Het Zuid-Afrikaanse Tate Modern zet een kunstpaus aan de kant

Kaapstad – Nog geen jaar na de spetterende opening van het Zeitz MOCAA in Kaapstad – geplugd als Afrika’s antwoord op het Tate Modern-museum – is het heibel in de tent. Niet alleen liepen twee kopstukken over naar de pas gestarte concurrent Norval Foundation, eveneens in Kaapstad, maar ook is de omstreden directeur van Zeitz MOCAA, Mark Coetzee, opgestapt. Coetzee was een dag eerder op non-actief gesteld nadat ‘vragen waren gerezen omtrent zijn professionele houding’. Het museum wil niet ingaan op de aard van die vragen en daardoor gonst het in de Kaapse kunstwereld van de geruchten, die uiteenlopen van dictatoriale neigingen en speculeren in de kunstmarkt tot lastigvallen van medewerkers.

Mark Coetzee was de spil van het museum dat in september vorig jaar de deuren opende. Coetzee was in het verleden actief als beeldend kunstenaar, waarbij hij opzien baarde met zijn penis-serie. Later opende hij de kleinste kunstgalerie van Kaapstad. Daarna verdween hij naar Amerika. In 2008 ontmoette hij de Duitse zakenman Jochen Zeitz (toen ceo van Puma), die hem de opdracht gaf om een zo imposant mogelijke verzameling van 21ste-eeuwse Afrikaanse kunst aan te leggen. De hoogtepunten daarvan worden onder meer in Zeitz MOCAA getoond. Op Coetzee’s visitekaartje stond ‘Executive Director’ en ‘Chief Curator’.

Zeitz MOCAA en Coetzee kregen van begin af aan kritiek, vooral vanwege vermeende belangenverstrengeling. Zo zou het aankoopbeleid van Zeitz kunstmatig de prijs opdrijven van bepaalde kunstenaars wier werk toevallig eerder ook door donoren was ingekocht, een vorm van insider trading. Tevens werden de grote galeries in Kaapstad en veelbelovende kunstenaars volledig door Zeitz gemonopoliseerd.

Maar of dit alles tot de recente trustees-vergadering leidde die hem op non-actief stelde, blijft de vraag. Waarschijnlijker is dat Coetzee’s dictatoriale manier van opereren voor sommigen onwerkbaar was. Toen ondergetekende een mondeling interview met een van de jonge curatoren had afgesproken werd dat door Coetzee plotseling onmogelijk gemaakt. Vragen konden alleen schriftelijk worden ingeleverd en moesten door hem worden gelezen, net als de antwoorden. En er is waarschijnlijk meer. In City Press schrijft kunstcriticus Matthew Blackman dat Zeitz MOCAA-werknemers Coetzee beschuldigen van ‘beledigend en ongepast gedrag’, ‘vunzige opmerkingen’ en ‘seksuele avances’ tegenover jonge mannen.