Corona: Terug bij GGD Noord- en Oost-Gelderland

‘Hier vindt al lang triage plaats’

Bij de GGD in Warnsveld maken ze zich niet druk over het vaccineren van honderdduizenden mensen. Echte zorgen hebben de artsen over de horrorverhalen uit verpleeghuizen, waarvoor vaccinatie te laat komt.

Hij is de nestor. Geen van de artsen infectieziekten bij de ggd in het Gelderse Warnsveld heeft zo’n lange ervaring met vaccineren als Arie Kraaijeveld. De zestiger met één bril op zijn neus en een andere op zijn voorhoofd is het type dokter dat niet doet aan grote, alarmistische woorden. Hij bromt bij voorkeur zijn analyses van rampscenario’s rustig op. Zijn collega’s weten dan: hier moeten we goed naar luisteren.

Zo schetste Kraaijeveld tijdens de eerste golf al vroeg hoeveel bron- en contactonderzoekers er uiteindelijk nodig zouden zijn. En eind november berekende hij alvast – twee weken voordat de minister er formeel om vroeg – wat er precies nodig zou zijn voor het vaccineren van de 820.000 mensen die wonen in zijn gebied, een agrarische streek die zich uitstrekt van de Biblebelt aan het Veluwemeer en die via Apeldoorn loopt tot aan de Duitse grens in de Achterhoek.

Maar net als veel van zijn collega’s begon hij zijn carrière in Afrika. In zijn geval Ghana, waar hij als jonge tropenarts toezag op schoon water, sanitaire voorzieningen en de verdeling van voedsel. Er was één streek waar hij en zijn mensen nooit kwamen: de noordelijk gelegen oevers van de rivier Afram. ‘Je kon er met een auto niet komen, wegen waren te slecht of stonden onder water. Maar er woonden wel boeren in die dorpjes. Zij waren in staat om hun spullen naar marktjes te brengen, dus vond ik het raar dat wij daar niet kwamen. Ik vroeg op een dag aan mijn collega’s: kunnen we niet gewoon een plan maken?’

Dat kwam er. Kraaijeveld leende van cacao-coöperaties een aantal tractors, regelde een paar karren en besloot dat twee keer per jaar een provisorische karavaan langs de afgelegen dorpen zou trekken. ‘Door de muggen en slangen vertrokken we.’ Met achter op de wagen koelelementen en ijskasten waar vaccinaties in zaten. ‘Wij werden een rondreizend circus dat elke dag ergens neerstreek, mensen prikte, met het hele dorp at en vervolgens de nacht doorbracht in de open lucht op kampbedden met klamboes eroverheen.’

‘Nergens heb ik zo goed geleerd om vooraf te bepalen: wat gaan we doen? Wat is er dan nodig en hoe gaan we van het grote plaatje naar het kleinste detail? Alles hangt met elkaar samen.’ Na zijn jaren in Ghana keerde hij terug naar Nederland en streek neer in Ermelo, werd arts bij de ggd en sindsdien is zijn carrière het beste te beschrijven in een rijtje jaartallen: 1999 (meningokokken-uitbraak in Putten), 2002 (nog zo’n uitbraak), 2007 (baarmoederhalskanker) en 2009 (Mexicaanse griep). Nu staat hij, vlak voor zijn pensioen, voor de allergrootste uitdaging.

‘Je zou kunnen zeggen dat vaccineren onze corebusiness is’, zegt Kraaijeveld. Hij grijnst: ‘Dat ik dit nog mag meemaken in de herfst van mijn carrière.’ Toen hij enkele weken geleden chagrijn bespeurde bij zijn collega’s over een wispelturig ministerie van Volksgezondheid dat steeds van vaccinatiekoers veranderde en te laat de ggd vroeg om een belangrijke rol te spelen, stuurde hij een e-mail rond: als je nu gaat zeuren, dan heb je het niet begrepen. Dit is waar wij als ggd goed in zijn. Geniet ervan!

De hoop die 2021 – het vaccinatiejaar – brengt heeft ook de gangen van de GGD Noord- en Oost-Gelderland bereikt. De Groene Amsterdammer volgt deze organisatie sinds maart vorig jaar, een periode waarin de brave ambtenarenorganisatie van honderdvijftig mensen uitgroeide tot een crisiscentrum met meer dan zeshonderd medewerkers. De tientallen bron- en contactonderzoekers zijn inmiddels verhuisd van het dorpje Warnsveld naar een van de hoogste kantoorgebouwen van het nabijgelegen Zutphen. Vanaf verschillende verdiepingen pluizen ze uitbraken na en de contacten van besmette personen, om een virus dat al lang verspreid is in te dammen.

