Ongeveer honderdduizend radicaal-linkse stickers liggen opgeslagen in een Groningse kelderbox. Er is een groot wandrek met dozen vol boeken en bakken met stickerblokken, en verder wordt bijna de hele ruimte in beslag genomen door een grote tafel met daarop nog meer losse stickers en een weegschaal voor bestellingen. Aan de muur hangt een oude SP-poster.

Arnout is er ongeveer twee dagen per week na zijn werk, soms drie als er veel bestellingen zijn. Ook nu komt hij uit zijn werk; zijn blauwe overhemd draagt hij netjes ingestopt in een pantalon. Er komen zo’n tweehonderd orders per week binnen, vertelt hij, die ze met z’n achten verwerken. Stickers zijn het populairst, maar vanuit deze opslag worden ook posters, boeken en buttons verkocht. Dit is De Rode Lap.

De Rode Lap is, in het kort, een webwinkel. Breder kun je zeggen dat het onderdeel is van een opkomende groep van marxisten die met verschillende initiatieven wil bouwen naar een partijbeweging, legt Arnout uit. Zo is er het collectief Broodbuis, de uitgeverij Proletaris en de communistische wandelclub van de Kameraadschappij. Er is Rood, de voormalige jongerenbeweging van de SP die inmiddels zelfstandig verder gaat. Nog meer vrienden van De Rode Lap vind je bij de Instagram-pagina Memes voor de Massa die met vlotte plaatjes en teksten de boodschap verspreidt aan zo’n elfduizend volgers. Het zijn orthodoxe marxisten, aldus Arnout. ‘Voortbouwend op wat Marx heeft gezegd, met de kennis van nu.’

Het werk van Karl Marx groeit in populariteit onder linkse jongeren die zich door bestaande politieke partijen soms te weinig gehoord voelen. Rond het werk van de Duitse denker en zijn nalatenschap worden leesgroepen georganiseerd en wordt er gediscussieerd op fora en sociale media. Zo nu en dan wordt de onvrede over het systeem door middel van protestacties geuit. Op Instagram moet vooral de vvd het ontgelden, maar ook partijen als D66 en GroenLinks krijgen ervan langs. In de discussies krijgen racisme en het klimaat ruimschoots aandacht, maar de zwaarte ligt vooral op economische thema’s als de huizenmarkt en een verhoging van het minimumloon.

‘De wereld staat in de fik’, zegt Arnout. ‘Ik zie een generatie opgroeien die de komende dertig jaar geen huis kan kopen, tenzij iedereen doodgaat aan corona. Ze kunnen geen baan krijgen, of ze krijgen een jeugdloon van acht euro bij de supermarkt. Ik denk dat die jongeren zo hard genaaid worden dat ze uiteindelijk wel naar links moeten. Maar dan moet links er wel zijn, want rechts heeft ook heel mooie beloftes.’

Arnout is 25 en heet niet echt Arnout. Net als veel jonge communisten die voor dit artikel zijn geïnterviewd, wil hij alleen praten als zijn naam niet wordt gepubliceerd. Hij gebruikt alternatieve accounts op sociale media en schermt zo goed als hij kan zijn gegevens af. Vrienden van hem hebben gedoe gehad, kregen bijvoorbeeld geen visum voor de Verenigde Staten. De aivd volgt de Discords – digitale chatgroepen waarop je met z’n honderden kunt discussiëren – van communistische jongeren met interesse, weet Arnout. Dat ziet hij aan doorzichtige infiltratiepogingen. ‘Iemand geeft een paar keurige antwoorden op onze vragen en zegt dan een paar maanden niets meer. Die gooien we er weer uit.’

Op Instagram volgde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (nctv) de communisten met nepaccounts, bleek afgelopen april uit onderzoek van de NRC. Op de gepubliceerde screenshots zag Arnout de privé-accounts van sommige vrienden terug. Je mag je aivd-dossier opvragen als je gegevens niet meer van belang zijn voor onderzoek, en je dossier ouder is dan vijf jaar. Arnout denkt dat hij daarin later wel een paar aantekeningen over zichzelf terug zal vinden. ‘Ze onderzoeken je alleen als ze denken dat je een gevaar bent. Het idee van het communisme is dat je een gevaar bent voor de status quo. Ik wil ook een gevaar zijn, maar niet op een gewelddadige wijze.’

