twee weken later mocht ze pas naar Nederland. ‘Iedereen denkt dat het klaar is als je vrijkomt en Turkije weer uit mag. Maar de echte klap kwam pas toen ik mijn normale leven weer oppakte.’ Want terwijl ze in Turkije landarrest had, werd er in haar woning in Amsterdam ingebroken. Op haar muur werd ‘hoer’ gekalkt. ‘Het was een fantastisch huis, maar ik ben er nooit meer teruggekeerd.’ Hetzelfde gold voor haar woning in Turkije, waar ze zo’n zes maanden per jaar was. ‘De hele bodem onder mijn bestaan werd weggeslagen.’

Het is de vrees van meer Turkse Nederlanders: dat ze voor vakantie, familiebezoek of een begrafenis naar Turkije gaan en vervolgens het land niet meer uit mogen. ‘Ik begrijp nu: wat mij toen overkwam was nieuw. Ik was de eerste casus voor politie en politiek’, zegt Umar. Uit navraag bij het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat er ‘bijna twintig’ Turkse Nederlanders landarrest hebben in Turkije, een aantal dat al jaren stabiel is. ‘De Turkse autoriteiten voeren uiteenlopende redenen aan om een dergelijke maatregel op te leggen’, zegt een woordvoerder.

Alle Turkse Nederlanders die wij spraken waren bang om in Turkije vastgezet te worden. Veel van hen gaan er helemaal niet meer naartoe. Schrijver Celal Altuntas, die in zijn jeugd sympathiseerde met de pkk en uit Turkije vluchtte, kon vorig jaar niet naar de begrafenis van zijn eigen vader; oud-pvv’er en inmiddels fanatiek moslim en politicus bij de Partij van de Eenheid Arnoud van Doorn had in het Turks getwitterd dat ‘terrorist’ Altuntas Turkije en Erdogan haat. Altuntas vermoedt dat hij daardoor op de radar kwam van de Turkse staat. ‘Ik ben nog steeds niet naar Turkije geweest, want ik durf niet. Als ik zie dat mensen daar vanwege een tweet worden opgepakt, of maanden wachten op een proces… Zelfs een tweet van Arnoud van Doorn kan aanleiding zijn om mij op te pakken. Zo van: “Kijk maar, een Nederlandse politicus zegt het, dan zal het wel kloppen.”’

Behalve met foto’s van kalasjnikovs en doodsbedreigingen kreeg Lale Gül te maken met een flinke stroom opruiende ‘nieuwsverhalen’ op nieuwsplatformen die gericht zijn op Turkse Nederlanders. De anderen die wij spreken herkennen dat. ‘Zodra een bericht over mij op een van die platformen verscheen, namen de bedreigingen toe. Het zijn aanjagers van intimidatie’, zegt documentairemaker Sinan Can. Platformen zoals DutchTurks.nl, dejongeturken.com, SonHaber en Platform Dergisi hebben behalve een mobiliserende functie gemeen dat ze gerund worden door conservatieve of nationalistische Turken. Sommige van die platformen zijn klein, andere hebben een online volgersschare van rond de honderdduizend – wat veel is op een Turks-Nederlandse gemeenschap van vierhonderdduizend.

‘Onlangs was het weer bal’, zegt NRC-columnist Aylin Bilic. ‘Een vriendin zei tegen mij: je staat met naam en toenaam op een Turkstalige website. Ondertussen stroomden er al tientallen haatberichten binnen, vooral via Facebook.’ In Platform Dergisi, dat behalve een website ook een printoplage heeft van 12.500, bleek een stuk te staan naar aanleiding van een NRC-column van Bilic over het erkennen van de Armeense genocide door de Verenigde Staten. ‘De Turken blaffen, maar bijten zullen ze niet’, schreef ze. Die woorden werden volledig verdraaid. Bilic zou Turken hebben uitgemaakt voor honden. En die term ‘blaffen’ kon geen toeval zijn, die duikt vaker op in Nederlandse kranten wanneer het over president Erdogan gaat. Was hier geen cia-complot gaande? In één beweging noemde de schrijver nog een aantal prominente Turks-Nederlandse leden van het complot, zoals Fidan Ekiz, ‘die als eerste het jonge meisje Lale Gül mocht interviewen’. Verder kwamen vvd-politicus Dilan Yeşilgöz-Zegerius (een ‘pkk-supporter’), columnist Ebru Umar en schrijver Erdal Balci langs. ‘Het is hun missie om rechts materiaal en racisme te leveren’, schreef Platform Dergisi. ‘Hun maskers zijn democratie en liberalisme.’

