Profiel: H.M. de Koningin

Het zwijgen van Beatrix

Ze was de afgelopen dramatische dagen de grote ontbrekende. Meer dan een condoleancetelegram aan de nabestaanden van Pim Fortuyn kon er niet af. Het enige teken van betrokkenheid bij het nationale drama dat de koninklijke familie daarnaast nog gaf, was het afbreken van het bezoek van de kroonprins en Máxima aan de Nederlandse Antillen. Hetgeen een magere score mag heten. Terwijl dit toch een uitgelezen moment zou zijn geweest voor een optreden van Beatrix als moeder des vaderlands, om woorden uit te spreken die de hysterisch verhitte geesten wellicht aan banden hadden kunnen leggen en op te roepen tot introspectie en sereniteit. Juist nu regering en parlement onder vuur kwamen te liggen van een epidemische volkswoede en werden gedwongen tot zwijgen, had de boven partijen en belangen uittorende symboliek van de monarchie kunnen worden ingezet als laatste redmiddel tegen de dreigende desintegratie van het koninkrijk.

Maar Beatrix zweeg. Naar haar motieven kan slechts worden gegist. Is ze nog altijd lamgeslagen door het optreden van de Amerikaanse VN-diplomaat Richard Holbrooke, die aan de vooravond van de publicatie van het Niod-rapport over Srebrenica opeens alle conventies schond door voor de camera van Nova te vertellen dat hij de vorstin een maand voor de val van de enclave, tijdens een treffen van de Bilderberg-groep, had ingelicht over de aldaar gerezen noodtoestand? Voor Beatrix moet deze ontboezeming – waarmee Holbrooke haar kennelijk wilde opzadelen met een persoonlijke medeverantwoordelijkheid en mogelijk aanstuurde op haar vertrek als staatshoofd – keihard zijn aangekomen. Eens te meer daar deze afkomstig was uit haar allerprivaatste universum, de binnenwereld van de transatlantische vriendschap, waar ze zich altijd veilig – ‘among my own people’, zoals ze vroeger zou hebben gezegd – had gewaand. De toch nog onverhoedse val van het kabinet-Kok moet voor Beatrix dan ook een behoorlijk unheimliche ervaring zijn geweest. Weliswaar waren de onderzoekers van prof. Blom zo vriendelijk geweest de door Holbrooke genoemde gebeurtenissen te verzwijgen in hun rapport, de dreiging werd er niet minder om, want bleef uiteindelijk gereserveerd voor een ongewisse toekomst. Toen daar de moord op Fortuyn nog eens overheen kwam, tastte dat kennelijk haar laatste restjes initiatief aan.

Was Beatrix bang betrokken te worden bij de vrije val van alle instituties die de meedogenloze opkomst van de LPF voor alles verbeeldde?

Had zij haar persoonlijke antipathie jegens Fortuyn niet opzij kunnen zetten? Als praktiserend lid van het Republikeins Genootschap en libertijn stond Fortuyn ongetwijfeld niet hoog op het verlanglijstje van Beatrix ten aanzien van de gegadigden voor het ambt van eerste burger. Anderzijds betrachtte Fortuyn de laatste tijd een aanzienlijk welwillender houding ten aanzien van het instituut monarchie: zo was hij na het huwelijk van Máxima en Willem-Alexander de eerste politicus om te verkondigen dat de aan Jorge Zorreguieta opgelegde restricties bij publieke optredens in Nederland (in casu het zogeheten ‘bordesverbod’) zo snel mogelijk dienden te worden ingetrokken ten faveure van een ‘normalisering’ van de Nederlands-Argentijnse verhoudingen. Wellicht zelfs dat vader Zorreguieta daar zo door werd getroost dat hij besloot de gewezen burgemeesterswoning in het Twentse Markelo aan te kopen als zijn Nederlandse buitenhuis.