Stickers: De Rode Lap

‘Ik was eerst geïnteresseerd in Forum voor Democratie, omdat ze het systeem kapot wilden maken’, zegt Nuno. Hij slaat een biertje achterover op een terras in Utrecht. Zijn lange haar draagt hij in een knot, om zijn nek hangt een zilveren ketting. ‘Ze wilden het kartel breken, toen waren ze nog een democratische denktank. Maar Forum bleek fascistisch. Als je nog rechtser gaat, zijn alleen de nazi’s over. En die moeten mij trouwens toch niet, want ik ben niet wit.’

Nuno is 25, eco-marxist en lid van Radicaal, de jongerenbeweging van Bij1. Hij doet af en toe een klus voor de pro-Bij1-Instagram-pagina en dropt wel eens een ideetje voor een leuke meme. Als grafisch designer is hij overtuigd van het nut van beeldtaal om de communistische boodschap te verspreiden. Hij heeft even geflirt met het AntiFa-wereldje en sommige van zijn huisgenoten zitten bij de radicale milieubeweging Extinction Rebellion. Politieke partijen gaan hem niet snel genoeg, hij wil niet eindeloos vergaderen. ‘Ik tik liever een standbeeld om.’

Nuno voelt vijandigheid naar instituten, niet naar mensen. Hoewel: ‘Een nazi geef ik wel gewoon een stomp’

Zo rond zijn zestiende is hij geradicaliseerd. Met een vriend van de middelbare school ging hij eens mee naar de anarchistische boekenbeurs, die ieder voorjaar in Nederland wordt gehouden. Hij kocht er een pamflet dat hij er mooi vond uitzien: ‘Arbeiders aller landen verenigt u’, dat vond hij mooi en visueel waren de pamfletten ook bijzonder. Radicalisering is volgens hem een logische weg voor jongeren, die binnen het systeem geen kant op kunnen. Een voorbeeld: ‘Wij zijn de eerste generatie die is gefuckt met het leenstelsel, en dan wordt die nu toch ineens misschien geregistreerd als schuld.’

Nuno voelt vijandigheid naar instituten, zegt hij, niet naar mensen. Hoewel: ‘Een nazi geef ik wel gewoon een stomp.’ Iedereen is ook maar het product van zijn omgeving, denkt Nuno, zelfs nazi’s kunnen er niets aan doen dat ze als nazi’s denken. Hij lacht. ‘Links is niet zo sterk, misschien omdat we altijd op zoek zijn naar nuance.’

Hij begint in zijn tas te graven. Nuno koopt stickers bij De Rode Lap en meestal heeft hij er een paar bij zich. Een van die stickers is een plaatje van een kat in de ruimte met een hamer en sikkel op de achtergrond en de tekst: ‘Hier zat een racistische sticker. Nu niet meer.’ Als hij in de publieke ruimte een rechtse sticker ziet, bijvoorbeeld van FvD, plakt hij die sticker eroverheen. Hij doet af en toe mee aan een actie, zoals het verwijderen van straatnaambordjes met koloniale geschiedenis, bijvoorbeeld dat van de J.P. Coenstraat. ‘We proberen het bewust te doen. Als we iets bekladden, dan met biologisch afbreekbare verf. En de bordjes worden teruggelegd bij het gemeentehuis, want het moet de gemeenschap niet te veel geld kosten. Het gaat om de boodschap.’

Zo’n actie wordt meestal aangekondigd op de chat-app Signal, of op Discord. Niet op WhatsApp, dat vertrouwt hij niet. Er zitten wel eens ‘niet-linkse mensen’ in de groepen. Als je iemand aan de groep wil toevoegen, moet je die persoon fysiek kennen en er zelf voor instaan dat die ongevaarlijk is. Op fysieke bijeenkomsten neemt niemand een telefoon mee.

‘Je kunt beter niet gaan demonstreren als je niet een weekje kunt “zitten”’, zegt Nuno. Hij geeft handige tips: accepteer geen boetes, verklaar niets. Ze mogen je maximaal negen uur vasthouden, zes uur langer als je je naam niet geeft. Om helemaal eerlijk te zijn: voordat hij een vriendin had deed hij het ook voor de extreem-linkse dames, die volgens hem bij dat soort acties in de meerderheid zijn.