‘Aanvankelijk schrok ik niet’, zegt Bilic. ‘Ik zie zoiets en denk: daar gaan we weer. Tot ik zag dat ze in hun tweet over dit stuk Turkse ministeries hadden getagd, dat is echt kwade opzet. Het is klikgedrag.’ Het leverde haar talloze bedreigingen op, ‘tot Centraal-Anatolië aan toe’. Een van de mensen die het bericht al snel liketen was dezelfde taxichauffeur die Ebru Umar jaren geleden had aangegeven.

‘Ik geloof niet dat Bilic naar aanleiding van onze publicatie echt is bedreigd’, zegt hoofdredacteur Ebubekir Turgut. ‘Ik ben tegen alle vormen van intimidaties, zeker aan het adres van schrijvers en journalisten, maar je kunt toch niet over een hele gemeenschap schrijven dat het honden zijn?’ Volgens Turgut biedt zijn platform een podium aan Turkse Nederlanders met verschillende opvattingen. Ze hebben ‘zelfs een keer’ een Koerdische zangeres op de cover gehad. ‘Onze auteurs hebben de vrijheid om te schrijven wat ze willen, als ze maar niet het geloof of de staat beledigen.’ Over de ‘verkliktweet’, die hij na een week liet verwijderen, zegt hij: ‘Denk je echt dat de Turkse staat ons daarvoor nodig heeft? Ze houden zelf alles bij.’

Het Turkse klikken is springlevend. ‘Dat snitchen zit ingebakken’, zegt Sinan Can. ‘Het is een mechanisme dat je al in de jaren tachtig en negentig had. Als je toen lelijk sprak over Turkije was er altijd wel iemand die even je naam doorgaf bij de ambassade zodat je dan in de zomer bij de douane werd lastiggevallen.’ Wat wel veranderd is, zegt de documentairemaker, is dat sociale media en Turkse websites erbij zijn gekomen. ‘Vroeger moest je een brief sturen of bellen, nu ga je op sociale media, maak je een nep-account en scheld je iemand uit terwijl je diegene aangeeft.’

In 2016 riep het Turkse consulaat in Rotterdam op om mensen die Turkije of president Erdogan beledigen aan te geven. Dat dit nog altijd gebeurt blijkt uit ons data-onderzoek. Hoewel het verklikken via tal van kanalen werkt, deden wij een steekproef op Twitter. We verzamelden Nederlandstalige tweets en Turkstalige tweets met namen van Nederlanders erin. Daarbij filterden wij de berichten waarin ook Turkse ambassades, consulaten of ministeries worden aangehaald. Daaruit blijkt dat alleen al via Twitter in het afgelopen jaar ten minste acht Turks-Nederlandse schrijvers, politici en opiniemakers (én Geert Wilders) zijn verlinkt bij Turkse instanties.

Wanneer wij Murat opbellen – een man van 45 die onder anderen Zihni Özdil en Fidan Ekiz recent heeft getagd in berichten aan Turkse ministeries en de Turkse politie – en vragen waarom hij dat doet, zegt hij onomwonden: ‘Omdat ze leugens verspreiden! Niet rechtvaardig zijn.’ Murat blijkt een trotse Schiedammer te zijn die op dit moment in ‘een mooi complex met zwembad’ woont in Turkije. Als profielfoto op Twitter heeft hij een Turkse militair met een automatisch wapen ingesteld. Hij is boos over hoe er over Turken en Turkije wordt geschreven en beschrijft zijn Twitter-gedrag als ‘een spiegel voorhouden’. Wat hij hoopt te bereiken? ‘Als ik ze aangeef, dan gaat dat in hun achterhoofd zitten, dan gaan ze rekening houden met: als ik straks naar Turkije ga, dan moet ik opletten.’

