Gevluchte Turkse academici en journalisten in Berlijn

‘Hier noemen ze zoiets een Berufsverbot’

De wetenschappers en journalisten die voor de regering-Erdogan uit Turkije naar Duitsland zijn gevlucht, zijn geen slachtoffers van hun eigen cultuur. Maar de intimidaties gaan tot op de dag van vandaag door. Ze luiden de noodklok: ‘Ons beroep glipt uit onze handen en ons land ontglipt ons.’

Medium anp 54039146
10 februari. Protest van academici op de campus van de Universiteit van Ankara tegen het ontslaan van academici na een noodverordening na de couppoging

Tuba Inal Cekic rolt een sigaret op een terras in de Berlijnse wijk Kreuzberg. Een bekende tikt haar op de schouder, even later begroet ze een volgende kennis. Toen Inal Cekic vorig jaar in de wijk met een grote Turkse gemeenschap kwam wonen, kende ze bijna niemand. ‘Nu zijn we met veel meer en dat maakt alles een stuk makkelijker’, zegt de planoloog die als hoofddocent verbonden was aan de Technische Universiteit Yildiz in Istanbul en nu werkt aan de HafenCity Universiteit in Hamburg.

‘We’ zijn haar collega’s uit Turkije. Het afgelopen jaar zijn ruim honderd vakgenoten uit Turkije haar noodgedwongen achterna gereisd. In januari 2016 ondertekenden 1128 academici, waaronder Inal Cekic, een petitie. Daarin riepen ze de Turkse staat op een einde te maken aan de militaire operaties in het voornamelijk Koerdische zuidoosten van het land, die honderdduizenden mensen uit hun huizen dreven.

‘Wij, als academici en onderzoekers die in Turkije werken of Turkije bestuderen, verklaren dat wij geen partij zijn in dit bloedbad (…) en eisen een onmiddellijk einde aan het geweld door de staat’, luidt een van de laatste zinnen van het manifest. De aandacht voor het conflict is echter na de mislukte couppoging weggeëbd. ‘In veel kranten gaat het nu over ons, de academici, maar we zijn gestopt te praten over vrede’, zegt Cekic, die net als meer dan vijfhonderd van haar collega-ondertekenaars haar baan verloor in de nasleep van de couppoging van 15 juli 2016.

Direct na publicatie van de petitie maakte president Recep Tayyip Erdogan de ondertekenaars tot doelwit. Hij sprak van ‘kolonialisme’ door de ‘zogenaamde academici’. Dat buitenlandse collega’s als Noam Chomsky en Judith Butler zich ook achter de tekst hadden geschaard, maakte het eenvoudig om aan het sterke anti-westerse sentiment te appelleren. Maffiabaas Sedat Peker dreigde de academici te zullen douchen in hun bloed. En na de publieke aanvallen volgden ontslagen, rechtszaken, voor sommigen gevangenschap en voor weer anderen ballingschap.

De intimidaties gaan tot vandaag door, blijkt uit een WhatsApp-bericht dat Inal Cekic krijgt. Ze toont een foto van de voorpagina van de invloedrijke regeringskrant Sabah: ‘Vijand van Turkije als afdelingshoofd Turkologie’. Eronder staat een foto van Kader Konuk, die aan de Universiteit Duisburg-Essen het Instituut voor Turkije Studies leidt. Konuk financiert terroristen van de pkk en fetö, het acronym dat de Turkse regering gebruikt voor leden van de Gülen-beweging, is de teneur van het artikel.

De ‘terroristen’ zijn de academici waarvoor de in Duitsland geboren Konuk de Academy in Exile oprichtte, die fellowships verstrekt aan gevluchte academici. ‘Bijna de helft van de ondertekenaars van de petitie is inmiddels zonder werk en de paspoorten van de mensen die nog in Turkije zitten zijn ingetrokken, ze kunnen geen les meer geven, geen wetenschappelijk onderzoek doen. In Duitsland noemen we zoiets een Berufsverbot. Daar proberen we iets aan te doen’, zegt Konuk.

