Televisie: Tegenlicht

Het zinkende schip

De ZaterdagMatinee (ntr), wereldwijd geprezen concertserie, startte met Moessorgski’s Boris Godoenov, operamonument. Voor aanvang een bezorgd welkomstwoord van programmeur Kees Vlaardingerbroek: bezuinigingen op de publieke omroep zullen ook de Matinee treffen. Aanstaande zondag gaat het nieuwe seizoen van Tegenlicht van start, documentairerubriek van het hoogste niveau, over actuele ontwikkelingen, van dorp tot globe. Die wordt, net als Andere tijden en andere publieke-omroep-ankers, door de npo gekortwiekt. Voorafgaand aan de openingsaflevering verklaart een aantal jonge Onbekende Nederlanders waarom Tegenlicht voor hen onmisbaar is. (In hoger onderwijs worden afleveringen trouwens volop gebruikt!) Treurig dat die statements nodig zijn, goed dat het gebeurt. De laatste spreker: ‘Hoop doet leven: laten we niet bezuinigen op hoop.’

Beetje sloganachtig, maar met inhoudelijk fundament: Tegenlicht, dat opereert in het gebied tussen actualiteit en toekomst, is nooit alleen uit op alarm, maar evenzeer op mogelijkheid en hoop. Toch stemt uitgerekend deze seizoensstart, Stilte voor de cra$h, zorgelijk. Het is een terugblik op tien jaar Tegenlicht-afleveringen over de economische crisis, aangevuld met actuele interviews over wat ons te wachten staat. Met in de hoofdrol maar liefst drie Cassandra’s (naar de Trojaanse koningsdochter die de gave kreeg de toekomst te zien, maar ook de straf dat niemand haar zou geloven). Izabella Kaminska (journalist van de Financial Times), Nomi Prins (voormalig bankier en auteur) en Ann Pettifor (econoom) verdienden die dubieuze eretitel door destijds de crisis van 2008 te voorspellen. Alle drie waarschuwen ze nu voor herhaling.

Ze zingen in een groter koor, zoals ook de recente kro-ncrv-documentaire De achtste dag (over de redding van Fortis) liet zien, met sombere gedachten over de menselijke aard en dito voorspellingen over de economische gevolgen daarvan.

Deze Tegenlicht is een achtbaan met sprongen in de tijd en over de aardbol. Van dichtgetimmerde huizen in Chicago, uiterlijke tekenen van de hypotheekcatastrofe waarmee de crisis begon, naar het Italiaanse dorp Polino met driehonderd zielen, dat zijn schulden verkocht in ruil voor contanten en het zinkende schip in ging toen de crisis uitbrak. Van Griekse werklozen die hun fabriek bleven bewaken tegen plunderaars tot de Amerikaanse bitcoin-pionier die het financiële stelsel en zijn overheid als crimineel beschouwt, naar Japan vluchtte en daar de Lamborghini koopt die voor hem alleen de gehate bankiers zich konden permitteren (Kaminska: ‘de alternatieve cryptomuntbeweging loopt tegen dezelfde economische werkelijkheid aan als het reguliere bankstelsel’). Van Varoufakis die zegt dat de leningen aan zijn land niet de ‘kleine Griekse sprinkhanen’ (de burgers) ten goede kwamen maar de ‘grote Franse en Duitse sprinkhanen’ (de banken).

Mij duizelde het regelmatig, me met Cassandra afvragend hoe Draghi’s geldpers op den duur niet stuk kan lopen. Maar dit is een mediarubriek. Hoe kan het dat in tijden van economische hausse juwelen als de ZaterdagMatinee en Tegenlicht worden afgeknepen? Wat is dat voor cultuurpolitiek? Waar gaan die extra veertig miljoen voor de publieke omroep heen?


Marije Meerman, Stilte voor de cra$h, VPRO Tegenlicht, zondag 16 september, NPO 2, 21.05 uur