Sinds bekend is dat je je kunt opgeven om te helpen bij het vaccineren heeft een aantal ggd’ers dat – naast hun andere werk – gedaan. ‘Ik word de beste vaccineur van de vaccinators’, roept een verpleegkundige uitdagend naar zijn collega’s tijdens een vergadering. ‘Ik ga voor tienduizend prikjes.’ Hij wil na een jaar van crisisbestrijding deel uitmaken van dat wat het begin van het einde genoemd mag worden.

Zeker nu de situatie juist zo grimmig is. Want terwijl Kraaijeveld zijn blik op de toekomst mag richten, buigen anderen zich over de zeer zorgwekkende coronacijfers in de regio. Die stijgen nog altijd. Een van de epidemiologen wijst op haar scherm naar de hoge piek die eind november begon en nog altijd niet aan een overtuigende daling is begonnen. ‘Waarom noemen we dit niet de derde golf?’ Samen met collega’s vraagt zij zich af: waarom slaan de lockdownmaatregelen niet aan? Houden mensen zich er echt zo slecht aan? Of zien we hier toch de nieuwe ‘Britse’ variant van het virus?

‘Ik word de beste vaccineur van de vaccinators. Ik ga voor tienduizend prikjes’

In een zijkamer op de zevende verdieping met weids uitzicht over boerderijen en een bocht van de IJssel, houdt arts Ashis Brahma contact met zorginstellingen waarvoor vaccinatie te laat komt. ‘Er is hier een bom ontploft’, klinkt het uit een telefoon die voor de arts op tafel ligt. Het is de stem van een manager van een verpleeghuis in Ugchelen. ‘Mensen begrijpen niet wat voor een horror er plaatsvindt in dit mooie Veluwse landschap.’ Brahma krabbelt de cijfers die hij hoort op een papieren boterhamzakje: 43 van de 73 bewoners zijn besmet. Zestien zijn er al overleden. Van het personeel is bijna de helft ziek.

‘Wat kan ik voor je doen?’ vraagt Brahma begripvol. Ze praten een tijdje, maar eigenlijk weet Brahma het antwoord al, hij kan niet zoveel meer doen voor het verzorgingstehuis. De adviezen zijn al lang gegeven en opgevolgd. Vaststellen hoe de verspreiding precies plaatsvond – waarschijnlijk door bezoek – heeft weinig zin meer. Vrijwilligers, soms ongeschoold, springen bij. Het enige wat de directeur wil is even zijn hart luchten en hij is lang niet de enige.

‘De ramp die zich tijdens de eerste lockdown in stilte voltrok, vindt nu in het volle zicht plaats’, zegt Jacqueline Baardman, directeur publieke gezondheid van de ggd in Warnsveld. ‘En eigenlijk is het erger dan toen.’ Haar bewering wordt gestaafd door cijfers van haar epidemiologen. Van alle zorgmedewerkers die zich nu laten testen in de regio Noord- en Oost-Gelderland is bijna een kwart corona-positief. 75 procent van de zorginstellingen geeft in een wekelijkse rapportage aan in de problemen te zitten omdat personeel is weggevallen. Sinds kort staan in de overzichten van Warnsveld de eerste verzorgingstehuizen op donkerrood, wat staat voor: ingrijpen direct noodzakelijk.

‘Ik heb altijd geloofd dat je beschaving afmeet aan hoe je met ouderen en kwetsbaren omgaat’, zegt Baardman. ‘Maar ik hoor mijzelf steeds vaker oneerbare voorstellen doen. Ik vraag aan verpleeg- en verzorgingshuizen of ze nóg schralere zorg kunnen leveren. Ik leg steeds meer druk op een systeem dat al heel lang onder druk stond.’ Vlak voor Kerst was de rek er definitief uit. Zorginstellingen in de regio begonnen patiënten te weigeren.

‘Wij krijgen huilende familieleden aan de lijn die nadat hun artsen al hebben gezegd dat wij ze niet kunnen opnemen, ons bellen om het alsnog te proberen’, vertelt Margje Mahler in verpleeghuis Casa Bonita in Apeldoorn. Zij is directeur Zorg & Welzijn van elf van dit soort vestigingen en richtte begin augustus op verzoek van Jacqueline Baardman samen met andere organisaties een ‘zorghotel’ in op de bovenste verdieping. Mocht de tweede golf torenhoog worden, dan zouden hier 32 extra bedden klaarstaan.