‘Dat Turkse snitchen zit ingebakken. Als je in de jaren tachtig en negentig lelijk sprak over Turkije was er altijd wel iemand die even je naam doorgaf bij de ambassade zodat je in de zomer bij de douane werd lastiggevallen’

Turkse Nederlanders die landgenoten aangeven, weten dat dit vaak niet zonder gevolgen blijft. Berucht is het klikken bij de Turkse ambassade in Nederland. Wanneer wij bellen met een niet-bestaande naam blijkt dat nog altijd te kunnen.

‘Zegt u het maar’, zegt een ambtenaar van de Turkse ambassade in Den Haag.

‘Ik bel voor het volgende: er is iemand op Twitter die slechte, negatieve, dingen schrijft over mij en over Turkije. Kan ik hem bij jullie aangeven?’

De vrouw hoeft geen ogenblik na te denken en antwoordt meteen: ‘Nee, dat kan niet direct bij ons maar wel bij het consulaat. Daar kunt u hem aangeven als u wil dat hij in Turkije als verdachte wordt aangemerkt.’

Nederland telt naast de Haagse ambassade drie consulaten. Ook daar kijkt niemand op van ons verzoek. De consulair medewerker die wij aan de lijn krijgen, wil meteen driftig gaan registreren. Ze vraagt naar contactgegevens van de persoon die moet worden ‘aangemerkt als verdachte’.

Daar eindigt ons gesprek. Maar zulk soort gesprekken zullen talloze keren worden gevoerd. Toen Ebru Umar werd gearresteerd ‘regende het aangiftes’. Documentairemaker Sinan Can weet dat er over hem 63 ‘klachten’ zijn binnengekomen bij de ambassade. ‘Iemand die ik daar ken belde mij en zei: “Geloof me Sinan, ze liggen hier op het bureau.” Tussen die aangiftes zaten mensen die ik kende, kennissen van mij.’ Het Eindhovense SP-gemeenteraadslid Murat Memis zat in 2019 maanden vast in Turkije. ‘Dat gebeurde niet zomaar. Toen ze mij aanhielden lag er al een heel dossier, met allemaal informatie uit Nederland.’

Ook andere Turkse Nederlanders merken de aanwezigheid van de ambassade en consulaten in hun leven. ‘Ik ging veel naar debatten en lezingen’, zegt Alptekin Akdogan, een uitgesproken vakbondsman uit Houten. ‘In debatcentrum De Balie kwam een medewerker van het consulaat in Deventer op mij af: “Je valt op, pas op dat je niet te veel gaat opvallen. Dan komen er mechanismen op gang.” Het was niet eens een dreigement, ik denk dat hij echt bezorgd was.’ Toen Akdogan op de pvda-kieslijst belandde en tijdens het plakken van posters in Utrecht werd aangevallen door een FvD-aanhanger, ontving hij een appje van de Turkse consul-generaal in Amsterdam om hem beterschap te wensen. ‘Ik weet nog steeds niet hoe hij aan mijn nummer komt.’

‘Is verklikken en intimidatie de laatste tijd toegenomen, of zijn wij ons er pas sinds kort van bewust?’ werpt antropoloog en Turkije-expert Martin van Bruinessen op. ‘Ik denk allebei.’ Ook Erik-Jan Zürcher, emeritus hoogleraar Turkse talen en culturen, ziet dat zo. Beide wetenschappers wijzen naar 1980 als een belangrijk kantelpunt. Turkije wendde na de staatsgreep in dat jaar ‘diyanet’ aan om contact te blijven onderhouden met de diaspora van gastarbeiders die over Europa waren uitgewaaierd. Diyanet is het Turkse presidium voor godsdienstzaken en heeft verregaande invloed op wat Turkse imams in moskeeën prediken, ook in Nederland. ‘Maar het patroon van communicatie is totaal veranderd’, zegt Van Bruinessen. ‘Dat begon ooit met satelliettelevisie, maar inmiddels zijn er app-groepen, nieuwswebsites, sociale media en tal van andere plekken bij gekomen.’