Als de revolutie komt, dan staat Nuno op de barricaden, maar wanneer die komt, dat is de vraag. ‘Zie het als het jodendom – die geloven in de komst van de Messias maar als die zich aandient is het steeds niet de echte. Zo is het ook met revoluties: de Parijse commune, de Russische Revolutie… Hij dient zich aan als genoeg mensen besluiten: wat het grootkapitaal doet, dat kan niet meer.’

En dan moeten de arbeiders zich verenigen. Het zou fijn zijn als links dat nu al kon doen, want er zijn veel kleine clubs en die vechten elkaar op basis van kleine standpunten de tent uit ‘terwijl rechts elkaar ophypet’. Hij is een voorstander van gedecentraliseerde initiatieven, ‘maar soms vergeten we dat we een gemeenschappelijke vijand hebben’. Jongeren zouden bijvoorbeeld kunnen samenkomen bij de recent door de SP verstoten beweging Rood, denkt Nuno. ‘Ze hebben veel draagvlak. Ik hoop dat ze momentum houden.’

De heropleving van radicaal links vindt in Nederland niet plaats onder de vleugel van een politiek leider, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de beweging rondom de sociaal-democraat Jeremy Corbyn in het Verenigd Koninkrijk of Bernie Sanders in de Verenigde Staten. Hoewel discussies online opleven, kun je nog niet echt spreken van centrale politieke organisatie.

Olaf Kemerink, voorzitter van de jongerenbeweging Rood, tijdens een online ledenvergadering © Ramon van Flymen / ANP

Internationaal is sinds de economische crisis van 2008 duidelijk een bloei van communistische ideeën geweest, bevestigt Anton Jäger, die onderzoek doet naar populisme voor de KU Leuven. ‘Zeker de digitale heropleving in Europa is een gevolg van wat zich in de Verenigde Staten rond Bernie Sanders heeft afgespeeld. Alleen al het feit dat er een Amerikaanse presidentskandidaat was die zich openlijk socialist noemde, is ongekend.’ Het communistisch gedachtegoed verspreidde zich volgens Jäger in de eerste plaats onder hoogopgeleide jongeren. ‘Uit een gevoel van gebrek aan kritisch engagement op universiteiten zijn jonge intellectuelen weer naar Marx en Engels, naar de klassieken, gaan grijpen. Omdat er weinig werk was bij universiteiten zijn zij vervolgens gemigreerd naar de journalistiek, de blogcultuur en de media in het algemeen. Het resultaat is dat er magazines kwamen zoals Jacobin, die links en intellectueel zijn maar niet per se binnen de universiteit opereren.’

Oppositie is er in Nederland niet, volgens Olaf Kemerink. De radicale oppositie in de Tweede Kamer komt van de FvD

Ondanks die linkse renaissance op blogs, in magazines, en uiteindelijk op sociale media, zijn er geen grote, twintigste-eeuwse massapartijen gereconstrueerd, merkt Jäger op. ‘Een groot deel van het radicalisme heeft zich wel digitaal gerestaureerd, maar het is nog niet duidelijk of die wereld organisatiemogelijkheden op de lange termijn biedt. Online kun je heel veel doen, je hebt media-invloed en er worden intellectuele debatten gehouden die de jaren negentig voorbijstreven, maar het gevaar dreigt dat je door alleen online actief te zijn in een subcultuur belandt. Zo’n subcultuur kan zich wel organiseren voor demonstraties, maar bouwt niet per se een organisatie op de lange termijn. Toen de Arabische revoluties rond 2010 de Facebook-revoluties werden genoemd, bleek dat ook niet te kloppen. De Egyptische revolutie had als basis vakbondsstakingen en grotere protestbewegingen. Online zie je veel losse, informele machtsstructuren waarbij het niet duidelijk is wie verantwoordelijk kan worden gehouden. Zo verwatert een beweging snel in losse kliekjes.’

‘Ah, daar heb je er een.’ Olaf Kemerink, in T-shirt en met het haar uit het gezicht geveegd, heeft de pas erin. Hij wijst naar een raam met daarachter een poster tegen betaald parkeren. Verderop nog een, en nog een. De voorzitter van Rood heeft de posters het afgelopen najaar zelf door brievenbussen in de arbeidersbuurt in Nijmegen gestopt, tijdens een actie voor SP, waarvan Rood toen nog de jongerenbeweging was. De maandag erop werd hij door de partij geroyeerd, omdat hij lid is van het Communistisch Platform dat door de SP plots als politieke partij werd geclassificeerd. En een dubbellidmaatschap, dat mag niet. Kemerink wilde expres deze wandeling maken, die langs het kantoor van de Nijmeegse SP voert. ‘Om het zure ervan te laten zien.’