Toen die tweede golf in oktober in alle hevigheid losbarstte hing er op een late dinsdagavond een collega van Mahler uit de Achterhoek aan de telefoon. ‘Een heel indringend gesprek’, herinnert zij zich. Het zorghotel vlak bij Doetinchem was volgelopen met patiënten en had meteen zijn maximumcapaciteit bereikt.

Mahler besloot bij te springen en opende twee dagen later de deuren van haar eigen zorghotel. Maar vlak na sinterklaas werd de toestroom ook daar te groot. Patiëntenaantallen bleven stijgen terwijl haar mensen zelf besmet raakten. Naast de druk op het zorghotel, kampt Mahler met zeven uitbraken verspreid over haar verschillende huizen. ‘De uitval onder al mijn veertienhonderd medewerkers is twee keer zo hoog als tijdens de eerste golf. Een ziekenhuis kan operaties schrappen, maar de mensen die al bij ons wonen kunnen niet zonder ons. Wij kunnen niet afschalen.’

Vlak voor Kerst stelde ze een belscript op voor de receptionisten dat neerkwam op: sorry wij hebben echt geen plek en wij weten eerlijk gezegd ook niet waar u wel terecht kunt. ‘Ik durf dat nog altijd niet terug te lezen, het zou mij emotioneren’, zegt Mahler. Ze is even stil. ‘Ik heb hierboven opgemaakte bedden staan met plastic folie erop. Er zijn maaltijden genoeg. Dat ik op zo’n moment mensen moet weigeren doet echt pijn. Maar ik heb het personeel gewoon niet.’

‘Moet je dit horen’, ze pakt een van haar telefoons en opent een e-mail. ‘Ik heb hier een meneer die thuis woont met zijn vrouw die MS heeft. Hij moet voor haar zorgen, maar ze hebben allebei covid en direct hulp nodig. Hun huisartsenpraktijk heeft geen idee meer wat ze nog kunnen doen, de hele regio is gebeld en nu komen ze opnieuw terug bij ons of wij echt niets kunnen betekenen.’ Een verpleegkundige die het zorghotel even heeft verlaten en naar beneden is gekomen om bij het gesprek te zitten, legt uit hoe dit soort verzoeken wordt gewogen: moet het écht nu? Moet het écht hier? Wat zijn de risico’s als ze niet in ons zorghotel terechtkomen? Mahler hoort het aan en zegt dan: ‘Om het in ziekenhuistermen te zeggen: hier vindt al lang triage plaats.’

‘Je laat hier alles achter. Je kleding, je telefoon. Je kunt urenlang niet drinken’

Dit is de reden waarom ggd-directeur Jacqueline Baardman er in de eerste week na de jaarwisseling zo moe uitziet. Ze heeft tijdens de feestdagen vrijwel onafgebroken doorgewerkt. Als directeur publieke gezondheid is zij tijdens de pandemie automatisch de rechterhand van Ton Heerts, de voorzitter van de veiligheidsregio en burgemeester van Apeldoorn. Ze besloten in de dagen voor Kerst om alarm te slaan, nadat ze hoorden wat er plaatsvond in de instellingen van Mahler en vele anderen. Samen met de veiligheidsregio’s Twente en Groningen stuurden ze een brandbrief naar het ministerie van Volksgezondheid én naar het ministerie van Defensie met een formeel verzoek voor ‘militaire steunverlening in het openbaar belang’.

De reacties verschilden behoorlijk. Het ministerie van Volksgezondheid wees op een procedure die gevolgd kon worden: vraag eerst het Rode Kruis, daarna de Stichting Helpende Handen en pas daarna klop je aan in Den Haag. ‘Maar ik had al een aanvraag bij het Rode Kruis gedaan, er waren hier al brandweermannen bijgesprongen’, zegt Mahler gefrustreerd. ‘Ik had hier al lang vrijwilligers rondlopen en we hadden al ontzettend moeilijke keuzes gemaakt. Uit de cijfers die het ministerie ook heeft bleek al dat het hier heel spannend was.’

Tussen Kerst en oud en nieuw kreeg Mahler om half twee ’s middags een verlossend telefoontje. Om half vier zouden er militairen van de Luchtmobiele Brigade op de stoep staan voor een ‘fact finding mission’. Toen de rode baretten binnenstapten, en net een uitvaartondernemer passeerde, begonnen ze meteen met vragen stellen: hoe hoog was de nood? Wat hadden ze al zelf gedaan? ‘Opnieuw was dat heel spannend’, zegt Mahler. ‘Zij hadden 158 aanvragen voor steun liggen uit heel Nederland en moesten gaan kiezen: waar is de situatie het nijpendst? Eigenlijk was het opnieuw triage.’