Dat grotendeels informele netwerk kan een kanaal zijn voor intimidatie zodra het in Turkije rommelt. Wanneer er een Turks referendum is rond de couppoging van 2016 merken Nederlanders met Turkse wortels dat hier ook. ‘Ik weet niet eens meer wat ik twitterde, maar rond de coup stonden mensen zo fel tegenover elkaar dat mijn ouders plots telefoontjes kregen’, zegt Akdogan, ‘We weten nog altijd niet van wie, maar ze zeiden: “Jullie zoon moet nu stoppen met twitteren anders doen we hem iets aan.”’

Nog ingewikkelder is het rond discussies over de Armeense genocide of de Koerdische kwestie. Wie Koerdisch, alevitisch of Armeens is, heeft het sowieso extra zwaar. Zij worden bij enige kritiek op Turkije door de nieuwsplatformen weggezet als ‘terroristen’ en ‘pkk-aanhangers’. ‘Ik heb altijd hart voor de Koerdische zaak gehad’, zegt GroenLinks-politica Serpil Ates. ‘Zodra ik raadslid werd in Den Haag groeide mijn netwerk en begon ik op te vallen.’ Zij wordt in honderden reacties op de Facebook-pagina’s van nieuwsplatformen versleten voor ‘pkk-terrorist’, ‘GroenLinks-hoer’ en meer. ‘Vrienden, ga niet te ver, we hebben nieuwe wapens die we nog moeten uitproberen’, reageert een Turks-Nederlandse buschauffeur uit Amsterdam onder zijn eigen naam.

‘Om iets te doen aan de slechte relatie tussen Turken en Koerden organiseerde historicus Tayfun Balcik dialoogavonden. Hij was de eerste Nederlander van Turkse komaf die bloemen legde bij de herdenking van de Armeense genocide in Assen en dan schrijft hij ook nog columns voor het aan de Gülen-beweging gelieerde blad de Kanttekening. ‘Naar al die zaken kijkt de Turks-soennitische gemeenschap toch met een problematische blik. “Je bent crypto-Armeen, een pkk-aanhanger, een gülenist”, krijg ik te horen.’ Ook binnen zijn eigen familie – een ultraconservatief Turks nest – moet hij nog steeds ‘op eieren lopen’, zeker in Turkije. ‘Je vraagt je continu af wat je wel en niet kunt zeggen. Er werken familieleden in het leger, bij de politie en ministeries. Ik voel me vrij, maar op een voorwaardelijke manier. Het is problematisch dat je niet vrijuit kunt spreken over problemen. Het maakt families kapot. Ik heb zelf ook drie jaar lang niet met m’n ouders gepraat omdat ik afstand nam van het Turks nationalisme.’

Toen Sinan Can zijn documentaireserie Bloedbroeders, over de Armeense genocide, uitbracht, regende het bedreigingen. ‘Voor mij speelt dat al zo lang als ik journalist ben, maar dit was echt de piek. Gasten die boos in de ikea achter mij aan liepen. Of die in parkeergarages of op een station tegen mij begonnen te schreeuwen. Het kwam echt uit alle hoeken. Turken die vanuit de gevangenis belden en zeiden: ik kom volgende week vrij en ik kom je opzoeken. Mensen die ’s nachts belden en alleen maar gromden. Ambassademedewerkers die mij vertelden dat dit nog een staartje ging krijgen.’

