Het zwarte bewustzijn in Zuid-Afrika anno 2011

Johannesburg - De weg naar Diepsloot voerde langs de rijke noordelijke buitenwijken van Johannesburg, langs Fourways, langs Montecasino met zijn gokpaleis en namaakduiven die het complex een Italiaanse dorpsgeur moeten geven. Daarna wat armoedigere buurten en uiteindelijk een winkelcentrum met een goedkope Shoprite supermarkt. Taxibusjes zoefden tetterend voorbij. Links begon Diepsloot, een township die in tien jaar van bijna niets is uitgegroeid tot een zee van golfplaat waaronder tweehonderdduizend inwoners huizen, berucht vanwege zijn wetteloosheid. Hier in de taverne Boza’s Kitshin (‘de baas zijn keuken’) zou de presentatie van het boek Diepsloot van een van Zuid-Afrika’s meest vooraanstaande journalisten, Anton Harber, plaatsvinden.
We namen een afslag naar links. Volgens de routebeschrijving zou je al na enkele honderden meters op Boza’s Kitshin moeten stuiten. Maar we belandden op een onverharde weg met keien die puntig omhoog staken. Rechts was een pikdonker veld, links waren een paar laatste rijen krothuisjes. Het voelde alsof we in een roman van Ivan Vladislavic waren beland: dat onbestemde niemandsland buiten Johannesburg, waar een goede afloop nooit vaststaat. Ik stapte uit, zweet in mijn handen, en vroeg een man en een vrouw waar Boza’s Kitshin was. Ze glimlachten vriendelijk en zeiden dat we een afslag te vroeg hadden genomen. Tien minuten later kwamen we in de taverne aan, nog net op tijd om de laatste woorden van Harbers speech te horen. Daarna was er bier en samp en choppies en wisselden de aanwezigen opgewonden ervaringen uit over verdwalen in Diepsloot. In de omringende armoede en chaos bracht Harber maanden door. Hij sprak met een breed scala van bewoners en componeerde een actueel boek over een zwarte post-apartheidsgemeenschap met al haar problemen rond werkloosheid, veiligheid, dienstverlening, illegale immigranten.
Mooi. Toen het kwaliteitsweekblad Mail & Guardian afgelopen vrijdag groot een bespreking van Diepsloot aankondigde, leek dat iets om naar uit te kijken. Wellicht een essay waarin Harbers journalistieke stijl wordt vergeleken met de Zuid-Afrikaanse trend om non-fictie op een fraai literaire manier te brengen? Een eerbetoon aan de 52-jarige Harber zelf? Hij richtte tenslotte de Mail & Guardian in 1985 op en stond zestien jaar lang aan het roer, waarin The Weekly Mail, zoals het toen nog heette, zich ontwikkelde tot de felste journalistieke tegenstander van het apartheidsregime.
Dan de schok. De recensentenrol blijkt gegeven aan Andile Mngxitama, een fervent aanhanger van de zwarte bewustzijnsbeweging. Mngxitama heeft er zo'n 1500 woorden voor nodig, maar zijn litanie kun je in één zin samenvatten: blanke, waaraan ontleen jij het recht om over een zwarte gemeenschap te schrijven?
Uiteindelijk de zucht.