Het zwarte goud in Libanon

Beiroet - ‘Nu we olie hebben, kunnen we ons transportnetwerk verbeteren.’ Die tekst prijkt op een reclamebord met daarop een hogesnelheidstrein. Een tweede toont fiere legercadetten met het onderschrift: ‘Nu we olie hebben, kunnen we het leger bewapenen en ondersteunen.’

46 bedrijven, waaronder Shell, hebben zich gekwalificeerd voor het indienen van een bod op de exploitatierechten van ruim 25.000 triljard kubieke meter gas en miljoenen vaten olie voor de kust van het land. Maar voor deze dromen, gedreven door de bejubelde olie- en gasinkomsten, vormt de politiek vooralsnog het grootste obstakel in Libanon.

Het project loopt al achter op schema; de benoeming van het oliecomité duurde negen maanden langer dan verwacht, omdat de religie van de leden belangrijker was dan hun expertise: Libanon verdeelt al zijn politieke posten en parlementaire zetels onder zeventien geloofs­gemeenschappen in het land.

Verder zijn er nog twee besluiten die het parlement moet ratificeren: de afmetingen van tien blokken waar naar olie en gas gezocht mag worden en, misschien nog wel het belangrijkste, hoe de contracten te verdelen onder de diverse bieders. De premier trad echter vorige maand af en een nieuwe regering is nog in formatie. Voor juni staan er verkiezingen gepland, maar aangezien politici het niet eens kunnen worden over een kieswet is het onduidelijk of de stembusgang ook echt zal plaatsvinden.

Bedrijven moeten in november hun plan inleveren. ‘Als Libanon dan niet orde op zaken heeft gesteld, gaan bedrijven heroverwegen of ze een bod zullen doen’, zegt Niazi Kabbalan, een advocaat die verschillende geïnteresseerde partijen adviseert. ‘Het is een riskante onderneming en het is niet eens honderd procent bewezen dat er olie en gas zit.’ Maar als de eerste geografische metingen juist blijken en de grondstoffen daadwerkelijk in overvloed aanwezig zijn, zal dat leiden tot ‘meer geld dan Libanon zich hiervoor ooit kon voorstellen’, aldus Kabbalan. Op dit moment stellen de meest optimistische prognoses echter dat de eerste vondsten pas in 2020 boven water komen. Vers twee is of Libanezen iets van de winsten zullen terugzien. ‘Het verdwijnt allemaal in de zak van de politici, let maar op!’ aldus consultant Gabriel Bayram. Tot nu toe is dit het overheersende sentiment.