Van de Volkswagen Foundation ontving de Academy in Exile 900.000 euro, waardoor tien academici twee jaar lang hun vak in Duitsland kunnen uitoefenen. Dat is veel minder dan het aantal aanvragen dat ze moeten afwijzen. ‘Academici kunnen met onze beurs in een veilige omgeving onderzoek doen en een werkvisum krijgen’, vertelt Konuk. ‘We vinden het daarbij belangrijk dat de wetenschappers ook als wetenschappers worden gezien. De media willen persoonlijke verhalen horen, ze neerzetten als zielige vluchtelingen of als slachtoffers. Maar het zijn gewoon kundige wetenschappers.’ Academici die geen werk vinden moeten in Duitsland eigenlijk asiel aanvragen, maar volgens Konuk verhuizen ze in de praktijk vaak naar andere landen waar ze wél een positie kunnen vinden.

Konuk en Cekic ontmoetten elkaar tijdens de lancering van de Off University, een online universiteit waarop de ontslagen academici de mogelijkheid krijgen hun studenten toch (kritisch) onderwijs aan te bieden. ‘We voelen ons nog altijd verantwoordelijk voor de studenten die we daar hebben moeten achterlaten’, zegt initiatiefneemster Cekic. Van Duitse collega’s, Koerden en alevieten uit Turkije krijgt het initiatief veel bijval. Daartegenover staan mensen die vinden dat ze Turkije zwart maken. Cekic is er nog niet uit hoe ze ook deze mensen kan bereiken. ‘We slagen er niet in om op een constructieve manier tot elkaar te komen.’

Duitsland kent een lange geschiedenis van migratie vanuit Turkije. In de jaren zeventig lieten gastarbeiders hun gezinnen overkomen om zich voorgoed in Duitsland te vestigen en er ontstond een grote Turks-Duitse gemeenschap van naar schatting 2,4 tot 2,9 miljoen mensen. Ook de Turkse politiek deed haar intrede. Talrijke groepen, van ultranationalisten tot extreemlinkse bewegingen en Koerden, organiseerden zich in Duitsland. Na de militaire coup van 1980, waarmee het politieke leven in Turkije tot stilstand kwam, gebruikten deze groepen de Duitse vrijheid om zich politiek te organiseren op een manier die in Turkije onmogelijk was.

Alexander Clarkson, docent Duitse en Europese Studies aan King’s College in Londen, deed onderzoek naar politieke mobilisatie uit Turkije in Duitsland. Volgens Clarkson dekt de term ‘migratie’ de lading niet, hij spreekt liever van ‘constante circulatie’. ‘Iedereen die in Duitsland is opgegroeid herinnert zich de files aan de Oostenrijkse grens als mensen in de zomer teruggingen naar Turkije’, zegt hij in de podcast Turkey Book Talk. De banden met het vaderland werden nooit afgesneden en door de politieke betrokkenheid zelfs versterkt. Beide samenlevingen zijn nauw met elkaar verweven geraakt. Instabiliteit in Turkije heeft direct zijn weerslag op de Duitse samenleving en andersom.

De ‘constante circulatie’ tussen de landen zorgt ervoor dat er in Duitsland grote interesse is voor ontwikkelingen in Turkije. Kranten vertalen stukken naar het Turks en Turkse journalisten en academici zijn vaak aanwezig in de Duitse media. Ontwikkelingen in Turkije hebben regelmatig repercussies in Duitsland. Dat bleek recent weer bij de arrestatie en vrijlating van de Duitse IT-specialist Peter Steudtner. Hij werd in juli dit jaar vastgezet met negen andere mensenrechtenactivisten, onder meer van Amnesty International, voor wie hij een training over digitale veiligheid verzorgde in Istanbul. Afgelopen maand kwamen ze allen op borgtocht vrij en kon Steudtner terugreizen naar Duitsland.

