Als Duitsland iets is, dan is het een land van rivieren. Het land wordt erdoor begrensd en doorsneden, Europese rivieren ontspringen er en vloeien er samen. En Duitsland is het land van Rijn én Donau, West én Oost, ratio én verlangen. Een land van confrontaties tussen het geestelijke en het fysieke. Duitsland is het land waar het verlangen naar eenheid stuit op de harde feiten van de geografie, en de poëzie op de al even harde feiten van de geschiedenis.

Deze eeuwige beperkingen werken door. Zozeer zelfs dat Duitsland eigenlijk geen land is, zoals we dat normaal gesproken begrijpen. Daarvoor is er te veel verlangen en te weinig eenheid. ‘Nation ohne Haus’, zo werd het gespleten Duitsland van na de oorlog genoemd. Maar die toestand – een natie zonder (statelijk) huis – was veel minder bipolair en toevallig dan de logica van de Koude Oorlog deed vermoeden. In de langere geschiedenis was Duitsland immers veel vaker meer een cultuur dan een land, meer idee dan gegeven.

Op dit moment is Duitsland in de ban van de verkiezingsstrijd. Maar direct onder de oppervlakte stromen de machtige rivieren van continuïteit en verandering. Zij maken ook van het huidige Duitsland een delta van Europese geschiedenis, vol mist en met overal kans op minder vaste grond onder de voeten. Net zoals het was in alle vroegere ‘Duitslanden’. Aan die onvaste oppervlakte zindert het nu. SPD-leider Olaf Scholz gaat verrassend aan kop in de peilingen, terwijl CDU/CSU onder leiding van de gedoodverfde Kanzlerkandidat Armin Laschet lijkt af te stevenen op een historische nederlaag. Nu de verkiezingen naderen, spitst de campagne zich toe op deze twee.

Maar Laschet en Scholz maken vooral een wat zwakke, en politiek wat bedremmelde, indruk. Dat komt door de kolossale schaduw die Angela Merkel over deze beginnelingen werpt. Hun gedrag is navenant. Haar partijgenoot voert campagne onder de slogan ‘Weiter so’. De ander communiceert in alles ‘Weiter so’. Sterker nog, Scholz’ imitaties van Merkel grenzen aan het absurde: als vicekanselier praat hij in gekopieerd merkeliaans, ‘u kent mij’, en imiteert hij zelfs de ruit van vingers en duimen voor de buik. Maar er is meer aan de hand.

Het Duitsland van vandaag snakt naar de Duitse idylle. Waarom?

De fixatie van de Duitse politiek op stabiliteit is de keerzijde van wat Duitsland in de kern is: cultuur (dat is namelijk onvoldoende solide basis voor een staat). In hun wedstrijd om het kampioenschap stabiliteit bedrijven Laschet en Scholz de politiek van bewegingsloosheid. Intussen is er bijna geen groot thema meer over dat niet wordt doodgezwegen. Het is de suspense van de surplace, de nervositeit van de onderdrukte emoties. Duitser wordt het niet. En bevrijding hiervan is niet in zicht.

Vrijheid hoort bij landen aan zee. Voor Duitsland is de zee maar klein en ingeklemd. De horizon van de riviervallei bepaalt de maat der dingen: oevers, heuvels, beperking als essentie van de levensstroom. In die setting geen hang naar bevrijding, maar fixatie op identiteit: naar-binnen-gerichtheid, ziel-vorsen, en verzwijgen. Over het buitenland gaat het dan ook niet in de verkiezingscampagnes, ook al is dit Duitsland misschien wel meer dan ooit een wereldmacht.

De onnavolgbare germanist en schrijver Claudio Magris typeerde de Duitse idylle als ‘bewust immobilisme’: je eigen maatschappelijke status niet verlaten, indachtig de vermanende woorden van Luther, want maatschappelijk verschil steekt dieper dan het heden, het is een manifestatie van eeuwenoude gelaagdheid. Daarom is de Duitser allereerst een Bürger, geen citoyen. Magris noemt dit ‘het wanhopig Duitse’, een soort reactionair isolement dat neigt naar het zonderlinge, der Sonderweg: de essentie van het gezin, de familie, de traditie, maar tegelijkertijd ook het Duitse gevaar voor de wereld.

Het Duitsland van vandaag snakt naar de Duitse idylle. Waarom? Men voorvoelt wat Magris ook schreef: ‘Niet alleen de mens, ook een idee is wisselvallig.’ In de loop van de eeuwen wijzigt zich, met de omstandigheden, ook de inhoud van het idee. Die verandering is op til voor Duitsland. Dat is spannend maar ook beangstigend. Te spannend dus, nu voor de Duitsers, en later voor Europa. Daarom zindert het aan de oppervlakte. Dat zal ook na de verkiezingen aanhouden, als een weerspiegeling van de rivieren van continuïteit en verandering die daaronder stromen, en kunnen kolken en overstromen, zoals de Duitsers weten. Het maakt van die zindering ook een teken dat Europa niet mag missen.