Moderne monarchie

Het Zweedse model

‘Alle macht berust bij het volk’, zegt de Zweedse grondwet. À raison van viereneenhalve kroon (1,13 gulden) per jaar geniet de Zweedse belastingbetaler een beschaafde behandeling als onderdaan. Het voornaamste verschil met België, Groot-Brittannië en Nederland is dat Zweedse wetten niet de vorstelijke goedkeuring — het zogenoemde contraseign — behoeven. Welke complicaties dit gebruik kan opleveren, bleek in 1990 toen de Belgische koning Boudewijn weigerde een abortuswet te ondertekenen. Hij moest anderhalve dag aftreden zodat de wet zijn vloeiblad niet hoefde te passeren.

De deelname van de Zweedse vorst aan politieke beraadslagingen is louter formeel. Hij opent elk jaar de Riksdag, het Zweedse parlement, en verder presideert hij over regeringswisselingen. Aan de kabinetsformatie komt hij niet te pas. Als een Zweedse regering aftreedt, meldt de scheidende premier dit bij de Riksdag-voorzitter. De Riskdag wijst zelf een formateur aan, de voorzitter ziet toe op de installatie van de nieuwe regering. De koning zet de glazen klaar.


Zoals alle vorstenhuizen was het Zweedse van oorsprong autocratisch. De Franse maarschalk Bernadotte die in 1809 inderhaast op de troon werd gehesen om de aanstormende Napoleon gunstig te stemmen, was een geboren alleenheerser. Door de grondwet van 1975 is het Zweedse koningschap teruggebracht tot een ‘ceremoniële betrekking’, zegt professor Bengt-Ove Boström, staatsrechtdecaan van de Universiteit van Göteborg. Boström: ‘Het vorstenhuis is zozeer gereduceerd tot symbool dat het ook door de tegenstanders, zoals de communisten, alleen als symbool wordt bestreden, niet als machtsfactor.’


Waarom is de Zweedse koning dan voorzitter van de Adviesraad voor Buitenlandse Zaken, een college van de Riksdag dat niet-bindende adviezen aan de regering geeft? ‘Hij leidt die vergaderingen alleen om op de hoogte te blijven van het buitenlands beleid’, aldus Boström. ‘Dat wil zeggen: om te voorkomen dat hij diplomatieke misstappen begaat.’ Op staatsbezoek wordt de koning begeleid door een verantwoordelijke minister die het politieke programma voor zijn rekening neemt. Tot slot heeft de vorst de hoogste rang in alle krijgsmachtonderdelen, maar het bevel berust bij het burgerlijk gezag.


Intussen genieten de Bernadottes zowel nationaal als internationaal aanzienlijk prestige. Het één is waarschijnlijk niet los te zien van het ander. De Zweedse politicoloog Herbert Tingsten voorzag al in de jaren vijftig dat het koningshuis geliefder zou zijn naarmate het zich minder met politiek bemoeide. De ingetogen taakopvatting van Karl Gustaf, de huidige koning, sluit daarop aan. De Zweedse publieke opinie hoeft zich niet nodeloos te buigen over paleisgeheimen bij de kabinetsformatie, laat staan over prins-gemalen met nazi-antecedenten, vorstinnen die in ufo’s geloven of koninklijke deelname aan voorkenniscircuits zoals de Bilderberggroep en het Internationaal Olympisch Comité.


‘Het koningshuis staat louter symbool voor de natie’, aldus Boström. ‘Je moet het zien als een handelsmerk zoals Volvo of knäckebröd. Zweden heeft comfortabele auto’s, mooie kastelen en leuke vorsten.’ Daar hoort ook bij dat de Bernadottes zich niet op een hellend vlak begeven, laat staan op bruine Alpenhellingen. In zijn laatste kersttoespraak sprak Karl Gustaf zijn waardering uit voor degenen die het voortwoekerend neonazisme in Europa bestrijden.



Aart Brouwer, Sander Pleij