Kunst

«Hier is geen vertrutting»

Beeldende kunst: Nederlanders in Berlijn

BERLIJN – In de zijruimte van een leegstaande tramremise staat een auto te glimmen. Het is een verchroomde Rolls Royce met daarin een aquarium. Binnenin zwemt een vijftal hongerige piranha’s dreigend rond. Een lokvis heeft al wat vinnen verloren.

De Nederlandse kunstenaar Dirk Krechting (35) werkte drie jaar aan zijn kunstobject. Nu staat zijn Immobile Progress op de eerste Berlijnse Kunstsalon en trekt drommen verbaasde bezoekers. «Dit is een antwoord op de statussymbolen van de consumptie cultuur», beweert Krechting, die 350.000 euro voor zijn installatie wil hebben. Al zes jaar werkt hij in de Duitse hoofdstad – momenteel in een Ostpost, een voormalig postkantoor in Oost-Berlijn – en voelt zich daar als een vis in het water. «Als kunstenaar ben je altijd buitenstaander en die houden zich per definitie met het vreemde bezig.» Hagenaar Krechting ondervond in Berlijn grotere waardering voor zijn werk en merkte dat de afzetmarkt in Duitsland sowieso veel groter is. En: «Pas toen ik hier woonde, werd ik in Nederland serieus genomen.»

Het is een argument dat voor veel kunstenaars uit de Randstad geldt. Ze komen af op de nog steeds werkzame mythe van het dynamische Berlijn, waar alles mogelijk is. Vanwege de relatief lage huren, het ruime atelieraanbod, de industriële charme van vervallen fabrieken en de grote interesse voor experimentele kunst en cultuur worden gelukzoekers door de Duitse metropool aangetrokken. Ze krijgen inspiratie door hun werk in Berlijn, maar verkopen hun kunst veelal daarbuiten, op de beurzen van Basel, Parijs en Londen. Berlijn is failliet, de werkloosheid torenhoog en de economische crisis op veel plekken goed zichtbaar. Dat kan natuurlijk afschrikken, net als de vroeg en meedogenloos intredende winter.

Anderzijds is hier nog ruimte om te experimenteren, zijn mensen bereid tijd vrij te maken om te helpen bij kunstprojecten en worden «broedplekken» en andere culturele vrijplaatsen niet door uitsterven bedreigd, zoals in Amsterdam en Rotterdam wel gebeurt. De door architectuur toeristen overspoelde Nederlandse ambassade in de nieuwe Koolhaaskubus houdt een lijst bij waarop zo’n tachtig kunstenaars staan. Omdat niet elke artistiekeling zich netjes aanmeldt kunnen dat er zeker twee keer zoveel zijn, vermoeden ingewijden. Op de 3100 Berlijnse Nederlanders betekent dat zo’n vijf procent Hollandse kunstenaars. «Ze vallen in de smaak», aldus de nieuwe cultureel attaché van de ambassade, Ferdi nand Dorsman: «Nederlanders hebben de naam grappig, speels en locker te zijn.»

Iepe Rubingh (30), alias Iepe the Joker, onderkende al vroeg de kansen in Berlijn. Amsterdam ademde volgens de gesjeesde student geschiedenis te weinig verandering. Hij trok op goed geluk naar Oost-Berlijn, bouwde als een eerste performance de Muur weer op, liet een boom regenen – Het Wonder van Berlijn – en heeft er net de eerste schaakboksclub in de wereld opgericht. Schaak boksen? Jawel, een nieuwe sport waarbij een ronde schaken wordt afgewisseld met een ronde boksen. Schaakmat, knock-out of het aflopen van de tijd beslist de partij. Rubingh: «Vechten doe je in de ring en oorlog voer je op het bord.» Op een bouwplaats in Berlijn-Mitte vond de vuurdoop van de World Chess Box Organization plaats. Paradiso in Amsterdam en Tokio volgden. De blonde Rotterdammer met de kenmerkende houten bril – «door mijn vader zelf getimmerd» – is al jaren goed voor spectaculaire kunst acties in Berlijn.

Iepe the Joker is een selfmade man zonder vaste galerie. Zo zijn er nog veel meer avonturiers die ooit naar Berlijn zijn vertrokken en niet meer terugkeerden. Bastiaan Maris kwam, toen de Muur viel, met zijn brommertje naar de Frontstadt gereden en maakte naam met spectaculaire performances. Maris bouwde onder meer een orgel van metershoge stalen buizen, waarbij een soort computerpaneel explosies van propaangas genereert. De vlammen schieten daarbij door het ingenieuze muziekinstrument en dat veroorzaakt een bombastisch geluid. Op vele plekken in het Berlijnse ondergrondse circuit was deze staalsculptuur te bewonderen. Met het Large Hot Pipe Organ gaf Maris in heel Europa chemisch-akoestische concerten.