Hij is zeker niet verbitterd over de partij waarvan hij drie jaar lid was, zegt hij op zachte toon terwijl hij het kantoor passeert. ‘Er is echt aanspraak. Een deel van de partij werkt heel hard, is actief en heeft grote impact.’ Over de interne democratie van de partij is hij minder te spreken, net als over de mogelijkheid je kritisch uit te laten over partijbesluiten.

Deze zomer verbrak de SP na een stemming op de partijraad alle banden met Rood, waarvan de geroyeerde Kemerink toen nog voorzitter was. Rood zou te communistisch en te activistisch zijn geworden en daarmee de partij schaden; leden van het Communistisch Platform, een jongerenorganisatie vol ‘geradicaliseerde zolderkamercommunisten’, aldus de SP, zouden aan het proberen zijn Rood te infiltreren. Kemerink is lid, en nog wat bestuursleden. Toen zij op grond daarvan door de SP werden geroyeerd, stuurde Rood ze niet weg. De socialisten zetten daarop de financiering stop en verbraken de banden, en Rood ging verder als jongerenbeweging.

‘We krijgen nog regelmatig nieuwe leden, al is het nog onzeker wat de toekomst brengt’, erkent Kemerink. ‘We hebben meer kans om te blijven bestaan dan andere radicale linkse initiatieven, omdat we al georganiseerd zijn. We hebben een goede interne democratie. We zijn geen anarchisten, hoewel die er wel zijn binnen Rood. Maar onze besluiten zijn altijd open voor discussie en je mag je er openbaar tegen keren.’

Kemerink is communist, al zegt hij ‘voor het imago’ liever marxist. Hij hangt orthodox marxistisch gedachtegoed aan, geïnspireerd door de Tweede en Derde Internationale (de Komintern), tot de scheuring met het trotskisme. In het kort: wel hopen op een internationale revolutie van het proletariaat, niet verdedigen hoe die revolutie in Rusland is uitgevoerd. Hij is fan van Mike MacNair, een Britse communist en rechtendocent aan Oxford die in zijn boek Revolutionary Strategy uiteenzet hoe en waar vorige radicaal-linkse revoluties en bewegingen hebben gefaald, en voor deze tijd een nieuwe route uitstippelt.

Er is geduld nodig, schrijft MacNair. Trotskisten verkiezen ‘fetisjisme’ van kleine crisisuitbarstingen boven het langzaam opbouwen van een politieke partij met minimumeisen, waardoor, wanneer er dan eindelijk een crisis uitbreekt, er alleen maar kleine, machteloze sektes bestaan. MacNair pleit voor een internationale en radicaal-democratische beweging. ‘De huidige taak van communisten/socialisten is dan ook niet om voor een alternatieve regering te strijden’, schrijft de Brit, ‘maar om een alternatieve oppositie op te bouwen: een die zich ondubbelzinnig inzet voor de zelf-emancipatie van de arbeidersklasse door middel van extreme democratie, in tegenstelling tot alle loyalistische partijen.’

Stickers: De Rode Lap

Die oppositie hebben we in Nederland niet, zegt Kemerink. Zijn SP wilde zelfs meeregeren met de vvd. Er is in de Tweede Kamer wel radicale oppositie, maar die komt van Forum voor Democratie. Hun jongerenbeweging, de jfvd, kwam in het najaar van 2020 tegelijk met Rood in opspraak. ‘Er waren toen mensen die zeiden: Olaf en Freek (Janssen, voorzitter van de JFVD – eh) moeten samen een nieuwe partij beginnen.’ Kemerink ziet daar weinig in, maar hij snapt waar het vandaan komt: ‘Het systeem wordt voor jongeren steeds stroever om je in te bewegen, en vanuit de politiek komt geen antwoord. Dan krijg je algemene radicalisering en polarisatie, die deels voortkomt uit hetzelfde failliet van het midden.’

