Hier zijn we nu. Vermaak ons

Ik ben in Kuala Lumpur, op de toiletten van de luchthaven om precies te zijn. Over twintig minuten moet ik me melden bij gate 13, en gaat de reis verder. Ik was mijn handen en kijk in de spiegel. Gevaarlijk, zo’n tussenstop. Ik zou hier kunnen blijven, en ik kijk op mijn horloge. Een kleine donkere vrouw in beige jasschort haalt met enkele slagen een zwabber over de vloer en verdwijnt weer.
Mijn reisgezelschap ken ik niet echt, ze zullen me niet missen. Niet meteen.
Ik ben alleen. Ik kan in het niets verdwijnen.
Eenmaal postgevat, laten sommige gedachtes zich nog maar met moeite wegduwen.
Ik zeg niet dat dat is wat er gebeurde in het hoofd van de Duitse keeper die zich onlangs voor de trein wierp, ik zou niet durven, maar iets in die geest moet het zijn geweest.
Ik zal je iets over mezelf uitleggen, zei mijn zoon laatst.
Hij was er helemaal voor de trap op komen sloffen, naar mijn werkkamer. Hij keek er nogal ernstig bij en ik hield mijn hart vast.
Waar het op neerkwam was dit: als hij uit school kwam moest ik hem met rust laten.
Als ik op school ben, zei hij, dan sta ik aan.
Ik knikte begripvol.
En als ik thuiskom, dan zet ik mezelf uit.
We zuchtten er allebei bij.
In Kuala Lumpur hebben ze ook gewoon zo’n apparaat dat gaat loeien als je je handen eronder houdt.
Mijn benen voelen loodzwaar aan. Al zou ik willen, ik zou het niet eens meer halen, op tijd bij die gate. Ik denk dat ik mezelf onverhoeds uit heb gezet.
Tim Krabbé schreef jaren geleden een roman over iemand die de verleiding niet kan weerstaan om als zijn vliegtuig vertraging heeft, achter te blijven in een onbekende stad, onder een andere naam.
Een tijdje geleden interviewde ik hem over zijn werk, en kwam ook dit boek ter sprake.
Hij vertelde dat hij op het idee was gekomen toen hij een keer een tussenstop maakte in Minneapolis en onverwacht zes uur extra de tijd had. Hij was de stad in gegaan en had er hélemaal niets te zoeken. En opeens was daar die gedachte: stel je voor dat ik hier blijf. Dat niemand meer iets van me hoort en ik een volkomen nieuw leven begin.
Kuala Lumpur is geen Minneapolis. En ik ben alleen nog maar op de luchthaven. Hoe lang had Tom Hanks dat ook alweer volgehouden in die film?
En wat zeg ik dan tegen mijn zoon, als ik die ooit nog te zien krijg, en niet al lang ben opgepakt, in de boeien geslagen, op een strooien matje lig weg te teren in een massagevangenis? Je moeder kon de aan-knop even niet meer vinden.
Alles wat Tim Krabbé toen vertelde in dat interview klonk heel vanzelfsprekend. Misschien omdat hij nogal hard praatte. Joviaal, maar ook met zo’n voortdurende sodemieter-op-ondertoon. Hoezo zou je je laten verpletteren door wat er allemaal al geschreven is? Als je wilt schrijven moet je ervan overtuigd zijn dat de wereld niet verder kan zonder jouw boek.
Ze weten wel van hygiëne, in Kuala Lumpur. De bezem-vrouw zwabbert
er andermaal
op los, en verdwijnt weer na luttele seconden.
Wat hij ook zei: als iets vervelend en lastig is om te schrijven, gooi het weg. Kijk of het werkt als je het brutaalweg níet schrijft. Vanonder zijn woeste wenkbrauwen wierp hij me zijn bevochten wijsheid toe: sommige beslissingen kun je je niet voornemen.
Later las ik op de scholierenwebsite, in een van de boekverslagen over Vertraging:
Dit werk heeft mij niet aan het denken gezet.
En keurig op de volgende regel, als in een invuloefening: ik heb niet iets gehad aan dit werk.
Was het nog maar eergisteren dat ik in een streekbus zat in Noord-Brabant? Buiten was al niets meer te zien, zo vroeg donker was het. Ik moest uitstappen bij de kerk en dan langs de begraafplaats, en dan zou ik een bloemist zien en rechts, daar was het.
In de plaatselijke brasserie zat een verwachtingsvol publiek.
Here we are now. Entertain us.
Onlangs nog was Tom Lanoye er op bezoek geweest. Wat een verteller die man! We hingen aan zijn lippen!
En Herman Pleij! Gelachen dat we hebben! Ja, toen waren er ook heel wat mannen op af gekomen.
Ik vroeg waar het toilet was. Deed in m’n eentje de regendans. Bezorgde vervolgens half Noord-Brabant een avond waarover ze nu nog niet uitgesproken zijn.
Vind je het gek dat ik even moet bijkomen in Kuala Lumpur.