Can herinnert zich nog goed hoe hij na het uitbrengen van zijn stem voor het Turkse referendum bij het consulaat in Deventer naar buiten kwam en iemand hem begon te filmen. ‘Die jongen was iets van twintig jaar oud hè? De emotie van hem was ongelooflijk, tegen het huilen aan, omdat ik zijn grote leider had beledigd. Ik zei: ik heb hem beledigd ja, maar was dat onbeschoft? Heb ik hem uitgescholden? Ik heb hem alleen een dictatoriale leider genoemd. Daar kunnen wij toch de discussie over aangaan? Met trillende hand hield hij die camera op mij. Ik voelde aan alles: iemand heeft hem hiertoe aangezet.’

‘De overgrote meerderheid van de Turkse Nederlanders voelt zich juist Nederlands en assimileert heel sterk’, benadrukt Van Bruinessen. ‘Die willen soms zelfs af van het woordje “Turks” voor hun Nederlanderschap. Tegelijkertijd is er een groep van achterblijvers die zich laat aansporen door een discours van ressentiment. Een discours dat Nederlanders ze nooit zullen accepteren en de Europese Unie ook niet.’

De vraag waar coördinatie begint en spontane intimidatie eindigt is zeer lastig te beantwoorden. ‘De nadruk is erg komen te liggen op “de lange arm van Erdogan”, maar dat is te makkelijk’, zegt Erik-Jan Zürcher. ‘Je kunt Turkse Nederlanders die dit doen niet zien als willoze schapen. Sociale controle en politieke beïnvloeding zijn altijd een doelstelling geweest van Ankara, maar de enige reden dat dit werkt is dat er een voedingsbodem is. De intimidatie functioneert grotendeels zonder instructies. Kijk naar zo’n website als DutchTurks, daaraan zie je: er is bereidheid om zich te laten mobiliseren voor de Turkse zaak, zelfs als daar niets tegenover staat.’

Oprichter van DutchTurks is de voormalige Almelose lokale politicus Volkan Kaya. Hij weet nog precies wanneer hij zijn blog begon: 26 maart 2014. ‘Dat was een week nadat Geert Wilders zijn Marokkanen-uitspraak had gedaan. Ik schreef een column waarin ik dat vergeleek met de nsdap, maar geen krant wilde die plaatsen. Toen ben ik zelf een nieuwswebsite gestart.’ Inmiddels heeft hij meer dan 75.000 volgers op Facebook, al vindt hij niet dat je dit soort platformen kunt vergelijken met ‘volwaardige professionele nieuwssites’. Op zijn website verschenen veel schurende stukken, zoals een poll waarin de vraag werd opgeworpen of Ebru Umar vervolgd zou moeten worden in Turkije (65 procent van de lezers vond van wel).

‘Ik doe zeker aan zelfcensuur. Kijk naar mijn columns… wat ik daar soms wil zeggen, zeg ik niet of omfloerst. Ik ben constant aan het balanceren’

Ex-Kamerlid Zihni Özdil werd beschreven als ‘de islamofobe endeldarm van GroenLinks’. Hiermee geconfronteerd zegt Kaya dat hij zich dat soort artikelen niet kan herinneren. Als hij ze opzoekt zegt hij: ‘Die kop had niet gehoeven. Ik denk dat mensen daar inderdaad aanstoot aan namen. Dat begrijp ik. Maar ja, de inhoud? Zihni is wel iemand die gedijt bij islamofobie.’ Zelf is hij tegen het vervolgen van Ebru Umar en een poll daarover noemt hij ‘een beetje populistisch misschien’. ‘Maar als iemand de wet overtreedt in Turkije, dan kan het een terechte vraag zijn aan lezers of zij dat ook terecht vinden of niet.’

Of hij zich verantwoordelijk voelt voor de stroom van haat die in de inboxen van zijn onderwerpen belandt? ‘Het moet wel knetteren en het moet wel schuren. Wij hebben de mogelijkheid om te reageren uitgezet op de website en op Facebook gebruiken wij filters waarmee het gros van de bedreigingen en scheldwoorden wegvalt. Maar online is er nu eenmaal een lynch-cultuur waar je gewoon geen grip op hebt.’

