Het zuidoost-aziatische sprookje

Bij zijn afscheid van Philips antwoordde Jan Timmer op de vraag of hij nog ergens spijt van had: ‘It’s a pity that it was so short.’ Menig oud-Philipswerknemer zal het hem nazeggen. Toen hij zes jaar geleden aantrad, liep hij onaangekondigd een persconferentie over de kwartaalcijfers van het concern binnen om operatie-Centurion aan te kondigen, die wereldwijd voor vijftigduizend werknemers het einde van hun Philipscarrière betekende.

Afgelopen week verraste zijn opvolger Cor Boonstra vriend en vijand door dezelfde truc uit te halen: in zo'n zelfde persconferentie kondigde hij harde matregelen aan. De zesduizend banen kostende sanering van de divisie Sound & Vision wordt versneld uitgevoerd en onderdelen die geen winst maken zullen worden gesloten of verkocht. De effecten daarvan worden door de bonden becijferd op een verlies van nog eens drieduizend banen. En dat is, zo vrezen zij, nog maar het begin. De nieuwe topman meldde echter monter dat er ook nieuwe werkgelegenheid bij zou komen. Maar niet hier. ‘Banen’, zo verkondigde hij, 'verdwijnen daar waar ze duur zijn en ontstaan daar waar ze goedkoop zijn.’ In Zuidoost-Azië bijvoorbeeld. Ook Timmer haalde steevast het journaal als hij weer eens beweerde dat ze in Taiwan maar niet konden begrijpen waarom op het hoofdkantoor in Nederland nooit iemand te bereiken was. De boodschap aan de vaderlandse werknemers is duidelijk: eigen schuld, had je maar niet zo duur moeten zijn, zo vaak ziek of op vakantie, zo vaak op opfris- of ouderschapsverlof.
De Amerikaanse econoom Paul Krugman heeft deze redenering betiteld als 'pop-internationalism’. Niet de loonkosten zijn doorslaggevend in de afweging waar een bedrijf zich vestigt, zo toonde hij aan, maar de aanwezigheid van een afzetmarkt voor de produkten en de mogelijkheid snel te reageren op verandering in de vraag. Precies om die reden kiezen veel Aziatische bedrijven ervoor om in Nederland hun Europese hoofdkantoor of distributiecentrum te vestigen. Dezelfde redenen brengen Philips ertoe in Azië te gaan produceren. Waar de Europese markt volkomen verzadigd is - je kunt mensen nu eenmaal geen zes videorecorders en cd-spelers verkopen en een opvolger van deze apparaten is niet in zicht - biedt die in Azië juist ruime expansiemogelijkheden.
Krugmans verhaal wordt bevestigd door recent ondezoek van de Rotterdamse bedrijfskundigen Ruigrok en Van Tulder naar de internationalisering van de honderd grootste ondernemingen ter wereld. Daarin stelden zij vast dat slechts veertig daarvan minstens de helft van hun verkopen in het buitenland realiseerden. Minder dan twintig hadden de helft van hun produktiefaciliteiten in het buitenland. En voor onderzoek en ontwikkeling, de verwerving van bedrijfskapitaal en de samenstelling van de raden van bestuur richtten ze zich vrijwel volledig op de thuismarkt. Een derde van deze concerns bleek bovendien begin jaren negentig zijn buitenlandse operaties verhoudingsgewijs juist te hebben verminderd.
De werkelijke oorzaak van het banenverlies, ook bij Philips, moet veeleer worden gezocht in de wens de produktiviteit zo ver mogelijk op te voeren door automatisering. Maar dat is publicitair een veel lastiger verhaal.