‘Duitsland heeft helaas nu pas door dat wat er in Turkije gebeurt ook hun probleem is’, zegt Can Dündar in een zaaltje van het Amsterdamse debatcentrum De Balie. Hij oogt vermoeid. Later op de dag zal hij er de 19de Vrijheidslezing voordragen. De voormalige hoofdredacteur van de oppositiekrant Cumhuriyet reist sinds een jaar vanuit Berlijn de wereld over om aandacht te vragen voor de zorgelijke situatie in zijn thuisland. Hij luidt de noodklok: ‘Ons beroep glipt uit onze handen en ons land ontglipt ons.’

Dündars krant publiceerde over wapentransporten van de Turkse geheime dienst richting strijdende rebellen in Syrië. Hij en zijn collega Erdem Gül werden vervolgens vastgezet en aangeklaagd voor het onthullen van staatsgeheimen. Toen Gül en Dündar na drie maanden op borgtocht vrij kwamen, overleefde Dündar een aanslag op zijn leven. De rechters die het besluit tot hun vrijlating namen zitten nu zelf gevangen.

Tijdens de mislukte coup was Dündar in Barcelona op vakantie. Zijn advocaten adviseerden hem om ‘een tijdje niet naar Turkije te komen’. Dat werd permanent. Toen zijn vrouw, die achtergebleven was in Turkije, hem wilde bezoeken, werd op het vliegveld in Istanbul haar paspoort ingenomen. ‘Dat zijn echt maffiapraktijken. Ze zeggen: we hebben je echtgenote en als je niet naar Turkije komt, laten we haar niet gaan’, zegt Dündar.

Berlijn als uitvalsbasis was een logische keuze, vanwege de grote Turkse gemeenschap en de aandacht voor Turkije. Dündar heeft er een column in Die Zeit. Ook zette hij het online medium Özgürüz (‘Wij zijn vrij’) op, dat zonder (zelf)censuur nieuws uit Turkije brengt. ‘Het wordt ons niet makkelijk gemaakt, want de site was door de Turkse autoriteiten al verboden voordat we online waren’, zegt Dündar met een lach. Özgürüz is nog altijd geblokkeerd in Turkije, maar via sociale media en livestream apps als Periscope probeert het medium zo goed en zo kwaad als het gaat nog altijd over Turkije te berichten.

Tegen wil en dank werd Dündar het symbool van de strijd tegen personvrijheid en repressie in Turkije. Hij ontving talloze prijzen en onderscheidingen, van een ereburgerschap van Parijs tot een nominatie voor de Nobelprijs voor de vrede. ‘De prijzen die ik krijg zijn niet voor mijn persoonlijke werk, maar voor de strijd die we samen voeren voor democratie en persvrijheid’, zegt hij, zich duidelijk bewust van de extra verantwoordelijkheid die zijn positie met zich meebrengt.

‘Erdogans arm reikt tot ver in Europa, hij probeert Interpol te gebruiken alsof het onderdeel is van zijn eigen politieapparaat’

Op de dag dat hij werd genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede kreeg Dündar ook te horen dat een aanklager in Turkije een verzoek bij Interpol indiende om hem als terrorist op de internationale opsporingslijst te zetten. ‘En dat allemaal binnen twee uur tijd. Een achtbaan.’ De Vrijheidslezing in Amsterdam zegde hij aanvankelijk af, omdat hij niet zeker wist of de Nederlandse politie hem zou aanhouden. Uiteindelijk besloot hij toch te komen, om een punt te maken: ‘Het is niet alleen een probleem van Turkije, maar ook van het Westen’, zegt hij. ‘Erdogans arm reikt tot ver in Europa, hij probeert Interpol te gebruiken alsof het onderdeel is van zijn eigen politieapparaat. En als Nederland daar aan mee wil werken en mij wil oppakken om uit te leveren aan Turkije, laat ze dat dan maar doen. Dat is dan hun eigen verantwoordelijkheid.’