Eenmaal overgestapt van Leefbaar Nederland (thuishonk van erkende antimonarchisten als Henk Westbroek en Jan Nagel) naar de Lijst Pim Fortuyn verdwenen de republikeinse sentimenten van Pim Fortuyn als sneeuw voor de zon en ongetwijfeld was dit een welbewuste manoeuvre op weg naar het Catshuis. Toch zag Beatrix de opkomst van het fenomeen Fortuyn waarschijnlijk met lede ogen aan. De daaraan gekoppelde onzekerheid moet ook voor haar een bezoeking zijn geweest. Gekoppeld aan het draconische verlies van de PvdA – sinds Drees sr. een van de meest solide poten onder de Nederlandse troon – impliceert de opkomst van het fortuynisme ook voor de monarchie ongewisse tijden en derhalve een bedreiging die sinds de mislukte republikeinse coup van Troelstra in november 1918 niet meer zo manifest is geweest. Maar dat zou eens te meer een motief moeten zijn geweest om niet zwijgend aan de zijlijn te blijven staan. Op de website van de Lijst Pim Fortuyn staan tal van verontwaardigde reacties van Fortuyn-aanhangers te lezen over het majesteitelijke stilzwijgen sinds de moord in het Mediapark. Dit wordt daar zelfs vergeleken met de koninklijke vlucht van Wilhelmina in mei 1940. Tevens fungeert het koninklijke milieuactivisme in de door complottheorieën oververhitte breinen van het Fortuyn-electoraat als steen des aanstoots. Was Volkert van der G. als jongen uiteindelijk niet actief als ranger van het Wereld Natuur Fonds, de organisatie die door prins Bernhard op de landkaart werd gezet? De wraaklust van de fortuynianen wordt nu wel door minder geprikkeld. Inmiddels kon het zo ver komen dat de golf van haat sinds de moord op Fortuyn ook richting het koningshuis wordt geventileerd. Nadat De Telegraaf eerder had gemeld dat er doodsbedreigingen zouden zijn geuit richting prinses Laurentien, dochter van landbouwminister Laurens-Jan Brinkhorst, kwam er dinsdag jongstleden voor het bezoek van Beatrix aan de zorgboerderij Meyerinkbroek in het Twentse Sint Isidorushoeve (het eerste openbare optreden van de vorstin sinds de moord op Fortuyn) bij de regionale omroep RTV Oost een dreigbrief binnen, die zo serieus werd genomen dat de excursie tot een minimum werd beperkt.

Het zijn signalen die er wellicht voor alles op duiden dat de rancune in agrarische kring sinds de slag van Kootwijkerbroek nog altijd niet is overwonnen. Voor Beatrix heeft deze dreiging het neveneffect dat zij zich nu ook tot de beoogde slachtoffers van het politieke geweld mag rekenen, en wellicht dat haar passiviteit van de afgelopen week haar daarmee zal worden vergeven. Hoe het ook zij: veel tijd om de nationale noodtoestand nu nog verder te negeren, zal Beatrix niet zijn vergund. Nu staat zij voor de loodzware opdracht richting te geven aan wat ongetwijfeld de moeilijkste formatie in de geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden zal worden. Ze zal daarbij handen moeten schudden met lieden die normaal gesproken niet voorbij de hekken van haar paleizen zouden zijn gekomen. Daarbij zal ze een uiterst delicaat evenwicht moeten bewaren tussen het bijltjesdagsentiment van de massa’s en de wens tot stabiliteit van het politieke establishment. Ongetwijfeld zal haar voorkeur uitgaan naar een nationaal zakenkabinet, waarbij ze zich het liefst zou omringen met zich reeds lang bewezen dienaren van de kroon. Aan de andere kant zal ze zich ook niet kunnen onttrekken aan het revolutionaire temperament dat aan de historische verkiezingsuitslag ten grondslag ligt. Het zal, kortom, hoe dan ook de moeilijkste formatie uit haar koninklijke loopbaan worden. Als die Gordiaanse knoop eenmaal is doorgehakt, kan Nederland zich dan ook opmaken voor een spoedige abdicatie. Beatrix zal zich een feestelijker afscheid hebben gewenst.