Voorlopig komt er geen revolutie, denkt Kemerink. Eerst moet een groot deel van de maatschappij doordrongen zijn van de klassenstrijd. ‘We hebben niet de illusie dat je het op kunt nemen tegen het totale staatsapparaat of zo, daarom is het idee van een revolutie door een gewapende kleine guerrilla knettergek. Natuurlijk gaat dat niet gebeuren in Nederland. Wij gaan de mensen overtuigen en organiseren.’

‘Als een partij groter wordt, levert ze standpunten in. De SP wil gewoon met de VVD regeren. Hoe laag zijn ze gezakt, weet je?’

De vraag is hoe. Jäger ziet de losse individuen die van debat naar debat struinen als zwermen bijen. Het doel is om de hele korf op te stoken. ‘Waar je mensen in de twintigste eeuw makkelijker aan iets collectiefs kon binden, is het nu duidelijk dat we in een samenleving leven waarin een dergelijke vorm van associatie onmogelijk is. Minder mensen gaan naar de vakbond of elke week naar de partijbijeenkomst. Op digitaal niveau kun je ze niet organiseren: met een wekelijkse discussiegroep op een forum heb je geen tegenmacht.’

Jäger ziet fysieke organisatie wel werken bij de Belgische pvda, die ervoor zorgt dat haar mensen ook buiten verkiezingstijd wekelijks of dagelijks contact hebben. ‘Dat is de enige manier. Anders zit je met zwermen die van het ene protest naar het andere gaan. Als je kijkt wat er bijvoorbeeld overblijft van die rellen rond de moord op de Amerikaanse George Floyd moet je concluderen dat het weliswaar historisch is dat de agent is veroordeeld, maar dat er politiek weinig van overblijft.’

Wala, voorzitter van Radicaal, de jongerenpartij van Bij1

‘Ik hoop snel’, antwoordt Wala, gevraagd wanneer de revolutie komt. De kersverse, negentienjarige voorzitter van Radicaal, de jongerenpartij van Bij1, wil ‘de massa’s gaan organiseren en klassenbewustzijn creëren onder het volk’. Ze draagt een zonnebril en zit rechtop in de beschaduwde achtertuin van café Bookstor in Den Haag. Af en toe neemt ze en slok limonade tussen bevlogen uitspraken door. ‘Echt, de meeste mensen stemmen op partijen die hun belangen niet behartigen. Die snappen dat gewoon nog niet. Ik denk dat daar een heel groot doel voor Radicaal ligt, om dat klassenbewustzijn bij te brengen en de mensen bij elkaar te brengen.’

Radicaal moet zo veel mogelijk los opereren van Bij1, vindt Wala: ‘Bij1 is een politieke partij, ze zijn onderdeel van het systeem, zeker nu Sylvana Simons in de Kamer zit. Ze gaan ons zeker teleurstellen: uiteindelijk kan Bij1 de revolutie niet binnen het systeem bewerkstelligen. Dat gaat ’m gewoon niet worden. Het kan wel helpen, want met een Kamerzetel kun je punten op de politieke agenda zetten en heb je steeds meer inspraak in de Kamer.’

Wala weet van MacNair en zijn pleidooi voor een stevige oppositie binnen het systeem. ‘Maar ik heb me er zelf nooit in gevonden, wat grappig is omdat ik voorzitter ben van een politieke jongerenorganisatie. Als we echt een radicaal-linkse partij konden bouwen, en echt een grote ook, dat zou fantastisch zijn. Maar ik zie het niet gebeuren, en al zou het lukken: kan een linkse partij echt radicaal blijven als ze groot wordt?’ Ze heeft er haar twijfels bij: ‘Zodra een partij groter wordt, lever je standpunten in. De SP wil gewoon met de vvd regeren. Hoe laag zijn ze gezakt, weet je?’

Radicaal onderscheidt zich volgens Wala van Rood op basis van een analyse van Marx, die pleit voor de emancipatie van de arbeidersklasse en daarmee de emancipatie van iedereen, ongeacht sekse of ras. Veel jongeren van Rood vinden daarmee de kous af. De jongeren van Radicaal besteden meer aandacht aan antiracisme en de strijd tegen het patriarchaat, zegt Wala. Ze is communist, en haalt haar inspiratie vooral uit de verschillende antiracistische arbeidersbewegingen uit het verleden. Een grote inspiratiebron is de activiste Assata Shakur, die lid was van de Black Liberation Army.