Medium 95643105
Berlijn, 28 september. Tuba Inal Cekic, Julia Strutz en Erbatur Cavusoglu tijdens de voorbereidingen voor de opening van de online Off Universit © Maurizio Gambarini / dpa via Newscom / HH

Het adres dat Hayko Bagdat heeft doorgegeven blijkt een bakkerij te zijn. Ook in de bovengelegen appartementen woont hij niet. Aan de telefoon zegt hij: ‘Veiligheidsmaatregelen en standaardprocedure. Zie je schuin aan de overkant een supermarkt? Loop daar maar heen.’ Vijf minuten later neemt Bagdat, gekleed in joggingpak en bodywarmer, met een fles bier in de hand in een snackbar naast de supermarkt het woord om het nog maar nauwelijks af te staan.

Bagdat is een Turkse publicist en theatermaker van Armeense komaf. Hij spreekt in de derde persoon over zichzelf en schroomt niet om tijdens het gesprek geregeld zijn ‘meer dan miljoen Twitter-volgers’ aan te halen. Vorig jaar werd hij veroordeeld tot een geldboete nadat hij de toenmalige burgemeester van Ankara Melih Gökçek, ook al een fervent twitteraar, op de sociale website had beledigd. De laatste vier jaar in Turkije werd Bagdat beveiligd, maar ook in Berlijn voelt hij zich niet op zijn gemak. Hij moet er voor zijn eigen veiligheid zorgen. Daarom woont hij aan de rand van de stad en vermijdt hij wijken als Kreuzberg. ‘Daar kan ik niet over straat zonder over mijn schouder te kijken. Ik heb laatst zelfs pepperspray gekocht.’

Bagdat is nu vooral huisman. Af en toe treedt hij op met zijn theatershow: ‘Ik ben nu een vader die een half jaar lang geen school kon vinden voor zijn kind, die gek wordt van het thuis zitten. Ik heb een goed leven in Turkije opgegeven, voor mijn idealen. Hier moet ik eerst mijn leven op de rit krijgen voordat ik weer tegen Erdogan kan strijden.’ Liefst zou hij terugkeren, maar dat is onmogelijk. En het lukt niet het leven in Duitsland vol overgave te omarmen. ‘Duitsers zeggen: leer zo snel mogelijk de taal en de verkeersregels. Natuurlijk, dat wil ik ook, maar vergeef me: mijn familie woont nog steeds in Turkije en is in gevaar, bijna dagelijks worden vrienden gearresteerd of bedreigd. Het zijn geen gewone tijden.’

Özgürüz is niet het enige Turkstalige media-initiatief in Duitsland. Ook de linkse krant Tageszeitung publiceert sinds begin dit jaar op haar website ook in het Turks. In het café onder de redactie vertelt de Duits-Turkse journalist Ebru Tasdemir hoe het initiatief is ontstaan. ‘We hadden met Ali Çelikkan een gastredacteur uit Turkije. Toen de politie twaalf van zijn collega’s bij zijn krant arresteerde, wilden we hem niet terugsturen.’ Ze zetten samen taz.gazete op, dat in de behoefte voorziet van een podium voor werk dat in Turkije niet of nauwelijks meer gedaan kan worden.

De tweetalige redactie zorgt veelal zelf voor kopij, maar neemt ook stukken af van collega’s uit Turkije. Zij schrijven in hun eigen taal, voor de krant worden hun stukken vertaald naar het Duits. Het experiment loopt vooralsnog goed. Een belangrijk deel van de bezoekers van de website komt uit Turkije en uit andere landen met een grote Turkse gemeenschap. ‘We krijgen veel sympathiebetuigingen, maar er zijn ook Duits-Turkse collega’s die vinden dat we landverraders zijn’, zegt Tasdemir. Aan de muur van haar kantoor hangt een portret van haar collega Deniz Yücel. De Turkije-correspondent van Die Welt, die eerder voor de [Tageszeitung](http://www.taz.de) werkte, zit sinds februari zonder aanklacht in voorarrest in een gevangenis even buiten Istanbul.

