Commentaar: Verschoningsrecht

Hier die beelden!

Moet een journalist nou wel of niet bronnen onthullen en beeldmateriaal afstaan indien justitie daarom verzoekt? Vorige week legde de Amsterdamse zender AT5 toevallig een beroving op de Schiphollijn vast. Ten behoeve van stemmige beelden bij een reportage over toenemende agressie en criminaliteit op die lijn, filmde een cameraploeg vanaf het perron van station Lelylaan een vertrekkende trein, toen plotseling een worstelend duo naar buiten tuimelde. Een jonge dief had getracht een toerist van diens camera te ontdoen. Te zien was hoe de jongen de toerist nog enkele dreunen verkocht en vervolgens het hazenpad koos. Daarop vervoegde de filmploeg zich bij de ontzette vrouw en dochter van het slachtoffer, waarbij gezegd werd: «Don’t worry, we have it on tape», of woorden van gelijke strekking.

Direct na de uitzending belde de spoorwegpolitie met AT5-hoofdredacteur Matthijs van Nieuwkerk. Anders dan zijn verslaggever weigerde deze de beelden af te staan. «We willen op grimmige plekken kunnen binnenkomen, en dan als vliegen op de muur zitten», sprak hij fier in Het Parool. «Dan moeten we onafhankelijk te werk kunnen gaan, en geen verlengstuk zijn van politie en justitie.» Toen de spoorwegpolitie besloot het openbaar ministerie in te schakelen, kwam Van Nieuwkerk daar echter van terug en leverde de beelden alsnog in.

Hoe krom ook zijn verweer, uiteindelijk doet Van Nieuwkerk hier toch verstandig aan. Want anders dan veel journalistiekprofessoren, PvdA-senator Erik Jurgens en de Nederlandse Vereniging van Journalisten wensen, zou er binnen de journalistiek niet een universeel verschoningsrecht moeten bestaan. Vaak wordt daarbij geschermd met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat in 1996 heeft verklaard dat een journalist zijn bronnen niet hoeft te onthullen, tenzij een zwaarwegend maatschappelijk belang dat vereist. Vergeten wordt vaak wat de aanleiding voor die uitspraak was: een forse geldboete die de Britse journalist William Goodwin door een Britse rechtbank in het vooruitzicht werd gesteld omdat hij niet wilde onthullen wie de vertrouwelijke bron was die hem gegevens leverde over het aanstaande faillissement van een computerbedrijf. Terecht stelde het Europees Hof Goodwin in het gelijk. Het moge duidelijk zijn dat deze kwestie van een ander kaliber was dan de verschoningsrecht-twisten — telkens blijkt het te gaan om een regionale zendgemachtigde die per ongeluk een rel of beroving vastlegt — die de afgelopen jaren in ons land zijn uitgevochten.