De term identiteitspolitiek wordt verdraaid door rechts en wordt nu veel tegen activisten gebruikt, vindt Wala. ‘Een complete analyse ontbreekt, waarbij racisme en andere vormen van onderdrukking samen worden bekeken binnen de klassenstrijd. Bij1 presenteert zichzelf als antiracistische partij, maar we zijn ook een antikapitalistische partij. Die focus op antiracisme is er juist omdat die strijd vaak ontbreekt in radicaal-linkse bewegingen.’ Ze ziet dat in online chatrooms: ‘Daar nemen de white leftists, vooral de witte mannen, de overhand.’

Ze vindt het jammer dat haar beweging toch vooral witte jongeren aantrekt bij wie klassenbewustzijn ontbreekt. Jongeren van Dwars, de beweging van GroenLinks, zijn eigenlijk niet welkom. Wala is bang dat die zich alleen bij Radicaal willen aansluiten zodat ze ‘street cred’ krijgen.

‘Bij1 heeft gewoon communisten op de lijst. Het noemt zich geen communistische partij, tot mijn grote teleurstelling, maar lees het programma en je ziet wel waar ze hun invloeden vandaan hebben. Ze profileren zichzelf niet zo, daarom zien mensen het niet. Bij Radicaal proberen we dat wel meer te doen, zodat mensen ons zo ook weten te vinden.’

‘Jongeren moeten met heel radicale ideeën kunnen komen. Ze leren meer als ze zich veilig voelen om gekke dingen te zeggen’

Het activisme van Wala is geïnspireerd door haar vader, die vroeger activist was in Irak. Ze stond vanaf haar veertiende in haar eentje op demonstraties en kwam daar mensen van Bij1, toen nog Artikel1, tegen. Inmiddels gaat ze niet meer zomaar naar een demonstratie, alleen als er heldere eisen zijn. ‘Anders verspil je je tijd, dan ga je alleen om je aan het einde van de dag goed over jezelf te kunnen voelen. Er zijn ook organisaties, zoals Extinction Rebellion, waarbij mensen zich expres laten arresteren. Ik heb daar gewoon niks mee. Je moet daarvoor al geprivilegieerd zijn, als je het je kunt veroorloven om constant gearresteerd te worden.’

Het zou kunnen, hoopt Wala, dat communisme terug is van weggeweest. ‘Ik denk dat mensen, vooral oudere generaties, lang bang zijn geweest voor communisme en dat dat nu een beetje weg is. Ik hoop dat het blijft veranderen.’

Het is een interessante mogelijkheid dat er weer een generatie opstaat van echt economisch linkse jongeren, zegt politicoloog Roderik Rekker. Voor de Universiteit van Amsterdam doet hij onderzoek naar stemgedrag tussen generaties. Hij vindt het te vroeg om te zeggen. ‘Wat wij hebben gezien is eerder dat culturele opvattingen belangrijk zijn geweest voor jongeren. Bij een vakbondsdemonstratie zie je toch babyboomers staan. In de Verenigde Staten is dat anders. Bernie Sanders is een interessant voorbeeld van iemand die een radicale economische agenda heeft en heel jonge kiezers.’

Het is volgens Rekker vaak voorspeld: jongeren hebben het heel moeilijk dus er moet een keer een jongerenrevolutie komen over economische thema’s. ‘Het lijkt tot nu toe niet echt gebeurd te zijn omdat de laagopgeleide jongeren de hoogste prijs betalen. Die zijn sowieso niet zo met politiek bezig en blijven vaak thuis bij verkiezingen, terwijl hoogopgeleide jongeren toch het gevoel hebben dat ze zich voor grotere idealen moeten inzetten dan hun eigen portemonnee – die zijn bezig met vluchtelingenproblematiek, klimaatverandering, dat soort vraagstukken. Klagen over dat ze zelf een te hoge studieschuld hebben, vinden ze een beetje zelfzuchtig.’

Van de hoefijzertheorie dat radicaal-links en radicaal-rechts veel op elkaar lijken, is volgens Rekker weinig waar. Wat betreft de kernthema’s denken ze toch heel anders: ‘Waar het wél klopt, is het wantrouwen richting het systeem. Zowel radicaal-linkse als radicaal-rechtse jongeren hebben minder vertrouwen in de Nederlandse politiek.’

