Het zwijnenrijk

De enige reden die mij in de armen van Pierre Vinken en zijn republikeinse sekte had kunnen drijven, is dat de kroonprins een zekere gelijkenis met een varken vertoont.

De jongen kan er misschien niets aan doen, maar een koning met een zwijnekop die straks aan het hoofd van varkencratie Nederland wordt geïnstalleerd, kan alleen maar op mijn argwaan rekenen. De volgende vorst of president die het land de eenentwintigste eeuw moet binnenloodsen, dient vooral geen enkele affiniteit te hebben met het zwijnenrijk dat Nederland iedere dag weer dichter bij de ondergang brengt. Anders krijgt de visionaire oud-minister van Milieu Winsemius achteraf nog gelijk ook, hij die ooit de apocalyptische woorden sprak: ‘Tot de schijt ons doodt.’
Sinds de varkenspest op Odiliapeel, de hoofdstad van de varkencratie, als gods toorn is neergedaald, wordt de burger het doelwit van een desinformatiecampagne. Vanuit Den Haag wordt de varkensziekte gepresenteerd als een ramp van nationale omvang die de Nederlandse eigenheid vol in het hart treft. In werkelijkheid moeten wij bij ieder nieuw geval van varkenspest dat op de kaart wordt geprikt, een gat in de vervuilde lucht springen en tussen de ammoniakwolken door uitzinnig van vreugde schreeuwen: 'Encore! Encore! We want more!’
Maar de pest zou pas echt een zegen zijn wanneer twee derde van de varkenspopulatie, het deel dat voor de export bestemd is, eraan zou bezwijken. En dit lijkt voorlopig een utopische gedachte.
Ik besef terdege hoe gevaarlijk een dergelijke stelling kan zijn als je weet wat voor fanatici de Nederlandse varkencratie heeft voortgebracht. Voor een aanzienlijk deel zijn het stinkendrijke stankverspreiders die vanachter hun Intel-Pentiumcomputer krioelende darmen in hun stallen besturen en dank zij ingewikkelde elektronische apparatuur voor een permanente aanvoer van verse diarree zorgen. Gewetenloze desperado’s die de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst terroriseren, bedreigen of met hun Mercedessen klemrijden zodat ze in alle rust en vooral zonder te dokken Nederland in een reusachtige plee kunnen veranderen.
Iedere van vakantie terugkerende Nederlander weet precies wanneer hij de grens van het vaderland passeert: je komt pas thuis als het goed begint te meuren. Maar het ergste is niet die prikkel die door je reukorgaan naar je neuronen wordt gestuurd en die je bij iedere hap van je boterham het idee geeft dat je je tanden in een drol hebt gezet. Het ergste is de bijtende regen en de grond waarin straks alleen nog zuurkool tot bloei zal kunnen komen.
En dat allemaal voor een niet te stillen honger naar hoger rendement, steeds intensievere produktie en winstbejag. Zeven van de tien in Nederland gefokte varkens zijn voor het buitenland bestemd. Zeventig procent van die waanzin eindigt dus als rollade, parmaham, bacon of Schinken in de Franse, Italiaanse, Engelse of Duitse magen. Maar alvorens door anderen te worden geconsumeerd, hebben de biggen de Nederlander eerst met bergen uitwerpselen opgescheept. Nergens ter wereld kent men zo'n krankzinnig aantal zwijnen per vierkante kilometer.
Maar zelfs het cijfer van 14,5 miljoen varkens is bedrieglijk. Want er worden jaarlijks in Nederland 18,5 miljoen varkens geslacht, terwijl er 5,8 miljoen levend over de grens gaan. Zodat hier per twaalf maanden bijna 25 miljoen van die beesten in een duizelingwekkend tempo worden vetgemest.
Het kan nog erger: in het hartje van het rijk der Nederzwijnen, de provincie Noord-Brabant, wonen 6,3 miljoen vette poepers tegen 2,2 miljoen carnavalspecialisten. Een varkensdichtheid van ongeveer 1200 per vierkante kilometer. En dan maar janken en brullen, en zich afvragen hoe het komt dat in zo'n Brabants concentratiekamp het virus zich zo snel heeft kunnen verspreiden.
Tegen die machtige sector die jaarlijks 5,6 miljard aan vreemde valuta binnensleept spartelt de overheid slapjes een beetje tegen en verzint mineralenregeltjes die prompt door de varkensmaffia worden geboycot. Vervolgens worden boetes mondjesmaat per telefoon uitgedeeld - een zwijnestal binnentreden is vanzelfsprekend ongezond - die later naar alle waarschijnlijkheid door de Kamer zullen worden kwijtgescholden.
In Den Haag is iedereen het erover eens dat de rechtsstaat door de varkencratie wordt aangetast. Men heeft het daar over 'boerenrepubliek’, al dan niet in geheime borrelclubjes verenigd, maar Kok kijkt wel uit alvorens peetvader Wien van den Brink en zijn kornuiten een 'duister gezelschap van geen kaliber’ te noemen.
En al die mooie maatregelen die varkenshouders moeten dwingen minder ammoniak te produceren werken natuurlijk perfect. Er worden hypermoderne en aan milieueisen aangepaste stallen gebouwd die amper de helft van de overheidsnormen scoren, zodat de gelukkige bezitter ervan weer mag gaan uitbreiden en zijn aantal zwijntjes in één klap kan verdubbelen. In het elders in Europa zo om zijn strenge en orthodoxe milieubeleid geroemde Nederland staat de ecologie volledig in dienst van de vervuiling.
Alles tezamen genomen weiger ik te kiezen tussen een monarchie die straks door een zwijntjesjager met varkenskop zal worden geleid en een stinkende republiek vol boerenslimheid. Ik blijf gewoon rustig wachten op de volgende uitbraak van het varkensvirus en ga Albert Camus’ meesterwerk opnieuw lezen.