Commentaar: Anti-semitisme

Hi ha hondenlul

Een deel van de zevenhonderdkoppige Utrechtse supportersschare bevond zich afgelopen zondagmiddag reeds met duurbetaalde koek en zopie in het bepantserde en met netten overspannen uitvak in de Arena te Amsterdam, toen een knuppeldriftig ME-peloton het tot op de laatste man de trein weer injoeg. Een aantal van de FC Utrechters bleek «Hamas, Hamas, alle joden aan het gas» te hebben geroepen, waarbij tevens de Hitlergroet werd gebracht. Burgemeester Job Cohen zei tot afvoer te hebben besloten omdat hij «de lijn» wilde voortzetten die hij ook bij de pro-Palestina-demonstratie, een weekend eerder, had getrokken.

Onhandig geopereer van de burgervader, van wie juist bekend is dat hij de media doorgaans profijtelijk weet te benutten: in z’n hoedanigheid van staatssecretaris regelde hij een dikbetaalde schnabbel voor journalist Jeroen Corduwener die op dat moment aan een uiteindelijk poeslief boek over Cohens asielbeleid werkte! Het supportersgebral had, totdat Cohen met z’n opmerking zelf het verband legde, niets te maken met de uitingen tijdens de pro-Palestina-demonstratie van een week eerder. Al decennia scanderen supporters van tegen Ajax voetballende clubs ongestraft anti-joodse leuzen, die met antisemitisme bovendien niets hebben uit te staan. Het zijn de Ajax-supporters zelf die zich de geuzennaam «joden» aanmeten en wegens hun grofbekkig getier in de richting van vijandige aanhang verregaande verwensingen uitlokken. Het is naïef te verwachten dat een verstandelijk niet al te onderlegde, tot in de vuurwerkdood verwenste FC Twentenaar, in zijn vocale repliek uit respect voor wat er in de oorlog gebeurde elke antisemitische connotatie achterwege laat.

Door op dit moment de trein terug te sturen, draagt Cohen bij aan het onjuiste beeld van een tegen joods-Nederland gaande zijnde hetze. Die is er goddank niet, al willen schorre haviken als Bob Smalhout en Leon de Winter — die wegens hun uitlatingen tijdens de eveneens afgelopen zondag plaatshebbende pro-Israël manifestatie liever op de tram waren gezet — anders doen geloven.

Gevaarlijker dan antisemitisme zelf is dit voortdurend hallucinatoir signaleren ervan, een sport waarin ook Volkskrant-columniste Anet Bleich zich bedreven toonde, met haar verwijt dat tekenaar Jos Collignon in z’n prenten Sharon telkens van een te grote kokkerd voorziet.

Veeleer is er hier te lande sprake van een «nu-is-het-genoeg»-stemming in de richting van allochtonen, die van Marokkaanse origine in het bijzonder. Juist om al dit virulent aanwezige maatschappelijk ongemak niet aaneen te smeden, ware het gezonder geweest als de burgervader voor deze zoveelste zinloze poging het spreekkoorrepertoire te beïnvloeden, een minder beladen moment had gekozen.