Ook Ronald de Bloeme werd aangetrokken door de charme van de alternatieve cultuur in het Berlijn van de vroege jaren negentig. Toen hij voor het eerst in de wijk Prenzlauer Berg arriveerde kwam de Rotterdamse kunstenaar in de traditionele 1 mei- rellen terecht. Stenen vlogen in het rond en voordat De Bloeme het wist zat hij vast in een politiecel. «Dat was even schrikken. Toen ik de volgende keer weer in Oost-Duitsland was werd ik aan de grens gearresteerd.» Wat volgde was een maandenlange odyssee door macabere gevangenissen waarbij hij pas na enige tijd te horen kreeg dat hij vanwege het stenenincident gezocht werd. Na zijn vrijlating had de boomlange De Bloeme het even gehad met de Duitsers, maar toch kwam hij terug en begon te schilderen in de Kunstfabriek. Dat gebouw ligt aan het Landwehrkanaal, precies op de grens tussen Oost- en West-Berlijn. «Hier zijn heel wat Oost-Duitsers naar de vrijheid gesprongen», vertelt De Bloeme vanaf het dak. Samen met collega Wessel Müller is hij Nederland definitief «ontvlucht».

Tegenwoordig bepaalt De Bloeme welke 42 kunstenaars in het in dustriële ateliercomplex komen. Zelf naait de oud-ptt’er oude postzakken aan elkaar en beschildert ze. Zijn nieuwste objecten zijn met postzegels beplakte schilderijen die hij onverpakt per post verstuurt. De rondreizende doeken krijgen zo steeds meer reliëf en werden in september op de Art Forum-beurs getoond.

Waling Boers (49) heeft minder reden om te lachen. Met zijn project space BüroFriedrich biedt hij al jarenlang een platform voor internationale en in het bijzonder Nederlandse kunstenaars in Berlijn. In de onder de metro gelegen gewelven van BüroFriedrich organiseert directeur Boers exposities, discussies en andere kunstprojecten voor kunstenaars aan het begin van hun carrière. Hij heeft Aernout Mik en Rineke Dijkstra, Marijke van Warmerdam en Erik van Lieshout onder zijn hoede gehad. «Als een kunstenaar het label Berlijn draagt is hij dertig procent meer waard. De mythe van het bruisende kunstleven hier wordt direct in geld omgezet.» De komst naar Berlijn is ook een risico: «De eerste golf van de Berlijn-hype is langzaam voorbij. De galerieën zijn gesetteld, de huren stijgen en de concurrentie is moordend. Maar de Raad voor Cultuur vindt Berlijn kennelijk niet meer belangrijk», foetert de tentoonstellingsmaker, gekleed in pak met sportschoenen. De 2,5 ton subsidie die Boers naar eigen zeggen kreeg, zijn door staats secretaris Van der Laan stopgezet. De speerpunten van het nieuwe Nederlandse cultuurbeleid zijn gericht op kleine projecten en niet meer structureel.

Ferdinand Dorsman heeft nu jaarlijks een ton subsidie te vergeven. Een eigen huis, zoals het Goethe-Institut, de British Council of het Maison Française, is domweg te duur. Ook het Fonds voor de Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst (bkvb) ondersteunt Nederlandse kunstenaars. Iris van Dongen zit met een beurs een jaar in het Bethanien-Haus, een oud klooster in Berlijn-Kreuzberg. Momenteel toont ze haar zwart romantische zelfportretten overal in Europa. Haar man Marc Bijl was al eerder met een bkvb-subsidie in Bethanien gekomen, waarna hij als enfant terrible internationaal de aandacht trok. Met talloze interrupties in de openbare ruimte maakte Bijl naam in Berlijn, waar hij nu weer vertoeft. Bijl zocht in zijn performances in de U-Bahn met kalasjnikovs naar massavernietigingswapens, fouilleerde hardhandig argeloze museumbezoekers en beschoot kunstwerken vanuit een rijdende oldtimer met oranje verf. Zijn werk was net in het SMCS in Amsterdam te bewonderen. Berlijn diende als springplank. «Hier is niet alles zo vastgeroest en aan het vertrutten als in Amsterdam. In Nederland rent iedereen achter elkaar aan, hier is nog genoeg Lebensraum.»

Marc Bijl: Museum Het Valkhof,

Nijmegen. Vanaf 14 november