Wie de verschillende Turks-Nederlandse platformen afstruint komt veel verhalen over ‘verraad’ en Turkije-haat tegen. ‘Dat is ook het politieke discours van Turkije zelf waarin alles wordt geformuleerd in termen van “loyale vaderlanders” en “verraders”’, zegt Erik-Jan Zürcher. ‘Als je iemand wil uitschakelen in Turkije, dan doe je dat door te zeggen: hij of zij is een verrader en een aanhanger van staatsgrepen. Geen échte Turk.’

Volgens Zürcher legt president Erdogan de laatste tien jaar sterk de nadruk op bedreiging uit het Westen en degenen die erop uit zijn om vanuit daar Turkije te verzwakken. ‘Veel Turken die in Nederland zijn opgegroeid krijgen nog steeds vanuit Ankara de boodschap: het Westen heeft het op Turkije voorzien. Goede vaderlanders doen hun best om interne vijanden en landverraders te ontmantelen.’ Met die ‘interne vijanden’ doelt Turkije volgens Zürcher specifiek op kritische schrijvers, journalisten en politici met Turkse wortels. ‘Die landverraders in éigen kring zijn volgens de retoriek van Erdogan het ergst. Dat zijn degenen waaraan je echt wat moet doen.’

Ook vijf Turks-Nederlandse Kamerleden zijn twee jaar geleden in de grootste pro-Erdogan-krant voor landverrader uitgemaakt, nadat DENK de aandacht op hen had gevestigd. De partij maakte in die tijd filmpjes waarin ze collega-Kamerleden met een Turkse achtergrond onder vuur namen. Toenmalig partijleider Tunahan Kuzu noemt GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil een ‘wolf in schaapskleren, en geen grijze’. In het filmpje presenteren ze hem als ‘the hypocrite’. Een woord dat vertaald naar het Arabisch (‘munafiq’) door fanatieke moslims geïnterpreteerd kan worden als ‘afvallige’. Zijn partijgenoot Selçuk Öztürk beschuldigt het toenmalige SP-Kamerlid Sadet Karabulut van het steunen van een terroristische organisatie.

Rond een stemming over het erkennen van de Armeense genocide gaat het echt mis. Wanneer de DENK-leider van dat moment Kuzu op een Turkse televisiezender Turkse burgers in Nederland oproept om Kamerleden aan te spreken zodat ze ‘kleur bekennen’, stijgt het aantal bedreigingen enorm. Dit is het moment dat de grootste pro-Erdogan-krant de vijf Kamerleden groots uitlicht als landverraders. ‘Mijn collega’s en ik hebben bijna een jaar niet buiten rond kunnen lopen zonder belaagd te worden’, zei Dilan Yeşilgöz-Zegerius, inmiddels staatssecretaris, twee maanden geleden tegen De Groene.

Het is lang niet het enige opmerkelijke gedrag van DENK in de afgelopen jaren. Toen het voltallige parlement Turkije opriep om een Amnesty-directeur vrij te laten uit een Turkse gevangenis stemde DENK als enige fractie tegen. Nadat het Koerdische SP-gemeenteraadslid Memis vast was komen te zitten vanwege vermeende propaganda voor een terroristische organisatie en de hele Kamer, van links tot rechts, zich uitsprak, bleef DENK stil. Ook toen Memis in Turkije werd vrijgesproken van alle aanklachten. ‘Een aantal DENK-leden kwam naar mij toe: wat jij hebt meegemaakt keuren wij af, maar publiekelijk durfden zij dat niet te zeggen. Dat heb ik ze zeer kwalijk genomen. De hele gemeenteraad van Eindhoven sprak haar steun uit, alleen DENK zweeg.’