Op weg van de kantine naar haar werkkamer houdt Zeynep Kivilcim stil op de eikenhouten trappen van haar nieuwe werkplek. ‘Niet slecht toch, voor een terrorist’, grapt ze. Sinds een maand werkt ze voor het Institute for Advanced Study, gevestigd in een villa in een lommerrijke buitenwijk van Berlijn. Ook Kivilcim, die in Turkije werkte als hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit van Istanbul, ondertekende de petitie. Toen ze enkele maanden na de couppoging voor werk in Duitsland was, ontdekte ze dat ze per nooddecreet was ontslagen. Ook was haar paspoort ingetrokken. Noodgedwongen besloot ze in Duitsland te blijven.

In mailcontact vooraf laat Kivilcim weten louter over de juridische procedure van haar mede-ondertekenaars in Turkije te willen spreken. Net als veel van haar collega’s kent ook Kivilcim de keerzijde van de media-aandacht in Duitsland. ‘Ik heb er genoeg van dat er continu van me verwacht wordt mezelf te presenteren als een slachtoffer van mijn eigen cultuur’, licht ze haar sceptische houding jegens de media toe.

Maar ze ontkomt er niet aan om ook over haar eigen situatie te praten. Een dag tevoren kreeg ze bericht van haar advocaat: ze is opgeroepen door een aanklager uit Turkije om een verklaring af te leggen bij de Turkse politie. Hoewel alle ondertekenaars van de petitie worden verdacht van het maken van propaganda voor een terroristische organisatie heeft de aanklager, anders dan gebruikelijk, besloten om alle zaken individueel te behandelen. ‘De reden is simpel’, zegt Kivilcim. ‘Hij probeert de solidariteit tussen ons te breken. Als iedereen tegelijk moet voorkomen, is het voor sympathisanten en internationale steunbetuigers makkelijker actie te voeren dan als er verschillende zaken dienen.’

Ze laat de uitnodiging om zich te melden aan zich voorbijgaan. Hoewel ze eigenlijk niet van plan is lang in Duitsland te blijven, kan ze ook niet terug naar Turkije. ‘Het moeilijkste voor ons is dat we min of meer tussen Duitsland en Turkije in zitten’, zegt Kivilcim. ‘Daarom is het cruciaal dat we constant aan onze vrienden in Turkije blijven vragen wat zij denken dat er nodig is.’

Ook bemoeit ze zich nadrukkelijk met de situatie in Duitsland. Ze verbaast zich over de acceptatie bij haar Duitse collega’s van de neoliberale transformatie van de Duitse universiteiten. De traditie van publiek onderwijs in Duitsland staat volgens haar zo onder druk van het private denken dat haar baan in Turkije bij een privé-universiteit meer zekerheden bood dan een baan bij een publieke universiteit in Duitsland. ‘Academici vinden het heel normaal dat ze geen vaste aanstelling hebben, of dat ze zonder vergoeding les geven “omdat het goed is voor je cv”. Dat was een heel rare gewaarwording. In Turkije vochten wij onder heel moeilijke omstandigheden voor de academische vrijheid en in Duitsland worden bijbehorende arbeidsvoorwaarden zonder strijd weggegeven.’