Wanneer Mahler via de speciaal daarvoor aangewezen trappen naar boven loopt om de ingang van het zorghotel te tonen, passeren we een lege brancard die door een ingepakte ambulancebroeder naar de coronalift wordt geduwd. ‘Dit kan een aantal dingen betekenen: of met iemand gaat het zo slecht dat hij of zij toch naar het ziekenhuis moet. Of iemand is overleden’, zegt Mahler zachtjes. Eenmaal boven op de vierde verdieping stappen we een hok binnen dat nog het meeste weg heeft van de kleedkamer van een gymzaal. Tussen de kluisjes en kledingrekken ligt een bevreemdend samenraapsel van hippe sneakers én zware legerkisten, donkergroene camouflagetassen en brave rugzakken.

Mahler kreeg vlak voor de jaarwisseling tien militairen toegewezen. En wie hardop durft te vragen of dat niet wat weinig is dient ze meteen van repliek. ‘Het zijn drie of vier bedden. Natuurlijk maakt dat een verschil. Als ik in plaats van vijftien mensen elf mensen moet weigeren op een nacht, dan is dat een opluchting. Ik ben het leger ontzettend dankbaar.’

Zorgmedewerkers en militairen die zijn omgekleed verdwijnen aan het einde van de kleine hal door wat ‘de sluis’ genoemd wordt. Wat feitelijk niet meer is dan een houten schot dat afgelopen zomer is aangebracht. Waarschuwende stickers met driehoekige logo’s in felgeel en donkerrood waarschuwen om niet verder te gaan: ‘BESMET GEBIED’. Wie wel door die deur stapt, zo legt een verpleegkundige uit, verdwijnt voor enkele uren van de wereld. ‘Je laat hier alles achter’, zegt ze. ‘Je kleding, je telefoon. Je kunt twee uur lang niet drinken.’

De mensen die aan de andere kant van het muurtje coronazorg verlenen en de anderen in het pand van Mahler zijn als eerste aan de beurt om ingeënt te worden. Samen met de rest van de zorgmedewerkers van verpleeghuizen. ‘Dat wij nu als eerste mogen betekent veel’, zegt Mahler. ‘Tijdens de eerste golf heeft niemand ons gezien. Wij stonden achteraan als het ging om het krijgen van beschermende middelen en konden niet op de overheid bouwen. De extra emotie die ik nu zie bij mijn medewerkers is dat ze het bijna niet geloven. Wij kwamen altijd als laatste, waarom nu ineens als eerste?’

Eigenlijk zouden zij ook niet als eerste aan de beurt zijn, maar de bewoners. De Gezondheidsraad adviseerde vorige week voor de derde keer aan het kabinet: vaccineer eerst de kwetsbaren en de ouderen, daarna pas de rest. ‘Dat was echt een mooi advies’, zegt Kraaijeveld. ‘Ze wilden het niet hebben over kosteneffectiviteit of over gewonnen levensjaren. Ze hebben gewoon gezegd: wat is goed en wat is rechtvaardig? Wat heeft in een beschaafd land prioriteit?’

Dat het kabinet afwijkt van het advies komt omdat het Pfizer-vaccin per duizend verpakt wordt in dozen die bewaard moeten blijven bij -70. Het zou te ingewikkeld zijn om al die porties goed te verspreiden over al die verschillende verpleeghuizen. ‘Ik begrijp dat allemaal best maar het blijft sjoemelen met principes die wij met elkaar hebben bedacht’, zegt de ggd-arts. ‘Dat wij nu toch met zorgmedewerkers beginnen betekent dat we kwetsbaren nog niet vaccineren. Die moeten nu langer wachten.’

‘Houd moed, heb lief’, staat er onder al zijn e-mails. Wanneer hij dat er precies heeft neergezet, weet Kraaijeveld niet meer. ‘Het was op een gegeven moment heel spannend tijdens de eerste golf en ik kreeg het aangereikt van iemand. Het komt uit de protestantse kerk. Ik dacht: hé, dat is mooi.’ Zolang de crisis voortduurt, zal hij het laten staan. Het is van toepassing op de talloze mensen die e-mails van de arts ontvangen: heb nog heel even geduld, geef niet op. Een oplossing is in zicht.