Rekker benadrukt dat jongerenpartijen niet onder een te groot vergrootglas moeten worden gelegd. ‘Ze zijn altijd een vrijplaats geweest voor nieuwe radicale ideeën. Jongeren moeten zonder dat ze in de spotlights staan hardop kunnen denken en met heel radicale ideeën kunnen komen. Onze jongeren leren meer als ze zich veilig voelen om heel gekke dingen te zeggen. Je moet niet iets wat een zeventienjarige zegt op WhatsApp gaan behandelen alsof het een uitspraak van Lilian Marijnissen is voor de camera van Nieuwsuur.’

Stickers: De Rode Lap

Jongeren aan allebei de flanken van het spectrum zijn extreem online. De jongste millennials en de oudste vertegenwoordigers van generatie Z, grofweg geboren tussen 1995 en 2002, zijn opgegroeid in online chatrooms. De beeldtaal van memes die daar wordt gebruikt grijpen ze op een organische manier aan om hun boodschap te verspreiden. Olaf Kemerink was ook actief op Reddit. Hij is via het forum zelfs communist geworden en was even betrokken bij Memes voor de Massa. Memes zijn heel nuttig, maar moeten zeker niet de enige manier zijn om mensen te betrekken, vindt hij.

‘Op het moment dat het daarbij blijft, krijg je dat mensen op individueel niveau die memes leuk vinden maar er niets mee doen. Je kunt je ideeën verspreiden en hopen dat mensen zich aansluiten. Dat werkt deels, maar vervolgens moet je mensen organiseren op basis van hun directe belangen – met vakbonden, de milieubeweging, antiracistische demonstraties. Daar gaan we staan en mensen aanspreken: “Wil je dit echt oplossen? Wij hebben een analyse en wij organiseren mensen voor volledige emancipatie – daar hoor jij ook bij.” Met memes alleen krijg je echt dat zolderkamercommunisme, een stel geradicaliseerde jongeren die met elkaar discussiëren maar niets veranderen.’

Webwinkel De Rode Lap is ontstaan uit de memepagina Memes voor de Massa. Toen hij zestien was begon Arnout met googelen naar linkse stromingen en kwam uit op het anarchocommunisme, al is hij inmiddels van het anarchisme afgestapt. Hij sloot zich aan bij de SP en Rood, maar miste theoretische onderbouwing. ‘Het was gebouwd op actionisme, rennen van actie naar actie en stukje bij beetje het kapitalisme slopen.’ De socialistische scholing van de SP had in een PowerPoint gepast, zegt hij: ‘We moeten gewoon een basis opbouwen. Theorie lezen hoort daarbij.’ De webwinkel geeft herdrukte werken van Engels en Karl Kautsky uit, en het boek van MacNair. ‘Dat lezen en begrijpen is niet voor iedereen haalbaar en dat is waar memes handig werken, of podcasts, of video’s, of stickers.’

Arnout zat een tijdje in appgroepjes en op Reddit, maakte af en toe een meme en werd toen uitgenodigd voor de memepagina. Eenmaal lid van die club zag Arnout groeimogelijkheden. ‘We hadden zoveel D66-memes gemaakt, toen zei ik: zet ze op een sticker. Binnen een paar dagen waren ze uitverkocht. Dan doe je het nog een keer, en nog een keer. We hebben nu meer dan drieduizend bestellingen gedaan, en ongeveer een kwart van de klanten weet ons te vinden omdat ze een sticker hebben gezien met onze link erop. Een derde tot de helft vindt ons via de memepagina’s.’

Stickers met daarop de tekst ‘Ja, ik ben vvd: Veroordeeld Voor Discriminatie’ gaan heus de wereld niet veranderen, maar ze helpen wel de boodschap verspreiden, denkt Arnout. ‘Een sticker is een meme die in de openbare ruimte hangt. Ik heb stickers gezien die ik als puber heb geplakt, die er nu nog hangen. En ze zijn tastbaar. Als je zestien bent, je hebt iets op Wikipedia gelezen en je denkt “ik ben communist”, dan bestel je voor tien euro een paar stickers en dan is het fysiek, dan is het echt. Een bevestiging. Bovendien kun je ze uitdelen. Als je in een vriendenclub bent en je hebt het over politiek, dan kun je zeggen: D66 is kut hè? Hier heb je een sticker.’