Binnen de Amsterdamse gemeenteraad leidde de ambivalente houding van DENK-politici tegenover Lale Gül tot een felle confrontatie. Raadslid Numan Yilmaz keurde de bedreigingen en intimidatie richting Gül weliswaar af, maar voegde daar direct aan toe dat de schrijfster ‘islamofoob’ is, ‘stigmatiseert’ en bezig is met een ‘mooie pr-campagne’. Toen Lale Gül drie maanden geleden bedreigd werd en er een ophitsend stuk verscheen op SonHaber prijkte daarboven een DENK-advertentie met het hoofd van Tunahan Kuzu die beloofde ‘vijanden van de islam aan te pakken’. Daar kon de partij weinig aan doen: het algoritme had de advertentie daar geplaatst. Tegelijkertijd is dat het resultaat van een partij die actief de Turks-Nederlandse nieuwsplatformen opzoekt en daar in verkiezingstijd adverteert.

SonHaber lijkt rond de Tweede-Kamerverkiezingen van dit jaar op zijn sociale-mediakanalen campagne te voeren voor DENK door naast een stroom foto’s van DENK-politici positieve berichten te plaatsen. Zo prijkt er naast een portretfoto van Kuzu een citaat van hem: ‘Bij elke verkiezing wordt er politiek bedreven over de ruggen van Turken, Turkije, moslims en de Islam.’ Als er al over andere politici wordt gerept, dan is het negatief. SonHaber, dat in het verleden flinke subsidie kreeg van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, riep in 2017 Turkse Nederlanders op om te gaan demonstreren bij het Turkse consulaat in Rotterdam. De hoofdredacteur is een aanhanger van de AK-partij van Erdogan.

De landelijke partijvoorzitter van DENK,advocaat Ejder Köse, is zelf al jarenlang betrokken bij Platform Dergisi. Köse staat in het colofon vermeld als juridisch adviseur. ‘Ik geef ze graag adviezen over waar zij op moeten letten, hoe ze zaken moeten aanpakken en vrijheid van meningsuiting: hoe ver gaat dat en wat kunnen auteurs er wel en niet schrijven?’ Nadat de website in mei een tendentieus bericht over Aylin Bilic, Dilan Yesilgöz-Zegerius, Fidan Ekiz en Erdal Balci had geplaatst en in het begeleidende bericht over Bilic op Twitter klikte bij Turkse ministeries, nam de hoofdredacteur contact op met Köse. ‘Ik word betaald om dit platform advies te geven en ik heb hier contact over gehad met mijn cliënten. Mijn schoorsteen moet ook blijven roken.’ Wat hij er persoonlijk van vindt? ‘Persoonlijk vind ik er niets van.’

Dat hij als partijvoorzitter van DENK optreedt én betrokken is bij een platform dat onder meer een politicus van een andere partij onder vuur neemt, vindt hij niet problematisch: ‘Ik vind het echt kwalijk en dat meen ik echt, u hoorde al aan mijn stem dat ik geïrriteerd raak, dat u mijn beroep als advocaat door elkaar shuffelt met wat ik voor DENK doe. Dat u mij probeert te framen, daar moet u verre van blijven.’

Köse was tot 2016 lid van de Adviesraad Turken in het Buitenland (ytb), een prestigieuze functie bij een voor president Erdogan belangrijk departement. Toen Erdogans minister van Familiezaken in 2017 werd opgepakt omdat ze hier campagne kwam voeren, was Köse haar advocaat.

Er bestaan meer lijnen tussen opruiende Turkse nieuwswebsites en DENK. De oprichter van de nieuwswebsite HaberArnhem, die onder meer televisiepresentator Fidan Ekiz verslijt voor een ‘Turkije-hater’, is gemeenteraadslid van DENK in Arnhem. Volkan Kaya, eigenaar van de website DutchTurks, schaarde zich lange tijd achter DENK en zette daarvoor ook zijn platform in, maar hij is op de partij afgeknapt. ‘We zijn inmiddels afgestapt van het fungeren als kritiekloze megafoon voor de partij.’