En er is meer dat haar tegen de borst stuit. Onlangs organiseerde de Berlijnse Humboldt Universiteit, waar Kivilcim zelf eerder les gaf, een lezing van Beril Dedeoglu over de toekomst van het hoger onderwijs in Turkije. De verbazing over het feit dat uitgerekend Dedeoglu over dit thema mocht komen vertellen, is nog van haar gezicht te lezen. Dedeoglu was in 2015 kort minister van Europese Zaken namens de akp en zit nu in het bestuur van de Hoge Onderwijsraad (yök), een na de coup van 1980 ingesteld instituut dat nu namens de regering de lijsten opstelt met ontslagen academici. ‘Zij reist voor de pr van de regering’, zegt Kivilcim met stemverheffing. Hier in het Westen hebben we vrijheid van meningsuiting en mag iedereen komen spreken, kreeg ze te horen. ‘Maar er is een contradictie als je aan de ene kant beurzen geeft aan academici die voor de Turkse regering hebben moeten vluchten, en tegelijkertijd iemand uitnodigt die het evangelie van die regering verkondigt.’

Kivilcim vraagt om bewustwording en solidariteit, maar wijst ook op het verband dat ze ziet tussen autocratische en discriminatoire tendensen in Turkije en Duitsland. ‘Het is niet alleen daar, het infecteert ook jouw ruimte hier’, houdt Kivilcim haar gehoor geregeld voor. Het racisme in Duitsland en de steun voor Erdogan ziet ze als communicerende vaten. ‘Een stem erbij voor de AfD is drie stemmen erbij voor Erdogan’, zegt Kivilcim stellig. ‘Ik zie dat mensen die hier gediscrimineerd worden het emotioneel echt nodig hebben dat het goed gaat met Turkije.’ Kivilcim kwam tot deze basale psychologische analyse na enkele bezoekjes aan de Turkse supermarkt.

De huidige groep intellectuelen is niet de eerste die zijn land vanwege repressie ontvlucht. Ook is het niet de eerste groep die in onzekerheid verkeert over de mogelijkheid om terug te keren. Dündar hoopt die trend te kunnen doorbreken: ‘Ik praat met Europese regeringen over een oplossing van de problemen in Turkije, maar om eerlijk te zijn verwacht ik weinig van hen. Zij dienen vooral hun eigenbelang, dat hebben we wel gezien bij de vluchtelingendeal.’ Zijn hoop is daarom gevestigd op het maatschappelijke middenveld: burgerinitiatieven, vakbonden, politieke partijen, studenten- en vrouwenorganisaties. ‘Die kunnen op een blijvende manier bijdragen en echt iets veranderen’, stelt hij.

Sinds de toestroom van de intellectuele nieuwkomers, die minder naar binnen gekeerd zijn, ervaart hij meer begrip in Duitsland voor de situatie in Turkije. Net als de academici probeert hij er nu ook de dialoog aan te gaan met de conservatieve akp-achterban. Hij onderzoekt daarom de mogelijkheden een eigen radiozender op te zetten. Dat is in Duitsland een erg populair medium, weet hij, zeker onder de vele Turkse taxichauffeurs. ‘Die luisteren acht uur per dag naar de radio. Hopelijk kunnen we ze bereiken met eerlijke berichtgeving en staan ze open voor ander nieuws uit Turkije dan ze gewend zijn.’

Dündar houdt moed, al is het maar omdat hij ook een ander Turkije ziet. Een Turkije dat liberaal en democratisch wil zijn, dat ‘met gevaar voor eigen leven vecht voor vrijheid’. Daar ziet hij een historische parallel: ‘In de jaren dertig van de vorige eeuw zijn veel joodse academici uit Duitsland gevlucht naar Turkije, waar ze met open armen zijn ontvangen. Ze hebben een grote bijdrage geleverd in het verder brengen van de Turkse republiek en zijn daarna teruggegaan naar Duitsland, om daar mee te helpen aan de wederopbouw na de oorlog. Academici uit Turkije, en wij ook, zijn nu met open armen ontvangen in Duitsland, waarom zouden wij niet terug kunnen naar Turkije om daar bij hervormingen een rol van betekenis te spelen? Wat dat betreft stemt de geschiedenis mij positief.’