Het zijn net mensen

De natuurfilm is een nieuwe vorm van propaganda. Slimme propaganda met een groot publiek.

Medium one life 01

De natuurfilm lijkt definitief doorgebroken. Sinds een aantal weken zendt de EO de Britse serie Frozen Planet uit om half negen ’s avonds, en de film One Life draait in zowel filmhuizen als megabioscopen. Bij elkaar is dat in maar liefst 34 zalen. Entertainment voor de massa. Maar het natuurschoon is gemanipuleerd en commentatoren doen telkens politieke uitspraken. De natuurfilm is een nieuwe vorm van propaganda. Slimme propaganda met een groot publiek.

National Geographic was een van de eerste kanalen die natuurdocumentaires uitzond. Als je al zo ver doorzapte dat je de zender tegenkwam, zag je vaak niet meer dan schokkerige beelden van in de verte grazende zebra’s die plots werden gepakt door leeuwen. Met een beetje geluk had de cameraman het moment suprême gevangen, anders werd het filmpje zonder noemenswaardige actie alsnog vertoond. Filmtechnisch en esthetisch niet de moeite waard. Puur voor de liefhebbers.

Daarnaast bestond de educatieve natuurtelevisie, bijvoorbeeld die waarin de olijke Australiër Steve Irwin van elk dodelijk dier uitlegde hoe gevaarlijk het was, om dat vervolgens op zichzelf te testen. Een pijlstaartrog werd hem uiteindelijk fataal. In datzelfde educatieve genre, alhoewel iets minder extreem, pasten Nederlandse programma’s als het voor kinderen gemaakte Nieuws uit de natuur en Waku-Waku, een spelshow waarin bekende Nederlanders pluchen aapjes konden winnen door het gedrag van (veelal gevangen) dieren te voorspellen.

Frozen Planet en One Life zijn totaal anders. Ten eerste beschikt de BBC over camera’s met lenzen waarmee dieren ogenschijnlijk van een paar centimeter afstand gefilmd kunnen worden. Daarnaast is de mens uit beeld verdwenen. Geen jolige biologen of safarileiders die de aandacht trekken. Ook is de dierkeuze anders. Mede door de mogelijkheden van de nieuwe camera’s tonen de Britten dieren of gebeurtenissen die nog nooit iemand zag. Zo zijn er bijvoorbeeld de zeesterren die door een ijsorkaan binnen luttele seconden worden diepgevroren. Een ander punt is dat de dieren menselijke trekken worden toegewezen. Maar misschien wel het belangrijkste is de tijd die producenten krijgen. Het team van One Life mocht vier jaar filmen, op zoek naar de zeldzaamste momenten. Het blijken de ingrediënten om het grote publiek te bereiken.

Tussen de schokkerige beelden van zebra’s uit de late jaren negentig en de gangenstelsels van agrarische mieren die in One Life gedetailleerd te zien zijn, zitten natuurlijk tal van ontwikkelingen en fases. De belangrijkste vonden plaats in 2005 en 2006. In 2005 kwam de Franse film La marche de l'empereur uit_,_ in Nederland beter bekend onder de Engelse titel The March of the Penguins. In dit werk spelen pinguïns alle hoofdrollen en, op wat ander gevogelte en walvisachtigen na, ook alle bijrollen. Een krachtige voice-over legt de kijker uit hoe de beesten een ijskoud jaar doorstaan. Opvallend en vernieuwend is dat de film zowat als een animatiefilm aandoet. Het is makkelijk te vergeten dat de vogels op het scherm echte vogels zijn. De montage en het commentaar zorgen voor menselijke emoties, waardoor de beesten net zo filmgeniek overkomen als geanimeerde figuurtjes. Toch wordt de natuur ogenschijnlijk getoond zoals zij is. De natuur in al haar schoonheid, met een zo goed als klaar script.

Een jaar later bracht voormalig Amerikaans presidentskandidaat Al Gore zijn film An Inconvenient Truth uit. Daarin liet hij zien wat er met de natuur gebeurt als de mens niet zuiniger met de aarde omgaat. De politieke boodschap lag er duimendik bovenop, waardoor de film een homogeen publiek bereikte. De rechtse wereld keek niet of vond het overdreven. Dit is geen speelfilm maar pure propaganda.

Op het eerste gezicht lijken de huidige BBC-films en -documentaires vooral op The March of the Penguins. Het grote verschil is echter dat de Franse film eindigt met de boodschap dat de pinguïns ieder jaar moeten doorstaan wat we gezien hebben, en het ook ieder jaar zullen blijven doen. One Life besluit daarentegen met de mededeling dat we zuinig met de aarde om moeten gaan, anders kunnen de getoonde beesten niet doorgaan met wat ons zojuist is getoond. Als we niet voorzichtiger zijn, vergaat de wereld. Dat lijkt verdacht veel op Al Gore.

Mensen laten genieten van natuur is een mooi uitgangspunt, maar is het vier jaar salaris, reis- en materiaalkosten van een enorm team waard? Natuurlijk draait het bij de makers van One Life en Frozen Planet ook om educatieve en esthetische uitgangspunten. Maar er zijn redenen om aan te nemen dat de documentaires, waaronder ook andere titels als Planet Earth en Life, met een politiek doel zijn gemaakt.

Onlangs verscheen het opvallende bericht dat de geboorte van ijsbeerjongen in Frozen Planet niet op de Noordpool plaatsvond. Het fragment is gefilmd in het Ouwehands Dierenpark in Rhenen. De Utrechtse dierentuin werd met wat nepsneeuw versierd en de beelden werden tussen die van ijsberen in het wild leven geplakt. De kijker wordt hiervan niet op de hoogte gesteld.