‘DENK speelt een heel belangrijke rol in de publieke opinie van Turkse Nederlanders’, zegt vakbondsman en pvda’er Alptekin Akdogan. ‘Zij maken een vertaling van alles wat in Nederland gebeurt. Het is de partij van het theehuis op de hoek, van de koffiekamer van de moskee en van de moeders die je alleen maar buiten ziet als ze boodschappen doen. Ik zit in een aantal Turkse app-groepen waarin ook veel filmpjes van DENK worden gedeeld. Het is een soort kettingbrief, een olievlekreactie. Het verspreidt zich over de hele gemeenschap. Rond de verkiezingen zie je dat ze filmpjes maken over de Armeense genocide en klagen over “Turkije-bashing”.’ Niet zonder succes overigens: ‘Ik was zelf kandidaat bij de laatste verkiezingen, maar de familie van mijn vrouw stemde massaal op DENK omdat alle andere partijen de Armeense genocide erkennen en in de ogen van velen “anti-Erdogan” zijn.’

Lale Gül heeft na bedreigingen uit Turks-nationalistische en islamitische hoek verklaard niet langer over de islam te schrijven. Ze verwacht dat ze Turkije niet meer binnenkomt. En ze is niet de enige die toegeeft onder die druk. ‘Ik doe zeker aan zelfcensuur’, zegt Aylin Bilic. ‘Kijk naar mijn columns… wat ik daar soms wil zeggen, zeg ik niet of omfloerst. Ik ben constant aan het balanceren.’

‘Langzamerhand ben ik opgehouden met twitteren over Turkije’, zegt Alptekin Akdogan. ‘Als je vraagt: is dit zelfcensuur? Dan zeg ik ja. Het kwam te dichtbij.’ Voor Murat Memis geldt hetzelfde: ‘Vroeger sprak ik op sociale media graag over verschillende onderwerpen en bemoeide ik mij met veel. Nu let ik steeds op: is het het waard om de discussie aan te gaan?’ Bij sommige thema’s zul je moeten oppassen hoe uitgesproken je bent, zegt ook Sinan Can: ‘Het kan gevolgen hebben. Niet alleen voor jou maar ook voor je familieleden die op vakantie gaan.’

‘Ik ben naar Nederland gevlucht voor mijn veiligheid, om hier in vrijheid te kunnen denken en schrijven’, zegt Celal Altuntas. ‘Als ik dat niet kan doen, dan zijn er twee opties: opnieuw vluchten uit Nederland of inderdaad toegeven aan die intimidaties en bedreigingen om in leven te kunnen blijven. Dat laatste doe ik nu, dat is onbegrijpelijk.’

Zelfs Ebru Umar twijfelt soms. Naast haar bureau hangt een foto van haar in Turkije – het land waar ze na haar landarrest nooit meer is geweest – met een goede vriend. Toen zij die onlangs op haar verjaardag kreeg, moest ze huilen. ‘Ik hoop vooral voor mijn ouders dat zij ooit mogen meemaken dat ik daar weer kan rondlopen, dat zij mogen voelen dat hun kind veilig is.’


De Groene Amsterdammer sprak met vijftien prominente Turkse Nederlanders van wie een aantal alleen anoniem kon spreken. Hun namen zijn bekend bij de hoofdredactie

Data & debat

Het publieke debat zou een vrije marktplaats moeten zijn waar ideeën met elkaar strijden, net zo lang tot het beste idee bovendrijft. Zo dacht John Stuart Mill erover. Maar wat blijft daarvan over in tijden van nepnieuws, bots en microtargeting?

Nu het debat in toenemende mate online plaatsvindt is het belangrijk te onderzoeken op welke manier algoritmes, dataïsme en kwaadwillenden daar invloed op hebben. Data & debat onderzoekt dat samen met de Universiteit Utrecht, de Universiteit van Amsterdam en freelance onderzoekers.

Zo onthulden we eerder hoe Rusland een grootschalige desinformatiecampagne rond het neerstorten van MH17 optuigde en lieten we zien hoe online haat vrouwen uit de politieke arena dreigt te verdrijven.