Dat nieuws roept vragen op. Waarom zou je de natuur mooier maken dan ze is? Waarom iets in een serie plakken dat alleen in de dierentuin te filmen is? Omdat het te gevaarlijk is om in het hol van een ijsbeer te filmen, zeiden de makers. Maar dan kun je de scène toch beter schrappen? Als een documentaire over de sloppenwijken van Rio de Janeiro te gevaarlijk is om te schieten, moet je het dan op een Nederlandse vuilnisbelt naspelen? De beelden zo aanpassen doe je enkel om een bepaalde boodschap over te brengen, en dat riekt naar propaganda.

Een tweede reden om te twijfelen aan de poging om de natuur objectief weer te geven, is het overmatig toekennen van menselijke eigenschappen aan dieren. Vooral in One Life gebeurt dat vervelend vaak. Een olifantsspitsmuis legt een pad aan om zijn hol, waarover hij kan vluchten als er vijanden in de buurt zijn. Hij ‘maait het gras’ iedere dag zodat zijn weggetje vrij blijft. Gieren die botten van grote hoogte laten vallen waardoor de gruzelementen een eetbare grootte krijgen, zijn een voorbeeld van gereedschapsgebruikers. Maar het kan nog slimmer: aapjes die begrijpen dat noten eerst een week moeten drogen in de zon voor je ze met een steen kapot kan slaan, mieren die een schimmelboerderij runnen inclusief airconditioningsysteem om de CO2-uitstoot af te voeren. De boodschap: het zijn net mensen, dus we moeten net zo met ze omgaan als met onze soortgenoten. Voor wie dat nog niet duidelijk is, legt de voice-over het aan het eind van de film nog eens met een belerend toontje uit.

Of een overheidsinstelling, wat de BBC toch is, zulke propaganda voor de natuur moet maken is twijfelachtig. Maar het is hoe dan ook goed gedaan. Het grote publiek wordt bereikt op een schaal die Al Gore niet haalde. De EO, een van de minder linkse delen van de publieke omroep en van oorsprong tegen de evolutieleer, zendt Frozen Planet zowaar prime time uit. De grote bioscopen, daar waar het enkel om verdienen gaat, vertrouwen erop dat One Life genoeg op zal leveren. In Tuschinski draait hij twee keer per dag.

Of de bioscopen en de EO zien de politieke lading niet (zoals het hoort bij goede propaganda), of ze vinden het zulke mooie beelden dat ze de boodschap voor lief nemen, of ze staan bewust achter het punt van de makers. Vooral de derde optie is interessant.

De publieke omroep en de cultuursector worden door de huidige politiek aangepakt, niet alleen in Nederland. De natuur heeft het eveneens moeilijk. Milieutops leiden tot weinig en op Duitsland na wordt er nog weinig naar duurzame energie gekeken als serieuze vervanger van ouderwetse bronnen. De BBC probeert die trend met haar films en documentaires te doorbreken. En misschien proberen de bioscopen en de publieke omroep dat ook. Ze worden beide bedreigd door het huidige politieke klimaat. De gedachte is wellicht: als we deze natuurfilms, onder het mom van hun esthetische waarde, aan het grote publiek presenteren, dan kunnen we dat publiek overtuigen. Subtiel, maar wellicht vallen er een paar voor. En misschien is het net dat deel dat aan de linker kant nodig is om rechts weer in te halen.

Het publiek trapt erin. Er wordt massaal gekeken. De beelden zijn zo mooi en de verhalen van vluchtende steenbokken, in dolfijnenbekken springende vissen en om een vrouwtje vechtende insecten zijn zo spannend, dat de propaganda niet opgemerkt wordt, of niet erg gevonden. Dat natuur zo populair is, staat haaks op de nationale stemming die Bleker en kompanen schetsen.

Maar wat als (een deel van) het publiek de natuur slechts ziet als een curiositeit, nog één keer te bewonderen voor haar dood? Zoals ook niet-fans Bob Dylan willen zien optreden voor het te laat is. Is de natuur net als voetbalclubs die worden opgeheven omdat er nooit publiek op de tribunes zit, om vervolgens een afscheidswedstrijd te spelen in een volle bak? In dat geval werkt de documentaire averechts, en wordt het daadwerkelijk een documentatie van een wereld die vergaat. Al dan niet toevallig is dat bij propaganda steevast aan de hand; waarvoor op dubieuze wijze dergelijke politieke reclame gemaakt wordt vergaat vroeg of laat. Het vervelende aan propaganda is vooral dat het als documentatie niet geschikt is. Manipulatie zorgt voor valse geschiedschrijving.

Het is daarom te hopen dat er daadwerkelijk een knop om gaat bij het grote publiek. Dat de moderne cameratechniek die is ontwikkeld door het Amerikaanse leger, dat de tijd die en het geld dat de BBC in de documentaires stopt iets teweegbrengen. Dat men door de schoonheid wordt gevangen en wil vechten voor behoud van de meest waanzinnige diersoorten. En als dat alleen maar bereikt kan worden met beeldschoon propaganda, dan moet dat zo. Door de ontwikkelingen in de natuurfilm kan links eindelijk laten zien wat hun idealen inhouden. Nu maar hopen dat Henk Bleker en zijn collega’s elke dinsdagavond naar de EO kijken. Anders krijgen ze het de komende jaren nog erg druk in Rhenen.

Beeld: © BBC Earth Productions (One Life)


Tim van Remmerden studeert Nederlandse Taal & Cultuur op de UvA